09 januari 2013

Hotel Kloosterend

Pim Boellaard na de bevrijding van Dachau
Zojuist heb ik het boek "Weest manlijk, zijt sterk", van de hand van Jolande Withuis uitgelezen (zie recensie). Het gaat over het leven van Pim Boellaard, een heel bijzonder mens. Zoon uit een patriciërsgeslacht van militairen, niet echt van adel, maar wel "mammie-zeggers".
Pim was een onwaarschijnlijke mannetjesputter; actief in het verzet, verraden, opgepakt, verhoord onder andere door "Himmler". Een plaquette in park Clingendael, waar het verhoor al wandelend, buiten het gehoor van derden, plaats vond, getuigt daar nog van. Een vreselijke gang door de concentratiekampen, Natzweiler en Dachau, waar hij zich onder de meest ellendige omstandigheden wist staande te houden en de medegevangenen, ongeacht hun achtergrond, rang of stand krachtig steunde, op elke denkbare manier. Het boek doet er op onnavolgbare wijze getuigenis van. Op de voorkaft prijkt "Pim", foto genomen tijdens een interview vlak na de bevrijding van het kamp; met pleister op z'n hoofd waar een schampschot, afgeschoten vrijwel op het moment dat het kamp door de geallieerden werd bevrijd, alsnog bijna een eind aan zijn leven maakte. Hij lacht, ziet er bijna opgewekt uit tussen zijn medegevangenen in de gestreepte kampkleding. Een natuurlijk leider die zich na de vreselijke kampjaren ontplooide als één van de tweehonderd van Mertens. Het klinkt gek, maar bij mij drong zich het beeld naar voren van een moderne Achilleus; een krachtpatser die het vooral moest hebben van de strijd. Maar daar waar Achilleus op jonge leeftijd, tijdens de strijd in het stof moest bijten door toedoen van de god Apollo, stierf Boellaard op zeer hoge leeftijd in zijn eigen bed, in de Villa Kloosterend op nog geen 10 minuten fietsen van mijn flatje vandaan in de Bilt.

Die villa ken ik al zo lang; eerlijk gezegd heb ik altijd gedacht dat het een voormalig hotel was. En bij mijn weten heeft er een keer een stel kennissen van kennissen van Anneke zelfs als hotelgasten gelogeerd?! Dat verhaal kan ik helemaal niet plaatsen want in die tijd moet Boellaard er absoluut gewoond hebben want het speelt zo rond de eeuwwisseling. Ze vonden het wel vreemd dat er niemand was, maar ze konden kennelijk naar binnen; er waren allemaal kamers met handdoeken e.d. De volgende morgen hebben ze geld achter gelaten en zijn vertrokken.

Huib maakte me attent op het bestaan van een uitzending over Pim Boelaard, bereikbaar via uitzending gemist.

08 januari 2013

Lamb curry op de Overtoom

Bij ons bezoek aan Berlijn heb ik op de kerstmarkt een paar kruiden gekocht: curry, paprika, vanillestokjes. Afgelopen zaterdag had ik met de paprika al Gulyas bereid om Ab en Roos voor te zetten en een vanillestokje voor het onbeschrijflijk lekkere nagerecht: vanillevla, bereid met boerenmelk, boerenboter en kakelverse eieren.
Vanmorgen stond ik zo te bakken en te braden met die curry uit Potsdam: Lamb Curry, uit een oud kookboekje, geschreven door Wina Born, een culinariste uit de oude doos. Aan dat boekje zit een hele geschiedenis en daar stond ik al roerende over te peinzen.
Ooit, in de winter van 69/70, Lien en ik waren nog maar net getrouwd en we woonden (woningnood!) op een nauwelijks te verwarmen zolderkamer op de Overtoom in Amsterdam. Op een koopavond gingen we van koude ellende de straat op, naar het Leidseplein en de Leidsestraat en gingen een (verwarmde) Bruna winkel in. Daar lag dat kookboekje: "Beroemde gerechten uit de wereldkeuken". We kochten het en gingen later, vol verwachting naar onze zolderkamer en wilden wat lekkers maken; nou dat werd niet veul want we hadden slechts een pakje tomatensoep in huis. Ik herinner me nog die teleurstelling.
Recept van Lamb Curry
Het eerste gerecht dat we eruit maakte was, u raadt het al, Lamb Curry. Bij m'n ouders thuis. Pijnboompitten, een ingrediënt van het gerecht, waren toen nog nergens te verkrijgen?! We hebben er later nog veel uit gekookt en schreven erin wanneer en hoe het smaakte.
Toen we gingen scheiden was dit het enige dat we allebei wilden hebben en daar hebben we toen samen verdriet om gehad, ongetwijfeld speelde bij ons beiden die herinnering aan de Leidse straat. Ik heb het uiteraard aan Lien gelaten. Maar toen ik met Anneke later in de stad kwam bleek dat er een nieuwe uitgave was van het boekje en dat hebben we toen gekocht. Het zelfde verhaal; we hebben er vaak uit gekookt en aantekeningen gemaakt in het boekje. En opnieuw raakte ik het boekje kwijt bij de scheiding. Maar ........ mijn ouders hadden eveneens een exemplaar zo bleek bij de opruiming van de spullen nadat beiden waren overleden. En dat exemplaar heb ik nu en dat sta ik aan niemand meer af.
Vanavond eten we Lamb Curry volgens het recept van Wina Born. Of er inmiddels geen 43 jaar voorbij zijn gegaan.


07 januari 2013

De Bosbaan in het Amsterdamse bos

Oude foto van de roeiploeg van
PROIRA, Gillis, Jaap, Hans en ik.
Paul was coach en stuurman
Vandaag weer een stuk gelopen van het Pelgrimspad adhv het boekje dat ik met Sinterklaas van Roos heb gekregen. Weerradar vermeldde dat het droog zou blijven; toen ik uitstapte op Station Amsterdam Zuid WTC was het "een beetje droog", mijn vriend Dick O. zou het "dikke lucht" noemen, echt ouderwets Venenweer. Nou ja, daarom niet getreurd en via de veel bejubelde "Zuid-as", in mijn ogen een merkwaardige kunstmatige kloof van betonconstructies, die ik maar zeer matig kan waarderen en zeker niet mooi kan vinden en mijn Alma Mater naar de bosbaan. Die werd destijds aangelegd als werkverschaffingsproject. Het Amsterdamse Bos was aangelegd in de Haarlemmermeer polder eveneens als een soort werkgelegenheidsproject. Als kind kwam ik er vaak bij m'n vader voor op de fiets. Op de bosbaan heb ik nog geroeid met de roeiploeg van mijn dispuut PROIRA.
Ik moet er altijd aan denken als ik hier langs kom en dat gebeurt toch regelmatig sinds ik mijn DalVrij abonnement heb. Het Amsterdamse bos strekt zich helemaal uit tot Amstelveen en Ouderkerk. De étappe van vandaag ging tot Aalsmeer en helemaal door dit aangelegde bos. De destijds geplante beuken waren nu dus zo'n 80 jaar oud en ongeveer zo groot als de beuk die wij in de Hoflaan in de tuin hadden staan. Ik zag en hoorde wat vogels; luidruchtige reigers waren al aan de gang met nestmateriaal. In de verte hoorde ik de vliegtuigen van Schiphol landen en starten; verder was het heel rustig ondanks de naburigheid van de grote stad Amsterdam. Terug met bus 190 die voor me stopte toen ik aangaf dat ik graag mee wilde rijden terwijl ik niet bij een halte stond: vriendelijke chauffeur. En die bus voerde me helemaal door m'n oude buurtje in Amstelveen waar ik eind jaren 70 een paar jaar had gewoond en vorig jaar met geen mogelijkheid terug kon vinden. Nu weet ik weer waar het was. Toch maar eens een keer naar m'n oude huis gaan kijken. Kortom, het was weer een nostalgisch daggie.
Op weg naar huis belde Roos of ik al in de buurt was; lekker een kop thee bij haar gedronken. Vanavond ook maar naar de fitness als ik nog puf heb; doen de armen ook weer eens mee, net als vroeger met roeien.

06 januari 2013

Tranen om Zutphen

Stukje van de oude stadsmuur van Zutphen
De laatste dagen ben ik een beetje grieperig; verkouden, kouwelijk en een beetje futloos. Desondanks gisteren met Ab een flinke natuurwandeling (ruim 25 km) gemaakt in de paleistuinen van  het Loo in Apeldoorn en in de kroondomeinen. Vanmorgen werd ik pas om half negen wakker maar ik kon niet wachten om "De Schopenhauer kuur" van de hand van Yalom uit te lezen. Roos had al gezegd dat het boek erg onverwacht eindigde. Misschien wat sentimenteel, maar ik was zo ontzettend geroerd door het onverwachte einde van de centrale groepstherapie in het boek, dat de tranen me over de wangen stroomden; een fenomeen dat ik mij eerlijk gezegd niet kan herinneren van de afgelopen decennia (behalve dan als ik met de fiets tegen een koude wind in rijd har har). Het is een fantastisch boek, dat ik van harte kan aanbevelen. Ooit adviseerde Huib mij het boek "De therapeut" van de hand van Yalom en daar kwam ik niet verder dan het tweede hoofdstuk; ik ga daar mijn tanden nogmaals op stuk bijten.
Bij "De Klok" was historische info over Zutphen
Ik had de laatste bladzijde nog niet gelezen of daar belde Roos met de vraag of ik (nog?) ziek was; nou dat viel nogal mee. Dus hup met de trein van 10.30 uur naar Zutphen als afgesproken; een prachtige stad zoals ik al eerder beschreef in deze Weblog. De stad straalt zo'n rust, gezelligheid en ouderwetse menselijke maat uit dat we ons vreselijk hebben geamuseerd. Eerst het (kleine) oude centrum doorgelopen en een "twaalfuurtje" (alleen die ouderwetse benaming al!) genuttigd. Vervolgens naar het Henriëtte Polak museum dat even verderop aan de Zaadmarkt ligt. We zouden naar de tentoonstelling van Jan Mensinga gaan kijken. Die zag ik al eerder maar was er sterk van onder de indruk en wilde de werken graag opnieuw zien. Deze graficus heeft een zeer sterke uitdrukkingskracht; zijn werken die als illustratie zijn opgenomen in het boek "Vogels" vind ik heel bijzonder. En vervolgens weer verder door de binnenstad geslenterd.
Even later opnieuw zo'n gezellig établisement, De Klok, alwaar we koffie met zelfgemaakte appel/abrikozentaart hebben genomen. Halverwege had ik een beetje spijt want ik zat hardstikke vol. Maar gezellig was het en we hebben ons voorgenomen om daar een keer te gaan eten.
Tot slot naar het stedelijk museum van Zutphen. Als speciale tentoonstelling was er een expositie van Zilversmeden, modern en klassiek/antiek. Wat is dat toch een prachtig materiaal; het gladgepolijste oppervlak in de prachtige vormen is een genoegen om te mogen aanschouwen.
In de kelder van het museum was een expositie over de oorlog. En wat is deze stad aan het eind van de oorlog aangedaan?!
Een belegeringskogel uit de
80-jarige oorlog (1568-1648)

Bij een (mislukt!) bombardement van de Engelsen in 1944, werd een belangrijk deel van de oude stad verwoest met vele doden tot gevolg. De foto's van de puinhoop waren enigszins vergelijkbaar met die van het verwoeste Berlijn, zij het dat de schaal natuurlijk veel en veel kleiner was. Ik merk dat ik schoon genoeg krijg van al die oorlogsellende.

PS Bij één van de torens lagen nog een paar kogels uit de tijd van de 80-jarige oorlog; die waren toch ook niet mis.

05 januari 2013

De ontsluiting der filosofische wijsheden

Jeugdportret van
Arthur Schopenhauer
Verzuchtte ik onlangs nog dat filosofische werken voor niet-filosofen zo lastig te begrijpen zijn; dat het wenselijk zou zijn indien de filosofische gedachten ontsloten zouden worden in de vorm van fictie, zeg maar romans, daar heb ik Yalom gevonden als "grote ontsluiter". Zijn boek: "Het Spinoza probleem" geeft een heldere inkijk in de filosofische inzichten van Baruch Spinoza, de grote denker uit de zeventiende eeuw. Maar nu heb ik tevens het boek "De Schopenhauer kuur" van de zelfde schrijver ter hand genomen, en (maar dat overkomt me vaker) ik kan nauwelijks het lezen onderbreken zo boeiend is het boek. Irvin Yalom verheldert op onnavolgbare manier het gedachtengoed van Schopenhauer en verschaft als terloops ook de essentialia van diens leven; daarbij geeft hij tevens inzicht in het proces van psychologische groepstherapie en en passant ook van de Oosterse, Indiase levensfilosofie.
Deze, inmiddels 81-jarige psychiater geeft blijk van een grote eruditie, filosofische kennis en levenservaring en weet dat met zijn geöliede pen goed te verwoorden; hij laat zijn medemens meegenieten. Dank daarvoor!
En .... twintig jaar geleden heeft hij ook een boek over Nietsche gepubliceerd. 

04 januari 2013

Commotie om een dierenleven

Wat zal dit arme dier hebben geleden
Het verbaast dat er zo'n commotie ontstaat rond het sterfproces van Bultrug Johannes (of Johanna?); een stille tocht; een complot theorie; hoe verzin je het. En je druk maken over varkens die in het donker worden afgemest op een piepkleine ruimte doet vrijwel niemand. Hypocrisie of emo-hysterie, ik weet het eigenlijk zelf niet meer gezien het hier volgende.
In de zomer van 2003 heb ik met Anneke een schitterende wandeltocht gemaakt op de grens van Wales en Engeland: Offa's dyke path; een verdedigingswerk van vele kilometers lang in de vorm van een dijkverhoging, soms met een (droge) gracht ervoor. De wandeling loopt over of langs deze dijk.
We hadden voor Engelse begrippen ongewoon mooi en warm weer; een slager, met bleek zweterig gelaat deed de kenmerkende uitspraak: "I prefer the miserable wheather that's usual". Hij kon er absoluut niet tegen. Nou wij wel; heerlijke wandeling, fantastisch ontbijt iedere morgen en een prachtige omgeving. Wat heeft dat nou te maken met dierenleed. Nou, op een deel van de route was een hoog hek met prikkeldraad overspannen en daar was een vos in de sprong in blijven hangen. Het komt m'n buik uit als ik me besef hoe dit arme dier moet hebben geleden voordat het stierf; wie weet hoe lang het heeft moeten lijden. Na tien jaar doet het me nog steeds veel als ik die foto terug zie. Misschien heb ik toch ook wel last van emo-hysterie. Uit de krant lezen is toch wat anders dan het in het "eggie" zien.

03 januari 2013

Vogels kijken bij de Oostvaardersplassen

Vanmorgen om 5.00 uur opgestaan en met de trein van 6.28 naar Amsterdam Amstel. Daar stond Adriaan, lid van de natuurwerkgroep Kwadijkse Vlot al op mij te wachten. Adriaan is amateur vogelaar en we hadden afgesproken dat we vandaag eens samen vogels zouden gaan kijken. De obligate kippenvleugels had ik alvast gebakken; vielen gelukkig in goede aarde net als bij Ab. We waren bij de Oostvaardersplassen op het moment dat de ochtend schemering langzaamaan overging in de dag. Er liepen al een stel edelherten door het struweel te scharrelen. Adriaan kent dit gebied op z'n duimpje en we doorkruisten het, ploegend over modderpaden; de regen van de afgelopen dagen had de onverharde wandelpaden hier en daar veranderd in modderpoelen. Maar we deden het niet voor niets. Met behulp van de verrekijkers en het telescoop van Adriaan konden we volop genieten van de fauna, met name de vogels.
Nonnetje, foto geplukt van Internet
En daar was toch een ferm aantal bij dat ik nooit eerder had aanschouwd zoals de Grote zaagbek, nonnetje, de blauwe kiekendief, slobeend, wilde zwaan, kuifeend, zeearend (vanuit de verre verte) en als pièce de résistance, een vliegende roerdomp. Maar ook kievitten, kemphaantjes en de meer algemene soorten eenden en ganzen. Van alle "vondsten" maakte ik aantekeningen in de door mij onlangs aangeschafte ANWB vogelgids van Europa. We gaan in beginsel volgende week nog een keer. Leuke hobby!

02 januari 2013

Over de voeding

Voeding hebben we nodig om te voorzien in de energie die nodig is om alle levensprocessen, van groei, herstel, hersenfunctie, beweging, vertering etc. in stand te houden. De hoeveelheid voedsel die je daarvoor nodig hebt is dus vanzelfsprekend afhankelijk van wat je als persoon dagelijks doet; voor een zittend leven heb je aanzienlijk minder nodig dan wanneer je houthakker bent of heel intensief sport (denk aan de tour de France rijders). Maar het is ook verbazingwekkend als je ziet hoeveel een groeiend kind kan eten; ik zie nog de verbazing op het gezicht van mijn (voormalige) schoonmoeder toen ze zag wat onze oudste dochter kon eten toen deze anderhalf jaar oud was; dat was aanzienlijk meer dan zij zelf at; dochter groeide dan ook als kool.
Normaliter heb je zoveel voedsel nodig als dat nodig is voor je energievoorziening; eet je meer dan wordt dat in de vorm van lichaamsvet opgeslagen; eet je minder dan wordt het vet verbruikt, vooral, eigenlijk vrijwel uitsluitend, in de spieren. Kortom, als je vet kwijt wilt dan moet je minder eten dan je nodig hebt en meer bewegen dan je normaal doet. Logisch toch, zou Cruijf zeggen.

01 januari 2013

Het eerste vermoeden van Evert

Electronen microscopische foto van pollen,
de beruchte veroorzakers van allergie.

Mijn promotieonderzoek ging over immunologie. Ergens begin tachtiger jaren promoveerde ik op een proefschrift met als titel: "T-cells cause SLE and related disorders". Onder die disorders ook AIDS, alleen dat klinisch syndroom was toen nog niet echt bekend, laat staan beschreven. Enkele jaren later werden de eerste gevallen beschreven in de "homo scene" van San Francisco meen ik.
Maar waar het mij om gaat is dat ik mij zelf mag karakteriseren als Immunoloog. Al veel eerder dan dat ik mijn proefschrift schreef had ik mij bezig gehouden met diagnostiek en met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van allergie. Op de een of andere manier kreeg ik het gevoel dat de incidentie van allergie toenam. Dat gevoel bleek achteraf ook juist te zijn.
Naar mijn mening kwam doordat wij moderne mensen veel "te schoon", te hygiënisch zijn. Onze jonge kinderen komen niet meer in aanraking met vreemde "antigenen", een ingewikkeld woord voor lichaamsvreemde stoffen als bacteriën, stofdeeltjes, gewoon viezigheid in het algemeen. En daar is de mens natuurlijk op gebouwd; en mis je dat, dan ontregelt het immuunapparaat op de een of andere manier.
Toen ik in 1982 vader werd heb ik dat besproken met mijn eega, die zelf ook uit de immunologie-wereld kwam en we hebben onze kinderen ronduit gesproken smerig groot laten worden. Lekker vies worden, in de prut in de tuin, niks alles afwassen als het op de grond was gevallen enzovoorts. Het meest smerige achteraf vond ik wel dat onze oudste als luierkind van pakweg anderhalf jaar, misschien twee jaar oud, op haar blote knietjes door het kippenhok kroop, het leghok inging en met een ei in haar hand en kippenstront op haar knietjes onder het uitroepen van ai, ai triomfantelijk door het krappe gat van het leghok tevoorschijn kwam. Dat zou ik nu zeker niet meer doen. Maar............. geen van onze vier kinderen werd allergisch.
En nu lees ik dan in de NRC dat het ook wetenschappelijk is vastgesteld dat het wat minder schoon op laten groeien beter is voor de kinderen v.w.b. allergie.
Waarmee het eerste vermoeden van Evert bevestigd lijkt te zijn.

NB Evert is mijn geboortenaam (een familienaam); mijn moeder vond dat een wat grote naam voor een babietje en gaf mij direct een andere roepnaam. Als ik mezelf toespreek zeg ik altijd: "Evert", vandaar "het vermoeden van Evert".

31 december 2012

Een dag van reflectie

Hier ergens vond Hitler zijn "praalgraf". Een info-
bordje is alles dat hier aan herinnert.
Ik werd er naar van om hier te staan.
Deze oudejaarsdag heb ik vooral in reflectie doorgebracht. Onze reis naar Berlijn heeft bij mij emotionele sporen achtergelaten. De kantoren van Goering, Himmler, Heydrich en van die andere boeven van het derde rijk. De plek waar Hitler als een rat uit z'n hol was gerookt en waar zijn lichaam met een jerrican vol benzine werd aangestoken. Het profiel van de "Berlijnse muur", in de vorm van kinderhoofdjes aangegeven in het plaveisel. Ik kreeg weer de tranen in m'n ogen toen ik dacht aan "het vallen van de muur", destijds zittend voor de TV waarop deze historische gebeurtenis "live" was te zien. Allemaal herinneringen aan hoe vreselijk de mensheid met zichzelf is omgegaan. Dat lijkt gelukkig met de komst van "Europa" achter de rug te zijn ondanks alle problemen binnen de Europese gemeenschap die er momenteel zijn en vooral door de media worden aangedikt.
En dan heb ik vandaag ook weer uren gelezen in het boek "Het Spinoza probleem" waarin het fictieve verhaal over de levens van respectievelijk Baruch Spinoza en Alfred Rosenberg, die sterk anti-semitische Nazi, de jodenjager bij uitstek. Het stemt je allemaal niet erg vrolijk.
En dan nu op naar 2013, het jaar waar ik een belangrijk deel van mijn werkend leven naar heb uitgekeken; het ultieme jaar van mijn pensionering. Ik had niet kunnen voorzien dat het werkend bestaan zoveel jaren eerder zou eindigen, maar komend jaar wordt ik, deo volente 65 en dan is het allemaal officieel.
Vanavond eerst maar eens 2012 uitluiden; de oliebollen staan klaar.

30 december 2012

Yalom en Spinoza

Van diverse kanten kreeg ik het leesadvies aangaande "Het Spinoza probleem" van de hand van Irvin Yalom; een vanaf het eerste hoofdstuk intrigerend boek. Het is geschreven op de zelfde manier als "Anna Karenina" van Tolstoj; afwisselende hooofdstukken over twee figuren, in dit geval Baruch Spinoza, een Joodse emigrant uit Portugal, waar de joden gedwongen werden zich tot het christendom te "bekeren" of op de brandstapel gingen. Daarnaast Alfred Rosenberg, de bekende Nazi die in Nürenberg ter dood werd veroordeeld.
Yalom beschrijft op intrigerende wijze het denkproces van Spinoza. Natuurlijk is het vooral fictie, gebaseerd op de geschriften die Spinoza uiteindelijk heeft geproduceerd. Waarschijnlijk spreekt Yalom zelf zijn rationele mening over religie en levensaangelegenheden uit via de mond van de jonge Spinoza; daarin kan ik me overigens volledig vinden.
Vooral prijs ik me gelukkig te leven in deze tijd en dit land waarin je niet gedwongen wordt langs bepaalde lijnen te denken en het gevaar loopt om op de brandstapel te eindigen of door je sociale omgeving in de ban te worden gedaan op basis van wat ooit "geschreven werd" in die boeken uit de bronstijd. Nog steeds is ons land een vrijplaats voor "eigen gedachten". Ik hoop maar dat dit zo mag blijven.
Over Alfred Rosenberg heb ik eigenlijk niets op te merken; goed verhaal waarin de achtergrond van Yalom als psychiater manifest is. Hoe kom je ertoe om waanbeelden tot realisatie te brengen.
Ik ga nog even snel een wandeling maken nu het nog niet donker is en dan weer lekker verder lezen!

29 december 2012

Virchow en Bismarck

Monument voor Rudolph Virchow
Onder leiding van een gids maakten we een bijzonder informatieve tocht door Berlijn. Aangezien we niet overal konden stoppen, moest ik vaak foto's maken vanuit de bus, door het raam. Hier zag ik een monument voor Rudolph Virchow, mij bekend als microbioloog. Natuurlijk kan ik het dan niet laten om me direct te verdiepen in de achtergronden van deze Pruisische wetenschapper, tijdgenoot van Otto von Bismarck. En dat was een tijd van vooruitgang en sociale verandering. De Duitse eenwording speelde in die tijd; het revolutiejaar 1848
Een door mij niet te begrijpen monument van, zo te zien, twee worstelende naakte figuren; Virchov vocht toch vooral voor zijn patiënten tegen pathogene microörganismen en tegen maatschappelijk onrecht, hetgeen hem een confrontatie opleverde met de machtige Bismarck, de latere kanselier van een verenigd Duitsland. Het kostte hem (tijdelijk!) zijn baan aan de Charité, het meest prestieuze ziekenhuis van Berlijn in het revolutiejaar 1848; dit was geen toeval.
Het verhaal gaat dat Bismarck de wetenschapper uitdaagde voor een duel. Aangezien de uitgedaagde het "wapen" mag kiezen liep het anders af dan Bismarck had gedacht; het werd geen sabel of pistool maar de keuze tussen twee worstjes, waarvan er eentje was geïnfecteerd met de larven van Trichinella, een parasiet die je akelig ziek kan maken. Bismarck vond het te gevaarlijk en het duel ging niet door.
Maar die Bismarck was een ouwe ijzervreter! Als je zo na zit te genieten van een reisje naar Berlijn en je scharrelt wat rond op Wikipedia, dan krijgt de voorgeschiedenis van alles wat we de afgelopen dagen nog meer reliëf. Ik kom daar zeker nog op terug in de komende dagelijkse Weblog.

28 december 2012

30 keer kauwen

Gisteravond in de bus, op de terugweg van onze bridgereis naar Berlijn heb ik genoeglijk zitten kouten over van alles met Hans; zijn achternaam ken ik niet eens, maar we hebben afgesproken dat we nog eens samen gaan bridgen. In die reisuren spraken we over van alles en natuurlijk over mijn stokpaardje van gezond eten. Hans had op mijn visitekaartje gezien dat ik iets had met "Lifestyle" en zo kwamen we daar over te spreken. Hans merkte op dat hij had gelezen (hij noemde een zekere Dr Rau) over het grote belang van "goed kauwen" en had zelf de ervaring dat je met intensiever kauwen van je voedsel ook sneller verzadigd bent. Ik had aanvankelijk moeite om me voor te stellen dat kauwen van zo'n groot belang kon zijn; had me dat althans nooit gerealiseerd als mogelijkheid; vond het (karakterprobleem vrees ik) eigenlijk maar onzin. Maar toen Hans vertelde dat hij er werkelijk bij ondervinding iets van had gemerkt, met name die snellere verzadiging, ging mij toch wel een licht op. Want wat gebeurt er vooral in de mond? dat is de vermenging met speeksel; en in speeksel zitten wel degelijk verteringsenzymen, met name amylase, het enzym dat direct in de mond al begint met het zetmeel in het voedsel af te breken tot kleinere eenheden die snel opgenomen kunnen worden in maag en dunne darm; langzaam afbreekbare suikers zijn en dus rustig aan verder afgebroken worden; het proces dat tot verzadiging leidt.
Heel toevallig had ik de afgelopen week een persoonlijke ervaring gehad met kauwen. Sinds enkele weken bak ik mijn brood van puur volkorenmeel; maakte ik het voorheen steeds van een mengsel van volkorenmeel en bloem, daar liet ik (sinds ik het uitstekend volkorenmeel uit Kropswolde heb) de bloem nu weg. Het resultaat is een bijzonder zwaar brood en wat ik merkte is dat je dan per hap veel langer zit te kauwen. Voor velen is dat een reden om dit soort brood (ook verkrijgbaar in natuurwinkels) ter zijde te schuiven als "te zwaar"; ik vind het heerlijk en doe er vaak nog een snee roggebrood bovenop.
Kauwen is, net als ademhalen een proces dat je bewust kunt doen maar in het algemeen verricht zonder erbij na te denken. Op een bepaald moment laat je het gekauwde voedsel langzaam in je keelgat glijden en slik je het door. Hedenmorgen heb ik een "experiment" gedaan en daarbij geconstateerd dat je "als vanzelf" langer kauwt op iets dat meer vezels bevat. Daar waar ik een hap brood met notenpasta rond de dertig keer kauwde, daar deed ik over een zelfde hap brood, maar dan met kaas en roggebrood erop (zeer vezelrijk) wel vijftig keer. Die relatie lijkt me ook nogal logisch; maar ik had er nog nooit bij stilgestaan.
Maar dat het vezelrijker, beter gekauwde brood dan ook eerder tot verzadiging leidt is lastiger uit te leggen. Daar ga ik nog eens over nadenken. Gegeven is wel dat geheel vezelloze, suikerrijke spijzen (denk aan frisdrank en snoep) nooit tot verzadiging, maar juist tot verslaving leiden. Die halfafgebroken zetmeel componenten zullen vast de sleutel vormen tot de verklaring van het fenomeen.

27 december 2012

Met Dekker naar Berlijn

Afgelopen (kerst)dagen hebben we een Bridgereis gemaakt met Dekker Bridge naar Berlijn. De reis en alle entourage werd verzorgd door van der Valk tours; zo waren de verzamelplaatsen in de van der Valk hotels van de Bilt, onze eigen opstapplaats en verder in Apeldoorn en Hengelo. We verbleven in Hotel Brandenburg, een van der Valk hotel in de buurt van Berlijn.

We zijn zojuist om 20.00 uur geland in de Bilt en ik zit nog heerlijk na te genieten van het geheel. De heenreis vond ik overigens "helemaal niks". Van die vreselijke kerstliedjes en een busreis waar geen eind aan kwam voor m'n gevoel. Verder niets dan positiefs! We hebben heerlijk gebridged (werden zelfs eerste in het eindklassement) en ontzettend genoten van de verschillende excursies die binnen de reis waren besloten; daarover de komende tijd ongetwijfeld een aantal Weblogs.
Het gezelschap bestond niet alleen uit bridgers maar vooral ook uit mensen die lekker met de kerstdagen van Berlijn wilden genieten. In "no time" ontstond er cohesie binnen de groep en daar waar we op de heenweg een beetje om elkaar heen draaiden was de terugreis, waarvan het gezoem van de draaiende wielen nog een beetje door m'n hoofd gaat, geanimeerd en hebben we gezellig zitten kletsen terwijl op de achtergrond van die heerlijke jaren zestig muziek ten gehore werd gebracht.

De apotheose vond ik toch wel het diner dansant van gisteravond; we hebben heerlijk gegeten en vooral heel gezellig gedanst ook al kunnen we daar helemaal niks van. Misschien toch maar eens naar een cursus "stijldansen" (har har).

26 december 2012

Toch niet zo gek die computer games

Het is opvallend hoe ontzettend goed mijn twee zoons en de twee zoons van Roos het Engels beheersen. Dat is niet van de laatste tijd, maar dat is al zeker tien jaar het geval. Hun woordenschat is enorm. Nu sprak ik enige tijd geleden hierover met zoon Peter en een vriend van hem over dit fenomeen en ook over die grappige bevinding dat de mensen steeds slimmer worden (zie de Blog van gisteren). Overigens in dat artikel in de NYT verontschuldigde de auteur zich bijna dat hij moest toegeven dat die vermaledijde computer games bijdroegen tot die intelligentie ontwikkeling, maar dat terzijde. Maar in ons gesprek bleek dat het ook die computer games waren die het Engels van onze zonen zo heeft doen verbeteren.
Beide vrienden doen een leraren opleiding en hebben merkwaardigerwijs geconstateerd dat die Engelse taalbeheersing veel en veel minder manifest is bij de leerlingen die pakweg zo'n 10 jaar jonger zijn dan zij. En dat komt, ja ja, door het voeren van NLse tekst in die games. Er wordt heden NLs gesproken i.p.v. Engels.
Dit zelfde fenomeen zie je in Spanje waar op TV iedere scheet wordt nagesynchroniseerd in het Spaans; zelfs de Amerikaanse president spreekt daar steevast in het Spaans. En je komt daarom zelden iemand tegen die begrijpbaar Engels spreekt. In Aracena e.o. waar ik zo graag kom, ken ik helemaal niemand die ook maar een woord Engels spreekt. Jammer, maar helaas, zover zal het in NL niet komen, maar ik blijf dit jammer vinden. Frans en Duits zijn ook al aan het verdwijnen in het publiek domein; misschien komt het Chinees ervoor in de plaats.

25 december 2012

Steeds slimmer

Geplukt van Internet
Collectief worden we steeds intelligenter, aldus een artikel in de NYT. Dat is natuurlijk een wonderlijk fenomeen want fysiologisch zijn we ongetwijfeld vrijwel gelijk aan de mensen van pakweg duizend of zelfs tienduizend jaar geleden. Dat betekent dat er ook in die "oertijd" mensen rondliepen met de hersencapaciteit van bijvoorbeeld Albert Einstein. Maar die kon natuurlijk niet uit de verf komen; er was toen geen manier om informatie vast te leggen; alle informatie overdracht ging mondeling. In een "primitieve" samenleving werkt dat uitstekend.
Wij mensen zijn een soort, wellicht de enige soort, die als het ware "op de schouders" van alle vorige generaties staat qua kennis-ontwikkeling. En die ontwikkeling is waarschijnlijk al die eeuwen al exponentieel met als hoogtepunten de beheersing van het vuur, domesticatie van planten en dieren, uitvinding van het wiel, en vervolgens de industriële revolutie en de electronica revolutie waar we nu middenin zitten. Exponentieel, dat betekent dus steeds sneller en dat zie je tegenwoordig ook wel. Het is menselijkerwijs nauwelijks meer bij te houden.
En die steeds uitdagender, afwisselender, wereld waarin die zelfde mens leeft heeft tot een toenemende intelligentie geleid; niet nature, maar nurture, of misschien beter gezegd niet nature, maar culture. 3 IQ punten toename per 10 jaar; dat is niet niks. Een fascinerend proces waarvan ik toch wel verwacht dat het een keer af zal gaan vlakken. 

24 december 2012

Kerstspel in Epen

Twee als Romeinse soldaten
verklede Epenaren
Vorige week, toen we een weekendje Epen deden was het dorp volop in Kerststemming; voor het katholieke Zuiden betekent dat in ieder geval naast de voor-christelijke kerstboom, de kerststal, maar ook alle bijbelse versierselen die in de christelijke wereld aan de "terugkeer van het licht" worden verbonden. Terwijl we op de terugweg van onze wandeling door de modder zeulden hoorden we uit de richting van het dorp een voortdurende dreun op een grote trom. En eenmaal in de buitengebieden van de stad aangekomen zagen we een kerststal met een groep bezoekers onder leiding van een aantal als middeleeuwers verklede mensen naar de kerststal gaan. Aldaar werd het kerstverhaal gedebiteerd; ik hoorde althans het bekende verhaal van een maagd die in een stal van een kind was bevallen; dat verhaal kennen we ondertussen wel, dus snel doorgelopen, op naar een biertje. Roos vertelde mij dat het Griekse woord voor maagd ook "jonge vrouw" betekent waarmee een "mysterie" voor mij toch wel enigszins werd verklaard.
En verderop in het dorp konden we de herkomst van het tromgeroffel aanschouwen: een groep als Romeinse soldaten  verklede mannen, met een trommelaar voorop. Het begon op dat moment net een stuk harder te regenen, alle reden voor de Centurion om het café binnen te gaan voor een kop koffie zo verzekerde hij ons desgevraagd.
Maar leuk blijft het om het kerstverhaal zo beeldend op straat te kunnen aanschouwen.

23 december 2012

Jan Mensinga in Zutphen

Afgelopen week was ik eens op onderzoek gegaan in Zutphen, een plaats waar ik nooit eerder was. Een beetje op de bonnefooi liep ik door het centrum; allemaal leuke ambachtelijke winkels en een rustige voetgangerszone. Op de zaadmarkt vond ik het Henriëtte Polak museum. Er werd werk van Jan Mensinga, een graficus getoond. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van hem gehoord. Eerst op de benedenverdieping gekeken; een aantal bronzen stond daar, waaronder een buste van Kees Boeke, de stichter van "de Werkplaats kindergemeenschap", de school waar mijn kinderen hun onderwijs hebben genoten.
Bij grote uitzondering mocht ik op mijn verzoek een foto van deze buste maken; het is de zelfde als die ook op de school zelf is opgesteld. Eén van de dames/vrijwilligers had zelf ook op de Werkplaats gezeten in de tijd dat Kees Boeke daar nog was. Hij had diepe indruk op haar gemaakt. Zij had er in de tijd van "de prinsesjes" op gezeten.
Er hing nog een aantal figuratieve schilderijen en wat modern non-figuratief werk. Op de bovenverdieping was het werk van Jan Mensinga tentoongesteld. Zijn genre is zeer uiteenlopend van spottend zoals de Belgische schilder met de Engelse naam, James Ensor en Jopie Huisman, maar ook heel treffend een aantal portretten van kroeglopers. Het fraaiste vond ik de illustraties die hij bij het boek Vogels van de hand van Schulz had gemaakt. Een imposante expositie die ik graag onder ieders aandacht wil brengen. Deze tentoonstelling is nog te bezoeken tot 3 februari 2013, dus haast u! Verder is het zeer de moeite waard om eens door Zutphen te lopen en vergeet dan ook het theewinkeltje "De Pelikaan" niet.

22 december 2012

Afsluiten van een periode

Verjaardagstaart, geplukt van Internet
Gisteravond om 24.00 uur werd mijn jongste kind, mijn zoon Peter 25 jaar. Destijds voor mij een magisch moment toen ik 25 werd, en nu opnieuw nu ik het gevoel heb dat mijn ouderschap een nieuwe fase ingaat. Is tegenwoordig 18 jaar de officiële grens van de volwassenheid daar was dat ooit 21 en zelfs 30 (wanneer je zonder toestemming van de ouders in het huwelijk wilde treden) daar is het voor mijn gevoel 25 jaar. De laatste trap van de raket is opgebrand en ze gaan nu definitief zelfstandig op weg naar de toekomst; als vader speel je geen rol meer. Vanaf dit moment mogen ze me ook bij m'n voornaam gaan noemen wat mij betreft.
Ik moest er, toen gisteravond onze kerkklok 12 keer luidde, sterk aan denken. Helaas had ik m'n GSM niet bij me en kon ik Peter op dat moment niet feliciteren. Dat ga ik nu maar eens goed maken.

21 december 2012

Primatencentrum Rijswijk

Foto van een chimpansee, geplukt van Internet
Destijds was ik zo jong afgestudeerd, dat ik niet direct in militaire dienst hoefde. Daarom kon ik van 1971 tot 1974 rustig in m'n eerste baan aan de Vrije Universiteit het vak leren; virologie, parasitologie, Electronen Microscopie en vele immunologische technieken.
Het was in die tijd dat vooruitgang werd geboekt op het gebied van de veiligheid van de bloedtransfusie. HIV en AIDS bestonden nog niet (althans waren nog niet duidelijk manifest in de Westerse wereld), de belangrijkste complicatie van de bloedtransfusie was de Post Transfusie Hepatitis (PTH).
Net in die tijd werd een bloedcomponent aangetoond in het serum van een Australische inboorling, het Australië-antigeen, afgekort au-antigeen. Al snel bleek dat dit een indicator was voor PTH, dat direct werd omgedoopt tot Hepatitis-B, u allen bekend.
Bij het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst (CLB, mijn latere werkgever) was uiteraard bekendheid met de serologie van Hepatitis-B en mijn collega Jan V. en ik gingen we naar het CLB om over preventiemaatregelen op het lab. te praten met de eerste verantwoordelijke aldaar. Alras bleek dat op het Hepatitis-B lab. een plek vacant was voor een gedétacheerd militair om hoofd van het lab. te worden. En zo ben ik het CLB binnen gerold. In die eerste maanden kreeg ik een spoedcursus van m'n voorganger Pim D. en van de hoofdanaliste. Leuke job in m'n militaire diensttijd; naast het leiden van een fors routine lab. kreeg ik ook een research en ontwikkelingstaak. Overmoedig liet ik weten dat ik in die anderhalf jaar dat mijn diensttijd duurde wel een vaccin zou ontwikkelen. En verdraaid, dat is nog gelukt ook. Onderdeel van het proces was het aantonen van zowel de non-infectieusiteit als de werkzaamheid. Er was eigenlijk geen bekend proefdiermodel om dit te bepalen, maar in onze wijsheid besloten we bij het primatencentrum in Rijswijk te rade te gaan. De chimp lijkt toch wel verrekte veel op de mens nietwaar.
Samen met Henk R. op naar Rijswijk. We kregen een rondleiding door het primatencentrum. Tot verbazing en hilariteit hadden de chimpanzees die daar in hokken opgesloten waren wel zo'n hekel aan mijn collega dat ze collectief naar hem spogen. En dat konden ze verdraaid precies; ze mikten op z'n kleren, z'n gezicht. Die rondleiding was dus van heel korte duur.
Maar we hebben het uiteindelijk vaccin getest op 1 chimp; ik was getuige van de uitvoering en dat vond ik toch wel een hele gebeurtenis. Zo'n enorm beest; ongelooflijk menselijk zoals het daar op de onderzoekstafel lag, uiteraard in een volledige narcose; ik had echt zo'n gevoel dat dit niet kon. Eerlijk gezegd vond ik het vanaf dat moment ongepast om mensapen als proefdieren te gebruiken voor medisch ingrijpende doeleinden. Begrijp me goed, de dierpsychologische experimenten als gedaan door van Hooff en de Waal sluit ik daarvan uit; daar ondervinden de apen geen negatieve effecten van, in tegendeel, ze vinden het waarschijnlijk heel leuk om deel te nemen nieuwsgierig als ze zijn.
Overigens was er zoveel vertrouwen in de veiligheid van het vaccin dat de directieleden van het CLB zich hebben laten vaccineren toen de proef met de chimp geen lever pathologie bleek te veroorzaken en wel de gewenste positieve serologische reactie ontwikkelde. Het vaccin was o.i. veilig en werkzaam, het bleek later zelfs bijzonder werkzaam te zijn bij oudere personen wat niet van veel andere vaccins gezegd kon worden.
Het vaccin is nooit volop in productie genomen door het CLB; de methode was erg omslachtig en voor vaccin productie heb je specifieke expertise nodig. De farmaceutische industrie is in het gat gesprongen en heeft prima inherent veilige vaccins gemaakt m.b.v. recombinant techniek: antigeen, geproduceerd door gemodificeerde bacteriën en weefselkweek. Maar ik blijf er toch trots op dat ik het eerste Hepatitis-B vaccin in NL heb doen produceren, met dank aan al degenen die daaraan hebben meegewerkt, waaronder het primatencentrum Rijswijk.