19 september 2017

De laatste loodjes

Station Valkenburg waar ik vandaag begon
met de laatste etappe van het Pieterpad
De afgelopen dagen is er tot drie keer iets mis gelopen met afspraken zodanig dat ik het gevoel kreeg dat er dagen teloor waren gegaan; ik ben ontzettend zuinig met mijn tijd; heb al vaker gezegd dat ik me ter dege realiseer dat het leven eindig is en dat je dus van ieder moment "iets moet maken". Het weer zat mee dus voor vandaag had ik gepland om de laatste etappe van het Pieterpad te gaan lopen.
Een grappig incident tussendoor, Huib mailde me of ik woensdag met hem aan de wandel wilde; hij is onlangs "zomaar" gevallen en wil gewoon ook even kijken hoe het met wandelen gaat. Dat mailtje kreeg ik net op het moment dat ik "de laatste etappe" aan het voorbereiden was. Ik haalde de dagen door elkaar en dacht even dat het mijn plan zou doorkruisen; desalniettemin had ik aan Huibs' verzoek gehoor gegeven. Tot mijn eigen opluchting kon ik direct concluderen dat ik me een dag vergiste en zo kon ik dus hedenmorgen om 6.31 de stoptrein nemen en was ik, "geheel volgens dienstregeling"  om 9.20 op station Valkenburg.
Had ik bij de eerste etappe, in Pieterburen mijzelf getracteerd op koffie met gebak in het lokale café, daar wilde ik ook het hele Pieterproject maar eens afsluiten met een versnapering. In het centrum van Valkenburg heb ik koffie met rijstevlaai verorberd; een hele maaltijd, maar het ging erin als het evangelie in een ouderling! En toen op weg. Ik zag bij het verlaten van het dorp iets interessants waar ik nog wel eens naar toe wil; Romeinse catacomben; drie keer per dag een gegidste rondleiding door de grotten; het is zelfs een officieel museum waar je met de museumjaarkaart in mag. Ik ben daar vast al geweest tijdens het lustrum van ons dispuut in 1969; dat hebben we toen gevierd in Zuid Limburg in een soort kasteel in Meerssen meen ik en hebben bij die gelegenheid een grot bezocht.
De wandeling van vandaag liep eerst door het dal van de Geul, altijd mooi; er was geen mens, heerlijk stil. Het was een beetje mistig. Verderop wat landbouw en dan weer door zo'n prachtig Limburgs hellingbos. Mergelgrotten; de Bemelerberg, bekend natuurgebiedje voor insectenkenners en toen eigenlijk vrij onverwacht alweer Maastricht. Aangekomen bij het station besloot ik om deze etappe helemaal af te lopen dus echt naar het eindpunt op de Pietersberg; heb ik niet eerder gedaan. Eerst door de Stokstraat; als je dat ziet mag je Maastricht toch wel beschouwen als de enige Bourgondische stad van ons land; wat een kwaliteitsspullen worden daar aangeboden; er was dan ook veel Duits publiek. Ik heb daar bij een kerk op een bankje m'n broodje naar binnen geschoven.
En toen het laatste stuk; omhoog langs een groot ford op de Pietersberg; verder langs de enorme ENCI mergelgroeve. Ik moet bekennen dat ik dat best mooi vind zo'n arteficieel enorm gat in zo'n mergelberg; geeft de natuur nieuwe kansen. Zo is de oehoe hier ook terug gekomen!
En daar kwam het einde in zicht; een gedenksteen waarop de twee dames, Toos Goorhuis en Bertje Jens die ooit het Pieterpad bedacht en uitgewerkt hebben worden herdacht. Ik neem mijn petje diep af voor deze twee; dat moet een enorme klus zijn geweest om al die etappes goed voor te bereiden, te documenteren en te doen landen binnen wandelorganisaties, drukkerijen etcetera.
Natuurlijk is er veel door anderen aangevuld, verfraaid en is de publiciteitsmolen gaan draaien. Neemt niet weg dat het pionierswerk door deze twee dames is gedaan. Hulde!

Gek gevoel: geen Pietertje meer doen. Ik zal vast nog wel eens één van die etappes gaan lopen die ik zo mooi heb gevonden. Volgende project maar weer.

16 september 2017

Eenzame Grande Finale

Gastblog door Roos.

De hele week had het al gezinderd, het Internationaal Vocalisten Concours was volop aan de gang. Met Eef was ik al naar een voorronde gegaan, waar wij zeer gecharmeerd waren van Stefanie Quintin uit de Philippijnen. Tot onze verbijstering werd ze niet voor de finale geselecteerd, maar ik heb er weer een leuk Facebook contact bij!
Op woensdag ging ik samen met Mariska naar een recital en masterclass. Zij in een luchtig bloesje en op hoge hakken, ik iets minder netjes maar toch netjes, liepen we door de gestage regen naar het Theater aan de Parade. De hoofdattracties, Mitsuko Shirai en Hartmut Höll, hadden plots moeten afhaken wegens ziekte. Zij werden grandioos vervangen door de zeer grande dame Elly Ameling die met haar 84! jaar nog zo fit als een hoentje over het toneel heerste, en door Hans Eijsackers. Daaraan vooraf was er een recital, dat overgenomen werd door de bariton Sergei Leiferkus en de pianiste Ljoeba Orfenova (Ljoeba: Russisch voor Lieva, leuk toeval).
Wat deed het me een genoegen dat Mariska, die hiermee haar lieddoop kreeg, mij stil aanstootte bij de eerste strofen van de waardige Leiferkus en mij het kippenvel op haar arm liet zien! Ze was meteen gegrepen. Geen van twee verstaan wij Russisch, en door de korte termijn was er geen tekst of vertaling beschikbaar. Toch voelde Mariska feilloos aan met welke emotie hij zong. Woede, berusting, intens verdriet, humor, liefde, het kwam allemaal langs en met grote overtuiging. Dat was dus niet de laatste keer samen naar een liedrecital!

De winnares Yajie Zhang
Vervolgens kwam vandaag de Grande Finale. Eef en ik waren deftig aangekleed. Maar de weg naar de bus liep al niet goed: dit weekend werd er gewerkt aan ons plein, en er was ergens een onooglijke noodhalte die we misten. Op het nippertje haalden we de bus. Op CS bleek dat mijn OV saldo te laag was - ik moest eerst laden. Zo gezegd, zo gedaan en inmiddels was mijn gevoel van haast zo groot dat ik - toen ik zag dat de trein naar Eindhoven iets was vertraagd, en ik hem nog kon halen - naar beneden stormde, de treindeuren door en gaan met die banaan! Zonder te bedenken dat we helemaal geen haast hadden. Dus Eef stond nog boven te wachten natuurlijk. Gelukkig was er een kennis in de trein, Michel die we in Putten hadden ontmoet bij Adele Charvet, wiens mobiel ik even kon gebruiken. Maar alle stomme dingen komen in drieën. Eef had zijn mobiel niet bij zich. Toen wist ik al dat hij naar huis zou gaan. Zucht. Dan maar alleen naar Eindhoven....

De Philips Muziekzaal viel me tegen. Lijkt op Vredenburg, onvriendelijk en te groot, waar het overigens prima orkest Zuid Nederland met Kenneth Montgomery de finalisten begeleidde. Het verplichte nummer in het Latijn klonk daardoor prachtig. Maar de vrouwenstemmen kwamen bij de andere aria's  in mijn oren niet voldoende over het orkest heen. Een Chinese tenor was heel overtuigend, maar met een feilloos gevoel voor de visie van de jury pikte ik voor een foto de toekomstige winnares er uit: de mezzo sopraan Yajie Zhang.

Thuisgekomen vond ik daar een bedremmelde Eef die blij was dat me niets naars was overkomen. We hebben het maar vrolijk afgedronken.


15 september 2017

De hel van 1812


Zoals de donorkinderen op zoek zijn naar hun donorvader, zo heb ik altijd zo graag meer willen weten over mijn verre voorvader die gevochten heeft in het Grande Armée van Napoleon op de veldtocht naar Moskou. Vriend Peter C. maakte mij attent op het boek "De hel van 1812" van de hand van Bart Funnekotter, ook nazaat van zo'n Ruslandganger.
In mijn leven ben ik twee keer iemand tegen gekomen die sprak over een verre voorvader die teruggekomen was van de genoemde veldtocht: een huisarts uit Maassluis, zijn voorvader had aan beide handen geen vingers meer; die waren afgevroren. En een analiste van het huisartsenlab waar ik destijds hoofd lab van was; zij vertelde dat haar voorvader over de rivier de Berezina was ontsnapt door zich aan de staart van een paard vast te houden. Van de voorvader van Funnekotter bestaat nog een voorwerp: een zilveren horloge dat onder een glazen stolp bij een oom van hem staat. Van mijn voorvader is nog slechts de bijnaam over die hij aan deze gruweltocht heeft overgehouden: "Hendrik de Kozak". Deze naam heb ik vernomen van mijn vader, grootvader en/of overgrootvader.
Ik heb het boek van Funnekotter bijna letterlijk in één keer uitgelezen. Ik kwam vanmiddag bij Roos en daar zag ik het boek liggen; zij had met mijn bibliotheekkaart boeken geleend en bij het inchecken gezien dat er een besteld boek aanwezig was en had dat natuurlijk direct meegenomen. Thuisgekomen ben ik er direct in begonnen te lezen. Tot 11 uur; toen sloten de ogen. Maar om 2.00 uur was ik weer wakker en ben ik verder gegaan. Na nog een tukje heb ik uiteindelijk het boek uitgelezen. Stiekem hoopte ik natuurlijk dat ik de naam "van Elven" zou tegenkomen, maar dat zou al te mooi zijn geweest. Wat ik wel heb gelezen zijn de onbeschrijflijke ontberingen die de oorlogvoerenden hebben geleden. De gruwelijke tocht "an sich" al; op de heenweg reeds stierven deelnemers aan de veldtocht; niet door oorlogsgeweld maar door gebrek aan voedsel onderweg, uitdroging door de hitte, verdronken in moerassen, waanzinnige onweersbuien. De slag bij Borodino op 7 september 1812 was van dezelfde orde als de gruwelen van 1 juli 1916 aan de Somme in WO I, 100 jaar later; de industriële oorlogsslachting vond dus toen reeds plaats.

Citaat: De Nederlandse ruiters passeerden op een gegeven ogenblik een veldhospitaal waar zich taferelen afspeelden als in Dantes inferno. In een laagte, bij een aantal hoogvlammende vuren, zag men enige gedaanten - blootshoofds met onblote armen druipend van bloed - bezig met halfnaakte krijgslieden, in allerlei houdingen geplaatst op een manier te behandelen, die voor de oningewijde leek op een gruwelijke marteling.

Beschreven wordt de grootschalige amputatie van ledematen. Vervolg citaat: Stapels afgesneden ledematen, de met bloedplassen bedekte grond, de rondom verspreide lijken, vormde een niet te beschrijven toneel, aldus een zekere Geisweit van der Netten, NLs deelnemer aan de strijd.
Einde citaat

Moskou werd bereikt; zoals de Romeinse consul die de bijnaam cunctator kreeg maar die wel Hannibal als enige, afgezien van Scipio wist te weerstaan, trok ook de Russische legerleiding zich voortdurend terug, de verschroeide aarde techniek toepassend. Moskou was ook vrijwel geheel verlaten en werd door vrijgelaten gevangenen van de Russen in brand gestoken; er was niets dat je als "overwinning" kon bestempelen; de tsaar was dan ook niet van plan om zich over te geven, in tegendeel. Uiteindelijk werd de stad weer verlaten; langzaam maar zeker ging de veldtocht meer en meer op een terugtocht te lijken en uiteindelijk tot een vlucht waarbij Napoleon zelf zijn leger in de steek liet. Inmiddels was de grande armée behoorlijk uitgedund en het Russische leger juist sterker geworden. Verder waren de soldaten van Napoleon helemaal niet voorbereid op de koude van de Russische winter en waren de aanvoerlijnen veel te lang. Iedereen die iets van geschiedenis weet heeft wel een idee over de gruwelijkheden die passeerden. De brug over de Berezina was een vreselijk onderdeel van de terugtocht. De stoere Hollandse pontonniers hebben toen van balken uit afgebroken huizen een tweetal bruggen gebouwd; ze moesten de fundamenten slaan terwijl ze in het ijskoude water stonden. Petje af voor deze stoere kerels.
Iets van 5% van de hollandse dienstplichtigen heeft de vaderlandse bodem weer mogen betreden waaronder mijn voorvader. Ik heb nu een wat beter idee van de gruwelen die hij heeft moeten doorstaan. Volgens Funnekotter zou in het Nationaal Archief wel wat persoonsinformatie aanwezig zijn. Ik heb mij voorgenomen om daar eens achteraan te gaan.

14 september 2017

Nat tot m'n naad

Voordat ik van huis ging bekeek ik nog even weeronline.nl; zag er niet best uit:"er valt vandaag veel regen in Purmerend". Omineus en naar later bleek volstrekt waar; vandaag deed ik weer eens vrijwilligerswerk in de Eilandspolder; riet ruimen met de ontzettend fijne groep van vrijwilligers die Ab rond zich heeft weten te verzamelen. Ik had de laatste dagen ontzettend goed en veel geslapen met als gevolg dat ik vannacht nauwelijks een oog dicht heb gedaan; geeft niets, mijn grootje zou zeggen: "slaap je niet, dan rust je toch!" en ik houd ook graag gestand dat je de slaap geniet die je nodig hebt.
Om kwart voor zes de deur uit en met de trein van 6.13 op weg naar Utrecht en door naar Amsterdam en uiteindelijk Edam busstation waar Ab me al stond op te wachten. Na het dringend bezoek aan de pisbak aldaar gingen we als gebruikelijk "de taart" ophalen die Corinne ons uit dankbaarheid voor ons werk iedere keer weer aanbiedt; daarvoor dank Corinne! wordt zeer gewaardeerd door de club.
Ab vertelde mij over het accident waarbij Rob behoorlijk gewond is geraakt; gaat nog een flink staartje krijgen begreep ik. De veiligheidsvoorschriften rond het gebruik van de motormaaier in het kader van ons vrijwilligerswerk worden stevig aangescherpt.
Tijdens de koffie zou Jurrijan de aangescherpte procedures aan de groep voorleggen; grote afstand, 10 meter, houden tot de machine en niet eerder beginnen met maaien totdat de maaier een groot stuk heeft gemaaid. Niet in de buurt van de maaier komen; een afstand van ongeveer tien meter aanhouden!
Ondanks het aantal uitvallers waren we met een aardig kluppie actievelingen; maar eenmaal in "ons clubhuis" eerst de taart. Kees had ons nog op het hart gedrukt om eerst aan het werk te gaan en pas taart te gaan eten als de regen begon. Dat was aan dovemansoren gezegd; eerst taart terwijl, ja ja, de zon zelfs scheen, maar toen op weg door de schitterende polder met dreigende wolken. Het eerste landje ging gesmeerd. Merkwaardig genoeg bleek dat de nieuwe instructies ook leidden tot een systematischer aanpak van het ruimen zodat het veel efficiënter ging.
Terwijl de ruimers in de boot gingen pauzeren en lunchen werd Ab met maaier naar het volgende veldje gebracht en de maaiers weer terug gebracht om het eerste landje af te maken. Daarna terug en toen hield de dreiging van het weer op en ging over tot een onvervalste "shower". Ik had dat in voorgaande jaren ook wel eens meegemaakt; ik voelde m'n benen natter en natter worden; probeerde nog door te blijven staan te voorkomen dat m'n achterwerk nat zou worden. Ondanks de regen gingen we weer verder met ruimen; ik werd almaar natter en ook kouder; nat tot m'n naad; ik versteende. Gelukkig kon ik als een van de eersten terug naar de werkschuur; ik had wat droog goed bij me, maar geen droge onderbroek helaas; Jurrijan was zo vriendelijk om me af te zetten bij een station. In Utrecht aangekomen regende het daar ook; ik ging in de - gelukkig?! - gekoelde bus naar huis. Thuis gekomen een warme douche genomen; m'n dikste winterbroek aangetrokken, een dikke fleecetrui, een wintermuts op en toen werd ik langzaam maar zeker weer warm.
Dit ga ik niet meer doen; ik ben erg plichtsgetrouw, maar wanneer er "veel regen" wordt aangekondigd ga ik niet meer mee naar de Eilandspolder hoe leuk ik het werken met de groep ook vind. Ik moet zo lang en ver reizen; is bepaald geen genoegen met natte kleren; zeker niet in wintertijd.
Helaas heb ik geen foto's.

13 september 2017

Wer Dank opfert der preiset mich

Op 11 augustus 1999 was er in west europa een volledige zonsverduistering d.w.z. de volledige verduistering was zichtbaar in een strook die o.a. over west europa liep. Roos en ik hadden gepland om een wandelvakantie te doen in de omgeving waar de verduistering maximaal lang zou duren en waar het mooi wandelen was: het Bayerische Wald. We gingen eerst een paar dagen wandelen in de omgeving van Zwiesel en hadden een leuk onderkomen in Zwieseler Waldhof; lekkere appelkoekjes konden ze daar bakken. Heerlijk gegeten en bier gedronken en fantastisch gewandeld. En op de dag voor de zonsverduistering gingen we naar de plek die Roos had uitgezocht. Ben de naam van de plaats even kwijt, maar die vul ik later nog wel eens in. We gingen daar in hotel. De volgende morgen was het regenachtig en dus bewolkt. Roos had van tevoren een plek ergens in een bos uitgezocht waar we op een heuvel het spektakel zouden kunnen bekijken. Mistroostig liepen we door de regen naar deze open plek, maar ....... de regen hield op. We waren er een uur voordat de volledige verduistering zou plaatsvinden. De bewolking werd dunner en je kon door de wolken heen al de "hap uit de zon" waarnemen. Die hap werd steeds groter. En daar verscheen zelfs wat blauw en, lezer u raadt het al, op het moment suprême trok de hemel volledig open en hadden we het volle zicht op de zon. Merkwaardig genoeg geeft zo'n randje zon nog zoveel licht dat je het nauwelijks in de gaten hebt dat de intensiteit verminderd is; de insecten wel; die gingen schuilen alsof het avond werd en de vogels ook. Ik verbeeld me zelfs dat we vleermuizen zagen. En toen plotseling kwam de volledige verduistering; eerst een opflakkering en toen een pikzwart gat waar de zon was geweest en een kroon van licht: de corona.
Ik kon van bewondering geen adem meer halen. Roos sprak haar beleving in op een bandje; ik kon dat niet verdragen en met verstikte stem vroeg ik haar op vriendelijke toon: "houd je kop".
Het blijft de meest bijzondere ervaring in mijn leven; ongelooflijk wat een gebeurtenis. Ik hoef het geen tweede keer te zien overigens; zoiets bijzonders moet je ook bijzonder houden vind ik.
Na afloop had ik het gevoel dat ik "god" in z'n poeperd had gekeken; een gevoel van diepe bewondering voor de kosmos overviel me. Ik moest gewoon een strofe zingen die ik in een cantate van Bach had gezongen met Johan Roozen in het koor van de Pieterskerk: "Werd Dank opfert, der preiset mich!".
Ik heb de laatste jaren ontzettend veel naar cantates van Bach geluisterd maar was deze toevallig nooit meer tegen gekomen tot hedenavond. Ik ben weer eens aan een nieuw project begonnen: het beluisteren van alle muziek van Bach vanaf BWV 0001 en ben inmiddels aangekomen bij BWV 0017 en dat is deze cantate. Luistert u maar naar het openingskoor.

12 september 2017

Beetje klaar met ballet

Vanavond zijn we naar het ballet gala geweest. Roos is al vele jaren lid van "de vrienden van de opera" en van "de vrienden van het nationaal ballet". Die twee verenigingen zijn sinds enige tijd samen gegaan. Jaarlijks wordt het seizoen geopend met een balletgala en Roos had voorgesteld dat we daar dit jaar eens naar toe zouden gaan; waarom niet? Maar eigenlijk hebben we het niet meer zo op - met name klassiek - ballet. Telkens de zelfde pasjes, draaien, armen omhoog, op de spitzen; ontzettend knap allemaal hoor en je neemt je pet diep af voor de uitvoerenden, maar het is wel telkens het zelfde.
Ik moet bekennen dat ik het Zwanenmeer van Tsjaikovski nog steeds ontroerend mooi vind hoewel dan al die pas de deux je gaan vervelen. Die dromerige sfeer met al die zwaantjes blijf ik mooi vinden en de vier kleine zwaantjes kan ik niet vaak genoeg zien.
Op de uitnodiging was nog een nabericht gekomen met een kledingvoorschrift: blek taai, smoking dus, echt wat voor mij; dat schoot me verschrikkelijk in het verkeerde keelgat. Die hele balletwereld is één grote poeha; ik ken het al heel vele jaren. Met black tie moet je bij mij - recalcitrant kind van de zestiger jaren - niet aankomen. En natuurlijk is dat ook niet verplicht en word je niet weggestuurd; ik heb mijn begrafenispak aangetrokken, maar het zette voor mij wel weer de sfeer.


Klatergoud op het toneel
En de voorstelling en het publiek was inderdaad wat ik me ervan voorstelde; allemaal poeha. Klappen en juichen als gekken om heel gewone dansbewegingen; perfect uitgevoerd hoor, daar hoor je me niet over.
Toen een scene uit het ballet Onegin werd uitgevoerd had ik echt zoiets van: "wanneer zet de sopraan in"; alleen die bewegingen zijn onvoldoende expressief als je dat vergelijkt met de opera; ik miste dat sterk in dit stuk; niet in al die sprongen bij de pas de deux's.

De in onze ogen aantrekkelijke dansen betrof de moderne stukken; jonge dansers in rode kostuums die als acrobaten moderne bewegingen maakten. Nog een ballet waarbij de heren in een soort onderbroek dansten; modern; fraaie belichting en heel bijzondere muziek; dat vond ik echt schitterend. Maar al met al was ik blij dat het was afgelopen. We besloten om het ballet in ieder geval voorlopig voor gezien te houden. Feitelijk was het ballet Mata Hari voor ons al een reden om te stoppen met ballet. Van dit ballet werd hoog opgegeven als nieuw avondvullend ballet. En wij vonden er niet veul aan.

Klatergoud in de wandelgang
Onderweg memoreerde ik dat ik de amateur balletten waarin m'n dochter Joke danste achteraf veel aardiger vond dan dit gelikte werk met die malle kostuums.

11 september 2017

Bert en Rinie

Mijn eerste gemotoriseerde voortbeweger was een brommer, een bromfiets, fiets met hulpmotor. Ik kreeg die van een neef van m'n moeder, ome Jurrie, zoon van tante Anna, de zuster van mijn oma Mien ten Brink. Was dubbele familie want Anna was getrouwd met Jurrie ten Brink, de broer van Jan ten Brink; Jan had direct een oogje op Mien, maar ja, zij was al getrouwd met een duitse meneer. Toen dit huwelijk was ontbonden heeft Jan direct zijn opwachting gemaakt; gelukkig maar want daardoor zag mijn moeder in 1926 het levenslicht zonder dewelke ik nooit mijn opwachting had kunnen maken in dit ondermaanse.
Maar goed, ome Jurrie was samen met zijn vrouw, ook een tante Anna; ja ja, er waren nogal wat "Anna's" in de familie; Jan en Jurrie hadden ook nog een zuster Anna, dat was "Anna uit Amerika", een mij verder onbekende tante waar overigens wel mijn ome Erich bij gewoond heeft als voorbereiding van zijn emigratie, ook naar Amerika. Een onvervalste Amsterdamse familie, vandaar al die ome's.
Waarom schrijf ik deze onzinnige familiehistorie? nou, dat is om aan Roos te tonen hoeveel zinloze bagage ik in mijn hersenpan meesleep; een bijwerking van een bijzonder goed, maar aselectief geheugen.
Maar even terug naar die brommer; het merk daarvan was Berini en het type was de M24. Ik was minstens 16 jaar en zat nog op de HBS toen ik deze brommer kreeg. Moest nog wel opgeknapt worden maar dat kon voor een paar tientjes. De eerste de beste dag dat ik ermee naar school ging nam ik mijn vriend Bram achterop mee op de terugweg; had ik beter niet kunnen doen want het waaide keihard en ik was niet zo'n held met dit soort dingen en vloog uit de bocht, stoep op van een rotonde waarbij het voorwiel zodanig beschadigde dat de brommer opnieuw naar de fietsenmaker moest.
Maar daarna heb ik met ontzettend veel plezier op dat ouwe mormel gereden. Met Lien de hele verre omgeving afgestruind; dat kreng kon nog ontzettend hard rijden ook. We verloren onderweg nogal eens onderdelen; de pakking van de knalpijp; kwam je met een kolereherrie thuis; zelfs een keer de hele knalpijp eraf. M'n moeder adviseerde om een tas mee te nemen met reserveonderdelen. Gelukkig was broer Jan altijd weer in staat om het voertuig te herstellen. Moet lachen bij de herinnering hoe we die motor in en uit elkaar haalden en daarna deed hij het ook nog?! De bougie moest ik steeds weer schoonmaken; de bougie schoot er ook wel eens uit?! Niks voor mij.
De Berini was een onvervalst Nederlands technisch product; de twee eigenaren van de firma heetten Bert en Rinie, vandaar de naam Berini!
En wat schetst mijn verbazing toen ik gisteren op de terugweg van de IVC dag in Den Bosch een op de stoep geparkeerde scooter zag met de merknaam: "Berini". Is nu vast een Italiaans merk.

Ik zal eens een foto opzoeken van dat ouwe ding en hier plaatsen.