25 juni 2011

Verbraseming

Brasem

Zojuist las ik nog eens een oud Bloggie over watervlooien. Dat doet mij herinneren aan het fraaie ecosysteem dat vroeger zo normaal was in oppervlaktewater en waarin deze kleine kreeftachtigen een cruciale rol spelen. De Friese meren waren in het verleden prachtig helder, evenals de sloten van mijn jeugd overigens. Er bestond een ecosysteem dat teruggebracht tot de belangrijkste organismen de volgende kenmerken had:
Het water, de allesomvattende matrix van het systeem was helder. Hierdoor kon het zonlicht doordringen tot diep in het water. Het gevolg hiervan was dat algen en waterplanten goed konden groeien. De algen werden weggegeten door de watervlooien, die weer werden gegeten door de witvis als voorntjes e.d. De witvis werd weer in toom gehouden door de snoek. De snoek kon goed jagen omdat het water helder was. Dit leverde voor de mens visueel prachtige gebieden op. De sloten van mijn jeugd waren prachtig om te zien met allerlei waterplanten erin en erop, met visjes tussen de planten en zelfs otters die eveneens van de witvis leefden.
Maar wat gebeurde er door de landbouw. Er werd in toenemende mate gif gebruikt waardoor de levenskracht van de watervlooien en daarmee hun aantal afnam. Daardoor kwam er meer alg in het water, dat hield het zonlicht tegen waardoor de plantengroei minder werd, waardoor de snoek niet meer goed op de witvis kon jagen. Vooral de brasem, een vis van troebel water floreerde daar wel bij. Deze vis wroet ook nog eens in de grond om haar voedsel bij elkaar te scharrelen, waardoor het water nog verder vertroebelt. Hiermee is een nieuw, standvastig ecosysteem ontstaan.
Gebleken is dat wanneer de hoeveelheid gif wordt verminderd, of zelfs tot nul wordt gereduceerd dat het oorspronkelijk evenwicht met helder water zich niet vanzelf herstelt. Kijk maar eens naar de drabbige sloten die je tegenwoordig toch vooral ziet in landbouwgebieden dan weet je wat ik bedoel.

24 juni 2011

Elektromagnetische straling gevaarlijk?

Heden word ik ermee geconfronteerd; moet er nu wel of niet toestemming gegeven worden om zo'n UMTS antenne op het dak te doen plaatsen. Natuurlijk worden we al vele decennia blootgesteld aan elektromagnetische straling; zelfs van nature is er dergelijke straling in de atmosfeer, afkomstig van de zon en uit het heelal. Maar vlakbij zo'n antenne is de intensiteit natuurlijk het hoogst, maar levert dat ook gezondheidsgevaar op en zo ja, voor iedereen of alleen voor (zeer) jonge kinderen?
Toen ik onlangs langs het NUON schakelstation in de Betuwe liep stond ik niet alleen de schoonheid van die technische installatie te bewonderen maar was ik tevens verwonderd over het feit dat er direct onder de installaties woonhuizen stonden met overduidelijk jonge gezinnen met kinderen als bewoners; waarschijnlijk werknemers van de NUON. Er stond kinderspeelgoed onder de installaties. Voor de duidelijkheid: er loopt stroom, veel stroom door die draden en dat wekt een magnetisch veld op. Ik ben helemaal niet bang uitgevallen, maar om heel jonge kinderen aan iets dergelijks bloot te stellen acht ik absoluut onverantwoord. Alles is bij zo'n jong kind volop in aanleg en een verstoring kan mijns inziens ongewenste gevolgen hebben. Zoiets epidemiologisch bewijzen zal vast heel moeilijk zijn. Ik ben helemaal niet bang uitgevallen, zeker niet voor m'n eigen hachie (of is de juist schrijfwijze haggie har har), maar voor babies en jonge kinderen zou ik niet graag de verantwoording op me willen nemen om die bloot te stellen aan wat voor straling dan ook. Daarom hoort zo'n installatie niet thuis op een woonhuis of flatgebouw.
En weten we wel of die UMTS nu zo onschuldig is? In mijn kinderjaren werden Röntgenstralen gewoon in de schoenenwinkel gebruikt om te kijken of de schoenen wel goed pasten; een nieuwigheidje om klanten te trekken maar natuurlijk heel gevaarlijk?! Mijn vader had dat door en verbood het om in die winkels te kopen. En de radar stralen? Medewerkers op radar stations hadden gemerkt dat wanneer zij kippenvlees in de buurt van de apparatuur hadden bewaard dat die dan al half gaar was als ze thuis kwamen. Zo is de magnetron oven bedacht; ongevaarlijk? Om de dooie dood niet. Dus laten we nu met die UMTS niet net doen of we het allemaal zo goed weten! Komt alleen de telefoon maatschappijen goed uit; die willen er dan ook grif voor betalen en dat is heel verleidelijk.

23 juni 2011

Joseph Conrad

Een advies uit een ander boek; een naam die ik al zo vaak had vernomen: Joseph Conrad. Dus de bibliotheek langs en daar lag natuurlijk niets van deze schrijver. Op de tafel met nieuwe boeken ligt vooral "fantasy", Dan Brown en consorten vinden ruim aftrek, maar voor "ouderwetse schrijvers" wordt steeds minder ruimte verschaft tot mijn leedwezen. Dus boekwinkeltjes.nl naar de mij inmiddels vertrouwde tweedehandsboekhandel "Opa Bram", uit Winschoten.
Conrad is van oorsprong Pool, maar na een lange periode als zeeman neergestreken in Engeland. Op de achterflap staat dat hij maar gebrekkig Engels kon spreken maar zich er daarentegen literair gesproken bijzonder goed in kon uitdrukken. Inmiddels heb ik een eerste kort verhaal van hem gelezen; ik ben erg onder de indruk van de emotionele uitdrukkingsvaardigheid van Conrad. De intensiteit waarmee hij de menselijke emotie kan beschrijven ken ik ook van Balzac.

22 juni 2011

25 jaar oud geworden


Vandaag is mijn jongste dochter 25 jaar oud geworden; een kwart eeuw. Dan sta je even stil bij het moment dat ze werd geboren; voor je gevoel als vader nog maar zo kort geleden, maar voor haar het hele leven. Onlangs stuurde ze mij een foto, genomen met een mobieltje in de trein en gewoon hupsakee verzonden via de ether. Voor mij, ondanks mijn lange verblijf in de ICT wereld toch altijd nog een magisch gebeuren. Inmiddels wel gewend aan draadloos, vind ik dit fenomeen nog steeds moeilijk voorstelbaar. Maar de foto van dochter en kleinzoon is er niet minder om.
Ik probeerde de foto hier te plaatsen, maar dat lukt om onnavolgbare reden  niet?!
Maar 25 jaar is ook niet niks; een kwart eeuw. Ik weet nog goed hoe ik dat zelf heb beleefd. Mijn tante Alda, zuster van mijn vader, was 15 jaar ouder dan ik, 10 jaar jonger dan mijn vader. Toen zij 25 was vond ik dat natuurlijk heel oud en heb ik er bij stil gestaan dat ik het moment dat ik zelf 25 jaar oud zou worden, heel bewust moest meemaken. Dat heb ik ook gedaan; het was op het balkon van de Jan Hanzenstraat in Amsterdam waar ik toen woonde met Lien, mijn toenmalige echtgenote. We hadden een verjaardagsfeest ter ere van de gebeurtenis; om twaalf uur ben ik op het balkon gaan staan en heb heel bewust de klok gehoord. Tja dat was het dan; getrouwd, goede baan en een goed leven. En gisteravond hoorde ik de klok van de kerk achter, de kerk direct achter het wijkje van Roos (wij zijn kerkklokdelers har har). Zij sloeg 12 uur en ik heb direct een SMS-je naar mijn dochter gestuurd om haar te feliciteren.

21 juni 2011

Het Franeker van Eise Eisinga en Jan Hendrik Oort

Afgelopen zondag heb ik naast Harlingen ook Franeker bezocht, natuurlijk bekend vanwege het geniale werk van Eise Eisinga, het planetarium. Maar voor degenen die nooit in Franeker waren kan ik het stadje warm aanbevelen vanwege haar opmerkelijke rust en schoonheid. Het was regenachtig toen ik daar rond liep. Het prachtige stadhuis, de gevelstenen, het voormalig weeshuis, de rustieke grachten met fraaie namen die van grote godsvruchtigheid getuigen.

En daar zag ik een gedenkschild aan een huis; hier was in 1900 Jan Hendrik Oort geboren. Het kan toch geen toeval zijn dat op deze winderige plek in Friesland twee van deze opmerkelijke genieën op het gebied van de astronomie hebben geleefd. Ik kan me zo voorstellen dat de kleine Jan Oort zijn inspiratie heeft gevonden in het geheimzinnige kamertje met het prachtige planetarium. In het begin van de twintigste eeuw werd het museumpje vast nog niet zo intensief bezocht en ik fantaseer dat de kleine, zo geïnteresseerde hoogbegaafde jongen daar vaak op zijn vrije schoolmiddag kwam kijken terwijl de denkbeeldige geest van Eise Eisinga hem welwillend aanschouwde, althans inspireerde. Misschien louter fantasie van mij en is het puur toeval dat beide Friezen in de astronomie geïnteresseerd waren; tenslotte is Oort, zoals is te lezen op Wikipedia, op jonge leeftijd naar Oegstgeest verhuisd en heeft hij het planetarium van Eise Eisinga misschien nooit bewust aanschouwd.

20 juni 2011

Bezuiniging op natuurbeleid

Overal verontruste geluiden of het nu de cultuur betreft of het natuurbeleid.Wel realiseert vrijwel iedereen zich dat er bezuinigd moet worden, in dit geval vanwege het financieel wanbeleid, niet veroorzaakt door burger of regering maar door de financiële wereld; de aasgieren van de hedgefondsen, griezelige speculanten en zichzelf bonussen toekennende bankboeven hebben het systeem omver getrokken zoals in de jaren 20 van de vorige eeuw. Dat realiseert niet iedereen zich, dus heeft "de regering" het voorrecht om de "Zwarte Piet" te krijgen. Die hakt er fors op in, zodanig dat, aldus zeggen van onze jeune premier, rechts Nederland haar lippen erbij aflikt. Ik weet niet of dat laatste waar is maar het valt mij op dat er, afgezien vanuit de verschillende sectoren zelf, weinig protest opklinkt tegen de bezuinigingen. Ik heb nog geen publiek horen mopperen dat het nu niet meer naar de concerten van Schönberg kan luisteren of naar experimenteel toneel kan gaan kijken. Of dat er geen regionaal orkest meer is binnenkort.
Maar ook de sector die mij zo ter harte gaat, de ecologische, zeg natuursector, wordt stevig met de botte bijl bewerkt. En vind ik dat nou zo'n ramp? Natuurlijk wel voor de mensen die hun baan daardoor gaan verliezen, dat is altijd sneu, maar gezien de relatief lage werkloosheidscijfers in dit land komen deze mensen wel weer aan de slag. Voor de natuur en met name de ecologie zie ik daarentegen niet zulke grote problemen. Die dure ecoducten hebben niet mijn voorkeur; de ecologische hoofdstructuur kan mij ook niet echt een warm gevoel verschaffen. Wèl heb ik gemerkt dat wanneer je een stuk terrein met rust laat, dat er dan vanzelf natuur ontstaat. Het mooiste voorbeeld daarvan zijn natuurlijk de Oostvaardersplassen. Maar ik heb zoveel schitterende terreinen gezien die juist zonder enig beheer de schitterendste natuur opleveren; hier bij ons inde buurt de oevers van de Biltse Grift bij de Visserssteeg; een terreintje middenin de Universiteitswijk, vol met heerlijk geurende camille en vlinders zonder dat er een natuurbeheerder aan te pas is gekomen! Dus gewoon niets doen en maar eens zien wat er dan gebeurt en wat de natuur er zelf van maakt; trek er een paar paden doorheen voor de bezoekers. De grondwaterstand niet meer actief verlagen en geen vergif gebruiken in de omgeving is belangrijker dan ecoducten of duur en ingewikkeld beheer ben ik van mening. Dat is vast een stuk goedkoper!
En er zijn nog meer sectoren waar je beter niets kunt doen dan allerlei dure onzin; denkt u zelf maar eens na over de sector waarin u werkzaam bent (geweest).

19 juni 2011

Het harlingen van Vestdijk

Leuke huizenrij wanneer je van het
station naar het centrum loopt

Het was vandaag vreselijk weer; regen, wind, relatief koud, geen uitnodigende dag om er eens op uit te gaan. Maar ja, ik had een vrij reizen kaart die vandaag voor de laatste dag geldig was en dan blijf je toch zuinige Hollander. Een mp3 speler met symfoniën van Beethoven op het hoofd en vooruit naar het hoge Noorden. Eigenlijk was ik nog nooit echt in Harlingen geweest, en nu met het lezen van de boeken van Vestdijk moest ik toch eens kijken waar hij nou zijn inspiratie uit had kunnen putten. Harlingen staat in NL toch niet bekend als de meest inspirerende stad van het land.
Anton Wachter
De eerste huizen langs de straat richting station vond ik fraai. Het was echt zondagmorgen, dus vrijwel niemand op straat. In de hoofdstraat, zo te zien een gedempte gracht, was al direct een gedenkteken voor Vestdijk zichtbaar: een standbeeld van Anton Wachter, hoofdfiguur in de Anton Wachter cyclus. Een wat knullig beeld van een slungelige jongeman met een overmaatse pet op z'n hoofd. Er stond slordig genoeg een fiets tegen geparkeerd. Die cyclus zal ik ook maar eens lezen. En dan aan de muur van een woonhuis een gedenkschild omdat Simon Vestdijk daar in 1898 werd geboren. Vergeefs zocht ik naar pijltjes voor een Vestdijk route zoals bijvoorbeeld in Leeuwarden met de Mata Hari route. Onlangs heb ik de koperen tuin gelezen en ik had wel eens willen zien waar dat nou allemaal had gespeeld. Misschien ook wel allemaal gesloopt en verdwenen.
Niemand te zien op straat
Verder gelopen door de verlaten stad. Het was doodstil op straat en niemand te zien. Erg onder de indruk was ik niet van het centrum van Harlingen; misschien vanwege het weer, maar het was geen echt interessante stad ondanks haar plezierhaventje en fraaie raadshuis. In de straat vond ik wel bakker Elsinga waar Roos in oktober 2003 voor mijn stervende vader een heerlijke Friese koek had gekocht die hij nog met smaak heeft verorberd.
Bakker met koek voor mijn vader
Dat vond ik leuk om te zien en te memoreren. Helaas is op zondag natuurlijk alles gesloten en kon ik geen Friese duumkes of iets anders aan streekproducten scoren. Er was ook geen horeca geopend zodat ik mijn trek ik koffie moest onderdrukken. Volgende keer maar op de zaterdag richting Friesland. Terug naar het station gelopen en met de volgende trein terug naar Franeker, stad van Eise Eisinga.

18 juni 2011

Afstuderen, en snel!

Snel afstuderen. Dat is het motto van staatssecretaris Halbe Zijlstra aldus de kop van de krant van donderdagmorgen. Ach, geen slecht advies en best haalbaar denk ik zo. Toen ik zelf studeerde en nog huwde in mijn studententijd heb ik mij het zelfde werk-regime opgelegd als wat mijn toenmalige echtgenote moest hanteren: gewoon 8 uur per dag hard werken. Ik bracht haar op de brommer van de Overtoom naar haar werk, het GAK in Slotermeer en ging dan terug naar "huis", in feite een zolderkamer in Amsterdam en 'swinters niet of nauwelijks te verwarmen. Studeren zo hard ik kon, uren achter de boeken of naar practicum op de Boelelaan in Amstelveen. 'sMiddags even snel boodschappen doen. Anecdotisch is dat ik de eerste keer dat ik ging koken, het was gesneden andijvie, dat ik die  niet had gewassen. Het knarsen was niet van de lucht, maar dit ter zijde.
Enkele jaren daarvoor, zo rond de tijd van het afleggen van het kandidaats examen liep ik een half jaar achter op het studieschema en had het advies gekregen om stoppen met de studie te overwegen. Maar in de tijd dat ik het gesprek had met decaan, prof. Bickelhaupt, organische chemie, had ik me zelf net een schop onder m'n kont gegeven en met goed gevolg een bepaald tentamen gedaan en stond op het punt om weer een tentamen te doen. Derhalve kon ik door en met goed gevolg.
Bij het doctoraal examen, een paar jaar later, had ik het halve jaar helemaal goed gemaakt vanwege het werkregime van mijn ega en studeerde zelfs binnen de tijd van zes jaar af; een half jaar ingelopen dus.
Het zoeken naar een baan kon beginnen; op naar de eerste sollicitatie. Ik kan het advies van de huidige staatssecretaris dan ook volkomen ondersteunen. Verder geeft hard werken met goed resultaat ook zo'n belangrijk gevoel van tevredenheid! Goed advies dus.

17 juni 2011

Een goed spechtenjaar

Roos had het weerbericht vernomen en vertelde dat het vanmorgen mooi weer zou zijn, echt wandelweer dus. En aangezien ik aan mijn afvalrace ben begonnen een goede reden om vroeg op te staan. Uiteindelijk heb ik 3.20 uur gelopen; goed voor de verbranding van 400 gram vet!
Gisteravond voor de zevende achtereenvolgende avond gebridged; we worden het nu wel een beetje zat, maar vanmorgen om zeven uur uit de veren en om half acht liep ik op straat. Aan de wandel, richting Utrechtse weg, door het tunneltje de Bilt, via de Visserssteeg naar de kurketrekkerbrug over de snelweg, achter langs de Uithof en dan het schitterende gebied van de Kromme Rijn. Onderweg in de bossages hoorde ik het bekende gekrijs van spechten. Het was me de afgelopen dagen al opgevallen dat er erg veel spechten rondvlogen. Op de gekste plaatsen zag je hen vliegen en op de grond zitten.
Inmiddels verlaten spechtennesten in het Houdringhebos
Uit de talrijke nesten die ik inmiddels had gespot kwam niet meer het bekende hongerige gekrijs; de jonge spechten zijn dus allemaal uitgevlogen en de oudervogels kunnen op hun lauweren gaan rusten. De jonge vogels moeten het voedsel nu zelf bij elkaar scharrelen; daarbij gaan er veel ten gronde aan roofvogels e.d.  Zo veel jonge spechten als dit jaar heb ik eigenlijk nog nooit gezien en gehoord; kennelijk begint het "dood hout beleid", dat sinds 1985 breed door natuurorganisaties wordt gehanteerd, haar vruchten af te werpen. In dood hout leven veel insecten(larven), voedsel voor onder andere spechten.
Aangezien ik als secretaris betrokken ben bij de sectie Thijsse van de Nederlandse Entomologische Vereniging (NEV) die zich ten doel stelt ecologisch natuurbeheer te stimuleren zodanig dat het de insecten ten goede komt, ben ik hier heel tevreden over: het aantal spechten zegt natuurlijk iets over de hoeveelheid insectenlarven en dus over de levensomstandigheden voor insecten. Dat ze voor een groot deel worden opgevroten is "all in the game".

16 juni 2011

Niet meer gewend aan een regenbuitje

Eigenlijk mag ik het niet zeggen, maar ik vind de druilerigheid van hedenmorgen wat troosteloos. Eindelijk wat regen zullen boeren en natuurbeheerders zich verzuchten, en ze hebben natuurlijk gelijk. Naar ik vernam is er inmiddels ruim 20 cm te weinig regen gevallen; het verbaast me dan ook dat er nog aardappels kunnen worden geoogst, maar dat terzijde.
Eigenlijk had ik nu aan de wandel willen zijn om verder "ab zu specken" zoals de Duitsers dat zo plastisch kunnen uitdrukken. Van een Duitse vriendin kreeg ik ooit het "FDH dieet", oftewel "Friss die Hälfte"; toevallig hebben we elkaar een paar weken geleden weer eens opgezocht in Hamburg, vandaar de foto uit het restaurant waar we met z'n drietjes hebben gegeten. Het FDH dieet, in combinatie met veel wandelen is nu mijn opdracht om weer onder de tachtig kilo te komen en dat komt er vandaag niet van tenzij ik mij verman en met "palatu" de regen in ga.

Fress die Hälfte in Hamburg
Voeding en beweging: items die voor mij met elkaar samenhangen met gezond en ontspannen leven. Eten doe je niet alleen om de machine op gang te houden maar ook voor "de lekker". Bewegen eveneens, dat doe je niet alleen maar om van A naar B te gaan maar ook om van de buitenwereld te genieten. Afgelopen Pinksterweekend was me al opgevallen dat mensen in een auto, terwijl ze door de zelfde prachtige natuur bewegen als "de wandelaar", daar heel anders bij kijken; ze kijken net zo verveeld alsof ze TV zitten te kijken. Het deed me denken aan Hermann Hesse die in het boek "Narziss und Goldmund" opmerkt dat de gelaatsuitdrukking van een vrouw op het toppunt van sexueel genot de zelfde is als die bij de pijn van de bevalling. Het verband is misschien niet zo eenduidig, maar voor mij zijn TV kijken en in de auto door de natuur rijden gelijk(on)waardig; je zit maar door een glaassie te kijken, gewoon surrogaat dus.
Thuisgekomen lag er een boek bij mijn post van de Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij met de titel, (vrij naar Ludwig Feuerbach "der Mensch ist was er isst") Je bent wat je eet. Een boek waarin vooral door Wageningse wetenschappers over voedsel wordt geschreven. Het stond me inhoudelijk behoorlijk tegen; het woord smaak(beleving) komt niet voor en voedsel wordt toch vooral gezien in de medische en de industriële sfeer. Veiligheid, ingrediënten, gezondheidsclaims, cholesterol, zout, kortom gevaren van voeding terwijl in mijn beleving voeding een genoegen des levens is, zij het wel met mate genuttigd.

15 juni 2011

Wandelen door de Betuwe

Nol in 't Bosch ligt in gemeente Wageningen, vlakbij de Nederrijn. Vanuit station Ede-Wageningen waren we erheen gelopen en de volgende dag hebben we de wandeling, het trekvogelpad vanuit het boekje vervolgd; oversteken bij het Lexkesveer en over de dijk richting Opheusden. Er was echter zoveel auto en motorfietsverkeer op de rivierdijk (en daar erger ik me altijd wild aan helaas) dat we er bij eerste gelegenheid vanaf zijn gegaan, de Betuwe in. En dat viel helemaal niet tegen. Uiteindelijk kwamen we bij de wereldplaats Hemmen, met station ja ja (station Hemmen-Dodewaard). Ik ben altijd gek op die kleine stationnetjes en moest er dan ook een foto van maken.

Stationnetje Hemmen Dodewaard
Hemmen is vanouds een "heerlijkheid" met voorheen een eigen baron en kasteel. Dat kasteel is echter in WO II door bombardementen van zowel Duitse als geallieerde zijde, in puin geschoten. Nu kun je nog de middeleeuwse fundamenten zien en de schitterende kasteeltuin. Hemmen is echt de moeite waard!
De volgende dag, eerste pinksterdag zijn we met de bus (87 vanuit Wageningen naar Tiel) naar Ochten gereisd en vervolgens via het Lingepad richting Hemmen en via een andere route terug naar Nol gewandeld. Onderweg kersen gekocht om jam van te maken; heerlijke zachte, ouderwetse kleine kersen!
Tweede pinksterdag zijn we meegereden met Ada en Frans, mede-bridgers, en hebben hen naar Hemmen geleid. We zijn vervolgens via weer een andere route terug naar Nol gewandeld, via een schakelstation van de NUON waaronder een kikkerconcert plaatsvond, en uiteindelijk via het arboretum van Wageningen. Ook dat is zeker de moeite waard. Schitterende bomen en fraai uitzicht over het rivierlandschap.
Uitzicht over het rivierenlandschap
En een fraai insecten hotel, met veel bloemen
Al met al hebben we iedere dag zo'n 20 km gelopen. Na het bridgen 'savonds kon ik m'n ogen dan ook niet meer open houden.
Dinsdagmorgen zijn we weer richting huis gegaan; eerst terug naar het arboretum gewandeld. Onderweg werden we begroet door een stel enthousiaste, ongehoorzame honden. "Ze willen niet naar huis", vertelde de begeleidster, "ze vinden het zo lekker om buiten te lopen". Twee dames van een hondenoppas-centrale hadden de honden uitgelaten; in de auto zaten er al een stuk of acht, maar twee wilden eigenlijk niet instappen, maar lekker buiten blijven. Verder naar Wageningen. Roos heeft hier jaren geleden gestudeerd en ik wilde wel eens wat van Wageningen zien. Ze had me verteld dat het zo'n aardig centrum had en dat bleek inderdaad het geval. Hotel "de Wereld" voor het eerst gezien. In de hoofdstraat kwamen we een tweede "oppascentrale" tegen. Het was een drietal kinderverzorgsters, leuke meiden met een stel kinderen, waarvan eigenlijk allen te groot om niet zelf te lopen. De kinderen zaten in een raar soort kar, met z'n vieren voortgeduwd door de verzorgsters; vast voorschrift van de organisatie, want die meiden hadden vast liever met die kinderen gewandeld door die gezellige straat zonder autoverkeer.

Laat die kids toch lekker lopen!
Maar in plaats van lekker te kunnen lopen zaten ze allemaal te kluiven op een stuk croissant zo te zien en ze zaten tot mijn grote ergernis vastgesnoerd. In tegenstelling tot de honden protesteerden ze niet eens meer. Wellicht ben ik ouderwets, maar ik kon er niet over uit; het is zo ongezond om kinderen op deze leeftijd de beweging te onthouden. Kinderen willen niets liever dan in beweging zijn; vastbinden van kinderen is zo onnatuurlijk.

14 juni 2011

De drie bakjes van Professor van Dalen

Mijn eerste tentamen deed ik bij Professor E. van Dalen. Dat ging nog mondeling bij de professor thuis in Badhoevedorp; we schrijven 1965-1966. Voor de hedendaagse student onbegrijpelijk, maar zo ging dat vroeger. Slechts bij wiskunde en natuurkunde, bijvakken voor de chemiestudent, werden de tentamina schriftelijk en centraal afgenomen. Op de middelbare school behoorde ik tot de beste leerlingen van de klas, met name in de exacte vakken; op de Universiteit ging dat toch wat anders en had ik in het begin de grootste moeite om te slagen. De wiskunde, een vak waar ik altijd negens en tienen voor haalde, ging nu volstrekt mijn begrip te boven; analyse heette deze vorm van wiskunde, maar ik snapte het niet. En het tweede was mechanica, voor mij eveneens eigenlijk te moeilijk. Mijn eerste tentamen in de chemie was bij de hier genoemde professor van Dalen; een wat oudere heer (hij was in die tijd net zo oud als ik nu ben, 63 jaar) die tijdens zijn college alles op het bord uitschreef. Een medestudent, wiens vader ook scheikunde had gestudeerd beschikte over de notities van zijn vader die eveneens college had gehad van van Dalen. Het vak analytische chemie was in die tijd zo weinig veranderd dat de aantekeningen nog precies de zelfde waren. Kennelijk had onze professor decennia lang het zelfde college gegeven aan de eerstejaars.
Maar het eerste tentamen was een feest voor mij. Ik herinner mij nog dat hij vroeg naar de kleur van mangaansulfaat; ik wist nog vanuit de tijd van mijn oude drogist dat de kleur van dit zout roze was. Ik kreeg een ruime zeven voor dit tentamen en ging met vreugde naar huis. Met dankbaarheid denk ik aan hem terug, want zo'n succes student was ik niet en was ik niet geslaagd voor dit tentamen dan zou ik misschien wel gestopt zijn.

Vanmorgen stond ik postelein te wassen en moest aan van Dalen denken. Hij had namelijk in het analytisch laboratorium een eenvoudige spoelopstelling bedacht met drie bekerglazen gedestilleerd water, genummerd 1,2, en 3. Als je iets had schoongemaakt met water en zeep en nagespoeld met kraanwater moest je het glaswerk achtereenvolgens van bakje 1 naar 2 en vervolgens naar 3 spoelen. Daarmee verspil je geen water en het spoelen is veel efficiënter dan dat je het in 1 keer met heel veel aqua destillata naspoelt. De postelein heb ik drie keer gespoeld met een weinig water en toen was het inderdaad vrij van zand. In deze droge tijden wil ik zuinig zijn met water. Het spoelwater heb ik dan ook aan mijn aardbeiplantjes en aan de rucola gegeven.

13 juni 2011

Bibliotheek of www.Boekwinkeltjes.nl

Normaliter leen ik mijn boeken steeds van of via de bibliotheek Bilthoven. Als een boek niet voorhanden was dan kon ik het meestal wel van een andere bibliotheek verwerven via de eigen bibliotheek of zelfs tegen een luttele bijdrage van een verre bibliotheek. Maar dat is nu allemaal veranderd merk ik tot mijn spijt. In de eerste plaats is het een technisch zeer ingewikkelde zaak geworden om überhaupt bij een pagina voor reservering te komen; en ben je daar aangeland en wil je een boek reserveren, dan is het bedrag aanzienlijk geworden, 5 euro per boek. En dan het voor mij altijd zo ergerlijke dat je een boek maar drie weken mag lenen en dan wel kunt verlengen. Maar vergeet je dat dan word je direct beboet. Met een dergelijk reserveringsbedrag heb ik een meer dan lichte voorkeur voor de aanschaf van boeken via www.boekwinkeltjes.nl; kost vaak verrekte weinig (in ieder geval minder dan 5 euro) en je kunt het boek zo lang in je bezit houden als je wilt, het boek wordt tenslotte je eigendom nietwaar.
Dergelijke boeken neem ik vaak mee op vakantie en gooi dan onderweg de gelezen pagina's gewoon weg. Anders loopt je huis ook helemaal vol met oud papier (dat is de belangrijkste reden dat ik liever via de bieb dan via de boekwinkel boeken lees); dat zijn uitgelezen boeken tenslotte toch? Of vindt u mij nu een barbaar die op schandalige wijze omgaat met de cultuurschat die boeken natuurlijk toch vertegenwoordigen.

12 juni 2011

Bridgen bij Nol in 't Bosch

Dit pinksterweekend zijn Roos en ik lekker aan 't bridgen gegaan. In het blad van de bridgebond staan altijd veel advertenties van mogelijkheden om te gaan bridgen in hotels. Er zijn meerdere organisaties die dit al jaren doen, bijvoorbeeld Dekker waarmee we onlangs naar Den Helder (c.q. Texel) zijn geweest. Maar Nol in 't Bosch organiseert dat zelf in samenwerking met de Bridgeclub uit Bennekom en Wageningen.
Natuurlijk gingen we wandelen; eerst naar Utrecht CS naar de Volendamse visboer om een lekkere nieuwe haring te scoren. Roos trakteerde en kwam met 2 haringen p.p. Fantastische haring heeft die visboer op Hoog Catharijne en niet duur (2,10 euro per stuk en 4 voor 7,50 euro). Met de trein naar station Ede-Wageningen en aan de wandel naar Nol in 't Bosch; dat ligt aan het Trekvogelpad van de LAW; in vroeger jaren was ik al een aantal malen langs dit leuk gesitueerde hotel gewandeld. En dan nu lekker een heel (lang) weekend. We kwamen pas tegen half zes aan en dat bleek etenstijd te zijn. Voor het zelfde geld zouden we later zijn geweest. Heel snel een douche gepakt en hup aan tafel. Er waren nog maar 2 plaatsjes vrij aan een zes persoonstafel met 2 stellen die elkaar onderling kenden. Ik had leuk contact met mijn tafelgenoot Jan, 88 jaar oud, drie keer in de week zwemmen, lekker bridgen en maakte de indruk of hij een jaar of 75 was, geen dag ouder. Had tot zijn 74e doorgewerkt. Maar vooral van gewicht vond ik zijn ideeën over voeding. Toen hij stopte met werken (74 jaar oud dus) heeft hij besloten dat er iets aan z'n gewicht moest gebeuren; hij was 15 kilo te zwaar. Stoppen met alcohol, niet meer snoepen, en niet meer tussendoor of na het diner 'savonds nog wat eten en natuurlijk veel bewegen. Precies wat ik als optimale leefstijl propageer maar al jaren niet meer praktiseer (shame on me).
Aangezien ik inmiddels ook weer (veel) te zwaar ben geworden, onderwerp ik me vanaf heden ook weer aan het regime dat ik 8 jaar geleden heb bedacht en me met succes aan heb onderworpen, net als Jan, en hoop dat nog vele jaren vol te houden. Ik voel me nu al actiever, één van de "bijwerkingen" van matig eten in combinatie met veel bewegen. Nu maar weer even stevig aan de wandel en voorlopig een half harinkje en zeker geen 2!
'sAvonds natuurlijk bridgen. We kenden de mede-bridgers helemaal niet; dan voel ik me (tot verbazing van Roos) nooit echt op m'n gemak en speel heel onzeker. Het gevolg was dat we onder de veertig procent haalden en als laatsten van de 10 paren eindigden. Dan schaam ik me altijd een beetje, maar goed niets aan te doen, volgende keer beter. En dat hebben we geweten: de volgende dag waren we tweede, de derde dag ook en de vierde dag waren we zelfs eerste. Ook de einduitslag was ten gunste van ons beiden; ik geloof niet dat iemand het ons misgunde; we hadden een heerlijk toernooi en werden nog enthousiaster over onze hobby. De laatste maanden hebben we ons systeem opgepoetst en hard gestudeerd; het lijkt vrucht af te werpen, vooral als we zeer regelmatig spelen. Ook in Den Helder werden we de laatste avond eerste na een slecht begin op de eerste dag. We zullen doorgaan!

11 juni 2011

Kinderen en de natuur

Deze week zijn de heide gidsen van Staatsbosbeheer op de Strabrechtse heide weer begonnen met de expeditie Salamander. Ik had het genoegen om te mogen gidsen bij de eerste twee expedities afgelopen dinsdag en woensdag. Onze groep gidsen bestaat uit ruim twintig mannen en vrouwen; vorig jaar zijn we van start gegaan en inmiddels hebben we allemaal ruime ervaring. Ik moet als enige van ver komen en natuurlijk is het best spannend om na zo lange tijd weer aan de gang te gaan. Dus wat onrustig geslapen en voordat de wekker afging om half zes opgestaan en met de bus van half zeven richting Heeze. Vertrouwd om weer naar het verzamelpunt op de Plaetse te lopen. En ja daar stond Han al te wachten. De spullen klaar gezet en de kinderen opgevangen op de parkeerplaats.
En ach, dat is altijd het zelfde; een groep enthousiaste kinderen tussen 8 en 9 jaar die zich erg verheugen op de tocht door het bos en vooral het vissen en vlinders vangen. Iedere gids doet de expeditie op zijn of haar eigen manier; zo geef ik altijd veel aandacht aan de insecten, tenslotte een interesse gebied van mij. En ik ben niet zo streng en ga er van uit dat de kinderen een heerlijke dag moeten hebben. En dan zie ik wel hoe het loopt bij de verschillende werelden.
Van de deskundige, Michaël Steeghs hebben we geleerd dat het primair om de beleving gaat. Daarom veel aandacht voor het zien, ruiken, voelen, luisteren. Steeds laat ik de kinderen naar sporen zoeken terwijl we naar het begin van de excursie lopen; ze zien dan natuurlijk sporen van auto's en fietsbanden en verderop ook paardenpoep en soms een hondendrol. Even verderop begint het echte werk in de natuur. Meestal begin ik met een half verrotte boomstam met gaatjes van de insecten en vertel dan wat over houtwespen die hun eitjes leggen. De kinderen beginnen dan naar gelang hun interesse vanzelf vragen te stellen en om zich heen te kijken. Dit jaar zit er een nest van de glanzende houtmier in één van de verrotte stammen; daarvan laat ik dan de kinderen er dan een paar van vangen en dan aan hun vingers ruiken. Deze mieren, de Lasius Fuliginosis (sommigen willen dat echt weten!) verspreiden een karakteristieke geur. Daarover kun je dan ook wat vertellen als ze geïnteresseerd zijn. Het hout, de insectenlarven, de spechten die leven van de larven, de metamorfose, het spoor van de spechten. De tweede dag moest ik de kinderen gewoon meeslepen het bos in zo waren ze geïnteresseerd in mijn verhalen. Aangezien Michaël ons heeft verteld dat we moesten vermijden dat het éénrichtingsverkeer zou worden, moest ik dat gewoon onderbreken. En dan door het bos naar de gagel bij het meertje. Een paar blaadjes tussen de vingers wrijven en laten ruiken. Vragen of iemand een kat of hond heeft en of die misschien vlooien heeft. Mensen hadden vroeger ook vlooien en deden dan gagel in bed tegen de vlooien. Daarom heet het ook  wel vlooienkruid. De kinderen vinden het allemaal prachtig en zien intussen allerlei diertjes, kleurtjes aan de boombast en willen soms ook even in een boom klimmen. Als er genoeg tijd voor is omdat de ouders goed op tijd waren dan kan dat best even. En dan door naar de jeneverbessen en vertellen over de mannetjesbomen en de vrouwtjes bomen en dat ze niet te ver uit elkaar moeten staan omdat er dan geen bessen komen en ze dan verdwijnen omdat er geen nieuwe boompjes komen. En dan de stilte beleving; tevoren vertel ik dat ze iets heel moeilijks gaan doen: een hele minuut stil zijn en naar de stilte luisteren! Natuurlijk staan ze te giechelen; je kunt niet anders verwachten toch? Maar altijd geef ik een compliment en vraag wat ze in die stilte hebben gehoord. Voort naar de kleine wereld, de heide. Altijd weer spannend met sprinkhanen, spinnen, torretjes, mieren en verschillende plantjes. Met het loupe potje aan de gang en griezelen. Mijn stille hoop is altijd dat de kinderen die eerst bang zijn voor de kruipende dieren, aan het eind van de dag zelf een visje of een insect uit het netje durven halen. Maar ja, soms ben ik de enige die dat durft en krijg ik ze niet zo ver. Nou dat was deze week niet het geval. Aan het einde van de oefening was er niemand die zijn of haar visjes niet durfde pakken. Het was weer een hele belevenis en niet alleen voor de kinderen!

10 juni 2011

Het ultieme recept voor bruin brood

Mijn dagelijkse Blog wordt regelmatig geïllustreerd met filmpjes die ik op Youtube heb geplaatst. Ook die worden vaak bekeken. Ik zie dat er erg regelmatig wordt gekeken naar het filmpje over het kneden van brood. Daarom hier mijn uiteindelijk optimaal, tegenwoordig zou men zeggen "het ultieme recept" voor (bruin) brood. Hiernaar verwijs ik in het Youtube filmpje.

Neem 500 gram volkorenmeel en doe dat in een ruime bak. Meng daar droog doorheen: 1 zakje gedroogde gist (van Dr Oetker) en twee koffielepels zout. Goed mengen. Voeg 500 ml lauwe melk (of biest) toe en meng goed met een spatel. Zet het mengsel nu te rijzen op kamer temperatuur gedurende twee uur en roer met de spatel af en toe even door. Afdekken met een schone theedoek.
Weeg vervolgens 350 gram witte tarwebloem af en meng door het mengsel met de spatel en vervolgens heel goed kneden met twee handen op het schone aanrecht. Voeg eventueel nog wat bloem toe totdat het deeg van de handen los laat. Kneed nog zeker tien minuten lekker door en doe de deegbal terug in de bak. Laat het opnieuw enige tijd flink rijzen ged. 2 uur. Opnieuw op het schone aanrecht kneden gedurende minimaal tien minuten. Hoe intensiever je kneedt, hoe beter het brood!
Vet een broodvorm heel dun in met (zonnebloem)olie. Rol het deeg uit tot een rol. Eventueel met een deegroller tot een plak uitrollen en dan oprollen (wordt het resultaat erg mooi, maar ik heb geen deegroller). Laat het nu een uur rijzen bij kamertemperatuur. Eventueel iets langer, maar houd het goed in de gaten want het rijzen kan nu heel snel gaan!
Zet de oven zo'n half uur tevoren op 180 graden aan. Doe het gerezen deeg in de vorm in de oven en bak af bij 180 graden gedurende 50 minuten. Doe het brood na het bakken direct uit de vorm op een rekje om uit te dampen en af te koelen. Geniet er van. En laat me weten wat je er van vindt.

09 juni 2011

Dat geweldige Nieuws!!

Wanneer ik mensen vertel dat ik geen krant lees en evenmin TV kijk dan vragen ze mij hoe ik dan aan "het Nieuws" kom. En dat is het hem juist. De tendentieuze berichtgeving van "het nieuws" was mijn belangrijkste reden om de krant vaarwel te zeggen. Allereerst had ik meerdere malen gemerkt dat de weergave van het nieuws steeds anders was dan de werkelijkheid. Dat was dan bij gebeurtenissen waar je zelf aan deelachtig was geweest. Dat deed mij dan wel op de kop krabben. Het primaire doel van Nieuws is kennelijk niet de juiste weergave van de gebeurtenissen maar veeleer sensatie met als nevendoel de oplage van de nieuwsdrager, c.q. de krant (of de TV zendgemachtigde), te "verkopen". Nou, daar zit ik niet op te wachten; dat is geen nieuws, dat is sensatie en daar heb ik geen boodschap aan.
De vreemde gevolgen zie je nu aan de EHEC geschiedenis in Duitsland. Afgelopen weekend waren Roos en ik in Hamburg, op bezoek bij een oude vriendin van me; jaren niet gezien en toevallig nu gedurende de EHEC geschiedenis waren we daar. Gekscherend had ik haar gevraagd of ik misschien tomaten en komkommer mee moest nemen uit Holland. Quatsch! antwoordde ze mij al. In Hamburg merkten we helemaal niets van paniek of gesprek van de dag; geen mondkapjes, lekker volle terrasjes en een gezellig zomersfeertje. Ook zwommen er gewoon lieden in de Elbe; dat zou ik voorzichtigheidshalve zelf zeker niet gedaan hebben, maar goed. Inderdaad, in het restaurant geen tomaten of komkommer in de steeds geserveerde salades, maar de volgende ochtend bij het ontbijt bij een gezellig bakkertje wel een soort taugé, de zgn. veroorzaker van EHEC een paar dagen later.
Het deed mij veel plezier dat er in D'land geen sprake was van paniek, ondanks de versnipperde berichtgeving. Maar hupsakee, geen verkoop meer van tomaten of komkommers, de Spaanse boeren in de ban; Rusland gooide direct haar grenzen dicht om wat voor reden dan ook (maar vast niet vanwege de EHEC) en in NL ging de paniekpers aan de gang. Het gevolg daarvan was dat een bridgeafspraak van ons niet doorging omdat één van onze tegenstanders bang was dat wij haar zouden kunnen besmetten. De pers slaagt er dus in om paniek te zaaien, waarvan acte.
Een leuk citaat dat ik deze week las was afkomstig van een journalist. Hij/zij vond natuurrampen maar niks, omdat je er niemand de schuld van kunt geven. Nou van veel gelazer in onze maatschappij, waaronder de moeilijke bestuurbaarheid van onze maatschappij geef ik de journalistiek de schuld. Laten zij zich eens beperken tot een correcte berichtgeving en niet iedere tegenstelling uitvergroten of paniek te zaaien.

08 juni 2011

De dokter en het lichte meisje

Mijn goede vriend Peter C drong er op aan dat ik boek van Simon Vestdijk eens moest lezen; vooral de eerste 100 pagina's deden hem aan de opdringerige, intimiderende acties van de voormalig president van het IMF, de heer DSK denken. Bij Vestdijk gaat het om de ongeoorloofde acties van een jonge, waarnemend huisarts in de jaren vijftig. Dat boek had ik destijds op de middelbare school op mijn boekenplank staan, maar nooit gelezen (foei). Destijds was ik zo stom om mij in te schrijven bij het ECI, een boekenclub die voordelig boeken aanbood, maar wel met een verplichte afname (die ik natuurlijk vaak vergat en dus zit ik nog steeds met de hele serie van Heijermans die ik nooit heb gelezen). Ik denk dan ook dat "de dokter" vanwege ECI en anders vanwege de titel op mijn rijtje stond. Peter gaf er ooit een boekpresentatie over in de klas waarover hij zich nu ook in verbazing uitlaat; het is helemaal geen boek voor jong volwassenen. Het is een meesterwerk waarin alle aspecten van liefde in de volle breedte tot uiting komen. Intussen ben ik ook bezig met "de koperen tuin" van Vestdijk. Dat vond Vestdijk, aldus een artikel in VN zelf zijn beste boek. Ik ben onder de indruk van deze schrijver die (als enige, of met onze Harry?) ooit werd genomineerd voor de Nobelprijs literatuur.

07 juni 2011

Weefselkweek

Begin jaren zeventig bevond ik mij in de bijzondere gelegenheid om mij een vakgebied eigen te maken dat mij voorheen volstrekt onbekend was: Virologie. Mijn hooggeleerde chef, van Tongeren gaf mij een vage opdracht om een methodiek te bedenken en te ontwikkelen om snel Herpes Simples Virus aan te tonen en tevens te typeren. Ik had geen enkele ervaring met virussen, maar mijn twee analistes gelukkig wel. En dan had je natuurlijk de bibliotheek met boeken en tijdschriften. Een buitengewoon interessant veld rolde zich voor mijn leergierige ogen uit.
Marijke deed de weefselkweek; zij onderhield cellijnen (ik herinner mij HeLa cellen en BHK cellen, maar vergeef mij als ik mij vergis). Dit waren oude lijnen, ooit ergens geïsoleerd en voor de eeuwigheid in leven te houden door zorgvuldig onderhoud. Marijke deed daar patiëntenmateriaal van "de prof" op en keek dan of er een Cyto Pathogeen Effect optrad (CPE). Mocht dat het geval zijn dan bevestigde het veelal de bevinding van de hooggeleerde die de diagnostiek altijd zo graag deed met muizen en bebroede kippeëieren zoals ik eerder beschreef.
De weefselkweek vond ik esthetisch al heel bijzonder; de patronen waarmee de cellen zich naast elkaar en op de ondergrond van glas hechtten en uitgroeiden tot een mono-layer (cellaag van één cel dik) zag er onder het microscoop prachtig uit.
We maakten later ook primaire weefselkweek, uitgaande van kippe-embryo's of van muize-embryo's; die zagen er, zo mogelijk esthetisch gesproken nog veel fraaier uit.
Ik heb alvorens ik deze Blog schreef nog gekeken of ik misschien ergens oude dia's had met plaatjes van weefselkweek, maar dat is helaas niet het geval. U moet het doen met mijn herinneringen of misschien met links die ik kan vinden op Internet.

Wormen uit de diepste aardlagen

Al een paar keer las ik over een vondst van wat "hogere" organismen in diepe aardlagen. Onder zee waren al hele eco-systemen ontdekt rond diepzee geisers, de zogenaamde "black smokers": plekken waar onderaardse spuiters een mengsel van oververhit water, met allerlei daarin opgeloste mineralen in het koelere oceaan water spuiten. Daarin leven dan bacteriën die zonder zuurstof en zonder licht leven van de chemische energie die biologisch uit de opgeloste mineralen vrij te maken is. Chemo-autotrofe processen heet dat met een fraaie Latijnse uitdrukking. En die bacteriën zijn weer voedsel voor o.a. een soort wormen die leeft onder hoge druk en temperatuur bij deze black smokers. Maar nu zijn er ook diep onder de aarde "hogere" diersoorten ontdekt; wormen die zonder zuurstof bij 50 graden, diep onder de aarde leven. Hun voedsel bestaat uit bacteriën die eveneens op grote diepte en zonder zuurstof leven.
Mij verbaast het niet zo; al vele jaren geleden heb ik stilgestaan bij de processen die volgens mij de basis vormen van het ontstaan van leven en het ontstaan van de eerste organismen: autokatalytische kringprocessen. Deze processen ontstonden vanzelf, doken op, toen het hoogenergetisch sterrenstof, per slot van rekening niet meer dan een complex chemisch mengsel, ging afkoelen. Daarbij zijn, aldus de theorie van Stuart Kaufmann, zonder enige twijfel autokatalytische kringprocessen opgedoken, die zich bij verder koelen hebben ontwikkeld, zijn samen gegaan, zich van anorganisch naar organisch hebben ontwikkeld, van hydrofoob naar hydrofiel en uiteindelijk naar biologisch. Dat alles in het totaal van de afkoelende kluit sterrenstof die wij planeet zijn gaan noemen. Aan het oppervlak kwam daarbij een proces op gang waarbij in de ontwikkeling naast de afkoelingsenergie ook de zonneënergie werd aangewend. Daarbij ontstond zuurstof, aanvankelijk een giftige afvalstof, maar uiteindelijk de basis van veel aan het aardoppervlak levende organismen zoals wij mensen.
Edoch, de onderaardse processen zijn primair en naar mijn verwachting ook overal aanwezig waar complexe hoog-energetische chemie (plasma chemie) heeft plaats kunnen vinden; een merkwaardig soort chemie waarin de reactie juist wordt veroorzaakt door afkoeling en niet door verhitting?!

06 juni 2011

Eindelijk een buitje

Vandaag maandag 6 juni voor het eerst sinds maanden een stevige bui. De merels zijn blij en laten dat luid weten. M'n aardbeiplantjes staan van plezier te glimmen over zoveel water op hun blaadjes en de rucola schit nog eens extra uit. En dan in het bos; eigenlijk stelt het niet zo veel voor want het bovenste laagje van het zand is misschien nat maar direct daaronder is het nog heel droog allemaal. Voor mij uit zie ik piepkleine kikkers springen. Doet mij denken aan een keer op de Hoge Venen dat er zo veel kikkertjes sprongen bij iedere voetstap dat het wel op een springende witte schaduw leek als ze met z'n alle voor je voet vluchtten. De eerste zette ik nog terug in de sloot; de volgende heb ik lekker hun gang laten gaan. Zullen wel voor het grootste deel worden opgegeten vrees ik. Maar zo gaat dat in de natuur.

05 juni 2011

De joune

Zojuist boodschappen gedaan op de markt, natuurlijk op de fiets. Op de terugweg reed een jonge moeder mij tegemoet met een kindje voorop. Nog net hoorde ik het kind tegen haar moeder zeggen: "de joune". Dat zeiden destijds mijn kinderen ook als zij "de jouwe" bedoelden. Ik had er vier en die praatten wat af in hun kindertijd en het woordje "de joune" viel daarbij heel frequent. Dat moet een zelf bedacht woord zijn geweest en eigenlijk wel logisch omdat we ook "de mijne" zeggen.
Die eigen kindertaal heb ik altijd zo aardig gevonden; met mijn vrouw had ik afgesproken dat we dat nooit zouden corrigeren:"komt vanzelf wel goed". Alleen stijlfouten en taalfouten corrigeerden we zoals de als/dan en de hun/zij varianten die in onze taal bestaan; dat moet je gewoon correct doen net als tafelmanieren. Mijn jongste dochter, inmiddels zelf moeder, kon de kn klank niet uitspreken en zei dus klikkertje in plaats van knikkertje. Op enig moment merkte ik dat ze dat niet meer deed; weer een tijdperk afgesloten dacht ik nog. Alleen het woord "joune" is heel lang blijven bestaan.
De oudste zoon van Roos, Douwe maakte zelf eigen woorden; de mooiste vind ik de "Isgra", uit te spreken iesgra, een deur in bijvoorbeeld een koelkast waarbij een lichtje gaat branden als de deur open gaat en dat uitgaat als de deur wordt gesloten. Dat kan dus ook in een zolderluik zijn o.i.d.
Een woord dat ik zelf nog steeds gebruik, afkomstig van mijn oudste dochter Joke, is palatu. Dat staat natuurlijk voor paraplu. Ik vind dat zo'n leuk woordje!

04 juni 2011

Zout

Zoutwinning in Boekelo
Wie dacht dat zout gewoon zout was komt bedrogen uit. Zelfs zout, voor mij als chemicus gewoon Natrium Chloride, NaCl komt "uit de kast" en blijkt een voedingsmiddel te zijn met verschillende aspecten.
Afgelopen weekend reed ik met de trein door Twente, langs plaatsen als Almelo en Hengelo en moest ik denken aan een oud schoolplaatje in een leerboek over Boekelo, de plaats waar vroeger het vaderlandse zout voor consumptie en voor gebruik als strooimiddel bij winterse gladheid uit de grond werd gehaald. Ooit in oeroude tijden afgezet op de bodem van een zee en ingedroogd door actie van zon en wind, voorzag het bij ons in de naoorlogse behoefte. Uit gezondheidsoverwegingen, ter voorkoming van jodium tekort in de voeding, werd aan het consumptiezout verplicht Natrium Jodide als bron voor Jodium toegevoegd; JoZo zout. Ik gebruik het nog steeds bij de bereiding van brood en bij het koken van aardappels, op een gekookt eitje en door de sla. Maar dat moet kennelijk toch anders: zout is ontdekt als belangrijk voedingsmiddel dat je niet van ver genoeg kunt halen; Australië, Bali, Nieuw Zeeland worden genoemd als producenten van heel bijzonder zout. Het moet toch niet gekker worden zie: http://www.salsamentum.nl/ .
Ik houd het voorlopig maar bij het vertrouwde JoZo zout met toegevoegd jodide, smaakt me zout genoeg.

02 juni 2011

Lolita van Nabokov

Overigens lees ik nu Lolita van Nabokov, werkelijk een literair meesterwerk; ik las het decennia geleden. Het heeft een wat omstreden inhoud; af en toe denk ik er ook het mijne van als uitgesproken tegenstander van pedofilie in welke vorm dan ook. Zoals hij de perverse gedachten van de hoofdpersoon weergeeft is literair weergaloos. Ik kan me wel voorstellen dat het boek vroeger was verboden; in deze tijd zou dat volstrekt ondenkbaar zijn als je ziet wat er voor smeerlapperij vrij wordt gepubliceerd, maar vroeger lag dat heel anders (zoals Lady Chatterlies lover, eveneens een literaire schoonheid, werd vroeger als pornografie beschouwd en kon je slechts in obscure winkeltjes op de Zeedijk kopen). Rudy Kousbroek doet via de achterflap kond van zijn collegiale waardering voor Nabokov: "Beschreven in het schitterendste proza van onze eeuw, met meer vondsten per bladzijde dan van veel andere schrijvers in hun verzameld werk, en dat toch nooit verveelt". Hij heeft gelijk! Ik zal Nabokov, voor zover vertaald eens verder ter hand gaan nemen. 
Hij heeft weinig waardering voor de taal die hij heeft gehanteerd voor het schrijven van "Lolita", namelijk het Amerikaans. In zijn verantwoording schrijft hij: Mijn persoonlijke tragedie, die niemands zorg kan en zelfs mag zijn, is dat ik mijn natuurlijke idioom, mijn onbeperkte, rijke, en oneindig meegaande Russische taal heb moeten inruilen voor een tweederangs soort Engels, gespeend van  al die hulpmidddelen etc. Tja, Amerikaans is natuurlijk een fusion taal, gebaseerd op Engels en gezien het geringe aantal woorden voor ons Hollanders daarom eenvoudig te leren. Overigens heb ik de grootste bewondering voor de vertaler (Rien Verhoef) die de kracht van Nabokov vanuit een dergelijk beperkt idioom zo nadrukkelijk heeft weten vorm te geven. Want ook onze taal kent een natuurlijk idioom, gebaseerd op een duizenden jaren oude continue ontwikkeling.

01 juni 2011

Het verdronken land van Saeftinghe

Roos en ik splitsten ons; terwijl ik met Henk Hunneman richting Braakman ging, reed zij met anderen naar het verdronken land van Saeftinghe. Hier haar verslag.

Droogvallende kreken in de zeeklei

Het verdronken land van Saeftinghe ligt verlaten van mensen in de oksel van Zeeuws Vlaanderen. In de verte grazen witte koeien, een paar eenden snateren en een kievit buitelt door de lucht. Wie het mag bezoeken, moet het land eerst nog veroveren. Want bij eb - het getijde waarbij bezoek mogelijk is - liggen de kreken bijna droog. Dikke modder en klei lopen taps naar het midden waar het laatste stroompje richting de Westerschelde vloeit. Vlak bij het grote water stort er zich een massa water bulderend en kolkend naar zeewaarts, een bruggetje zonder leuning lijkt ineens maar een penibele overgang. 


De vangst in ogenschouw nemend


De entomologengroep werkten zich in hun zomerweekend met vereende kracht door de blubber. De laarzen trokken met een soppend geluid moeizaam naar de volgende stap en o wee wie zijn evenwicht verloor: die zat van onder tot boven in de drek. Was het eenmaal gelukt, dan wachtte daar de beloning in de vorm van allerlei bijzondere plantjes waar een verscheidenheid aan insecten te zien valt. Deze tocht was het nogal koud en winderig, niet de ideale omstandigheid om insecten te vinden maar er werden er toch wel gescoord. 

Schuilende hommel

Met vlindernetten zwaaiden een paar deelnemers door de wuivende struiken en daarin bleven gelukkig genoeg insecten over om later op de avond te determineren. In een soort vijvertje was activiteit van bacteriën te onderscheiden, een regenboogkleurig laagje op het water dat in de zakkende zon mooi opgloeide. 

Ten onrechte vaak als olie gezien is dit een product
van gezonde bacteriegroei

Het was zaak om vooral in zuidelijke richting te kijken, want keek je noord, dan zag je een skyline van fabriekspijpen en ook ploegden er enkele enorme schepen door het gras. Gezichtsbegoocheling natuurlijk, ze lagen laag op het onzichtbare water, het leek zo wel een verdwaalde pampa, een vergrast binnenmeer. Maar de entomologen hadden alleen oog voor de hommels, de kevers, de rupsen en de mieren. En zo hoort het ook.