Zo gingen jaren voorbij, waarbij ik grofweg eens per maand langskwam en periodes dat het mij niet uitkwam ook gewoon niet. Het betekende weinig voor me, ik deed het voor anderen, voor echtparen met fertiliteitsproblemen, ik liep er niet mee te koop, maar deed er evenmin geheimzinnig over. Op zeker moment, het werd steeds drukker op die afdeling, had ik er geen zin meer in maar bleek het ook genoeg te zijn; ik had genoeg afgestaan kreeg ik te horen tot mijn opluchting.
Het hele "gedoe" verdween min of meer naar de achtergrond, totdat ik een artikeltje in de krant las over een spermadonor die "zijn kinderen" wilde kennen. Daar was ik zo verontwaardigd over dat ik een ingezonden brief deed publiceren in die zelfde krant. De teneur van de brief was dat je als donor niets te maken had met die KID nakomelingen. De praktijk bleek tot mijn grote verbazing heel wat complexer. Die babietjes waren inmiddels adolescent en volwassen geworden en roerden zich. Organiseerden zich, via DNA technologie kon verwantschap gevonden worden, die wens tot "elkaar te kennen" bleek bij veel van hen te leven.
Ik aarzelde niet en heb mij via FIOM ook als vindbaar opgesteld. Na jaren de eerste kennismakingen voor mij.
Hier houdt mijn persoonlijk verhaal wel zo'n beetje op. Was heel leuk kan ik u verzekeren lezer.
Intussen was ik opgenomen in een initiatief van een achttal donoren, een soort genootschap onder de werknaam PRIAMOS.
Door de DNA techniek kwam er helaas een aantal onverkwikkelijkheden in de openbaarheid, daarbij werden posities ingenomen, ik ga dat allemaal niet uit de doeken doen maar het eind van het liedje is dat ik mij genoodzaakt voelde om mij terug te trekken uit PRIAMOS. Daarover voerde ik vandaag twee intensieve gesprekken met medeleden waaronder de voorzitter. Mijn eeuwige "anders denken", in dit geval mijns inziens gevoed door mijn conservatisme vormt hiervoor de basis. Met enige zielenpijl trek ik mij na alle plezier en tumult terug, hoort ook bij het ouder worden. Het zij zo.