09 november 2012

Galaroza, het venetië van Andalucia

Roos met burgervader Antonio bij
cafe Encarna in Galaroza
Ooit begonnen we onze verkenningen van het Parco de Aracena in Galaroza in hotel Venecia, inmiddels tot een ruïne vervallen. Nu zijn we er kind aan huis; we kennen de burgemeester Antonio, tevens de baas van hotel Toribio, ooit door zijn grootvader gesticht. De broer van Antonio, Jose Luis is professioneel bassist en heeft in A'dam opgetreden en ons bezocht in NL. Kind aan huis dus. We werden vorige week dan ook hartelijk ontvangen en toevallig was ook onze bassist aanwezig! Helaas was vader Antonio onlangs overleden; natuurlijk kenden we ook hem.
Twee jaar geleden was ik met Joke hier in Galaroza tijdens de Jarritos, een ontzettend grappig locaal waterfeest. Als gezegd is Galaroza bijzonder rijk aan water; op verschillende plekken zijn "Fuentes", bronnen. Op het centrale plein van Galroza staat een beeld van twee jongetjes die een meisje plagen en nat spuiten m.b.v. een jarrito, een waterkruik. Ze blazen op de bovenkant zodat aan de tuut een straal water ontsnapt die het meisje nat maakt.
Joke bij de Fuente van Galaroza
Nou in de praktijk van het feest gaat het anders hoor. Met grote emmers gooit men elkaar nat. Ik heb dat nu twee of drie keer meegemaakt en lachte me helemaal rot. Staan twee ouwe kerels (waarvan ik er eentje was natuurlijk) elkaar een emmer water over de kop te gooien. Op een zeker moment vroeg de burgemeester Antonio of ik het goed vond dat Joke door een stel kerels in de trog van de bron ondergedompeld zou worden. Ik begreep het Spaans natuurlijk niet. Nou, na twee keer vragen nam hij aan dat het wel snor zat. En daar ging mijn dochter te water. Ik zag dat dat toch wel als een eer beschouwd werd voor een meisje als ze die aandacht kreeg. Vond ik leuk.
Ik zat moe op de stoep toen er een TV-ploeg langs kwam met de burgervader. Die zag mij zitten en ik kreeg het woord. Er is een filmpje van op Youtube. Vanaf 0.56 sec. verschijn ik in beeld. Om je rot te lachen. In mijn beste Spaans, terwijl er iemand achter me stond die uit een grote emmer water over m'n kop gooide probeerde ik iets te zeggen. Ik stikte van het lachen en zit nu bij het schrijven van dit Bloggie nog na te hikken.
Het water loopt dan als een kunstmatige stroom over het plein naar beneden en voelt door de warmte van de grond gewoon warm aan. Heerlijk vermaak.

08 november 2012

Naar olie boren in de Bilt

Nieuwe putten boren voor de waterwinning
Voor de grap vroeg ik van de week aan deze technici of ze al olie hadden aangeboord. Onzin natuurlijk, want hier op de Utrechtse Heuvelrug gaat het natuurlijk om water; het Utrechtse leidingwater, in ieder geval vroeger het beste leidingwater van NL. De laatste jaren worden er  rond het waterwinbedrijf hier in de buurt steeds meer putten geslagen. Dit draagt natuurlijk fors bij aan de verdroging van de omgeving.
Overigens zie je daar toch niet zo gek veel van, hoewel er wel opmerkelijk veel beuken het loodje leggen de laatste jaren. Daar sta ik dan als natuurliefhebber wat ambivalent tegenover want zo'n dooie beukenstam is weer een paradijs voor insecten, die weer worden verorberd door spechten en andere vogels.
Tegenwoordig wordt het dode hout niet opgeruimd; zelfs die grote aangetaste beuken laat men staan totdat ze een gevaar vormen voor de passant. En dan nog worden veelal slechts de grote takken, die valgevaar vormen afgezaagd.
Peilinstrument voor het grondwater
Dat het grondwaterpeil nu al verrekte laag is zie je aan het publieke peilinstrument, even verderop van de boorplek.
Ik geloof dat het grondwater inmiddels al meer dan twee meter onder het natuurlijke peil staat. Als partiële compensatie wordt een deel van het grondwater terug gegeven aan de natuur in een paar sloten; soms komt er als een soort kunstmatige kwel water in een paar sloten. Die staan echter in no-time weer droog als de watertoevoer stopt. En zelfs bij de natste perioden staat er geen water in de oude sloten in het bos. Erg? Ik weet het niet. Het is nog steeds een prachtig bos; ik vermoed dat de staande bomen zich hebben aangepast en langere pensortels hebben gevormd om toch bij het grondwater te kunnen komen. En het gras en kruiden leven kennelijk van het regenwater, het oppervlaktewater dat zeker deze zomer zeer ruim beschikbaar was. De natuur blijkt toch altijd weer over een forse spankracht te beschikken. Gelukkig maar. Ik neem er een glaasje water op. Proost!

07 november 2012

Tonio en Bach

Het is één van de afschuwelijkste dingen die een mens kan gebeuren: het verliezen van een kind. Het verdriet moet grenzeloos zijn, zeker in deze tijd waarin het zeer ongewoon is dat kinderen jong sterven. Het is twee van Nederlands bekende schrijvers overkomen: Anna Enquist en vorig jaar ook A.F.Th. van der Heyden, Adri voor intimi. Beiden hebben hun verdriet vastgelegd in een geschrift, een boek dat publiekelijk werd uitgegeven. Anna Enquist die naast schrijfster vooral ook pianiste is deed het aan de hand van de Goldberg Variationen van Johann Sebastian Bach; ook Bach heeft het verdriet van het verlies van een kind gekend, en niet van 1 maar van meerdere kinderen. Sereen en ingetogen vond ik haar boek; haar verdriet condenseerde ze m.b.v. de Goldberg variationen van Bach. Van de weeromstuit ben ik de Goldberg Variationen toen zelf ook weer gaan spelen voor zover in m'n vermogen want ze zijn erg lastig voor amateurs.
Daarentegen, het boek Tonio dat vdH schreef na het tragisch verlies van zijn zoon bij een aanrijding midden in de nacht, getuigt op exuberante wijze van een hartstochtelijk verdriet. Het gaat je door merg en been dit boek. Tot drie keer toe voelde ik de tranen in m'n ogen; een uiting van verdriet die ik als volwassen man toch nog maar heel zelden meemaak, laat staan drie keer vrij kort op elkaar. Ik kon ook niet stoppen met lezen; middenin de nacht heb ik op Youtube de muziek opgezocht die vdH beschreef, het Hobo concert van Bach, muziek waarop hij baby Tonio had gewiegd. Associatief kwam ik ook bij Karl Richter achter het orgel met de Toccata en Fuga van Bach zodanig uitgebeeld dat het wel leek of Bach zelf zat te spelen, hetgeen mij ook weer deed associëren met het boek van Anna Enquist.
Maar na de diepe emotie; wanneer de twee ouders hun geliefde kind in het ziekenhuis, nog wel (kunstmatig) ademend maar feitelijk levenloos moeten achterlaten; wanneer de ouders in de stilte van hun huis zijn en de moeder haar hoofd huilend en troost zoekend in de schoot van de vader legt; wanneer de begrafenis plaatsvindt; ik hield het niet droog.
Maar veel verder kwam ik niet in het boek. A.F.Th. had slechts 1 kind en dat is vreselijk genoeg overleden; hij idealiseert vervolgens de persoon zoals alleen een vader dat kan doen en dat gaat uiteindelijk stierlijk vervelen. Althans ik was het halverwege het boek helemaal zat. Achteraf denk ik dat het helemaal niet gepubliceerd had moeten worden. Een dergelijk verdriet schrijf je hooguit voor jezelf van je af om jaren later opnieuw te lezen.
Overigens vond ik het boek qua stijl en vooral in het gebruik van het Nederlands meer dan voortreffelijk. Ik ga meer van hem lezen.

06 november 2012

Het negende schrift van Maya

Argeloos begon ik aan dit boek, van de pen van Isabel Allende, in de verwachting dat het weer de zelfde sprookjesachtige geestigheid zou uitstralen die ik toch wel van haar en vooral van haar voorbeeld Garcia Marquez gewend was. Niets van dit alles; een bijzonder leesbaar boek dat ik in het vliegtuig naar Spanje en terug naar huis heb zitten lezen; fascinerend, spannend maar vooral wreed. Belangrijke items in de verhaallijn zijn drugsverslaving, corruptie en marteling; samenlevingsondermijnende activiteiten, ingegeven door rücksichtlose schurken. Veel geestigheid of sprookjesachtigheid viel niet te ontdekken in dit vooral heel spannende boek; dus eigenlijk helemaal geen boek naar mijn goesting; ik houd helemaal niet van flauwekul spannende boeken, maar dit leek toch wel uit het (onderwereld)leven geschreven te zijn.
Waar ik echt van gruwelde waren de stukken over het martelen; een rare associatie drong zich daarbij aan mij op namelijk dat sommige medische therapiën veel weg hebben van martelen; handelen waarin het uiterste van wat een mens kan verdragen wordt uitgeprobeerd.
 Ik voel enige aarzeling of ik wel een positief leesadvies wil geven over dit vooral wrede boek. Als ik het vergelijk met haar eerste boek, "Het huis met de geesten", waarmee ik overigens ook het Spaans beter onder de knie heb gekregen door tevens een Spaanse versie aan te schaffen, dan valt de vergelijking toch vooral positief uit naar dit eerste boek. Die ragfijne Zuid-Amerikaanse themabehandeling spreekt mij althans veel meer aan. Overigens vind ik Garcia Marquez daarin nog veel meesterlijker dan Allende. Zijn "Honderd jaar eenzaamheid" is toch wel de absolute topper in dit genre.

05 november 2012

Sporenelementen en vogelpoep

1 à 2 haringen in de week voor de broodnodige
sporenelementen
Doordat Roos vroeg over guano heb ik daar nog eens verder over nagedacht; m'n 11Science Weblog heeft niet voor niets als ondertitel: "overpeinzingen".
Mijn militaire diensttijd heb ik door kunnen brengen als détaché bij het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst, het CLB, tegenwoordig Sanguin. Daar heb ik kennis gemaakt met Emar V; hij was eveneens gedétacheerd als dienstplichtig militair maar stond op het punt om te vertrekken bij het CLB. We konden het goed samen vinden en al met al heeft deze Emar een grote invloed gehad op mijn verdere interesses en carriëre. Zo was hij een D66er van het eerste uur (we praten over 1974 toen ik in dienst zat). Vooral door hem ben ik altijd in D66, toen nog D'66 geïnteresseerd geweest en zelfs vele jaren actief lid. Hij werd na zijn diensttijd directeur van het Huisartsenlab in Utrecht en heeft mij op zeker moment gevraagd of ik Hoofd Lab. wilde worden aldaar. Op die manier ben ik in de Huisartsen Laboratorium Diagnostiek terecht gekomen; niet het onbelangrijkste onderdeel van mijn loopbaan, integendeel, daar heb ik het niet-wetenschappelijk deel van mijn loopbaan in gesleten.
Het derde punt was de interesse die Emar had in sporenelementen; een onderwerp waar ik mij nooit mee had bezig gehouden maar dat ik door zijn toedoen uitvoeriger ben gaan bestuderen. Het grote belang van sporenelementen in de voeding voor de gezondheid werd mij duidelijk. Voor mijzelf had dit tot gevolg dat ik vanaf die tijd zo'n beetje dagelijks Dagravit 30 Totaal, 2 tabletten heb geslikt teneinde voldoende zink, selenium en andere essentialia binnen te krijgen. Die sporenelementen zitten niet voldoende meer in de grond (aldus de literatuur van die tijd) waarop onze voedingsplanten groeien. Kunstmest bevat nauwelijks of geen sporenelementen.
En wat heeft dat nou te maken met guano? Welnu, als gezegd is guano grof gezegd ingedroogde stront van zeevogels. En wat eten zeevogels, ja, vis. Dus de guano bestaat qua basis uit de bestanddelen van zeevis, met nadruk vis uit zee, boordevol met alle elementen dus ook zeker de voor het leven essentiële sporenelementen (Jodium, Cobalt, Molybdeen, Koper, Selenium, Zink). Daarin zit naast veel gebonden stikstof en fosfaat natuurlijk ook al die sporenelementen, afkomstig van de vis die de vogels hebben gegeten. In zee zijn alle sporenelementen ruim voorhanden; de plankton zal dat naar behoefte opnemen; plankton wordt opgegeten door de vissen; en de vissen door de vogels kort gezegd. Zo komen de sporenelementen uiteindelijk in de stront en dus in de guano terecht.
Daarom is guano zo'n uitstekende bemesting voor intensief gebruikte landbouwgebieden; naar ik vermoed beter dan de kunstmest die chemisch wordt bereid door stikstof te binden in het Haber-Bosch proces. Naar ik vrees is het tekort aan sporenelementen in onze voeding veroorzaakt doordat bemesting plaatsvindt met kunstmest. Overigens weet ik niet of de sporen elementen niet worden toegevoegd aan de kunstmest; dat is natuurlijk een extra kostenpost en de planten doen het kennelijk ook wel zonder. Voorlopig houd ik het maar op de Dagravit Totaal en één tot twee keer per week harinkie voor de broodnodige zink (en omdat het zo lekker is).

04 november 2012

Machiavelli heeft vooral goed nagedacht.

Foto van beeltenis van Machiavelli. Gemaakt in
een museum te Florence

In 2003 begon ik mijn algemene ontwikkeling bij te schaven door "de klassieken" te gaan lezen. Daarbij begon ik met de "Discorsi" van Nicolo Machiavelli, omdat "De vorst", van zijn hand op dat moment niet beschikbaar was in de bieb. Omtrent Machiavelli kende ik toendertijd slechts de cliché's die nog steeds gangbaar zijn als uitermate goed becommentarieerd in een artikel in de Trouw van de hand van Wilfred van de Poll d.d. 30 oktober j.l.
In die cliché's wordt hij vooral afgeschilderd als een rücksichtlose machtspoliticus. En dat was hij volgens mij helemaal niet. In de inleiding van de Discorsi wordt een brief aangehaald die M. schreef. Hij was (straat)arm door politieke verandering waarbij hij zijn baan verloor. Overdag zat hij wat te drinken en te praten met de mensen uit de plaats waar hij woonde. Maar 'savonds trok hij zijn toga aan en verdiepte zich in de boeken van de Klassieken, waaronder met name Titus Livius, de grote Romeinse historicus die schrijft over de periode van De Republiek, een bijzonder succesvolle periode van het Romeinse rijk.
Die brief is geheel in lijn met Seneca's "de lengte van het leven": laat je vooral in met hetgeen geweest is en uiteindelijk heeft gebleken goed te werken. Dat zie je in de "Discorsi", het boek waarin Machiavelli analyseert waarom een bepaalde strategie van de Romeinen, als beschreven in de eerste decade van Livius' "Ab urbe condita", de geschiedenis van de stad Rome, goed heeft uitgewerkt.
Bij mijn eerste bezoek aan Florence heb ik het in hout gebeiteld portret mogen aanschouwen waarop Machiavelli is afgebeeld. Geen groot beeldhouwer; het perspectief deugt niet waardoor de schouders naar verhouding veel te breed zijn en het net lijkt of Nicolo maar een klein koppie heeft. Kennelijk is dit het enige portret van deze politicus; het gaat mij te ver om hem als filosoof te zien; ik geloof niet dat hij zich zelf die rol ooit heeft aangemeten. Hij analyseerde de beslissingen die goed hadden uitgewerkt in de oudheid en hoe die in de dagelijkse praktijk van zijn eigen tijd konden worden toegepast. In 2003 toen ik het boek las, deed ik zelf projectmanagement en heb ook profijt gehad van het boek Discorsi en dat was absoluut geen kwestie van machtspolitiek.
Destijds heb de Discorsi zelf aangeschaft en zeer grondig gelezen. Mijn vader wilde het ook lezen; het zou zijn laatste boek worden; hij heeft het niet tot het einde uit kunnen lezen. Toen hij was gestorven heb ik de bladzijde omkringeld tot waar hij was gebleven. Nu ik dit Bloggie aan het schrijven ben heb ik het boek gezocht tussen m'n boeken, maar kan het niet vinden. Dan baal ik toch wel heel erg van m'n vergeetachtigheid en slordigheid! Vast aan iemand uitgeleend, maar ik weet niet meer aan wie; of het ligt ergens en kom ik het nog wel eens ergens tegen. Dat hoop ik dan maar.

PS En laat Roos er nu gisteren 1 december 2012 mee aan komen zetten. Het lag gelukkig bij haar in de boekenkast. Ik ga het weer lezen.

03 november 2012

Van Cortegana naar Galaroza


Een fraai ogende reclame uit antieke tijden
In Cortegana ga je achter de kerk naar een straat met de naam "Sevilla". Die loop je helemaal uit, langs een onzcihtbaar, maar goed hoorbaar  beekje. Het had stevig geregend de afgelopen nacht dus er stroomde luidruchtig veel water door het onder het struweel verborgen stroompje. Een klein stukje langs de grote weg tot de afslag Almonaster en daar naar rechts, het land in. Je komt dan opnieuw bij het spoor in het gehucht Canelejas. We hebben daar wel in de gloeiende hitte op het pleintje gezeten maar nu was het koud en regenachtig.
In Canelejas is een tegel reclame voor nog zo'n vergeten product; de guano, ingedroogde vogelpoep, met veel nitraat, afkomstig uit Chili. Guano werd voordat de kunstmest werd gemaakt gebruikt als fertilizer in de landbouw; het bevat veel gebonden stikstof en fosfaat en naar ik vermoed ook veel andere spoerenelementen als zink, jodium e.d. Een prachtig in het oog springend tafereel. Verder is er een producent van likeur; wij zijn liefhebbers van de "Licor de bellota", oftewel de eikeltjes likeur. Helaas mag je tegenwoordig geen vloeistoffen meer meenemen in de handbagage. Ik heb nog een heel klein bodempje staan uit vroeger tijden en ben daar dan ook heel zuinig mee; een zoet en geurig drankje. Ook is er kurkindustrie in het dorpje. Grote stapels van de gestripte bast van de kurkeik worden daar plat gemaakt en bijgewerkt. Gelukkig was er nog activiteit in de fabriek; tegenwoordig wordt de kurk op de wijnflessen meer en meer vervangen door kunststof. Vervelend voor deze streek waar toch al zo weinig economische activiteit is.
Kurk verwerkende industrie
We moesten een stroompje oversteken maar dat ging zonder problemen; het land had het inmiddels gevallen vocht grondig opgezogen. Het is toch een sterk glooiend landschap maar er waren gelukkig geen stromen water over de paden.
Het pad naar Galaroza, via Jabugo is nauwelijks van merktekens voorzien; ik ben er behoorlijk vaak geweest en ken de route. Ik voeg een track toe voor degenen die deze fraaie wandeling zouden willen doen. De wandeling voert door huertas en langs wat cultuurlandschap. In de zomer is het er gloeiend heet, maar nu was het aangenaam met af en toe een (stevige) regen- of zelfs onweersbui. Eerst kwamen we nog door Los Romeros, een klein plaatsje dat gedomineerd wordt door het slachthuis waar ik in beter tijden af en aan veewagens met van die fraaie zwarte Iberisch varkens zag rijden. Aandoenlijk om te zien hoe die beesten dan vol vertrouwen achter elkaar aan, het slachthuis inlopen, niet beseffend dat hun laatste uur geslagen heeft. Overigens in deze streek na een heel plezierig varkensleven; hier geen betonnen hokken zoals kennelijk elders in Spanje, maar gewoon tussen de bomen.
Roos bij de antieke wasplaats van Los Romeros
We hebben in Los Romeros een kopje koffie gescoord in de plaatselijke bar. We waren nog niet binnen of de hemelsluizen openden zich. Allemachtig wat kan het daar regenen. Maar het was spoedig weer droog. Toen zijn we nog even naar de gezellige ouderwetse wasplaats gegaan en daar hebben we nog wat gezeten en gegeten. En toen door naar Jabugo. We moesten opnieuw een watertje over, maar het viel weer mee; via de stapstenen waren we zo aan de overkant. Het onweerde behoorlijk intussen. In Jabugo opnieuw wat gedronken of misschien beter gezegd geschuild in een bar. Jamon gekocht bij een voormalig slachthuis dat tot onze verbazing te koop stond. Het gaat ontzettend slecht in Spanje en zeker in Andalucia. Er is geen geld meer om ham te kopen; er is nog een enorme voorraad van die achterpoten in de opslagplaatsen. Dus de varkensfokkerij is stil gelegd, de slachterijen hebben niks meer te doen. Er dreigt een belangrijke tak van industrie kapot te gaan. Gaf ons een rot gevoel. Van Jabugo naar Galaroza is nog maar een hanetree. Maar daar stak het water een stokje voor; er was een watertje waar we normaal zonder problemen overheen konden lopen via de betonnen stapstenen. Maar het bruine water kolkte en was zo hoog dat we terug moesten. We waren moe maar zijn weer naar boven geklommen en via de grote weg en de brug naar Galaroza waar we in het ons zo bekende hotel Toribio neerstreken. Tel: +34959123073 Ook hier spreekt men slechts Spaans (zoals vrijwel overal in Andalucia). Mocht u de track lopen dan steekt u gewoon de beek over en even verderop is Galaroza.

02 november 2012

Toch naar de sportschool!

Intake gesprek met Rene, mijn persoonlijke begeleider
Eigenlijk loop ik al een hele tijd om de beslissing heen te draaien: wel naar de fitness of niet. Ik ken mezelf; word ik eenmaal lid dan ga ik er ook regelmatig gebruik van maken dus het moet wel wat voor me zijn. Hugo en Tycho zijn zeer fanatieke fitness sporters geworden. Laatst ben ik met Hugo meegeweest om eens te kijken hoe hij daar bezig is. Op de terugweg sloeg de twijfel opnieuw toe of ik het zelf ook moest gaan doen; ik werk graag met m'n lijf maar dan wel bij voorkeur buiten. Ik heb mij toen als vrijwilliger gemeld bij de tuinderij van Eyckenstein. Maar dat houdt 'swinters ook een beetje op en toch ook wel een heel eind fietsen iedere keer.
Roos is al een paar maanden lid van Sportcity, mij bekend van het zadeldekje dat ik als reclameuiting op mijn fiets vond een poosje geleden. Ook mijn onderbuurman sport daar al een tijd en sprak er positief over en adviseerde met nadruk Sportcity vanwege de kwaliteit. En dan is vandaag de kogel door de kerk; na een eerste administratieve intake begin deze week ben ik nu daadwerkelijk aan de slag gegaan vandaag.
Instructie bij de conditie meting
Eerst maakte ik kennis met Rene, deskundige op het gebied van sportbegeleiding. Hij zal mij begeleiden teneinde de doelstelling van mijn activiteiten te realiseren. Hij begon met een aantal metingen om gewicht en vetpercentage vast te stellen. Vervolgens het vaststellen van wat ik eigenlijk wil en dat is versterking van de spieren van mijn bovenlichaam en bovenal om af te vallen tot een Quetelet index (BMI) van 25. Daartoe moet ik zeker 8 kilo afvallen. Sportcity hanteert het SMART principe. Derhalve moet de doelstelling Realistisch zijn en tijdsgebonden. Om dit te bereiken zal ik ook het beroemde FDH dieet moeten vasthouden. Daar ben ik begin deze week mee begonnen in het kader van de "Thirty Day Trial" zoals ik heb geleerd van Douwe. In zes weken afvallen tot 80 kilogram hebben we uiteindelijk afgesproken en dat lijkt me heel Realistisch. Specifiek, Meetbaar, Realistisch en Tijdsgebonden (de A van de SMART weet ik niet meer, maar het is een veel gehanteerd mechanisme in projectmanagement).
Mijn conditie werd getest. Een hartslagmeter icm een fietsprogramma met toenemende belasting werd ingezet om de conditie gemeten. Die viel Rene uiteindelijk niet tegen.
Zo'n conditietest is stevig aantrappen voor mij
Daarna heb ik meegedaan met de tien minuten buikspieroefeningen die ieder uur kunnen worden beoefend onder leiding van één van de deskundige sportbegeleiders. Vervolgens nog wat apparaten langs gegaan. Roos was er natuurlijk ook (zij heeft de foto's gemaakt) en zei me dat ik rustig één van de begeleiders kon vragen toen ik iets niet wist. Fantastisch hoe ik geholpen werd.
Uiteindelijk was ik behoorlijk moe en voelde dat mijn suikerspiegel wat laag begon te worden; ik werd heel licht duizelig. Maar daar was ook in voorzien; bij de ingang staat een grote bak met pepermuntjes.
En tot slot het grote genoegen van de sauna. En je kunt ook nog zwemmen als je wilt. Kortom een goede beslissing!

Thea schreef: Respect zwager toppie jammer dat je broertje zover weg woont kon hij mooi mee Maaaaar nogmaals respect dikke Kuss

Hugo schreef:  Nou ouwe, ik kom wel een keertje mee sporten, lijkt me lache.


01 november 2012

Cello concert van Offenbach

Openbare repetitie van het residentie orkest
Vandaag met Huib naar een openbare repetitie van het Residentie Orkest geweest. Deze vond plaats in de Anton Philipszaal in Den Haag. Zo wisselen Huib en ik cultuur en wandelen af. In Den Haag is veel gelegenheid tot het bijwonen van gratis lunchconcerten; daar maken Huib en ik regelmatig gebruik van. Een vorige keer was er een fantastische uitvoering van een vioolconcert van Sibelius. Deze keer was Offenbach aan de beurt; een cello concert dat hij componeerde op 29-jarige leeftijd. Ja, de Offenbach van de operettes. Ik geloof zelfs dat het een eerste uitvoering betreft want het manuscript was in het beheer van de familie Offenbach.
Bij de inleiding werd vermeld dat Offenbach een zeer verdienstelijk cellist was in zijn tijd. Bij nadere lezing van zijn biografie blijkt dat hij begonnen is als cellist en dirigent en pas later operettes is gaan schrijven maar dan wel met een enorme productie.
Misschien speelde de solist niet altijd geheel zuiver, maar in veel passages razendvlug werd het geestige stuk uitgevoerd; je hoorde het operette genre al in de verte. Er werd herhaaldelijk gestopt en aanwijzingen gegeven door de dirigent. Leuk om dat proces eens mee te maken.
Na afloop nog gezellig een kop koffie gedronken in de buurt en daarna naar huis met de trein. Bij Jules van Vught, slijter, zag ik tot mijn verbazing dat hij "Skuumkoppe", het Texelse bier verkoopt. Ik moest wat lege flessen terug brengen; die zaten in m'n fietstas. Ik kon het niet laten om twee flesjes Texels bokbier te kopen. Moeten nog wel even rijpen totdat Hugo langs komt om ze samen soldaat te maken.
Nog een heerlijke wandeling door het herfstige bos gemaakt. Spanje was mooi, maar ons eigen land is ook prachtig hoor. Fijn om weer thuis te zijn!

31 oktober 2012

Vreemd gedrag van een hondje

Roos in de hoofdstraat van Acebuche
Onze eerste wandeldag van de vakantie in het Parco de Aracena was van Cortegana naar Almonaster en terug. We hadden bij vertrek al gezien dat het zou gaan regenen; nou dat hebben we geweten. De plaatselijke bevolking was zeer in haar schik; het bleek de eerste regenbui sinds 6 maanden te zijn. Het regende pijpenstelen; gelukkig niet aan één stuk door; er waren perioden van droogte tussendoor maar het was niet het weer dat we van Spanje gewend waren. Maar daarom niet getreurd; het hemdje opgebeurd en moedig voortgestreden. Kortom, we gingen op weg via het wandelpad langs het stierenvechtersstadion. Een lekker ruig wandelpad langs huertas en dwars door het struweel. Je komt uit in een klein plaatsje, Acebuche. Het heeft een klein pleintje met sinaasappelbomen; ik haalde daar regelmatig in het vroege voorjaar rijpe sinaasappels, Sevillanas, van die bittere oneetbare waar je zo'n lekkere marmelade van kunt maken: "marmelada de Acebuche" doopte ik die.
Waarschuwingsbord voor de trein in
"the middle of nowhere"
In het bushokje van Acebuche, de enige droge plek hebben we wat gelunched; een kaki-vrucht, een chirimoya (meen ik dat ie heet, onooglijk maar erg smakelijk), bananen uit de Canarias en brood.
Toen verder door Acebuche, over het spoor. Ja ja, er loopt een treintje van Fregenal naar Huelva twee keer per dag, dwars door dit gebied. Verder door naar Almonaster via de huertas; een soort overgang van natuurgebied en cultuurgebied; veel kurkeiken in een extensief omgeploegd gebied.
Het had inmiddels zoveel geregend dat er gewoon een watervalletje ontstond daar waar normaal een droge beek stroomt.
In een omheind gebied was een hondje met uiterst merkwaardig gedrag; het blafte niet, maar toonde zeer onderdanig gedrag. Het ging op z'n rug liggen en maakte zich klein, kwam wel zo dicht mogelijk bij ons aan het hek. "Volgens mij barst ie van de honger", merkte ik op. En dat was inderdaad het geval. We gaven het beest wat brood en een stukje kaas. Hij bracht het spoorslags in veiligheid en kwam direct weer terug en toonde weer het zelfde, werkzaam gebleken gedrag. Knap van zo'n beest om op die manier aandacht te trekken en duidelijk te maken wat het wenst. Hij toonde na het binnen halen van de buit direct ander gedrag; parmantig, rechtop zittend en schrokkend het voedsel naar binnen slaand.
Prachtige huerta, half natuur, half cultuur
We liepen verder en kwamen bij een stuk bewerkte grond waar iemand in de stromende regen bezig was met oogsten. Hij bood ons een lift aan naar Almonaster; dat hebben we niet afgeslagen. We werden bij een barretje afgezet en hebben lekker een "Zumo de narangas" gedronken oftewel een glas vers geperst sinaasappelsap. Inmiddels was het opgehouden met regenen en we konden lekker droog terug lopen naar Cortegana. We gingen direct naar de Socios net als de dag van aankomst en verwarmden ons aan de open haard en de "Gloed" onder de tafel. Tot slot naar het restaurant waar we "carne con tomates" hebben gegeten. Het was zo verschrikkelijk veel en zo verschrikkelijk laat dat ik moeite had om te slapen. Roos niet, die nam nog een "postre", een nagerecht. Ik blijf het vervelend vinden om met zo'n volle pens naar bed te gaan en kon maar moeilijk in slaap komen.

30 oktober 2012

Gloed en heet water

Op deze plek in Oostzaan stond honderd jaar geleden
het gloedfabriekje van mijn overgrootvader
Wie weet nog wat "gloed" is; we kennen het woord eigenlijk alleen maar van uitstraling. Maar in vroeger tijden was het ook iets dat geproduceerd werd; iets dat gebruikt werd in huis om plaatselijk iets warm te maken of te houden. Gloed was gloeiende houtskool en werd gebruikt in voetstoven, in strijkijzers, onder tafels om warme benen en knieën te krijgen, zoals wat ik beschreef over de socios in Cortegana.
Van mijn vader heb ik begrepen dat mijn Oostzaanse overgrootvader Aldert Onrust (1859-1927) een gloedfabriekje bezat. Mijn grootmoeder Sientje was heel trots op haar vader; naar haar zeggen behoorde hij toch wel tot de beter gesitueerden van het dorp; ik heb van haar regelmatig moeten horen dat hij sprak met de dominee en met de burgemeester van het dorp en dat betekende kennelijk nogal wat! In 1999, toen ik voor het laatst met m'n vader in het door hem zo geliefde Oostzaan wandelde liet hij mij het plekje zien waar het gloedfabriekje had gestaan. Er was natuurlijk niets meer van terug te vinden. Het produceren van gloed en heet water, de kernactiviteiten van het fabriekje zijn inmiddels lang vergeten producten; CV, boilers en geisers hebben die functies allemaal overgenomen. Overigens voelde het daar in Cortegana heel comfortabel die warmte aan je benen.
In die zelfde tijd legde Albert Heijn in dat zelfde boerendorpje Oostzaan het fundament voor het nog steeds bestaande grootwinkelbedrijf dat wij allen zo goed kennen. Ik heb van mijn grootmoeder nooit gehoord dat Aldert en Albert met elkaar gesproken hebben in die jaren. 

29 oktober 2012

De socios van Cortegana

Met z'n tweetjes is het leuker!
Vaak heb ik hier in m'n eentje gewandeld, genoten van lekker eten en van de natuur. Maar het blijft natuurlijk altijd het gezelligste als je met z'n tweetjes gaat. En dat was deze keer weer het geval. We zijn net terug uit het Parco de Aracena, het natuurpark in de provincie Huelva, ten Westen van Sevilla, tegen de Portugese grens. Het is goed bereikbaar via Eindhoven met Ryanair en dan met de middagbus van 16.00 uur door naar de bestemming. Maar eerst van het vliegveld met de bus naar Sevilla. We hebben nog twee jonge vrouwen de weg gewezen naar hun hotel en hen attent gemaakt op een paar leuke plekjes in het centrum van Sevilla voordat we naar het Plaza de Armas gingen om de bus naar het Parco Natural te nemen.
De open haard van de
socios in Cortegana
In dit geval hadden we gekozen voor Cortegana als begin van onze trektocht. We hadden telefonisch besproken bij Hostal Cervantes (tel: +34647072925, spreken alleen maar Spaans en geen woord Engels). Daar ben ik inmiddels zo vaak geweest dat er een AH zak met spullen van me stond. Heeft helemaal geen zin, want slordig als ik ben weet ik natuurlijk nooit wat er nog in zit. Dat was ook dit keer weer een hele verrassing; tot mijn genoegen zat er een warm T-shirt met lange mouwen in en een legging. Het was in Spanje, althans in het park, veel kouder dan we verwacht hadden dus dat kwam goed van pas. Roos wist nog dat er in Cortegana een socios was (een soort sociëteit voor leden) waar ook buitenstaanders, d.w.z. niet-leden van buiten de gemeenschap Cortegana welkom waren. En dat waren wij. Het was daar beregezellig; een haardvuur, allemaal mannen die domino aan het spelen waren of hun leven ervan afhing.
Dominospel
Heel ouderwets, maar wel zo gerieflijk stond er een schaal met "gloed", smeulend houtskool onder de houten/marmeren tafels, zodat je heerlijk warme knieën kreeg als je aan tafel zat. Een verrukkelijke Rioja maakte de sfeer compleet. Daarna lekker gegeten in het restaurant aan het centrale plein van Cortegana. Je eet er lekker maar we vinden het alleen wel een nadeel dat er in Spanje zo ontzettend laat wordt gegeten; voor ons Hollanders echt onaangenaam om met zo'n volle pens naar bed te gaan. Maar ja, 'slands wijs, 'slands eer; het is niet anders.
We besloten om maar een dag langer in Cortegana te blijven zodat we nog een avond in de socios konden blijven zo leuk vonden we het.
En heerlijk gegeten in het restaurant aan het plein


28 oktober 2012

Een ommekeer in de Trojaanse oorlog

Menelaos met het lichaam van Patroclos
Op het centrale plein van Florence, in de loggia staat dit prachtige marmeren beeldhouwwerk voorstellende de dood van Patroclos. Tijdens de Trojaanse oorlog, als beschreven in de Ilias, deed Achilles op een zeker moment niet meer mee vanwege een hoog opgelopen conflict met aanvoerder Menelaos. Het ging, hoe kan het anders, om een vrouw, oorlogsbuit, dus een slavin. Deze was Achilles toegekend maar later weer afgenomen, Briseïs was haar naam en haar vader was de priester van de tempel van Apollo. Een ingewikkeld verhaal met het gevolg dat Achilles in wrok voor z'n tent bleef zitten en het verrekte om weer mee te doen. Totdat zijn goede vriend Patroclos besloot om wel mee te gaan vechten en wel in het overbekende gevechtstenue van Achilles. De Trojanen sloegen op de vlucht maar toen ze merkten dat het niet Achilles was maar Patroclos, sloeg het Lot toe. Hector doodde Patroclos en na een strijd om het lichaam bleef dat gelukkig aan de Grieken. Nou die Trojanen hebben het geweten want vervolgens ging Achilles helemaal los als in een Amerikaanse vechtfilm en doodde Hector, de aanvoerder van de Trojanen en zoon van de koning. Door toedoen van Apollo stierf ook Achilles in de strijd door een pijlschot van Paris in zijn enige kwetsbare deel, zijn hiel, jawel, de Achilleshiel.
Ik ben dol op die boeken van Homerus en lees ze toch wel eens in de twee jaar. Ik ga de Ilias weer eens ter hand nemen.

27 oktober 2012

Zelf koken geeft zo'n plezier

Bekende kookboekenschrijver en
columnist Johannes van Dam
Johannes van Dam heeft een vaste column in de Elsevier, het blad dat ik altijd van m'n buurvrouw doorgegeven krijg. Ik denk dat het wel op zes adressen gelezen wordt voordat het in de trein wordt achtergelaten voor een laatste leesleven, maar dit ter zijde.
Johannes pakt iedere keer een ander item bij z'n taas waaronder ook het genoegen van het zelf voedsel bereiden. Hij schreef zeer laatdunkend over de voedingsindustrie dat die zoveel genoegen weg haalt bij de mensen omdat de sjeu van het zelf koken verdwijnt wanneer het allemaal neerkomt op uitpakken en warm maken. Hij ergerde zich mateloos aan deegplakken waarin zelfs de gaatjes waren aangebracht zodat je dat zelf niet meer hoefde te doen. En hijbrak ook een lans voor zelf meer doen in de keuken omdat het zo'n genoegen verschaft. En met dat laatste ben ik het zo hartsgrondig met hem eens.
Laatst heb ik weer in Oene bij die beroemde slager vlees gehaald van ree en van wild zwijn. Een hele inspanning kan ik verzekeren. En dat heeft verdraaid kort in de vriezer gelegen; zaterdag, na het bezoek aan Texel hebben we e.e.a. soldaat gemaakt. En het genoegen dat zo'n reebiefstukje je dan verschaft; zorgvuldig gebakken en nagegaard in de oven bij 80 graden, geserveerd met gebakken Opperdoesjes en kort gekookte bloemkool en een sappige geschilde peer voor toe! Allemaal zelf toebereid; het smaakte geweldig en het geeft je als kok zo'n genoeglijk gevoel. Kan ik iedereen aanraden hoor, net als Johannes in de Elsevier dat doet.

26 oktober 2012

De varkens van Andalucia

Tevreden zwarte varkens in de zon van Andalucia
Onlangs was er op het Slowfood forum op LinkedIn een discussie over de Jamon Iberico. Er was iemand die een fietstocht had gemaakt in Andalucia en daarbij geen enkel zwart varken was tegen gekomen. Daarentegen wel gesloten betonnen hokken met daarin varkens zoals we dat ook in NL plegen te doen. Een dieronvriendelijke manier van varkens mesten als je het vergelijkt met het ideaal beeld van varkens die lekker in de buitenlucht worden gehouden en op hun tijd een eikeltje kunnen kraken.
Dat beeld van die betonnen hokken is mij voor varkens onbekend. Wel zie je soms van die hokken met daarin kippen, maar de varkens lopen in de huertas, de kurkeikenplantages waar de eikels de varkens voeden en de kurk werd gebruikt voor de wijnindustrie. Met de toepassing van kunststof ipv kurk voor het stoppen van de wijnflessen is de kurkindustrie sterk terug gelopen.
Roos spreekt een ontsnapt varken toe
Nu worden de eiken nauwelijk meer onderhouden. Slechts af en toe kom je nog eens iemand tegen met een ezel en een last kurk op de rug van het beest (met daar dan bovenop de baas). Maar naar ik begreep is de eikel opbrengst sterk terug gelopen. En dat afmesten met eikels was altijd het kenmerk van de dure Jamon serrano, Jamon Iberico en Pata Negra.
Ik moet bekennen dat ik de ham zoals ik die met name ken van mijn "vaste leverancier", Rafael, de kruidenier in Cortegana, maar ook wel elders bij de slagers in de verschillende plaatsjes, nog altijd van bijzonder goede kwaliteit qua smaak vind. En niet te vergeten de salchichon, de worst. Die is ook heerlijk van smaak.
Soms weet ik niet wat me meer trekt in deze omgeving; de sfeer, de heerlijke geur van de kruiden tijdens het wandelen, de plattelandsrust, het klimaat of al dat lekkers dat je kunt eten. Kortom, een heerlijk oord om te vertoeven voor een wandelende smulpaap als ik. En dan overal die gezellige nieuwsgierige varkens. Soms vind je er wel eens eentje die is ontsnapt. Die blijft dan vaak even een poosje met je mee wandelen.

25 oktober 2012

Hotel Venecia

Hotel Venecia in verval
Wij komen graag in het Parco de Aracena, een natuurpark ten westen van Sevilla, tegen de Portugese grens. De eerste keer dat we in Galaroza kwamen, één van de wat grotere plaatsen in het park, hebben we overnacht in Hotel Venecia. In het enige wandelboekje dat we konden vinden over dit gebied stond dat er een wandelpad begon naast Hotel Venecia. Ik geloof zelfs dat we toen op de bonnefooi naar Galaroza zijn gegaan; het tel.nr. van het hotel was niet te vinden dus konden we niet bespreken. In die tijd was de informatie voorziening, zeker van Spanje, van heel wat mindere kwaliteit dan nu met de uitgebreide internet voorzieningen.
Het hotel was niet zo bijzonder; eigenlijk erg eenvoudig maar alles wat we nodig hadden was aanwezig. Maar bovenal was Javier, de hoteleigenaar een bijzonder goede kok. Zijn "conejo con ajil", konijn met knoflook, was een sterrenrestaurant waardig. Ik, hoewel ik kan beter naar waarheid zeggen, Roos, bestelde tot zijn verbazing voor mij telkens porties Jamon; toen al was ik verslingerd aan die originele Jamon Iberico. Jabugo, eigenlijk wel de central Jamon stad van Andalucia ligt middenin het Natuurpark en er lopen overal van die zwarte varkens rond. Ik probeerde of Javier misschien mijn langzaam uitgesproken Frans kon begrijpen. Maar hij was er van overtuigd dat ik geestelijk gestoord was omdat ik geen Spaans sprak. Toen Roos hem vertelde dat ik probeerde om in het Frans en Engels met hem te converseren keek hij wat beschaamd. In die streek spreekt vrijwel geen mens een woord "over de grens". Dat is ook de reden waarom ik uiteindelijk maar Spaans ben gaan leren. En nu kan ik me aardig verstaanbaar maken aldaar.
Helaas is het helemaal mis gegaan met Hotel Venecia; het is helemaal in verval en ingestort tijdens een verbouwing. Javier is ermee gestopt en schijnt nog wat te koken voor het barretje dat onder de zelfde naam naast het voormalig hotel is gevestigd.
Als we nu in Galaroza logeren dan is dat in hotel Toribio; fijn onderkomen in het centrum van Galaroza.

24 oktober 2012

Schelpen kraken

Gekraakte schelpen
Op de schorren van Texel vind je veel tekens van vogels; de pootsporen van ganzen in de modder, ganzenpoep, skeletdelen e.d. Er lagen ook hoopjes van gekraakte schelpen; de gids vertelde wat dit precies was.
Het slik op het wad staat bol van het voedsel voor de vogels. De gids had al kleine slakjes laten zien en vertelde dat het strandlopertje er daarvan zo'n 600 per uur oppikt en wegpeuzelt. En er waren ontzettend veel van die strandlopertjes, hetgeen een onvermoed groot aantal van die piepkleine slakjes veronderstelt. Maar er zit nog veel meer in dat slik waaronder de kokkel, een schelpdier met zo'n fraai geribbelde schelp. Die graaft zich in in het slik en heeft dan twee slurfjes die hij in het zeewater steekt; één om water in te laten en één om het water er weer uit te laten; het voedsel zeeft hij eruit en maakt er schelpdier van. Daarmee verraadt het diertje natuurlijk zijn aanwezigheid. En de oplettende scholekster heeft daar het volgende op gevonden. Met zijn snavel pikt hij heel bijdehand precies tussen die twee slurfjes in en voordat het schaaldier het in de gaten heeft zit hij al in de maag van de scholekster. De eidereend doet het wat grover en vreet de kokkels met schelp en al op. In zijn spiermaag worden de schelpen gekraakt en het vlees wordt verder verteerd. De gekraakte schelpdelen worden weer uitgepoept. Dat verklaart die hoopjes die je hier en daar op de schorren ziet liggen.

23 oktober 2012

Mijn ontmoeting met Sylvia Kristèl

Portret geplukt van Internet
Dit weekend las ik het overlijdensbericht van Sylvia Kristèl, vooral bekend geworden met de film Emmanuelle. Je zag dan ook foto's van haar uit die film; een frêle, kwetsbaar meisjesfiguur. Dat is niet het beeld dat ik van haar had, integendeel. De film Emmanuelle heb ik nooit gezien en hoef ik ook niet te zien. Wèl herinner ik haar van een eerste optreden op TV in een show van de inmiddels al lang vergeten Willem Duys. Ze was toen misschien een jaar of achttien. Met een enigszins brutale zelfverzekerdheid gaf ze recht voor z'n raap aan dat ze beroemd zou worden. Niet dat ze het wilde worden maar gewoon dat ze er niet aan twijfelde dat ze dat zou worden. En dat is ook gebeurd begreep ik o.a. uit wat er nu in de krant over haar wordt geschreven. Die heldere oogopslag van haar met die opmerking is mij altijd bijgebleven. De film Mata Hari waarin zij de titelrol speelde heb ik gezien; heeft niet veel indruk op me gemaakt.
Een jaar of twintig geleden heb ik haar ontmoet in de trein. Ik zat in zo'n ouderwetse eersteklas coupé en daar kwam een jonge vrouw de coupé binnen gestrompeld met een zware koffer, dus ik hielp even en zag dat ze Sylvia Kristèl was. Toen we weer zaten vroeg ik haar of ze degene was die ik dacht dat ze was. En dat beaamde ze in alle bescheidenheid. Dat was voor mij de gelegenheid waarvan ik niet had gedacht dat ik die ooit zou krijgen en ik heb haar gezegd dat ik haar destijds bewonderd had vanwege die onbevangenheid destijds bij Duys waarmee ze haar eigen succes tegemoet zag. Ze vond het achteraf bij nader inzien wel wat onbescheiden.
Ach, en toen vertoonde ze wat diva-gedrag dat ik haar absoluut niet kwalijk nam; ze vroeg of ik het goed vond dat ze een sigaret opstak in de niet-roken coupé waar we zaten; ze begon te zwetsen over een zekere Filipe alsof ik zou weten wie dat was en over dat ze er van langs zou krijgen van haar moeder. Ik heb het geamuseerd aangehoord.
In Utrecht CS hielp ik haar de trein uit; jaren later las ik dat ze slokdarmkanker had; tja dat zijn helaas de akelige gevolgen van een ruig leven met sterke drank en veel sigaretten. Wat voor mij blijft is die zelfbewuste blik met die heldere blauwe ogen toen bij Willem Duys op TV.

22 oktober 2012

Officiële laaienlichterij

Zojuist vond ik in mijn postvakje een pensioenoverzicht van een werkgever van 30 jaar geleden. Afgesloten bij Deltaloyd, een "gerespecteerde" financiële organisatie toch? Nu blijkt dat mijn pensioenrecht in die dertig jaar met geen stuiver is vooruitgegaan. Kortom, die organisatie heeft alle winsten van de ofgelopen decennia in eigen zak gestoken en daarvan geen dubbeltje doorberekend aan de pensioengerechtigde. Anneke zei vroeger al: "geef mij dat pensioengeld maar nu, want over veertig jaar kan ik er misschien een kop koffie voor kopen".
Over het PGGM zul je me niet horen hoor, maar die financiële instellingen weten het erg goed voor zichzelf in te kleden. Bah, en dat is dan ongetwijfeld gewoon volgens de richtlijnen, zonder rekening te houden met inflatie en winstgroei. Ik dacht dat het stelen van toekomstige pensioengerechtigden slechts in landen als Rusland en Roemenië plaats vond, maar dus ook hier?!

21 oktober 2012

Pijketie innelikt

Aan 't ontbijt
Vrijdag hadden we bij bakkerij Timmer in den Burg ruim zoetigheid ingeslagen waaronder een paar stukken taai taai. Daar op Texel hebben ze nog de onvervalste stevige Noord Hollandse blanke taai taai. Daar had ik zaterdag op de terugweg al stevig van zitten happen. En vanmorgen schoot mij een herinnering te binnen die met de stimulerende werking van taai taai op het ingewand te maken had.
3 december 1952, broer Jan
We woonden destijds nog maar net in Amsterdam; mijn broertje Jan was toen tweeëneenhalf jaar oud; het was zo rond de Sinterklaas en we hadden flink taai taai in huis; mijn vader was een snoeperd en als oud-Zaandammer ook gek op die Zaanse taai.
Op mijn slaapkamer had ik een wandkleedje hangen met allemaal plaatjes van Engelse drop. Die zat met vier spijkertjes vastgetikt in de muur. En ja hoor, mijn broertje Jan had er daarvan eentje ingeslikt; een echte ijzervreter, toen al! Hij maakte dat duidelijk met zijn kindertaal: "pijketie innelikt"; en inderdaad er waren er nog maar drie. Mijn ouders zullen ongetwijfeld in lichte paniek de dokter hebben geraadpleegd en die had geadviseerd om gewoon af te wachten want het spijkertje zou wel via de natuurlijke weg het lijf verlaten. "Geef hem maar laxerende dingen te eten", was het advies van de geneesheer. En daar kwam de taai taai van pas. Jan was toen al een snoeperd en wist wel raad met de taai taai.
En ondertussen zaten mijn ouders drol na drol door te roeren op zoek naar het spijkertje. Was achteraf niet nodig want na twee dagen riep Jan vanaf het potje: "au au, pijketie", en ja hoor, een drolletje met op de punt het corpus delicti, het spijkertje.
Ik heb geen foto van m'n broer Jan rond de leeftijd van tweeëneenhalf, maar wel twee kinderfoto's van hem.