11 maart 2012

Op pad met een bos ecoloog

Jan opent de schors van een dode den om een indruk te
krijgen over de entomologische fauna aldaar.
We zijn beiden lid van de sectie Thijsse van de Nederlandse Entomologische Vereniging. Binnen het bestuur heb ik graag plaats gemaakt voor Jan ten Hoopen; hij is veel en veel deskundiger dan ik op het terrein van natuur en natuurbeheer; Jan is bos-ecoloog en met name geïnteresseerd in de entomologische aspecten en dood hout beheer in bossen. Inmiddels heb ik door de wandelingen met Ab ervaren dat het ontzettend leerzaam en aangenaam is om met een echte deskundige door natuurterreinen te banjeren; daarom had ik Jan ook gevraagd of wij onze hobbies, wandelen en natuur niet eens konden combineren. En zo waren wij aan de wandel in "de achtertuin" van Jan, de Veluwe zoom; een schitterend natuurgebied aan de rand van de Veluwe, zo tegen de IJssel aan.
Met m'n Dal Vrij abonnement vroeg op stap en om 8.30 ontmoetten we elkaar bij station Dieren; met Jans' auto langs de Posbank en een parkeerterreintje en toen stevig aan de wandel. Eerder hadden we afgesproken dat we zo'n 15 à 20 km zouden gaan doen; ik moest die avond nog bridgen en wilde nog wat energie over hebben; Roos en ik waren niet voor niks van de C-lijn naar de B-lijn van de club gepromoveerd. Het werden er uiteindelijk ruim 21 en dat was ook wel genoeg.

Sporen van moedergang met zijgangetjes
van de larven
Onderweg kwamen we langs een stuk met omgewaaide dode bomen; het onderzoeksgebied van Jan. Met een stevig mes peuterde hij de bast open op zoek naar insectensporen. Hij toonde mij met veel kennis wat de insecten aan vraatsporen onder de bast hadden achtergelaten. Fascinerend hoe hij aan de loop van de sporen de geschiedenis kon aflezen: een relatief brede moedergang van een insect (een dennenscheerder als ik het goed heb onthouden), waar zij aan het eind eitjes had gelegd en van daar uit een waaier van smalle gangetjes van de jonge larven. Deze larvensporen kwamen abrupt tot een eind omdat daar de larven door een predator-insectenlarve waren opgepeuzeld. En vast geen toeval, even verderop in de bast peuterde Jan een larve tevoorschijn met vervaarlijke kaken: een kortschildkeverlarve. Ook liet hij mij het karakteristieke uitvlieggat van een timmerboktor zien, een insect dat ik vermoedelijk vorig jaar een keer heb gezien bij mij achter in het bos.
Ik heb genoten van de schoonheid van het landschap en de deskundige entomologische en landschappelijke begeleiding. Hiervan zouden meer mensen moeten kunnen genieten; wie weet vormen dit soort (georganiseerde) rondleidingen een interessant (braakliggend?) terrein om zowel het wandelen, de interesse in het landschap en haar insecten te stimuleren? Wellicht iets voor de natuurorganisaties; ik ken in ieder geval een zeer deskundige gids met een uitstekende wandelconditie!

10 maart 2012

Insecten piemels

Veel soorten kevers opgeprikt op karton

Bij het symposium in Artis ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Uyttenboogaart-Eliasen stichting was er een lezing onder de titel: "Insecten peep show". Het begon inderdaad als een soort peepshow waarbij de inleider, Menno Schilthuizen het niet naliet om het woord piemels regelmatig ten gehore te brengen.
Hij toonde een prikbord met meer dan twintig verschillende soorten kevers die uiterlijk nauwelijks en voor mij zeker al helemaal niet, van elkaar onderscheiden konden worden; functioneel waren zij ook niet of nauwelijks verschillend. Heel anders was het met de piemels van de soorten; spreker liet een enorm scala aan verschillende vormen zien; vormen die ik met de beste wereld niet meer als een manlijk orgaan herkend zou hebben met spiralen en uitsteeksels; het leek wel een feestwinkel. Eerlijk gezegd vond ik het in het begin nogal een gênant onderwerp. Maar gaandeweg realiseerde ik me het evolutionaire aspect wat met dit palet aan verschillende vormen samenhing. Daar ging het de spreker natuurlijk ook om. Daar waar bij zoogdieren eigenlijk slechts 1 functie toegeschreven kan worden aan de penis, daar heeft bij insecten het manlijk voortplantingsorgaan zich tot een vijftal functies weten uit te breiden. Niet slechts de "pipet-functie" maar ook stimuleringsfunctie en een functie die samenhangt met het verwijderen van sperma van de voorgangers en zelfs met het dichtstoppen van het vrouwelijk orgaan zodra de bevruchting heeft plaats gevonden om te voorkomen dat het sperma van een tweede mannetje kans tot bevruchting zou kunnen maken. Fascinerend naarmate je er langer bij nadenkt.
Bij insecten is de paringsdaad natuurlijk van een heel ander sociaal-emotioneel nivo dan bij zoogdieren. Het gaat er nogal ruig aan toe en slechts het resultaat van de daad, het daadwerkelijk voortplantings-succes telt. Individuen die daarbij enig voordeel wisten te bereiken door toevallige genetische verschillen plantten zich derhalve beter voort. Door de razendrappe generatiecyclus, soms zelfs meerdere keren per jaar konden zich verschillen ontwikkelen binnen een soort die zich uiterlijk niet of nauwelijks van elkaar onderscheiden terwijl daarentegen het manlijk orgaan er volstrekt verschillend uit ziet. Ik vond het een fascinerende lezing. Citaat uit de wikipedia: Het komt geregeld voor dat insecten alleen kunnen worden onderscheiden door ze te ontleden en een preparaat te maken van de geslachtsorganen van het mannetje,

09 maart 2012

Wandelen in Zeeuws Vlaanderen

Stadsgezicht op Sluis vanaf de vestingwallen. De
klok van het Belfort sloeg 11.00 uur
Vanouds reis ik al met de trein. Vanaf het moment dat ik ging forensen in 1983 kreeg ik via mijn werkgever een OV jaarkaart; ik reisde graag met de trein en gebruikte die kaart daarom ook (erg) veel tijdens het weekend. Op onze eigen kosten hadden we aanvullende OV-kaarten gekocht voor de overige gezinsleden en de auto hadden wel al snel weggedaan; we deden toch feitelijk al alles met de trein. Zeker toen de kinderen ouder werden was dat heel handig; iedereen kon gaan en staan waar hij/zij wilde en zo reisden we als gezin wat af.
Een fijn aspect van het reizen per trein was dat je zo lekker kon lezen; zeker op lange trajecten vond ik het heerlijk om reizen en lezen te combineren. Als ik een goed boek had dan dacht : "waar zal ik eens naar toe gaan". En zo reisde ik met name op de rustige zondagen door het land en combineerde dat reizen/lezen uiteraard met een stevige wandeling. Daarom ken ik Nederland ook behoorlijk goed van Groningen tot Limburg aan toe.

Keurig onderhouden vestingwallen. Of de
80-jarige oorlog nog maar net achter de rug is.
Deze inleiding is vooral bedoeld om te illustreren dat ik niet geestelijk gestoord ben om voor een wandeling van 3 uur door het schitterende land van Zeeuws Vlaanderen, pakweg 9 uur onderweg ben geweest. Ik had van Roos een boeiend boek geleend over de wederwaardigheden van Freddie Heineken en over het Heineken concern, vandaar. Om half zeven ingecheckt; met de trein via Utrecht en Rotterdam naar Vlissingen, met de pont naar Breskens en dan met de bus naar Sluis. Daar was ik iets voor 11.00 uur, want eenmaal wandelend op de vestingwallen hoorde ik de klok van het Belfort slaan. Over de vestingwallen en vervolgens langs één van de talloze dijken langs het voormalig Zwin, richting Rétranchement. Eveneens een prachtig vestingplaatsje. Het Zeeuws Vlaamse land wordt gekenmerkt door rust, dijken en vestingstadjes. Het lijkt wel of de Spaanse soldaten van de tachtig-jarige oorlog nog maar net zijn weggetrokken. Verder over dijken en langs het voormalige Zwin, heden de Zwinpolder naar het volgende vestingplaatsje Rétranchement; het klinkt al militair en dat is ook de reden van dit plaatsje, ooit gebouwd door prins Maurits. Het ligt daar idyllisch gewoon heel authentiek en mooi te zijn.

Het wat slaperige rétranchement.
Verder langs de grens met België en het afwateringskanaal. Het nauurterrein het Zwin, op de grens van België en Nederland. Vroeger vormde het Zwin de verbinding van Brugge met de zee; deze waterweg verzandde meer en meer en nu is er nog slechts een slufter(tje) van over met een breed strand en een smalle duinenrij. De duinen zijn erg smal in Zeeuws Vlaanderen; daarom zie je op het strand allemaal palenrijen om de golven te breken. Dat is een karakteristiek beeld voor dit korte stukje strand aan de meest westelijke kust van Nederland.
Tot slot kwam ik aan in Cadzand Bad; dat is de belangrijkste badplaats van Zeeuws Vlaanderen en sinds ik daar de laatste keer kwam was het nogal gemoderniseerd en uitgebreid. Er stonden enkele forse strandhotels en er werd flink gebouwd; het gaat daar goed met de toeristenindustrie zo te zien. Eigenlijk had ik nog wel wat rond willen kijken in Cadzand en ik had daar ook nog wel de tijd voor gehad; de route was korter dan ik had gedacht en ik had nog een uur speling voordat ik in de problemen zou kunnen raken met m'n Dal Vrij abonnement (voor 16.00 uur inchecken in Vlissingen). In 1971 - ik was nog maar net afgestudeerd - was ik hier voor het laatst en ik wilde wel eens zien of ik nog iets zou herkennen. Maar ik realiseerde me ook dat de bus er net zo'n beetje aan zou komen; ik vond het wel mooi geweest, dus met de bus mee. Overgestapt op de halte "Potjes": een kruising van twee belangrijke wegen.

Potjes, waar ik "d'r uut" ging om over te stappen, als vanouds
Vroeger stopte de tram Karakasse hier, zo wist mijn voormalige schoonmoeder; zij was Zeeuws Vlaamse van geboorte en kende een liedje over die ouwe tram. Ik weet nog één strofe: "en dan komen we bij Potjes, en dan mot'n we d'r allemoal weer uut". Die tram kwam hier dus langs; niets meer van te zien.
Deze zomer kom ik hier terug en ga ik het stuk van Sluis naar Breskens in één keer lopen (25 km); dat moet te doen zijn. Het was er nu te koud voor en te vroeg donker. En ik ga nog eens bus 42 nemen direct van Breskens door naar Brugge! Heb ik jaren geleden ook eens gedaan; prachtig geconserveerde stad waar je Belgisch, dus ontzettend lekker kunt eten. Leuk perspectief. Tja, je zit er wel een tijd voor in de trein. Maar met een goed boek valt het erg mee; en het boek over Freddie Heineken heb ik uit.

08 maart 2012

Crême Brulée

Crême brulée

Al decennia lang is de Périgord, Dordogne één van mijn grote favorieten. Frankrijk was in de zeventiger jaren sowieso een favoriet van het reizende Nederland, maar naar het culinair Walhalla van de Dordogne ging toch wel mijn grote voorkeur uit. En nog steeds mag ik daar graag komen; zo iedere drie jaar trek ik daar in m'n eentje een weekje al wandelend rond en eet me ongans aan foie gras, cuisse de canard en als favoriet nagerecht de crême brulée. Eén van m'n favorietjes is Hotel Restaurant Au bon Acceuil in Limeuil, een klein plaatsje hoog aan de samenloop van de Vézère en de Dordogne. Ooit zat ik daar aan de oever met m'n zwangere echtgenote toen er een kleine adder vlakbij haar blote voeten in het water voorbijzwom. Maar ook zag ik daar eens een zwaar ondersteunde vrij jonge man die lijkbleek zag, sterk vermagerd was en waarvan ik direct het idee had dat hij aan de ziekte leed die ik op dat moment in een proefdiermodel aan het onderzoeken was.
Maar ook een herinnering dat we daar met Duitse vrienden, Eckart en Christine aten en ik een duurder menu had besteld dan de rest, vraatzuchtig als ik altijd ben geweest. Tot mijn verontwaardiging kregen zij een gang waarbij ik niets kreeg. Tot grote lol van Eckart ging ik verongelijkt naar de bediening die mij er gemelijk op wezen dat er in mijn (dan misschien wel duurdere) menu, een gang minder was opgenomen.
Maar de laatste keren dat ik er was wilde ik toch proberen om crême brulée ook eens zelf thuis te gaan maken. Desgevraagd kreeg ik een eenvoudig antwoord, gewoon melk, suiker en eidooiers. Maar ik kreeg het niet voor elkaar. Dus het jaar erop heb ik aan de dame van het restaurant opnieuw gevraagd om het recept inclusief wat uitleg over hoeveelheden en techniek. Van Roos kreeg ik een brandertje, maar het suikerlaagje vind ik nog steeds een probleem. Maar hier volgt het recept, dat ik al meerdere malen met succes heb beproefd.

Crême Brulée

Voor 2 personen. In een kleine steelpan 250 ml slagroom en 50 gram suiker en een kwart zakje vanille suiker (kun je ook rustig weglaten) beter nog een vanillestokje eerst laten trekken in de room. Op zeer laag vuur roeren totdat de suiker is opgelost. Niet warmer laten worden dan lauwwarm. In een kommetje 2-3 eierdooiers (afhankelijk van de grootte van de eieren). Even roeren en dan door een zeef in de zoete, lauwe melk gieten (om de mogelijke strengen te verwijderen). Weer goed roeren tot een homogeen mengsel. Daarmee vul je twee speciale crême brulée bakjes. Die zet je voorzichtig in de oven (lastigste onderdeel van het bereidingsproces, lekt snel) en je zet de oven op 100 graden gedurende 5 kwartier. Dan afkoelen op het aanrecht en later in de koelkast. Na een uurtje strooi je er een dun laagje fijne kristalsuiker op, maakt het vochtig met een plantenspuit en met een speciaal brandertje caramelliseer je de suiker. Opnieuw in de koelkast en dan verschrikkelijk smullen.
Recept afkomstig van restaurant Au Bon Acceuil te Limeuil, Périgord aan de samenvloeiïng van de Vézère en de Dordogne.

07 maart 2012

Cello concert in den Haag

Jonathan van IJzerlooij
Huib en ik zouden een wandeling gaan maken en voorafgaand een gratis lunchconcert gaan beluisteren. In het kader van het prinses Christina concours werd een concert gegeven in de prachtige zaal van de Nieuwe Kerk in den Haag. Huib ving mij op in het CS van Den Haag. Ik had koffie meegenomen en het laatste stuk spektaart dat ik met veel moeite uit mijn mond had gespaard (het is altijd zo lekker); dat genoten wij in de hal van het station; buiten het station was het winderig en koud en zo zaten wij op de bankjes die speciaal voor de winter waren opgesteld met een kopje koffie. Vervolgens naar het stadhuis van den Haag waar een wat al te levendige video reportage over de stad werd getoond. Ik merkte dat ik helemaal niet meer gewend ben aan TV en die moderne presentaties; alles flitst met hoge snelheid over het beeld, ogenschijnlijk zonder enige samenhang, ondersteund door zwaar bonkende muziek; ik vond het maar moeilijk om er een lijn in te ontdekken; het waren best prachtige beelden maar ik ervoer het als een nachtmerrie bij hoge koorts.
En daarna naar de barokke zaal van de Nieuwe kerk in den Haag. De solist was Jonathan van IJzerlooij, een heel jonge vent (1992). Eerst speelde hij een suite van de Spaanse componist Cassadó. Een stuk met zeer snelle passages die een vingervlugheid vereisten waar ik mijn petje voor af nam, flageoletten of het niks was; Jonathan speelde de sterren van de hemel; ik genoot van de moderne klankvolle muziek. Vervolgens een kwartet van een Turkse componist, Erkin, eveneens modern, uitgevoerd door het Rubens kwartet. Heel harmonieus en prima uitgevoerd. Tot slot een quintet met 2 celli van Boccherini; prima uitgevoerd. Geweldige sfeer overgang van die moderne muziek naar deze barok componist. We hadden genoten van de muziek. Het is toch geweldig dat je dat zomaar kunt genieten; prima publiek dat muisstil en geconcentreerd had zitten luisteren zonder al te veel gekuch.
Oudste tekening van den Haag van de hand van Jan van Eijck
tentoongesteld in museum Meermanno, geleend van het Louvre
Na afloop regende het pijpenstelen en besloten we maar om af te zien van de wandeling. In plaats daarvan hebben we het museum Meermanno Westrheenianum bezocht; klein Museum van vooral oudheden; een ouderwets, rustig museum met een keur aan verschillende objecten vooral uit de klassieke oudheid; beetje donker, dat wel. Leuk museum. Het schilderij, voorstellend een groep mensen met vistuig met het silhouet van Den Haag op de achtergrond van Jan van Eijck hing er ook; voor 2 weken geleend van het Louvre (Parijs). Was wat donker opgesteld, maar uniek om dat te kunnen zien. Lekker met de trein weer naar huis getuft.

06 maart 2012

Groen Rechts




Roger Scruton

In een exemplaar van de NRC (24 februari 2012) dat ik in de trein vond, stond een bijzonder interessant boekbespreking; het boek "Groene filosofie", met als ondertitel "Verstandig nadenken over onze planeet". Het boek is van de hand van Roger Scruton, die wordt geafficheerd als conservatief filosoof. De boekbespreking was van de hand van Maartje Somers; zij geeft op een mij zeer aansprekende wijze weer hoe de discussie omtrent het milieu is verlopen. Helaas kan ik deze boekbespreking niet direct op Internet vinden, dus een link zit er niet in. Om het hele verhaal over te typen is evenmin een optie. Dan maar een een zeer korte samenvatting, voorzien van mijn "gedachten-associaties", en een verwijzing naar een bijzonder interessant opstel over de filosofie van Scruton.
Maartje Somers vraagt zich af hoe het met Groen Rechts gaat. Interessante vraag; destijds werd ik lid van D66 omdat ik dacht dat dit een Groen Rechtse partij was; niets bleek minder waar; aangevoerd door opportunist Wijers bleek het helaas een rücksichtlose neo-liberale club waar ik me dan ook van heb afgekeerd. Groen Rechts, conservatief milieubeleid; het was een VVD item weet ik nog toen ik via Slow Food nauw contact had met Jos vL, actief in de landelijke milieu commissies van de VVD. Tot Jos' en ook Maartje Somers' verbazing heeft de VVD het milieu ergens in 2008 om electorale reden tot non-issue verklaard. Maar dan nu Roger Scruton, een conservatief die het goed voor heeft met het milieu en het niet, opportunistisch, cynisch, tot een terrein voor de bekende geitenwollen sokken dragers degradeert; natuurlijk gaat het ons allen aan. Hij komt tot de conclusie dat de linkse lobbies en bureaucratische (internationale) instituties er volstrekt niet in geslaagd zijn om het schip te keren. Daarnaast constateert hij de kern van het ontbreken van milieu-interesse bij de meeste aardbewoners vanwege de "onzekerheidsfactor"; misschien komt die ramp niet? En waarom zou je moeite doen voor iets of iemand die je niet kent: een kikker in het oerwoud, nog niet-geborenen (de toekomstige mensen op onze planeet).
Immanuel Kant
Scruton definieert het begrip oikofilie: het houden van de eigen omgeving, kleinschaligheid, menselijke maat bij uitstek; het willen behouden zoals het er nu uitziet, of in een fraaier verleden, uitzag. Daar valt wat voor te zeggen; ik mag graag weg peinzen boven oude foto's van een stad zonder auto's, van een landschap met zichtbare stilte en onbedorven verten.
Kleinschaligheid, de menselijke maat, de zelfde items als die van Carlo Petrini, daar houdt Scruton het uiteindelijk op; en dat spreekt mij aan.
Ik wil dit boek natuurlijk lezen, maar het ligt nog lang niet bij de bieb als het er ooit al komt. Daarom even gekeken wat wel van deze schrijver/filosoof in de bieb aanwezig was; een paar boeken over andere filosofen. Het boek van Scruton over de filosofie van Immanuel Kant heb ik ter hand genomen; Kant schijnt, aldus de achterflap de belangrijkste moderne filosoof te zijn. Ik kon er, als van alle filosofische traktaten die ik tot dusver probeerde te doorgronden, geen chocola van maken. Immanuel Kant was een typische oikofiel; hij verplaatste zich gedurende zijn hele lange leven (1724-1804) nooit meer dan 40 km van zijn geboorteplaats Königsbergen in Oost Pruisen, het huidige Kaliningrad in Rusland.





05 maart 2012

Nederland tijdens de Trojaanse oorlog

Grafheuvel op de Ginkelse heide
Tijdens de étappe van het Trekvogelpad vanuit Ede-Wageningen kwam ik over de Ginkelse heide, beroemd vanwege de slag om Arnhem. Hier vonden de luchtlandingen plaats die de inleiding vormden voor die vreselijke episode in WO II. Maar toen ik er liep was er geen mens te bekennen; slechts het kabaal van de snelweg verdreef  de veel bezongen stilte waar de heide zo beroemd om is. Zelfs geen schaap te bekennen, laat staan een herder; wel pootafdrukken van reeën.
Maar ..... hier en daar, het was al eerder met grote informatie borden aangekondigd, waren heuvels opgeworpen in het landschap, duidelijk van mensenhand en niet door de wind gevormd. Goed onderhouden, vrijgemaakt van opslag, lagen daar al 4000 jaar de doden uit oeroude tijden in deze grafheuvels.
Informatiebord over de grafheuvel
met de kralen.
Terwijl ik mijn boterhammetje met boerenkaas zat te smikkelen overpeinsde ik deze bevindingen; dit landschap wordt dus al meer dan 4000 jaar door mensen bewoond. Dus al vanaf de tijd van Homerus, de tijd van de Trojaanse oorlog, zo episch beschreven in de Ilias. Alleen weten we van de eerste bewoners van deze zandgronden niet veel meer dan wat er in deze grafheuvels werd gevonden. Met veel ophef werd op informatieborden beschreven dat er een grafgift was gevonden met een aantal barnstenen kralen; verder aardewerk met grafgiften en voedsel voor na de dood. Het is natuurlijk puzzelen met erg weinig stukjes om uit de geringe vondsten iets af te leiden over wat er werkelijk is gebeurd. Over die Trojaanse oorlog is veel bekend; Schliemann is er zelfs in geslaagd om de sterke stad Troje, Ilium, waar 10 jaar lang om werd gevochten, terug te vinden in West Turkije; weet u wel, omdat de schone Helena was verleid door koningszoon Paris en meegenomen naar Troje. Nou, die Trojanen hebben het geweten!
Terwijl ik daar zo zat, realiseerde ik me heel sterk de relativiteit van het bestaan. 4000 jaar, pakweg 160-200 generaties mensen. En wie weet hoe lang daarvoor al zonder sporen achter te laten. En die mensen dachten en deden op de zelfde manier als wij. Wat zal er van ons resteren over 4000 jaar? En hoe zal de wereld er uit zien, en hoe zullen met name onze streken dan weer veranderd zijn.
Ik was wel erg verheugd dat er met dit bodemarchief zo zorgvuldig wordt omgegaan; wellicht bestaan die grafheuvels over 4000 jaar nog wel?!

04 maart 2012

Escoffier en boter

Echte boerenboter tijdens het productie proces

Dit prachtige plaatje van op ambachtelijke wijze gemaakte boter wil ik u niet onthouden. Bij een bezoek aan het winkeltje van de zuivelboerderij "Boom en Bosch" sprak ik met boer Dirk; hij was net bezig met de boter bereiding en ik kon het niet laten om er een plaatje van te schieten.
Boter, echte boter is een buitengewoon smakelijk voedingsmiddel. Mijn grootmoeder heeft het mij leren waarderen; nooit smeerde zij iets anders op haar boterhammen dan boter. Margarine kwam er bij haar niet in; dat noemde zij "wagensmeer". Toen ik als kind bij haar op bezoek kwam kreeg ik altijd een geklutst eitje en een puntje boter. Ik voel het nog op m'n tong smelten en die heerlijke volle smaak. En eerlijk toegegeven, ik snoep nog steeds graag en regelmatig van die heerlijke boerenboter die ik bij "boer Dirk" koop; daar gaat weinig boven. Ik bak en braad er alles in en smeer het op mijn brood.
Vanaf 1969 toen ik het ouderlijk huis verliet en huwde heb ik nooit meer iets anders dan boter in de keuken gebruikt; margarine komt er bij mij niet in en zeker niet die kunstmatige smeerseltjes die onder het mom van "gezond voor hart en bloedvaten" door de voedingsindustrie worden gepromoot; die vertrouw ik voor geen cent met die kunstmatige emulgatoren; geef mij maar het natuurproduct boter.
Escoffier zei destijds al, en ik ben het volledig met hem eens, er zijn drie dingen van belang voor de goede keuken en dat zijn: boter, boter en boter. In mijn eenspersoons huishouden gebruik ik dan ook zeker een half tot een heel pond van dit heerlijke product per week. Daar tegenover moet ik dan ook wel erg veel wandelen om mijn gewicht een beetje in de hand te houden.

03 maart 2012

Boerenmarkt in den Haag

Brood op de boerenmarkt van den Haag
Tot mijn verrassing zag ik bij onze wandeling door den Haag, vlakbij het gebouw van de tweede kamer een boerenmarkt. Schitterend uitgestalde groenten, broden van een schoonheid die je niet meer bij de warmste stadsbakker vindt. Het was de grote wens van Slow Food dat de boerenmarkten zouden terug keren in de stad. In Amsterdam is dat vanouds op de Noordermarkt onder de klok van de Noorderkerk. Hier in den Haag direct onder de hoede van onze regeerders; in Utrecht op de vrijdag op het Vreedenburgplein. Het zijn hier toch meestal tussenhandelaren die de waren aan de man brengen. De producenten hebben daar geen tijd voor en het brengt hen onvoldoende op.
Schitterende uitstalling van groenten
Ik ken de boerenmarkt als verschijnsel vooral uit Frankrijk. Van mijn vakanties in de zeventiger en tachtiger jaren ken ik de marktjes waar de boeren zelf hun producten tentoon spreiden. Rustig in een kring, "primitief" uitgestald en heel authentiek. Maar in Frankrijk bestaat dit verschijnsel nog steeds; in Bergerac is nog zeker wekelijks een echte boerenmarkt waar op heel kleine schaal de producenten zelf hun waren aan de man brengen; ziet er werkelijk pittoresk uit! Dat is in NL vast niet meer te realiseren; producenten hebben grote, gespecialiseerde bedrijven met hooguit enkele producten. Die hebben geen tijd om met een ton spruiten of aardappelen op de markt te gaan staan. Ook de zelf-kazende boeren hebben geen tijd om dat te doen; daarvoor zijn de bedrijven te groot en vragen te veel tijd; personeel is schaars en duur; vaak is er nog wel een winkel aan huis die te combineren valt met het bedrijf.
Dat er geen "echte" boerenmarkten meer zijn daar moeten we in NL ook niet over zeuren; de schitterende markten als hier in den Haag, met lekker verse en vaak biologische producten moeten we gewoon maar als boerenmarkten beschouwen.
En de verkoop vanuit moestuinen aan de straat niet te vergeten!

02 maart 2012

Jan ten Brink, mijn grootvader van moeders kant.

Portret van mijn grootvader
Jan ten brink als jonge man.
Ik heb hem nooit direct gekend; hij stierf toen mijn moeder 9 jaar oud was aan maagkanker. Tussen de oude foto's vond ik deze foto, waarop hij als jonge man is afgebeeld. Natuurlijk heb ik hem nooit gekend, desondanks weet ik nog een behoorlijk aantal anekdotes over hem. Mijn grootmoeder, waar ik een meer dan uitstekende band mee had heeft mij veel over hem verteld. Niet alles even relevant zoals dat hij gek was op het in boter gebakken kruim van aardappels. En, zo werd er altijd met nadruk bij verteld, hij merkte het direct wanneer "Mien" (zo heette mijn grootmoeder) de aardappels had geprakt en zo had gebakken. Ach, dit speelde in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw dus al meer dan 80 jaar geleden. Hij kon vloeken als de beste en was volstrekt ongelovig. Hij had mijn moeder wijs gemaakt dat als je bij christelijke mensen te eten werd uitgenodigd dat je dan je ogen dicht moest doen en dat ze dan het vlees van je bord pikten. Alzo geschiedde ook daadwerkelijk een keer toen ze ergens op bezoek was. Het verhaal gaat ook dat het eerste woord dat ze sprak "domme" was; ik hoef niet te vertellen waar dat vandaan kwam.
Maar wat me vooral is bijgebleven is toch wel dat hij de wereld wel door had; toen hij ernstig ziek werd heeft hij mijn grootmoeder op het hart gedrukt om goedkoper te gaan wonen; ze is toen hij was gestorven (of misschien wel al toen hij doodziek was) van de dure Indische buurt naar de Kinkerstraat verhuisd. Ook had hij vroeg in de dertiger jaren het gevaar "Hitler" al voorspeld. Hij was muzikaal en stimuleerde mijn moeder en haar broer om resp. piano en viool te spelen. Jan ten Brink kende mijn grootmoeder al lang; er was sprake van "dubbele familie", haar zuster, mijn tante Anna was getrouwd met Jurrie, de broer van Jan ten Brink. Jan was direct gek op Mien, maar ze was eerder getrouwd met iemand anders. Toen deze uit haar leven was verdwenen zijn ze bij elkaar gekomen en getrouwd. Het huwelijk was van korte duur; ze hebben zelfs de 12,5 jaar niet gehaald; maar ze hebben erg veel van elkaar gehouden en daar was mijn moeder het gevolg van.
Mijn grootmoeder kon altijd met veel dankbaarheid aan hem terug denken en er is dan ook nooit meer een man in haar leven geweest. Haar pensioen van de NS, dat dankzij Jan ten Brink was opgebouwd, heeft haar een goed leven bezorgd en dat liet ze me vaak weten.
Hij was geboren op 24 juni 1884 en stierf op 13 december 1935, 51 jaar oud; merkwaardig genoeg weet ik de dag van zijn verjaardag; op 24 juni heb ik tot drie maal toe een examen gedaan; zal wel toeval zijn maar deze datum is, naast 1 augustus, altijd een magische datum voor mij gebleven, maar dat ter zijde.
Mijn grootmoeder was dol op hem en kon haar verdriet niet op nadat hij was gestorven; zij hield de gordijnen gesloten, deed het huishouden nauwelijks totdat een familielid er tegen in opstand kwam: "je hebt nog een kind waarvoor je moet zorgen; zij is ook haar vader kwijt". Mijn moeder kon ook nog een sfeertekening geven van dat immense verdriet. 
De meer dan 80 jaar oude machinistenpet van
wijlen mijn grootvader, Jan ten brink
Het is merkwaardig, hoe juist van iemand die relatief jong sterft veel dingen bewaard blijven. Zo bezit ik nog zijn machinistenpet; hij was namelijk machinist bij de NS, op zo'n grote stoomlocomotief. Mijn grootje hield die als een kostbaar kleinood verborgen ergens achter in een kast. Als kind mocht ik hem wel eens op, maar heel kort en onder streng toezicht. Mijn twee broers wisten zelfs niet van het bestaan van deze pet. Die pet is na het overlijden van mijn oma, via mijn moeder, waar hij ergens in een kast lag, bij mij terecht gekomen en ligt tussen allerlei andere nostalgia ergens in mijn kelder. Mijn kinderen zullen verbaasd zijn dat er een oude pet ligt en hem wellicht weggooien. Maar ik bezit ook nog zijn eerste loonbriefje en nog wat andere paperassen van hem, daar waar zulks van alle andere grootouders ontbreekt.
Mijn grootmoeder had nog contact met Jans' eerste leerling bij de NS, Piet van Mierlo. Die heb ik nog gesproken na de begrafenis van mijn grootje. Deze vertelde mij iets over Jan wat zelfs mijn grootmoeder niet heeft geweten: Jan had een bedrijfsongeluk gehad waarbij zijn rug was beschadigd; mijn grootmoeder wist niet beter of dat hij last had van reumatiek. Nu schiet mij ook te binnen dat hij voor de bestrijding van die "reumatiek" zelfs petroleum (?!) had gedronken als medicijn. Hier laat ik het bij; misschien schiet me later nog wel wat te binnen en zal ik deze Blog nog aanvullen. Dit laatste vooral voor mijn broers.

01 maart 2012

Bilthoven wordt een zooitje

Temidden van de bouwactiviteiten staat dit pand.
Vroeger zat hier het filiaal van Albert Heijn.
Vooral het centrum van Bilthoven, d.w.z. het stationsgebied, maar ook het winkelcentrum de Kwinkelier gaan op de schop. De kruising met het spoor wordt door NS als gevaarlijk bestempeld en nu wordt er binnenkort een tunnel onder het spoor gerealiseerd. Dat zal naar ik verwacht een sterk aantrekkende kracht op doorgaand verkeer uitoefenen zodat de Soestdijkseweg, de doorgaande weg van De Bilt/Bilthoven definitief een belangrijke Noord/Zuid verkeersader in de provincie zal worden.
Destijds toen wij in Bilthoven gingen wonen was het er 'savonds zo ontzettend stil; je hoorde wanneer je op onze loggia zat alleen maar het geluid van de uilen achter in het bos. Verkeer had je nauwelijks. Maar dat is ook wel dertig jaar geleden. Jaren later kon je zelfs het geluid van de A28 horen wanneer je met gesloten ramen in de badkamer je tanden stond te poetsen. Nogal een verschil, maar dat ter zijde; ik ben nogal gevoelig voor storend geluid helaas.
De bestrating van het winkelcentrum is kapot
en de afvoer functioneert niet naar behoren.
In die tussentijd is Bilthoven gegroeid; het winkelcentrum "De Kwinkelier" werd gerealiseerd met daarnaast een sporthal annex muziekschool. Inmiddels is het winkelcentrum behoorlijk in verval, zodanig dat er winkeliers vertrekken en er winkels leeg staan; de bestrating scheurt; de afwatering functioneert onvoldoende, kortom het wordt een zooitje.  Gelukkig zit Albert Heijn er nog en ook "Sir John", de chique herenmodezaak waar ik vroeger, in de tijd dat ik er netjes uit wilde zien voor mijn werk, altijd mijn kleren kocht.
Het is een raar fenomeen wanneer gebouwen die je hebt zien bouwen alweer worden afgebroken. Dat is nu reeds gebeurd met het complex van muziekschool en sportzaal. In die sportzaal heb ik vroeger heerlijk badminton gespeeld. Toen ik hier onlangs was zag ik zo'n reusachtige machine met veel geweld de brokken grijs beton tot gruis beuken. Helaas had ik toen geen fototoestel bij me anders had ik er een filmpje van geschoten.
De enorme machine die beton kan vergruizen bovenop
de hoop met puin.
Maar een dag later kon ik de puinhoop nog wel fotograferen. Naar ik begreep komen er nu huizen en wordt het winkelcentrum gerenoveerd. De afbraak van die nu nog te realiseren nieuwbouw zal ik wel niet mee hoeven maken verwacht ik.
De lege plek waar tot voor kort sportzaal en muziekschool stonden vind ik een triest gezicht. Maar zo gaan die dingen kennelijk; er wordt niet meer voor "de eeuwigheid" gebouwd zoals die schitterende panden van de 17e eeuw. Die "ouderwetse"duurzaamheid bevalt me eigenlijk beter.

29 februari 2012

Schrikkeldag 2012



Niet omdat het schrikkeldag is, maar omdat het de laatste dag van februari 2012 is betekent deze dag meer voor mij dan veel andere dagen. Met deze dag heb ik officieel mijn werkzaam leven afgesloten; het is de laatste dag dat ik WW ontvang. Vanaf heden zal ik het met (de helft van) mijn (pré)-pensioen moeten redden; dit laatste vanwege mijn echtscheiding; geen vetpot dus.
Deze dag gaan we vieren door vanavond naar Studium Generale van de Universiteit van Utrecht te gaan; één van de vele gratis ter beschikking staande voorzieningen van onze goed georganiseerde maatschappij. Samen met openbare bibliotheken, de voor niet-werkenden redelijk voordelige en bruikbare vervoersmogelijkheden bij NS (o.a. het dalvrij abonnement), gratis lunch concerten en lage voedselprijzen is het bijzonder goed toeven in ons kleine landje aan de zee.
Voor een dergelijk positief geluid lijkt in de media tegenwoordig wat minder aandacht dan redelijk is. Daar verbaas ik me wel over. Gemopper over de (euro)crisis, NS, files, prijs van benzine enz. zet toch wel vaak de toon van het "publiek debat"; daartegenover maken ongeïnteresseerd en onvoorspelbaar stem-gedrag en schaamteloze vernedering van onze politici door de media, het belangrijkste vertegenwoordigend lichaam van onze maatschappij, de tweede kamer, bijna letterlijk tot een ouderwetse Romeinse arena, waar naar de luim van het publiek de gladiatoren werden geofferd. Zo moeten we toch niet willen omgaan met deze maatschappij; we hebben het collectief beter dan ooit en hebben weinig reden voor een negatieve houding.
Dat waren zo mijn overpeinzingen op mijn laatste officiële werkdag, deze laatste dag van februari 2012.

28 februari 2012

Museum Mesdag in den Haag


Van internet geplukte afbeelding van
"het schilderij met de ogen".
Tijdens ons daggie den Haag hebben Huib en ik een bezoek gebracht aan het Museum Mesdag; een heerlijk ouderwets en rustig museum. Geen rondrennende kinderen maar de serene rust van een museum zoals in mijn beleving een museum hoort te zijn. De 19e eeuwse schilderijen brachten me werkelijk in vervoering; schitterend impressionistisch werk en veel direct in de buitenlucht geschilderd werk zoals de Barbizon beweging dat als eerste deed. Huib wist mij te vertellen dat de destijds moderne materialen, als de verftube de mogelijkheid tot buiten schilderen openden. Zo ook de moderne schildersezel die opgang maakte en de schilderskoffer met andere materialen. Nooit bij stilgestaan dat zoiets banaals als de verftube nodig was om het atelier te kunnen verlaten en direct buiten te gaan schilderen. Die mogelijkheid heeft wel direct cachet gegeven. Ik vraag me wel af hoe in de zeventiende eeuw die levensechte winterschilderijen met die schaatsers tot stand kwamen; dat moeten toch studio schilderijen zijn.
Van een eerder bezoek, misschien wel meer dan 15 jaar geleden,  wist ik nog dat er een schilderij hing van een jonge vrouw waarvan de ogen mij zo intrigeerden. Ik kon het niet echt vinden maar vermoed dat het de ogen in het hier getoonde schilderij moeten zijn geweest.
In het museum was een ruimte ingericht met schilderijen uit de collectie van Mesdag die door Vincent van Gogh gezien zijn en die deze beroemde schilder hebben geïnspireerd; hij heeft er althans over geschreven in één van zijn vele overgeleverde brieven. Dat vond ik een heel wonderlijke gedachte; die schilderijen zijn, net als muziek, een kunstvorm met een forse duurzaamheid en kunnen derhalve door vele generaties bewonderd worden.
Varken, schilder mij onbekend,
Museum Mesdag, gaat u vooral zelf kijken!
In een hoekje hing een schilderij van een varken; een mager beest met een nogal afwijkende lichaamsvorm. Ik kon het niet laten om er een foto van te maken, maar werd wel door de suppoost gemaand dat het niet mocht; dit beest moet toch een oud vaderlands varkensras vertegenwoordigen. Deed me, met z'n lange snuit een beetje aan het Hongaarse Mangalica varken denken dat op de website van Sandor Schiferli getoond wordt. Het lijkt in ieder geval van geen kant op de varkens zoals ik die ken en gekend heb; nogal mager en wat merkwaardig van vorm.
Verder hingen er schilderijen van Sir Laurens Tadema; deze NLse schilder, die vooral in Engeland furore maakte schildert heel precies en eigenlijk steeds historische taferelen waarin je een beetje kunt wegdromen als in een goede roman. Verder stond de begane grond van het museum vol met schitterend aardewerk en andere kunstvoorwerpen die nog afkomstig waren van Mesdag zelf. Het is heel bijzonder de moeite waard om dit museum te bezoeken; een klein beetje een museum in een museum, net als het Teijlers museum in Haarlem.

27 februari 2012

Homo ludens

Mijn vader, roeiend op ons visplekje. Op de achtergrond
de Twiskerbrug bij Oostzaan. Circa 1975
Mijn vader had het over het perspectief van de mensheid dat zou aanvangen op het moment dat de meeste arbeid zou zijn overgenomen door machines. In de tijd dat we daarover spraken, dat was ergens begin van de zeventiger jaren, was van de computer nog geen sprake; het ging vooral om productie functies in de landbouw en industrie. Het perspectief was dan vooral de enorme hoeveelheid vrij te besteden tijd die de mens dan in de schoot zou komen te vallen. De invulling naar wens van het individu: de spelende mens; de Homo Ludens. Hij had het er vaak over en had het zelf graag mee willen maken.
Nadat hij was gepensioneerd vulde hij zijn tijd met de dingen die hij fijn vond en die hij fysiek nog op kon brengen; tuinieren in de heemtuin bij de Sloterplas in Amsterdam; lekker ouwehoeren in de "keet van William" met andere kerels na het toch best zware, lichamelijke werk: beetje brandnetels verwijderen, slootkanten bijwerken en dat soort dingen. Hij beleefde daar ontzettend veel plezier aan en als ik op bezoek was bij mijn ouders, dan gingen we altijd even naar "de Heemtuin". Hij liet me een keer een zeldzaam plantje zien ergens verstopt onder een boom; helaas weet ik de naam niet meer, maar ik moet er altijd aan denken als ik in Limburg ben en er daar velden vol van zie. Die tijd was voor mijn vader de tijd van Homo Ludens. Tijdens zijn werkend leven heeft hij dat niet gekend dat was toch wel een leven van hard en nauwkeurig werken als belasting ambtenaar.
Maar heden is toch wel de tijd van de Homo Ludens aangebroken in de meest letterlijke zin van het woord. De computer biedt aan eenieder de mogelijkheid om op ieder moment te kunnen spelen. Het verbaast me ontzettend als ik zie hoe jong en oud (vooral van het manlijk geslacht overigens) met computer spelletjes (eufemistisch "games" genoemd) bezig is. Volwassen kerels zitten ongegeneerd die stompzinnige schietspelletjes te doen in de trein. De dames gebruiken al die verworvenheden vooral om te communiceren, "zeg maar" om te ouwehoeren.
Die Homo Ludens is er inderdaad gekomen, niet vanwege de vrije tijd (we moeten tegenwoordig doorgaan tot 67 als ik het moet geloven) maar vanwege de informatietechnologie. Mijn vader en ik hadden het ons toch anders voorgesteld toen we daarover spraken in ons visbootje in Oostzaan.