03 oktober 2015

De linkshandigen

Bij onze wandeling in Schin op Geul van afgelopen maandag zei ik al tegen Roos dat m'n oude energie weer terug was; gelukkig was het maar een tijdelijke zaak toen ik bij die grijze wandeling vanaf Amersfoort Vathorst die waterige misere inwandelde en na 8 kilometer al geen puf meer had om verder te wandelen en de bus maar nam. Na Schin en nu weer na het bezoek aan Essen zit ik om 8 uur smorgens alweer de volgende Blog te schrijven en dat terwijl ik vanmiddag een eerste PROIRA reunie mee hoop te gaan maken. De Blog daarover zal ik op de PROIRA blog plaatsen die ik eveneens onder mijn beheer heb.

Maar nu eerst het boek "De linkshandigen"  van de pen van Christiaan Weijts, zoals de titel van dit Blog vermeldt. Gisteren op de terugweg van Essen ben ik eraan begonnen, gisteravond nog een paar bladzijden voordat ik als een blok in slaap viel en vanmorgen vroeg het laatste stukje terwijl ik mijn twee dagelijkse gekookte eitjes naar binnen lepelde onder het genot van een beker verse thee.
Inmiddels begin ik mij af te vragen of ik wel een goed begrip heb van het woord "literatuur". Daaronder versta ik in ieder geval iets heel anders dan de commentatoren die de achterflappen van boeken volschrijven met hun superlatieven. Dit werk van Christiaan Weijts vind ik gewoon een spannend, onderhoudend en met een forse scheut eruditie geschreven boekje; je leest het in (vrijwel) 1 adem uit. Maar literatuur vind ik het niet; het heeft iets sinisters; een enigszins griezelig aandoende wolk van privacy schendende activiteit van een organisatie waar dan uiteindelijk een mysterieuze figuur achter zit die pas op de laatste bladzijden van het boek uit het duister treedt. Beetje Agatha Christie in de moderne tijd; zij kwam ook altijd met een volkomen onverwachte dader aan het eind van het boek. Tegenwoordig toch ook leuk en origineel.
Het mooiste van het boek vind ik het schitterende gedicht van William Wordsworth dat een bescheiden rol in het boek krijgt toegedicht en dat Christiaan als "Verantwoording" in haar geheel aan het eind van het boek plaatst. Toch best een aanradertje dit boek, maar literatuur, die kwalificatie gaat mij echt te ver.

02 oktober 2015

Het museum Folkwang

In de biografie van Helene Kröller-Müller had ik gelezen over een collega verzamelaar, Osthaus; regelmatig waren zij in concurrentie waar het avant-gardistische kunst betrof. Ik had dan ook verwacht dt hier een stevige verzameling van Goghs zou hangen. De verzameling is ondergebracht in het Museum Folkwang in Essen en daar hebben we vanmorgen enkele uren doorgebracht totdat we oververzadigd naar een parkje zijn gegaan om in de verrukkelijke najaarszon te wachten tot het tijd zou worden om de bus terug naar huis te nemen.
Mutter und Eva van Otto Dix
Het aantal van Goghs was dan misschien niet zo groot; er hingen er slechts 2 en eentje werd gerestaureerd, maar er hingen ook Manets en schilderijen van Renoir, Signac, Kokoschka, Picasso, Kandinski, Dali en schilders waar ik nog nooit van gehoord had. Veel schilders van het begin van de 19e eeuw, maar vooral van rond de eeuwwisseling zoals de impressionisten.
De entree was kostenloos; dat is nog 5 jaar het geval door een bijdrage van de Krupp stichting; over vijf jaar zal er entree worden geheven. Of dat veel uit zal halen is maar de vraag want er was maar heel weinig publiek. Het aantal suppoosten daarentegen was in mijn ogen enorm.
Een suppoost vroeg of we bepaalde enorme schilderwerken wel gezien hadden. Dat was het geval en we kwamen met hem in gesprek over de kunstenaar van de drie enorme doeken; het leek wel of ze met een printer gemaakt waren. Hij wees ons verder op een werk van een zekere Otto Dix: "Mutter und Eva": "Je kunt de rimpels zien", zo vertelde hij ons. Inderdaad een heel gedetailleerd werk waar ik een foto van gemaakt heb voor dit Blog. Dix, een bijzondere fijnschilder die zeer uiteenlopend werk heeft gemaakt.
Speciaal gefotografeerd voor Peter C.
Het museum bestond uit een enorm gebouw met ruime lichte zalen. Niet alleen schilderijen maar ook veel beeldhouwwerk en niet alleen schilderijen van de 19e en vroeg 20e eeuw, maar ook hypermodern werk, zeer geschikt voor mijn vriend Peter C. De architect van het gebouw is David Chipperfield die dit museum in 2007 heeft ontworpen. In 2010 is het geopend.
Ik moest erg aan Helene Kröller-Müller denken die ook zo graag zo'n fraai museum had willen realiseren om haar collectie in onder te brengen. In vergelijking met het Folkwang museum is de parel van de hoge Veluwe maar een karig optrekje. Zo'n pracht had Karl Ernst Osthaus ook niet verwacht toen hij het oorspronkelijk Folkwang museum in Haagen gestalte had gegeven.
Essen mag hier trots op zijn mede dankzij de inbreng van de Krupp stiftung. Wij komen vast wel eens terug.

01 oktober 2015

Cultuur snuiven in Essen

Alfred Krupp
Ik had Roos aangegeven dat ik graag eens naar Essen wilde voor een bezoek aan het Folkwang museum. Dat leek Roos wel wat. Toen bleek dat Flixbus direct vanuit Utrecht naar Essen reed was het pleit snel beslecht en zo zaten we vanmorgen in de bus naar Essen. Roos had bedacht dat Essen ook vast wel een operahaus zou bezitten en had de datum uitgezocht op de opera van deze avond. Ze had alles keurig voorbereid: bus geregeld, hotel geregeld en een kaartje voor de opera. Ter plekke besloot ik om ook mee te gaan naar de opera dus hebben we in de loop van de middag nog een kaartje voor mij erbij gehaald; er was nog ruim plek gelukkig.
Maar eerst de stad Essen bezocht; een niet zo bijster interessante stad, zonder oude binnenstad; vooral een koopgelegenheid. Slechts 1 leuk winkeltje ontdekte ik, een delicatesse-slager met de schilderachtige naam Schlemmermeyer waar ik dan ook een lekker stuk rookspek heb ingeslagen. Ook zagen we een fraai standbeeld van Alfred Krupp, niet alleen een belangrijk industrieel die de industrialisatie van het Ruhrgebied mede vorm heeft gegeven maar tevens de naamgever van de stichting die bijdraagt aan het in stand houden van het Folkwang museum. Moest ik dan ook een foto van nemen voor dit Blog.
Ook ontdekten we een gezellig Turks eettentje waar we heerlijk hebben gegeten en een biertje gedronken; vlakbij het operahaus; we hebben er na afloop dan ook nog een afzakkertje genomen.
En die opera zelf vond ik geweldig. Een schitterend opgesteld podium met kaarsen, een enorme klok aan een kabel, muren en een imposante crew. Bij de aanvang van het orkest liepen de rillingen over m'n rug; de relatief kleine zaal was vol van het geluid; perfecte akoestiek en dan kan er toch echt niets op tegen een echte uitvoering. Verder was het Duitse publiek van begin tot het eind muisstil; ik heb geen kuchje gehoord. De opera was ook bijzonder boeiend en emotioneel, met verrassende muziek. Ik heb genoten.
Roos was het met me eens dat die kleinere zalen zoals in Duitsland veel geschikter zijn voor opera en dat je zo'n opera dan veel intensiever beleeft. Het was mij ook al opgevallen dat ik bij opera's in de Stopera te Amsterdam steevast in slaap viel maar in de kleinere zalen als in Alkmaar, Koblenz en nu ook in Essen van begin tot eind heel geboeid heb geluisterd en gekeken. We gaan vaker hebben we besloten!

NB het ging om de opera "The Greek Passion", van Bohuslav Martinu, een zeer indringend werk.

Een positieve recensie, zelfs met afreisadvies vindt u hier. En mocht u naar Duitsland willen? neem dan de Flixbus, comfortabel, voordelig en je hoeft niet zelf te sturen en in de file kom je sowieso.

30 september 2015

Busyness

Gewoon af en toe lekker wandelen in het bos
Goed om even rustig na te denken
Eerst dacht ik nog dat het een verschrijving was, maar het is een nieuw woord, net zoiets als "onthaasten", ook zo'n modernisme. Hangt beide samen met de almaar toenemende stress in de werksfeer en thuis; de niet aflatende stroom informatie en afleidingen die de moderne mens overstroomt.
Gisteravond had ik het er nog even kort over met mijn buurvrouw, leeftijdsgenote die het ook "verdomt" om haar ielepieleapparaatje voortdurend onder handbereik te hebben omdat haar "cheffin" het nodig acht om haar ook 'savonds nog te kunnen bereiken: "dan zoekte ze maar een ander", sprak zij in duidelijke taal.
Maar tot mijn verbazing las ik vandaag in de Volkskrant een artikel over verveling op de werkvloer; werknemers die net moeten doen of ze het heel druk hebben terwijl ze in feite niets te doen hebben.
Dergelijke verhalen ken ik wel uit de tijd dat ik zelf nog werkte. Zo weet ik nog het verhaal van een hoofdanalist wanneer hij sprak over zijn vorige baan op een groot en gerenomeerd instituut dat de afdeling waar hij werkte als je heel hard zou aanpoten je het werk wel in je eentje aankon; met z'n tweetjes kon je het rustig aan doen en ze zaten er met z'n drieen. Dus eerst 'smorgens langdurig koffie drinken en de krant lezen, dan een uurtje werken en vroeg weer met lunchpauze en tafeltennissen, nog een uurtje werken, theepauze en vroeg naar huis. Hij was inderdaad weggegaan omdat dit ethos hem niet paste. Was bijzonder uitzonderlijk in dat instituut.
Vanuit het ministerie van Verkeer en Waterstaat ken ik vanuit twee onverdachte bronnen de verhalen dat er hele afdelingen waren waar men vocht om dat beetje werk dat er te doen was; iedereen moest net doen of hij het erg druk had; aftellen dat je je weer eenkeertje ziek kon melden; vreselijk!
Maar ook heden ten dage schijnen er nog lieden te zijn die zich zodanig vervelen op het werk dat ze er psychische klachten door krijgen. Niet te geloven deze tegenstrijdigheid.
Ik heb mij in mijn werkzaam leven nooit verveeld. Als er minder te doen was dan zette ik me aan een nieuwe taak, bedacht ik iets zinvols. Ik kijk met voldoening terug op de werkzame jaren, enkele jaren uitgezonderd, maar dat kwam zeker niet door verveling!

29 september 2015

Parkieten op zolder

Een grasparkiet en een zebravinkenman op de voerplek
van de voliere in het Gaia park in Kerkrade 
Bij ons bezoek van afgelopen zondag aan de Gaia Zoo in Kerkrade kwamen we o.a. in een reusachtige voliere met vooral grasparkieten. Tientallen van deze fraaie vogels vlogen rond en nestelden; ze paarden en baltsten er vrolijk op los. Voor mij een moment van herkenning; in mijn jonge jaren had ik met mijn vriend Bram ook parkieten; we waren toen een jaar of twaalf.
Bram had een vogelkooi en mocht van zijn moeder een stelletje vogels aanschaffen. Daarvoor gingen we naar de Ten Katestraat, naar de firma Seket, gevestigd bij de ten Kate markt en die ik al vanaf m'n prille jeugd kende; ik zal daar wat naar de hondjes en de konijntjes hebben staan kijken met m'n neus tegen het glas van de winkelruit. Bram kocht een groen mannetje met de kenmerkende blauwe basis aan de snavel en een blauw vrouwtje, een popje voor kenners met de kenmerkende bruine snavelbasis. We zullen wat uurtjes samen voor die kooi hebben zitten kijken. Ook heb ik toen op de zolder van mijn ouderlijk huis met behulp van houten hamer en steekbijtel van mijn vader een stukje boomstam uitgehold; een deksel erop getimmerd en daar hadden we een nestkast. Als voering voor de eitjes hadden we er uitgeplozen touw in gelegd en toen maar wachten wat er zou gebeuren.
Nou, die parkieten hadden er geen enkele moeite mee om dit bouwsel als nestkast te herkennen. Direct kroop het vrouwtje erin, maar dat geplozen touw zinde haar helemaal niet. Wat wij niet wisten was dat parkieten hun eieren direct op de ondergrond leggen en helemaal geen nestmateriaal nodig hebben. Ze trok de hele kluwen uit het gat en bleef trekken. Op zeker moment liet het touw los en het vrouwtjes viel met kluwen en al op haar rug op de grond van de kooi; ik moet er nog om lachen als ik dat voor me zie.
Het bleek een vruchtbaar koppeltje te zijn want al snel lagen er eieren in het nestkastje en niet veel later ook jonge vogels. Bram en ik raakten er niet op uitgekeken. Mijn moeder had het niet zo op de rotzooi die vogels op zolder gaven; Brams' moeder vond het best. Maar ik zat op het laatst meer bij Bram dan thuis en toen zwichtte mijn moeder. Al snel hadden mijn broer Jan en ik ook parkieten; een schitterend groen mannetje dat we dan ook "Groentje"  noemden en een fanatiek bijtend grijs popje, door mijn moeder "dat bijtende wijf"  genoemd. Ze wilde wel eens proberen hoe hard dat kreng kon bijten; nou ze heeft het geweten!
Later ging ik meer over op de Australische prachtvinken zoals de Binsenastrilde en de Bichenowtjes; buurman Otter was daarin gespecialiseerd. Ik moest daar allemaal aan denken zondag in die voliere.

28 september 2015

Een tunnel voor wandelaars en dassen

Tunnel voor wandelaars en dassen
Toen ik vorige week maandag langs hotel Bemelmans liep en de gasten zo lekker zag zitten ontbijten bedacht ik mij dat ik ook wel eens naar dat aardige familiehotel zou willen om te verblijven. En dat hebben we nu gedaan. Gisteren, na afloop van het bezoek aan de dierentuin zijn we naar station Kerkrade gewandeld en hebben daar de stoptrein naar Schin genomen. Het was schitterend weer; op het terras van het hotel een merkbaar zwaar biertje gedronken, een donkere Tongerlo, bier gebrouwen door de Norbertijnen.
In de zon nog een wandelingetje gemaakt voor het eten en via de holle weg naar het bankje van m'n vader en daar even op gezeten, kijken naar een torenvalk die erin slaagde om een muisje te verschalken. Hij kon direct aan de maaltijd, wij moesten wachten tot half zeven, de tijd voor de pensiongasten. En we hebben toch weer lekker gegeten. Je begrijpt gewoon niet waar een mens het allemaal laat, hoewel .....
Op de kamer geconstateerd dat de TV echt een onzinnig medium is en derhalve vroeg in slaap gevallen en de maansverduistering aan ons voorbij laten gaan.
Uiteindelijk vertrokken we vrijwel net zo laat voor de wandeling als dat ik vorige week het hotel passeerde; leuk! Was een aangenaam verblijf.
Weer zo'n beetje de wandeling gemaakt die ik vorige week had uitgezocht, maar op zeker moment meer naar het zuiden gegaan om de provinciale weg over te steken tussen Margraten en Cadier in. Over kleine paadjes en tot onze verrassing via een tunnel die slechts toegankelijk was voor wandelaars en dassen; heb ik echt nog nooit gezien; zal ik regelmatig op gaan nemen in mijn wandelingen.
Nog wat verder gewandeld en terug naar de provinciale weg waar we de bus hebben genomen en weer terug naar De Bilt. Waren fijne dagen.


De Gaia Zoo en hotel Bemelmans

Sam moet toch af en toe stiekum even
naar de grote wasbeer kijken.
Zo rond een uurtje of negen zaten de meesten van ons gezelschap aan het ontbijt. Na het meer dan uitstekende diner van gisteravond was het een wonder dat ik er weer wat in kreeg, maar dat ging toch weer moeiteloos. Kasteel Doenrade is niet alleen een schitterende verblijfplaats maar ook heel goed van eten en drinken. Na het ontbijt lag een gezamenlijk bezoek aan de dierentuin van Kerkrade, het Gaia park in de planning. Gelukkig waren er nog twee plekjes beschikbaar in een van de vele auto's; kinderzitjes en hulpmateriaal vullen het rijdend materieel snel ook van de grootouders.
Het was toch alweer een tijd geleden dat ik een dierentuin bezocht en deze kende ik slechts van horen zeggen. Viel me niks tegen. Was een echt moderne dierentuin met de nadruk op de dieren. Dus grote verblijven met schuilplekken voor de dieren. Onvergelijkbaar met de dierentuinen uit mijn jonge jaren met een zielige wolf of beer die van verveling en frustratie ongetwijfeld gek waren geworden en nog slechts heen en weer konden schudden met hun kop of telkens heen en weer liepen over een stuk van vier meter. Vonden we toen normaal; de huidige vorm van dieren houden is dus voor de dieren een stuk beter. De wolven, de otters en vooral ook de gorilla's vond ik ontzettend goed gehuisvest en zeer de moeite waard om te bekijken.
Maar het toppunt vond ik toch wel de rondlopende wasbeer, een verklede, rondlopende artiest die op een heel kindvriendelijke manier het park opleukte. De kleine Sam vond het maar eng en spannend; ze kroop weg bij vader Lisander maar moest toch telkens stiekum even kijken. Ik heb de wasbeerman of vrouw nog gecomplimenteerd voor de manier waarop hij/zij het deed; werd op prijs gesteld.
Het was ontzettend druk in het park maar gelukkig bleef het gezelschap wel enigszins bij elkaar, althans ontmoetten we elkaar weer op gezette tijden.
Roos en ik namen afscheid en bedankten Anneke en Pieter voor de fijne dagen die we hadden genoten; leuk om hun hele familie weer te zien.
Wij hadden nog een Limburgse verrassing in petto; we gingen naar hotel Bemelmans in Schin op Geul! Kijk maar naar de blog van morgen.

Naar kasteel Doenrade

Ontvangst met prachtig weer
Het gebeurt me toch niet zo gek vaak dat ik nog nooit van een bepaalde plaats in NL heb gehoord, maar Doenrade? Ligt in Zuid Limburg. Roos'  zus en zwager vierden daar hun 65e resp 70e verjaardag en deden dat met de familie van beide kanten, een fors gezelschap.
We werden pas rond 16.00 uur verwacht en maakten graag van de gelegenheid gebruik om een lekker stuk te wandelen naar het kasteel. Vanaf het stationnetje Geleen Oost had Roos een route uitgeprint naar het kasteel. Met deze route beschrijving en de GPS kwamen we een heel eind; viel niets tegen dat ons onbekende stuk van Limburg, We kwamen dan ook lekker uitgewaaid aan bij het gezelschap. Anneke en Pieter organiseren wel vaker dit soort familiebijeenkomsten. Het was dan ook leuk om de bekende gezichten terug te zien. Het gezelschap was aanzienlijk groter geworden dankzij het aantal kleinkinderen dat aanwezig was; ik meen elf stuks tussen enkele weken en tien jaar oud en dat speelde toch leuk met elkaar!
Alle kleintjes op een rijtje
Na de welkomstborrel met z'n allen aan tafel. We hadden een aparte ruimte voor ons gezelschap zodat de kinderen lekker rond konden lopen en dat deden ze graag. Opvallend was hoe voorzichtig de wat grotere kinderen met de kleintjes omgingen. Leuk om te zien.
Na het diner was er gelegenheid tot dansen en werden er toespraken gehouden en een origineel cadeau overhandigd: een glossy waaraan het hele gezelschap had meegewerkt: de P&A glossy.
De avond werd afgesloten met muziek en dansen en een lekker glaasje tussendoor natuurlijk. Mijn oren konden het volume niet aan zodat ik wat vroeger naar de uitstekende kamer ben gegaan en van een rugbywedstrijd op TV heb genoten terwijl ik de muziek van beneden nog uitstekend kon horen, althans de basso contino daarvan. Geslapen als een roos.

25 september 2015

Het raadsel van de mentale ruimte

Uitzicht op het standbeeld van Willem van Oranje,
de vader des vaderlands
Eenmaal op de tramhalte Kamperfoeliestraat aangekomen wist ik niet welke richting ik op moest: "weet u waar ik de begraafplaats kan vinden?", vroeg ik uiteindelijk maar aan leeftijdsgenoten - een jonge dame die ik dat vroeg had kennelijk geen idee -  "Loopt u maar mee", was het antwoord, "we gaan vast naar de zelfde begrafenis", suggereerde ik; "naar tante Jo", was het antwoord. En dat klopte, hoewel ik de overledene niet als zodanig kende; zij was de grootmoeder van mijn schoonzoon Walter.
Voorafgaand had ik het Mauritshuis bezocht en genoten van de altijd weer schitterende collectie; ook nog even naar het Haags historisch museum, ik had nog tijd om naar de Wiener Konditorei te gaan voor een plak tulband en een stuk maanzaadgebak voor Roos. Die tulband heb ik weggesmikkeld op een bankje op het Plein met uitzicht op het standbeeld van de Vader des vaderlands, Willem de Zwijger.
Vervolgens met de tram naar de begraafplaats.
Het werd een heel indringende bijeenkomst; de gestalte van de overledene kreeg voor mij meer en meer profiel. Allereerst was het al bijzonder hoe ontzettend veel belangstellenden er waren voor deze hoogbejaarde dame; zij had uiteindelijk de respectabele leeftijd van 92 jaar bereikt. Haar einde was niet vrolijk geweest; de dood kwam voor haar als een welkome verlossing, zoveel werd wel duidelijk uit de verschillende toespraken die werden gehouden. Allereerst door Wilma, dochter, en moeder van mijn schoonzoon Walter. Helder schetste zij hoe zij zelf binnen een gezin met 3 broers dankzij inzet van "mamma" alle gelegenheid kreeg om de meisjesdingen te mogen dragen en doen; een lange broek!, opmaakspullen en laat thuis komen. De waarderng voor haar moeder was enorm dat was wel duidelijk. Er was ook sprake van een grap: "en, voor ik het vergeet, dokter Sassen heeft vandaag de hele dag geen praktijk vanwege de begrafenis", deze strofe zou bij vrijwel alle toespraken als slot genoemd worden. In haar werkzaam leven had de overledene als medisch secretaresse gewerkt bij een zekere dokter Sassen en die had kennelijk een hele dag geen praktijk willen voeren toen zij met haar man Joop in het huwelijk trad. Zoveel werd duidelijk dat ze verhalen eindeloos heeft herhaald en dokter Sassen en de bijbehorende gebeurtenis was daarbij kennelijk heel prominent geweest.
Dat  alsmaar herhalen van verhalen uit het verleden werd tegen het einde van haar leven minder en minder; wat daarvoor in de plaats kwam was onzekerheid, angst en in plaats van verhalen kwamen er vragen.
Het beeld van wat dementia betekent voor de betrokkene kreeg voor mij meer duidelijkheid. Een van de sprekers was ook zeer uitgesproken dat in deze situaties het actief beeindigen van het leven eigenlijk zou moeten kunnen. Mijn overleden vriend en huisarts A.M. zei dat ook: "het is het laatste wat je voor een patient kunt betekenen als je niets meer hebt te bieden en het lijden te groot is".

Later heb ik lopen denken aan die angsten die kunnen ontstaan binnen de mentale ruimte, het gedachtenuniversum van de individuele mens. Als baby is die ruimte nog maar klein; naarmate de volwassen leeftijd wordt bereikt wordt deze groter en voller, met kennis, met ervaringen, met emoties. Bij dementia blijft die grote ruimte, maar de inhoud verdwijnt; die ruimte klinkt steeds holler en je kunt niet meer terug vinden wat ooit was, vaag beseffend dat er meer was. Tot het moment van het niets meer weten.

Na afloop de receptie waar ik de warmte van een grote familie heb mogen ervaren. Natuurlijk uitgebreid gepraat met dochter Arja en de kleine Sjoerd weer eens bewonderd; wat gaat die ontwikkeling toch snel en fijn dat hij er bij was; leuk om te zien toen Walter geemotioneerd een toespraak hield met mijn dochter en dat nieuwe leven naast zich op het podium. Zo gaat het: de generaties komen en gaan als de bladeren aan de bomen.

24 september 2015

Vaderlandse geschiedenis

Standbeeld van de gebroerders de Witt in Dordrecht
Dat gebeurt me niet vaak; ben de hele dag niet van de flat af geweest. Daar kwam ik eigenlijk pas achter toen ik vanavond laat mijn zoon Peter uitliet; hij had bij me gegeten en nog gezellig zitten napraten tot ik hem de deur uit zette om 23.00 uur. Daar stonden nog de vuilniszak en de lege flessen die ik normaliter bij het naar beneden gaan en passant meeneem om weg te gooien; dat was er dus niet van gekomen.
De dag begon grauw en regenachtig; het werd weer tijd om even grondig af te wassen en voorbereidingen te treffen voor het eten van die avond; niet alleen Peter zou komen eten maar ook Roos; gezellig zo met z'n drietjes. Vlees gebraden, uien gesneden en zachtjes te braden gezet en 'smiddags een aflevering van "Zomergasten", Maarten 't Hart uit 2010 bekeken. Ik realiseerde me toen hoeveel tijd TV kijken van de "normale" Nederlander in zal nemen, maar ik vond het wel aangenaam verpozen. Moet ik - inderdaad Dick - niet te veel gaan doen!
Later op de middag het eten verder toebereid; vla gekookt, ouderwets met melk, klont boter, eidooiers, maizena, suiker en met een vanillestokje; hogere school koken met een prima resultaat: "Goed binnen te houden pap", verwachtte ik als compliment.
Na het eten ontspon zich een leuk gesprek over van alles en nog wat. De gesprekken tussen ouders en volwassen kinderen stelde ik ter discussie; dat je als oudere toch vooral veel ervaring en verleden hebt om over te praten en dat je alle "beslommeringen"  van de kinderen zelf wel hebt meegemaakt; dat de gesprekken desondanks alleen maar gaan over wat de kinderen meemaken en meegemaakt hebben en feitelijk niet geinteresseerd zijn in "die oude koek" van de ouders: "Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen aan je vader wat hem er zoal toe heeft bewogen om chemicus te worden", stelde Roos aan de orde. Ik greep die gelegenheid aan om in een voor mijn doen langdurige monoloog ruim in te vullen hoe ik daartoe gekomen was, dat ik scheikunde eigenlijk helemaal geen leuk vak vond en dat ik veel meer in biologie en vooral in pathologie ben geinteresseerd en gaf daarbij een schets van aanleiding, opleiding en latere werkzaamheden.
Het gesprek kreeg hierdoor een leuke wending; we spraken o.a. over recente geschiedenis, over politiek en zelfs via de moord op Pim Fortuijn over 1672, het rampjaar waar Peter nog nooit van gehoord had, over de moord op de gebroeders de Witt door het Haagse gepeupel, eveneens onbekend. Peter verweet het schoolsysteem deze leemte, waarbij slechts verteld wordt over WO II en nog een gering aantal onderwerpen, maar verder niets.
Na ons afscheid, waarbij we nog even een gezamenlijk "aboe" aanhieven vroeg ik mij nog hardop af waarom er geen behoefte bestaat om dit ervaren gebrek aan kennis aan te vullen door bijvoorbeeld zoiets obsceens te doen als een boek lezen over vaderlandse geschiedenis. Zal ik bij een volgende gelegenheid eens aan de orde stellen.

23 september 2015

Weer naar Stolwijk

Bordje Stiltegebied. Huib: "had je nog
wat willen bespreken?"
Om half negen probeerde ik tevergeefs Huib te bellen; weeronline had voor de omgeving van Gouda weinig goeds te melden terwijl het hier op de heuvelrug prachtig weer was. Het zou uiteindelijk nogal meevallen; pas op het eind van onze wandeling, een voortzetting van het Groene Hartpad zouden we toch maar wat eerder de bus nemen vanwege de regen.
We begonnen opnieuw in Stolwijk en gingen de andere kant op, dus richting Vlist, Polsbroek en Oudewater. Een fraai stuk midden Nederland met tiendwegen, weilanden en sloten. Een overweldigende hoeveelheid groen. Het gras was zeer nat zodat we binnen een uur beiden met soppende voeten, maar vrolijk kakelend het goed gemarkeerde pad volgden. We hebben een aantal jaren geleden dit pad al eens eerder gewandeld, maar ik herkende helemaal niets; dat is toch wel een voordeel van een licht falend geheugen, tenzij het misschien wel het gevolg is van een zekere oververzadiging van het brein met groene indrukken.
We bespraken uiteraard het succes van onze aanpak met een wandeling als platform voor elkaar weer leren kennen zoals het geval was bij de wandelreunie met de oud-PROIRA leden. Het had ons beiden goed gedaan; het laatste mailtje dat ik van Huib kreeg en dat de aanleiding zou zijn van de wandeling van vandaag spetterde van energie! Ik had vooral een gevoel van grote tevredenheid na afloop.
En ook vandaag weer gepraat over allerlei zaken als literatuur; Joost Zwagerman en Peter Buwalda legden we op de fileertafel en vergeleken we qua literair gehalte met Du Gard, Flaubert en Thomas Mann. Wat is literatuur? De boeken die het best verkocht worden? Wie bepaalt wat literatuur is, zeker wat hoogstaande literatuur is? Wat zijn de criterai? Wie het weet mag het zeggen.
Was weer een heerlijke wandeldag ondanks de regen op het eind en de appeltaart ging erin als koek!

22 september 2015

Wat een pracht

Michael Wilmering zingt de sterren van de hemel
Die wandeling van gisteren en vooral ook die reis terug hadden er behoorlijk ingehakt, daarom had ik vanmorgen geen puf om mee te doen met de Pilates groepsles bij de fitness zoals ik met Roos had afgesproken. Dus de reservering ongedaan gemaakt en Roos even gebeld. Lekker tot half tien in bed liggen lezen in een boek dat ik ooit heb gekregen van vriend Jaap Brienen: "De herberg der armen", van Tahar Ben-Yelloun, een Marokkaanse schrijver van hoogstaande literatuur. Kom ik later nog wel op terug.
Met Roos naar het lunchconcert van de Stopera geweest waar Michael Wilmering met zijn pianist Javier een kort liederen recital zou laten horen. Liederen van Beethoven, Brahms en Richard Strauss, twee nocturnes van Chopin, uitgevoerd door de begeleidend pianist en tot slot nog liederen van Ravel. Roos kende Michael van uitvoeringen bij zijn eindexamen en van het Internationaal Vocalisten Concours; zij was erg enthousiast over zijn kunnen, en terecht. Het was een half uur van puur genieten: wat een pracht. Na afloop hebben we nog kort gesproken met pianist en zanger en hen een succesrijke carriere toegewenst. Dat zal wel lukken denk ik.
De oogst met in het midden de prachtige tomaat
uit de tuin van Roos
Daarna scheidden onze wegen; Roos ging ergens een hapje eten en ik nam de gelegenheid te baat om voor een tweede keer de tentoonstelling over Josephine en Alexander te bekijken in de Hermitage. Het ging mij vooral om die schitterende Gonzaga camee nog eens van nabij te kunnen bekijken. En dat lukte wonderwel; het was weer niet zo gek druk in het museum en de bezoekers hadden zoals altijd meer interesse voor wat er gesproken werd in de luisterapparaatjes die door het museum ter beschikking worden gesteld en in de bordjes dan in de kunstwerken zelf. Gaf mij dus opnieuw de gelegenheid om zonder bril en met de neus tegen het glas naar de oeroude, schitterende camee te bekijken: wat een pracht!
Op het metrostation kwam ik toevallig Roos weer tegen; bij thuiskomst gingen we nog even bij Theo langs om groenten in te slaan. Ook kreeg ik van Roos een tomaat uit eigen tuin; ze is terecht zo trots als een klein baasje: "die is voor morgenochtend op brood". Ik heb een foto gemaakt van de tomaat temidden van de verse groenten van Theo: wat een pracht.
En 'sAvonds hebben we nog gebridged; resultaat stemde weer tot tevredenheid en mijn spelplezier is gelukkig weer terug.

21 september 2015

Schin en Slavakto

Op m'n favoriete bankje op station Schin op Geul
De weersvoorspelling voor vandaag was goed; Weeronline gaf een zuinige 7, had voor mij best een 8 mogen zijn. Om exact 9.30 zat ik op m'n bankje op station Schin op Geul en peuzelde op een gebakken kippenvleugeltje. Daar hoorde ik de kerkklok slaan als bevestiging van het tijdstip. Na een kwartiertje genieten, in de hoeven. Via Hotel Bemelmans - u kent het wel, familie van Jack Bemelmans - naar boven, vrij nieuwe route voor  mij - loop altijd via het Gerendal, maar nu niet - rechts aanhouden en dan door een lange holle weg, je zou het bijna een kloof noemen naar het Zuiden. Bij hotel Bemelmans zag ik de gasten lekker aan het ontbijt zitten. Zouden we ook eens moeten gaan logeren; leuk familiehotel. We hebben er wel eens op het terras een biertje gedronken. Toen had ik me ook al bedacht dat we hier eens neer zouden moeten strijken. Wie weet komt het er nog een keertje van. Zou ook echt een plek voor m'n ouders zijn geweest; die ouwe was gek op Schin.
Karakteristiek Christusbeeld op de
begraafplaats vlakbij het station van Schin
Ik heb op de GPS mijn weg gezocht; was van plan om boven Margraten, via IJzeren en Bemelen naar Maastricht te wandelen en dat heb ik ook precies zo gedaan; meestal over halfverharde en onverharde paden en vrijwel zonder rusten. Al om 13.30 kwam ik, dankzij een behulpzame jongeman die de weg kende bij station Maastricht Randwyck en met de sprinter door naar Maastricht CS. Het stuk tussen Sittard en Weert ging wondersnel oftewel daar heb ik heerlijk zitten tukken. Nog wat in het boek over het leven van Patrick Leigh Fermor gelezen. Eenmaal aangekomen in Utrecht door naar de driejaarlijkse Slavakto, een manifestatie voor de vleeshandel. Daar ben ik zes jaar geleden mee in aanraking gekomen en heb ik een presentatie gegeven over Slowfood en nu word ik iedere keer uitgenodigd. Lekker rondkijken en hier en daar wat proeven.
Thuis gekomen m'n prakkie klaargemaakt en daarna de foie gras "gebakken"; gaat bij precies 80 graden dus meer opwarmen dan bakken. Moet heel precies in een waterbad; echt iets voor een chemicus. Ben benieuwd of het weer zo lekker is.

PS volgende keer maar eens bij 75 graden doen.

20 september 2015

Van Driebergen-Zeist naar Maarn

Fraai koepeltje zomaar middenin het veld
Eigenlijk hadden we vandaag naar Schin op Geul willen gaan; er was goed weer aldaar voorspeld en het is er zo leuk om deze tijd van het jaar; appels aan de bomen, de nakende herfst en we waren er al langere tijd niet geweest. Maar Prorail verhinderde dat; tot 10.30 uur geen verbinding mogelijk. Nu had ik toevallig gisteren het boekje van het Trekvogelpad meegenomen: "Laten we vanuit Maarn een stuk Trekvogelpad doen", was mijn voorstel. Kwamen we op het station en misten we de trein naar Maarn net; was onze eigen stomme schuld, maar blijft vervelend. Op dat perron stond wel de trein naar Drieberg-Zeist; "We kunnen ook vanuit Driebergen-Zeist naar Maarn en Doorn lopen, via Austerlitz" , was mijn volgend voorstel en dat viel helegaar niet tegen.
Vroeger gingen we hier vaak wandelen; leuk om weer terug te zien. Over de heide en door het bos naar Austerlitz. Overal boleten warvan ik flink geplukt heb voor de pasta saus. Heb ik bij thuiskomst direct in plakjes gesneden en in de oven voorzichtig voorgedroogd en in de vensterbank gezet; de kamer ruikt er helemaal naar.
Vanuit Austerlitz naar Maarn; niet direct over het fietspaadje, maar via het Trekvogelpad; had ik kennelijk nooit eerder gedaan, want het kwam me onbekend vooor. Fraaie route. Na 16 kilometer bereikten we station Maarn. Vonden we ook wel genoeg eigenlijk.
Van alles gebakken en gekookt zodat ik morgen alsnog naar Schin op Geul kan. Dick gemaild of hij misschien om 9.30 op het station kan zijn; zoon Peter gevraagd of hij deze week komt eten. Hij had vorige week gewild, maar toen zaten we in Parijs. Hij komt nu donderdag; gezellig.
Weeronline heeft voor morgen een heerlijke, droge wandeldag voorspeld. Verheug me er al op!

19 september 2015

Tycho Brahe, Pieter Nouwen en Johann Sebastian

Dit is conform de inspiratie die Bach aanzette tot zijn virtuoze muziek
In "Het negende uur" , boek geschreven door Pieter Nouwen staat een aandoenlijke strofe over hoe de hemelse sferen, de harmonie van de hemel werd beschreven door de wetten van Keppler op basis van de nauwkeurige gegevens die Tycho Brahe in zijn astrolabium in Denemarken had verzameld. Dat besef drong zich hedenmorgen zo indringend bij me op toen ik op de vleugel van Roos de begeleiding van BWV 439 speelde; de tranen schoten in m'n ogen. Zo heel eenvoudig was het notenspel van de melodielijn in de eerste maten en zo vol eerbied en zo harmonieus met de tekst. Bach moet wel zo'n diepe eerbied voor zijn schepper hebben gehad en wel zo'n fenomenaal vermogen om die eerbied te vertalen naar die hemelse muziek. Ik raak steeds meer onder de indruk van zijn muziek.
"Ach dass nicht die letzte Stunde", over het stervensmoment, de overgang naar het eeuwige, voor Bach de bekroning van het leven zelf. Inhoudelijk kan ik me daar niet zo in vinden maar ik ben zo onder de indruk dat iemand zo'n belangrijk moment zo roerend kan illustreren.
Helaas staat er geen fatsoenlijke uitvoering van dit prachtige lied op Youtube.

PS 1 Nu ik die sristelijke tekst hier boven nog eens bekijk zie ik dat zij naadloos past op de melodie van BWV 439; als een psalm!

PS 2 Misschien minder appellerend aan de harmonie der sferen maar wel van een grote emotionele diepgang is het lied: Bist Du bei mir. Ook het moment van het levenseinde maar dan met een vriend; zou in de beleving van de grote Bach natuurlijk zijn Heer kunnen betreffen, maar ik ervaar het als het afscheid nemen van een goede, intieme vriend of partner. Hiervan (BWV 508) een prachtige opname van Aafje Heynis, de eertijds beroemde NLse alt. 

18 september 2015

Musee d'Orsay

Dit is wel een van mijn zeer favoriete schilderijen; "Le moulin
de la Galette" van Pierre-Auguste Renoir. In gepeins verzonken
sta ik hier te genieten van de details.
Al een poos liep ik te zeuren over een bezoek aan het musee d'Orsay vanwege de collectie schilderijen van de impressionisten. Dus de tweede dag in Parijs zijn we vroeg opgestaan en met de metro naar het station Cite; dat station wilde ik graag terugzien omdat ik me nog vaag herinnerde hoe het eruit zag als het interieur van een ouderwetse gascontainer. En inderdaad, maar daardoor vergisten we ons wel in de richting naar het musee d'Orsay en daardoor liepen we over het door mij zo geliefde rustige tweede eiland middenin de Seine. Daar heerst nog precies de sfeer zoals ik me Parijs van mijn eerste bezoek herinner; niet zo krankjorem veel verkeer, maar rust en leuke winkeltjes, waaronder een kaaswinkeltje waar we dan ook ruim kaas hebben ingeslagen, plus een stukje foie gras om te proeven hoe het echt moet smaken voordat ik het zelf weer ga proberen te bereiden. Even verderop een slager met saucisson en pate de campagne. Dat wordt smullen! Kostte wat extra tijd, maar dat was het ongeplande bezoek aan dit stukje authentiek Parijs meer dan waard.
Vervolgens het feitelijke doel van onze trip: het aan de Seine gelegen museum, gehuisvest in het voormalige treinstation, het gare d'Orsay. En wat hebben we genoten. Eerst naar de vijfde verdieping voor de impressionisten. En daar hingen ze in grote getale, de Monets, de Renoirs, de Manets, Sissley en mij minder bekenden. In stille bewondering heb ik van een paar van mijn favorieten staan genieten. Grappig om die schilderijen goed te kennen maar ze dan nu feitelijk voor het eerst te zien. Gemakshalve vergeet ik maar dat ik ooit met Dick hier eenmalig was misschien wel 35 jaar geleden; toen was ik nog niet zo "in de kunst".
En toen de rest proberen tot ons door te laten dringen; wat een collectie! Sculpturen van hoge kwaliteit; een uitgebreide collectie Art Nouveau; schilderijen van andere stromingen waar ik niet van gehoord heb. Ook "L'origine du monde", het beroemde, omstreden schilderij van Courbet hing er; moest er een beetje om lachen.
We waren verzadigd en moe van het kijken en ook hongerig. Op een bankje voor het museum hebben we van de pate met stokbrood genoten.
En vervolgens hebben we ruim een uur terug gelopen naar de bus. Via de Champs Elysees, althans over de parallel straten en door het park, onder de arc de triomphe door. Nog tijd voor een biertje en toen weer de lange rit terug naar huis. Rond 00.00 uur waren we weer op honk en hebben we een lekker glaasje wijn gedronken met kaas uit Parijs. Wat hebben we genoten van die paar uur in die bijzondere stad; gaan we vaker doen! Met de Flixbus is wel zo gerieflijk en kost geen drol!

17 september 2015

Een dag Parijs

Gisteren met de Flixbus naar Parijs. Door het slechte weer onderweg hadden we forse vertraging; we kwamen rond 17.00 uur aan op de Place Maillot, een parkeerplaats voor bussen. Heerlijk om weer in Parijs te zijn! We moesten ons voor 19.00 uur melden bij het besproken hotelletje dus nog tijd voor een biertje op een terras. Het regende gelukkig niet meer en we zouden de rest van ons Parijse verblijf ook geen regen meer krijgen. Maar door de vertraging konden we ook niet nog even naar het musee d'Orsay zoals we gepland hadden. Maar daarom niet getreurd maar met de metro naar het hotel. Zeer eenvoudig, maar daardoor ook een beetje betaalbaar, want van prijzen kunnen ze daar in Parijs wat; 5 euro voor een klein biertje en dat zonder met de ogen te knipperen. Daarvoor voerde de ober wel een soort indianendans uit onder het roepen van Arry Pot`ere. Roos begreep dat hij Harry Potter bedoelde vanwege de harde wind?!
Het hotelletje was gesitueerd in een Afrikaanse wijk met allemaal zwarte mensen die gezellig op straat stonden te praten; dat zou overigens ook gedurende vrijwel de hele nacht doorgaan; gezellig gepraat op straat.
Na het inchecken - het was nog licht - gingen we de hoofdstraat naar de Port Clignancourt in; allemaal terrasjes en eetgelegenheden. Al lopend viel ons oog op een ouderwets gezellig Frans restaurantje; Roos stelde voor om daar te gaan eten. De keuken ging pas om 19.30 open dus eerst maar een biertje resp. een wijntje. Een enorme hond vermaakte de aanwezigen. Op zeker moment nam een timide, donkere meneer met pet op plaats en de barman zei: " C'est le chef", oftewel die meneer was de kok. Later hoorden we dat hij een speciale opleiding voor de franse keuken had gevolgd en dat hebben we gemerkt. Het eten was net zo lekker als dat ik me herinner uit de jaren dat ik met Lien naar Frankrijk ging; toen kon je bij elk eenvoudig restaurant ongelooflijk lekker eten; is nu niet meer het geval; de pizza domineert ook in Frankrijk.
Maar gesiers als voorgerecht, en creme brulee als nagerecht; mijn dag kon niet meer stuk.
Helaas hebben we geen foto van het restaurantje of van de kok. Na afloop gingen we vroeg slapen. Na zo'n busreis heb je je slaap wel nodig. Als gezegd, de hele nacht het geroezemoes van stemmen van de straat, gemengd met geloei van sirenes als in elke grote stad. Maar we hebben uitstekend geslapen.

16 september 2015

Dat geluid wil ik nooit meer horen!

Peter trekt een aboe-kin
Je doet je kin naar voren, vervolgens haal je diep adem en met een zo laag mogelijke, enigszins verdraaide stem en zo hard mogelijk roep je met lange uithalen: AaaaaaaBoeeeee. Welke gek heeft dat bedacht? Waar komt het vandaan? Wie doet dat (nog)?
Tja, heel lang geleden hebben mijn broer Jan en ik dit bedacht. Het heeft zich langzaam ontwikkeld uit iets wat onze vader zei en dat in onze oren klonk als: Koning Sheddopjoe o.i.d. Had iets van: Shut up you, hou je mond! Maar dat wisten wij niet. We speelden ' savonds als het buiten te donker was om buiten te spelen - ja ja kom daar nog eens om in deze TV tijd - iets met ballen in de gang en dan riepen we iets tegen elkaar en dat is langzaam "ge-evolueerd" tot Aboe en we zetten er dan zo'n rare kin bij op; die kwam uit de OB Bommel strip; de schilder terpentijn had zo'n aboe-kin zoals we die noemden. Jan en ik trokken vaak een aboe-kin; we hebben zelfs onze oma een keer zo gek gekregen dat ze een aboe-kin heeft gezet!
Tot grote ergernis van Anneke heb ik - mallote vader die ik was en misschien nog wel ben - dat rare aboe geluid ook later aan de kids geleerd. Als het een doodenkele keer stil was bij ons aan tafel - stel je voor met vier buitengewoon praatgrage kids en een ook erg praatgrage moeder - dan kon ik het niet laten en trommelde ik met twee handen op het tafelblad en brulde: "Aboe" en dan deden de kids mee, tot grote ergernis van hun moeder. Peter en Hugo, maar vooral ook Tycho hun vriend en zoon van Roos zijn meester in de Aboe.
En hoe lager je stem hoe prachtiger dat vreselijke stomme geluid resoneert en klinkt. Peter en Tycho spannen wat dat betreft de kroon.
Peter stuurde mij deze week een foto via Facebook waarop hij een aboe-kin laat zien. Wat moest ik lachen toen ik die zag. Ook vertelden de jongens mij dat ze het geluid nog een keer hadden gebruld aan tafel bij hun moeder en die had uit de grond van haar hart gezegd: "dat geluid wil ik nooit meer horen!"

15 september 2015

Nu beter begrepen

Een wat mystieke roman; Hubert Lampo-achtig; "het negende uur" van de pen van Pieter Nouwen. Ik had het al eens eerder gelezen en toen van het verhaal onvoldoende opgestoken. Het had me ook niet zo geboeid eerlijk gezegd. Roos lichtte het destijds toe. En nu hebben we het voor de tweede keer uit de bieb gehaald en gelezen. Gisteravond had ik het al ter hand genomen tot het moment dat de luikjes dicht vielen en vanmorgen ben ik erin verder gegaan tot ik het uit had. En nu vond ik het toch wel fascinerend hoe hij het thema behandelt of je de hoofdrollen in de Mattheus Passion wel indringend, kwalitatief voldoende kunt zingen wanneer je als zanger niet religieus angehaucht bent.
Hij schetst het proces van het schrijven van de Mattheus Passion door de meester zelf en mengt dat met het merkwaardige verhaal van de zanger Edward die na een zeer frustrerende zangcarriere nu de kans van z'n leven heeft gekregen; hij mag de christusrol in de Mattheus Passion zingen omdat de solist wegens ziekte is uitgevallen. Hij verpest dat, ondanks zijn fantastisch optreden tijdens de generale repetitie door blasfemisch gedrag.
Nouwen schetst deze figuur in mijn visie als een soort duivel die ook tot twee maal toe iemand 66 rozen schenkt, misschien niet helemaal het getal 666, het getal van de duivel, maar het komt er wel dichtbij.
Edward sterft op goede vrijdag bij het negende uur, dat is precies op het tijdstip dat Jezus is gestorven volgens het bijbelverhaal en dat ook wordt bezongen in de Passion.
Het blijft een mystiek, misschien zelfs wel raar verhaal, bizar, maar het heeft me wel geraakt nu ik het wat beter tot me door kon laten dringen dan de eerste keer.

14 september 2015

Coquilles saint Jacques a la Parisienne

Coquilles saint Jacques a la Parisienne
Het is een hele klus, maar dan heb je ook wel wat. Eerst kippenbouillon trekken. Je mengt daarvan 350 ml met 350 ml droge witte wijn en trekt daarin een paar fijn gesneden sjalotjes, wat grof gesneden selderij en peterselie, 10 peperkorrels en een laurierblad gedurende 20 minuten zonder deksel. Je zeeft vervolgens deze court bouillon en gooit de rommel weg. In de court bouillon trek je nu 350 gram in plakjes gesneden champignons en 15-20 coquilles gedurende 5 minuten tegen de kook aan. Je zeeft dan champignons en coquilles uit de court bouillon; de bouillon kook je in tot ongeveer 250 ml en de mosselen snijd je in plakjes en laat je verder uitlekken.

Roos gaat niet opzij voor 2 stuks!
Is wel veul hoor.
De sauce Parisienne. 55 gram boter smelten, 35 gram tarwebloem en je maakt een witte roux, dus heel zachtjes en op laag vuur 1 minuut roeren. Dan voeg je terwijl de pan op zeer laag vuur staat langzaam de ingekookte bouillon toe onder voortdurend roeren en 175 ml melk. Dat breng je al roerend nu op wat hoger vuur aan de kook en je laat het goed binden gedurende enkele minuten uiteraard roerend! In een aparte kom doe je twee eidooiers en 100 ml room, goed mengen en je brengt daarin 2 lepels van de hete saus, roeren en nog twee lepels, roeren en nog wat van de hete saus roerend en dan alles terug in de pan en opnieuw roerend aan de kook brengen. Breng op smaak met zout, peper en citroensap. Ik gebruik ook wel een paar druppels Worchestersaus, maar dat is niet Frans!

Meng 2/3 deel van de saus met het mengsel van champignons en coquilles en vul daarmee 4-6 schelpen. Dek af met de rest van de saus. Strooi er kaas over en zet ze in de oven bij 190 graden op grillstand. Na 15 minuten smullen geblazen!

Het recept is bedoeld voor 6 personen als voorgerecht. Maar voor 4 is het ook voldoende en als je er stevig tegenaan gaat kun je het geheel met z' n tweetjes aan. Hebben Roos en ik gered, maar is wel machtig hoor.