22 juni 2016

Dochter alweer 30

Sjoerd op de verjaardag van Arja in
de dierentuin
Het was net zo'n warme juni dag als vandaag; misschien een beetje minder benauwd toen Arja werd geboren. Het klinkt wat oubollig, maar toch denk je bij zo'n gelegenheid: "wat vliegt de tijd". Ik had vandaag even langs willen gaan, maar ik had kunnen weten dat ze op deze dag altijd naar de dierentuin gaan. Ik had al twee keer de voice mail ingesproken en vanmorgen, terwijl ik aan het stofzuigen was - ja ja dat doe ik af en toe - belde ze terug en tussendoor probeerden we wat uit te wisselen, telkens onderbroken door de kinderen die terecht aandacht vroegen. Ze hadden het geweldig naar hun zin. Ik kreeg nog een leuke foto opgestuurd van de kleine Sjoerd die zich ook kostelijk vermaakte op deze heugelijke dag.
Gijs in de tropische tuin in Blijdorp

Ernstig kijkende Evi opgeschilderd als een vlindertje

21 juni 2016

De heilige bron van de Nuraghiërs


De opening van de afdaling naar de bron
Op de laatste excursiedag van onze geologiereis naar Sardinië gingen we naar een Nuraghische site die bij de aanleg van de grote weg was ontdekt. Deze oeroude magische plek was (gelukkig!) in het verleden dichtgegooid en verstopt. Het gevolg was dat deze vrijwel onbeschadigd de tand des tijds had doorstaan. Een vrij steile trap voerde door een perfect trapeziumvormige rand naar beneden, naar een stil water. Volgens de - uiteraard geen Engels sprekende - gids was het water de verbinding met moeder aarde. Boven de bron bevond zich een gat als een oog waarmee contact gemaakt werd met moeder aarde.
Ik vond het echt een magisch gevoel om van die trap af te dalen en met mijn handen in het water van de bron te gaan. Van beneden naar boven kijkend kon jet het oog boven goed zien.
Roos op de trap van de bron
Na de trap weer beklommen te hebben maakte ik buiten nog een foto van het oog. Het is magistrall dat dit oeroude monument zo goed behouden is gebleven. Architectonisch zit het fantastisch in elkaar en evenals de nuraghes zelf is dit weer een ongekend staaltje van bouwkunst van meer dan 3000 jaar geleden.
De bron maakte onderdeel uit van een Nuraghisch dorp met een voorraadschuur en ook een enorme nuraghe. Er is hier op Sardinië veel oudheidkundigs te beleven.
We reden vervolgens naar de volgende site, de Tombe dei Giganti, een vermeende begraafplaats uit de Nuraghische tijd.
Boven de grond het "oog" van de bron
Tombe dei giganti





20 juni 2016

Die malle blote knietjes

Deze foto heb ik heimelijk gemaakt en er
dit stukje "uitgeknipt", net zoals de
vierkantjes uit de knie van de broek.
Helemaal up to date: ielepieleapp
met blote knietjes.
Plotseling zag je het overal: spijkerbroeken waarvan de knieën waren bewerkt met een schaar zodat je meer ruimte had om de knieën te bewegen, althans dat dacht ik. Maar dat was nog niet genoeg; inmiddels zie je - vooral meisjes - met hele stukken uit de knieën geknipt. Ik moet er altijd een beetje om lachen; het volstrekt ontbreken van een eigen stijl vind ik zo opmerkelijk.
Je had ook zo'n tijd dat "iedereen" met een pakje Marlborough sigaretten in de hand liep, bij voorkeur samen met autosleutels. Daar is nu geen plek maar voor; de smartphone - het ielepieleapparaatje - heeft de rechterhand veroverd.
Vroeger was dat overigens niet anders hoor; in "mijn tijd" moest je je spijkerbroek absoluut ergens op de Zeedijk kopen en bij voorkeur een tikkeltje aan de krappe kant en dan in zee gaan liggen en door het zand schuren zodat de nieuwigheid eraf was. Dat spijkerbroekenwinkeltje op de Zeedijk deed idd zeer goede zaken, maar er waren er toch niet veel die ook met broek en al in zee gingen. En zoals heden "zeg maar" nog steeds hoogtij viert zo had je destijds dat rare woord "ontiegelijk"; hoor je echt nooit meer.
Ik zou zo graag een foto willen maken van iemand met van die blote knietjes in de spijkerbroek, maar vind het wat genant om te vragen. Wel heb ik ergens in Den Bosch in een winkel een broek zien hangen waarvan de open knieën, keurig afgewerkt al waren voorgemaakt. Ook heb ik in het modebeeld, ik dacht op Sardinië iemand zien lopen met beide pijpen van onder tot boven voorzien van gleetjes; dat was wel weer bijzonder.
Ik geef, ouderwets als ik ben toch de voorkeur aan een hele broek, zeker als het regent zoals de laatste dagen.

19 juni 2016

Wat een rot muziek!

Het bankje op de Visserssteeg bij het
bruggetje over de Biltsche Grift
Nog behoorlijk moe van gisteren - merk toch de jaartjes bij het wandelen - heb ik het vandaag rustig aan gedaan. Roos ging met een groepje moestuinieren en in het wild eetbare planten plukken. Het was een mooie dag in deze zo natte lente dus lekker op weg. Met de Swarovski naar de Visserssteeg, een van mijn favoriete vogelplekjes. Rustig opgelopen en vooral vogels gehoord maar niets bijzonders gezien naast merels, ganzen, meerkoeten en dergelijke. Toen ik op het bankje bij de Biltsche Grift ging zitten kijken zag ik wel een kraai die aangevallen werd door een kievit en even later zelfs een buizerd die fanatiek werd verjaagd door het paartje kieviten. Ik hoorde een braamsluiper - althans dat dacht ik - en ik genoot gewoon van de rust en de natuur om me heen.
Brandrode koeien op Landgoed Sandwijck
Daarna liep ik terug naar de fiets en ging ik naar Sandwijck vooral om eens foto's te maken van de schitterende brandrode runderen die daar in de natuurlijke weide mogen grazen. Maar eerst in het zonnetje
op een van de bankjes bij de ingang zitten genieten. Een merkwaardig gevoel van verlichting maakte zich meester van me; een volkomen tevredenheid, iets van een gevoel van afronding, net als Siddharta schoot door mijn hoofd. Een gevoel van begrijpen, terug kijken, dankbaarheid en tevredenheid.
Vervolgens op weg naar de koeien en daar kwam ik - hoe kan het anders - in gesprek met een van de vrijwilligers in dit gebied en we spraken uitgebreid over deze koeien en over het weiden van koeien in het algemeen. Bij het verder lopen toonde hij me de vaste plek van een grote ringslang die daar lag te zonnen.
Om 18.00 uur namen Roos en ik de trein naar Amsterdam; we gingen naar een concert van Yuja Wang, de vingervlugge, jonge Chinese pianiste; ik bewonder haar techniek, die ik ken van Youtube filmpjes en wilde haar wel eens "in het echt" horen. Eerst een biertje gedronken bij het café achter het concertgebouw want we waren ruim op tijd.
Zonnende ringslang op zijn/haar vaste plek
Ze is vingervlug, ze heeft een geniale techniek en toch viel het concert ons geweldig tegen. Dat kwam primair door de repertoire keuze. Eerst de Kreisleriana van Schumann, een ons beiden onbekende cyclus. Hier kon ze haar geniale techniek bij vlagen wel kwijt, maar veelal was het gewoon een wat  middle of the road stuk romantische muziek; Roos vond zelfs dat ze het zonder veel gevoel speelde; kon ik niet zeggen; ik was gewoon teleurgesteld en zeker niet onder de indruk. Ze speelde voor de pauze na de Kreisleriana nog een stuk moderne muziek dat niet geprogrammeerd stond en dat vond ik gewoon niet plezierig om naar te moeten luisteren.
Na de pauze was gewoon verschrikkelijk; een saai stuk muziek; van Beethoven notabene:  Sonate nr 29 in Bes. Nooit gehoord en terecht; we vonden het beiden gewoon rot muziek. Maar het NLse publiek gaf als gebruikelijk direct een staande ovatie; zelfs voor de pauze was een aantal mensen gaan staan voor een staande ovatie?! Daarna nam Yuja het publiek volgens mij vreselijk in de maling door wel tien toegiften te spelen; telkens ging het publiek razend enthousiast staan, joelen en klappen; ik vond het gewoon bespottelijk; Yuja ook waarschijnlijk. Wij verlieten intussen de zaal; we stonden zeker al een kwartier op de tramhalte te wachten toen het publiek naar buiten stroomde zo lang waren de toegiften doorgegaan.
Het is tegenwoordig de manier geworden waarop het publiek in NL, of het nou goed of slecht is geweest, een voorstelling afsluit; de staande ovatie betekent dus helemaal niets meer.
Wanneer we in het buitenland een uitvoering bezoeken dan wordt er na afloop gewoon geklapt en vaak met veel enthousiasme, maar een staande ovatie is daar iets heel uitzonderlijks.
En ik beluister de muziek in het vervolg wel via Youtube, kun je het wegklicken als het je niet bevalt; ben klaar met podiumkunst.

18 juni 2016

Door de Moerputten naar de Loonsche en Drunensche duinen

Brug van het halve zolenlijntje door het voormalig
moeras van de Moerputten. Mooi natuurgebied.
Om kwart voor acht hoorde ik door de open balkondeuren van m'n flatje een auto stoppen; ja hoor, dat was Ab; nooit te laat maar steeds te vroeg! We hadden een daggie wandelen gepland; was alweer een tijd geleden. Maar eerst een kop thee en daar gingen we richting Den Bosch. Het plan was om in de buurt van het Ziekenhuis, waar we een vorige keer waren geëindigd de auto neer te zetten en dan met een bus naar de Efteling te rijden en vervolgens terug lopen via de Loonsche en Drunensche duinen en het halve zolenlijntje door de Moerputten terug naar de auto. Het zou iets anders lopen.
Het was een heel probleem om een parkeerplaats te vinden in de buurt van het ziekenhuis; uiteindelijk kwamen we in de buurt van Vlijmen op een parkeerplaats in het natuurgebied, vlakbij het halve zolenlijntje. Terwijl Ab zijn schoenen verwisselde voor stevige wandelschoenen maakte ik - ouwehoer die ik ben -  kennis met een meneer die daar stond in vrijwilligerskleding van SBB. Ook kwamen er twee boswachters van SBB aanlopen en ik vertelde natuurlijk dat die meneer daar bij de auto een collega van hen was. En laat nou een van hen een goede bekende zijn van Ab, dus dat was direct gezellig daar op de parkeerplaats.
Roodborsttapuit gezien in de duinen
Zij wisten ook hoe we het beste konden lopen voor een bushalte. Dat was uiteindelijk in Vlijmen en er was idd een bus naar Kaatsheuvel, maar we moesten nog wel 20 minuten wachten. Idee van Ab om bij de slager vier heerlijk geurende gegrilde kippenpoten in te slaan, nog te heet om direct te nuttigen en met de bus op weg. Op een bankje bij een groot water de kippenpoten soldaat gemaakt en toen weg naar het prachtige natuurgebied.
Onderweg leerde ik van Ab weer het geluid van enkele vogels te herkennen en de namen van enkele wilde planten. De spotvogel was weer een nieuwe voor mij.
Uiteindelijk kwamen we bij de duinen aan; prachtig stuifzand met hier en daar natte plekken, veroorzaakt door een ondoordringbaar laagje in de bodem aldus Ab.
Met behulp van de GPS liepen we naar de wereldplaats Giersbergen waar we ons een uitsmijter lieten smaken. De meegenomen boterham en kippenvleugeltjes bleven wat triest achter in mijn rugzak.
Vanaf Giersbergen naar het afwateringskanaal en door de miezerregen die intussen op ons neerdaalde terug naar het halve zolenlijntje en naar de auto. Op weg naar huis kon ik mijn ogen slechts met moeite open houden. Maar thuis ging het wel weer. Als toetje voor de hele dag eten had ik nog yoghurt met van die heerlijke aardbeien van "die rooie" van de markt. Het is ongelooflijk hoe Ab en ik ook nooit uitgepraat raken; was weer een heel gezellige dag!

17 juni 2016

Obsidiaan en nog meer tekenen van vulkanisme

De oeroude obsidiaangroeve
Daar had ik echt naar uitgekeken; obsidiaan, vulkanisch glas; ik wist van het bestaan en van het gebruik ervan door de prehistorische mens maar had het nog nooit gezien. Ik hoopte een klein stukje te kunnen vinden en meenemen. Bij de parkeerplaats aangekomen lag de hele toegangsweg vol met stukjes zwart materiaal en dat was het obsidiaan. Geen enkel probleem dus om een stukje te vinden.
Na een eindje lopen bereikten we de obsidiaangroeve. Deze werd al door de prehistorische mens gebruikt. Obsidiaan is bijzonder geschikt als grondstof voor het maken van werktuigen als pijlpunten en dergelijke. Hier in de buurt schijnen dan ook smidsen te zijn waar destijds de werktuigen werden gemaakt. Wij hebben die helaas niet gezien. Maar daarom niet getreurd. Ook de romeinen hebben gebruik gemaakt van deze groeve en er zelfs een weg naartoe aangelegd. Deze weg was toevallig vorig jaar vrijwel geheel weggespoeld bij een enorme regenval. Er was nog maar heel weinig van te zien.
Paul vertelt hoe de roos van Masulas is ontstaan
We gingen nog meer vulkanische verschijnselen bekijken; de "roos van Masulas", een rest van een basaltpijp waardoorheen lava is gestroomd. Had een bijzondere vorm die inderdaad iets weg had van een roos. Leuk détail is dat Paul en Luigi, de lokale deskundige een verschil van mening hebben over de omstandigheden waaronder deze roos is ontstaan. Het is ook nogal wat om een reconstructie te maken van iets dat miljoenen jaren geleden heeft plaats gevonden.
Verder bekeken we nog een plek waar dunne lava was uitgestroomd en daarbij sporen had achtergelaten die om voor de hand liggende reden "touwlave" werd genoemd.
Roos moest even stoer doen voor de foto
Tot slot nog naar een rest van een vulkaanmond, een zogenaamde neck. Deze kon je lopend bereiken vanuit de plek waar we hem stonden te observeren en natuurlijk kon Roos het niet laten om er heen te lopen. Ik heb haar daar stoer op de foto gezet.

16 juni 2016

Su Nuraxi, de nuraghe van Barumeni

Een rij zwaluwnesten onder de dakgoot in Fonni
Het volgende dorp waar we neer zouden strijken voor drie overnachtingen was Barumini. De reis daar naar toe voerde ons langs een aantal bergdorpen waarvan er eentje, ik meen dat dat Fonni was een wat twijfelachtige bekendheid geniet. In dit dorp woedde tot niet zo lang geleden nog een bloedwraak tussen families en werd het instrument van de ontvoering met losgeld gebruikt om mensen af te persen. De rust en orde schijnt nu  na een krachtig ingrijpen door de overheid wel te zijn teruggekeerd. Wij hebben er koffie gedronken en ik heb er naar de af en aan vliegende zwaluwen staan kijken. Verder niet veel bijzonders te zien trouwens.
Het bezoek aan de nuraghe van Barumini was overigens fantastisch; hij staat niet voor niets op de lijst van werelderfgoed. We kregen er een rondleiding door een goed Engels sprekende gids. De functie van de nuraghe was in de loop van de honderden jaren gewijzigd; hij was uitkijktoren en verdedigingswerk tegelijk en werd later als bewoning door de hoofdman van het omliggend nuraghisch dorp gebruikt.
Op de binnenplaats van de nuraghe
Het was een bijzonder imposant bouwwerk, opgetrokken uit enorme granietstenen vaak meerdere tonnen zwaar. De gids vertelde dan ook dat het nog steeds een raadsel was hoe deze stenen destijds gehanteerd werden; het bouwwerk was vele meters hoog. De toegang was op 8 meter hoog; vroeger was er een optrekbare touwladder waarmee de bewoners naar binnen konden komen. Deze touwladder kon uiteraard ingetrokken worden.
Nu was er een veilige trap naar boven en al bukkend kon je er naar binnen en dan weer via een vrij steile trap naar beneden. In het "trappenhuis" was een handvat uitgehakt in één van de grote stenen. Ik vond het een roerende gedachte dat je via die steen hand in hand had gestaan met de nuraghische mens die hier duizenden jaren geleden heeft gewoond.
Op de binnenplaats was een waterput en verderop in het gebouw een zeer koele ruimte waarin een voedselvoorraad kon worden aangelegd voor als er sprake was van een belegering. Er was een aantal kleinere ruimten rondom de binnenplaats. Het is een geweldige ervaring om in zo'n oeroud maar behoorlijk gaaf gebleven bouwwerk rond te lopen.
Ons hotel lag werkelijk onder de rook van deze nuraghe. Zittend op het terras met een biertje kon je genieten van het uitzicht met nuraghe.

15 juni 2016

Zeus en de geologie

De Ilias en niet te vergeten de Odysseia van Homeros behoren alweer vele jaren tot mijn grote favorieten; regelmatig neem ik deze oer-klassiekers - zij het in vertaling - ter hand. Eén van de fascinerende dingen in het verhaal betreft toch wel de invloed van de godenwereld in deze verhalen. Zo treft mij het steeds dat de onderhuidse spanning tussen oppergod Zeus en zijn ega Hera zo'n beslissende rol kunnen spelen en daarnaast natuurlijk ook dat een eenmaal genomen beslissing van een godheid geen ommekeer kent.
In de Ilias wordt de Trojaanse oorlog beschreven waarbij Zeus min of meer op de hand van de Grieken lijkt te zijn en Hera toch meer op de hand van de Trojanen. Zij benadert Zeus en weet hem tijdens een dutje te verleiden tot een slaperige knik waarmee hij "ja" zegt tegen haar voorstel. Een dramatische wending in het gevecht van Grieken en Trojanen is daarvan het gevolg. Wanneer de slaperige Zeus ontwaakt uit zijn slaapje merkt hij deze wending op en toornig zorgt hij voor een nieuwe wending.
Wat ik hiermee wil illustreren is vooral dat "wij" mensen afhankelijk zijn van factoren die we misschien wel denken in de hand te hebben, maar dat dit feitelijk maar schijn is. Deze gedachten dringen zich sterk bij mij op na de geologische reis die Roos en ik hebben gemaakt de afgelopen weken; de geologische processen zijn van een grootsheid die geheel buiten de menselijke maat vallen.
Bij deze reis kreeg ik een leesadvies van een onzer reisgenoten, Betsie; zij adviseerde het boek "De vis in ons" van Neil Shubin; zij had het boek bij zich - toch wel een voordeel van veel bagage meenemen op vakantie?! - en gaf mij de gelegenheid om het een avond door te bladeren. Een bijzonder interessant boek. Mijn ondernemende Roos ging de dag van terugkomst direct naar de bieb en heeft het vertaalde boek kunnen lenen. Maar daarnaast had ze ook een boek over de "recente" geologische tijd - het holoceen - meegenomen: "IJstijd, het complete verhaal" onder redactie van Brian Fagan geschreven door menig deskundige over de ijstijd; ze heeft het mij doorgeleend en ik heb het direct uitgelezen.
Het boek beschrijft een veelheid aan facetten die samenhangen met de ijstijd, de enkele miljoenen jaren durende periode waarin glacialen en interglacialen elkaar afwisselden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat bij dit proces zo ontzettend veel factoren betrokken zijn waaronder de verschillende aspecten van de baan van de aarde om de zon maar vooral ook de geologische dynamiek van de aarde, de platentectoniek.
De huidige mensheid die als enige soort beschikt over het fenomeen verstand; het stemt mij trots als ik zie hoe ontzettend veel informatie is verzameld en wetenschappelijke conclusies zijn getrokken. Deze informatie geeft mij toch vooral ook het gevoel als hier boven beschreven dat het uiteindelijk buiten het vermogen van de mensheid ligt om het Lot adequaat te beïnvloeden; de gevolgen van menselijk handelen lijken toch vooral in het niet te vallen vergeleken bij de uiterst complexe werkelijkheid van moeder aarde.
Overigens een absolute aanrader voor mensen die wat meer over verleden en toekomst van de aarde willen weten.

14 juni 2016

De doline van Tiscali

Roos beklimt de berg op naar Tiscali
Toen ik nog een telefoonaansluiting had was de leverancier van het netwerk een Italiaanse firma met de naam Tiscali. Ik was dan ook verbaasd toen ik bij het doorlezen van de gids van de Sardiniëreis deze naam tegenkwam als naam van een doline, een karstverschijnsel waarbij het plafond van een onderaardse uitgesleten grot in de kalkrots instort. Hier hoog in het karstgebergte bevindt zich een enorme doline waarin een Nuragisch dorp was gevestigd dat zich adequaat tegen de Romeinen heeft verzet omdat de toegankelijkheid nogal gering was; de Romeinen werden bij de entrée door een spleet tussen twee rotsen onmiddellijk gedécapiteerd, oftewel onthoofd, een weinig luisterrijke gebeurtenis voor die arme soldaten die dat overkwam.
Het was een hele klim; tot mijn verbazing had ik helemaal geen last van hoogtevrees terwijl ik toch op stukken moest lopen die ik in vroeger tijden absoluut als "doodeng" beschouwd zou hebben. Vermoedelijk is dat nog een positief gevolg van die oversteek langs de klif vorig jaar aan de zuidkust van Kreta; dat was echt eng - zelfs Roos vond het doodeng - maar we hadden geen keus; we moesten die enge klif wel ronden. Daarbij vergeleken was deze klim en later ook de afdaling feitelijk maar kinderspel.
Boven gekomen kon ik niet anders constateren dat deze forse klim beslist de moeite waard was; een enorme doline, volop begroeid met bomen en struiken; aan de randen nog de onderkomens van de Nuragiërs van duizenden jaren geleden.
Het venster van Tiscali
In de wand van de doline een spleet als een soort venster met een fascinerend uitzicht op de buitenwereld. En toen weer naar beneden. Meestal is dat een stuk enger dan naar boven, maar ook nu had ik tot mijn genoegen geen enkele last van hoogtevrees, dit in tegenstelling tot een reisgenoot die er echt onder leed zoals zij me later bekende.
In het dorp was die avond een soort zangconcours waar we - gratis! - heen konden. Wij konden de spanning niet aan en hebben lekker met Paul en Els gebridged die avond; hadden we de kaarten iig niet voor niets meegenomen.

13 juni 2016

Een Nuragisch dorp

Badhuis
Na "de grot van Corbeddu" gingen we verder naar een Nuragisch dorpje, een woonplaats uit de bronstijd, dus van zo'n 2000 jaar voor de jaartelling. Op Sardinië is nog ontzettend veel cultuur bewaard gebleven uit die tijd; niet alleen de enorme uit joekels van stenen opgebouwde Nurages maar ook dorpjes en zoals we later nog zouden zien, magische bronnen.
Hier in dit eerste dorpje dat we bezochten was nog een prachtig nagenoeg intact badcomplex. De ramskoppen waar het water vroeger uit stroomde waren nog goed te herkennen. De huisjes waren ook nog behoorlijk intact of anders wel geconserveerd. Ik vond het wel heel wonderlijk dat je hier zo rond kon lopen door de huisjes van dit oude prehistorische volkje alsof ze hooguit honderd jaar geleden waren vertrokken.
Basaltpijpen
Het was echt een mengsel van cultuur, geologie maar ook natuur want het volgende uitstapje - letterlijk, want dan stapten we even uit de auto's - betrof het uitzicht op enorme brokken basalt. Dit zijn pijpen van relatief snel afgekoelde lava die vanuit spleten omhoog is komen borrelen en daarbij relatief snel afkoelde met kleine kristallen als gevolg met krimpscheuren die de bekende basaltvormen doen vormen. Fraai gezicht.
Tot slot een stukje natuur - of is dit eigenlijk ook geologie? - de grootste natuurlijke waterbron van Sardinië, de Su Gologno. Heerlijk helder water dat uit de rotsen kwam gestroomd, Ik had er zo in willen springen zo zwemzaam zag het eruit en het was ook behoorlijk warm op dat moment. Maar we moesten weer terug naar Hotel S'Adde in Dorgali.
Su Gologone, de grootste natuurlijke waterbron
Deze tweede avond in Dorgali werd afgesloten met een feestelijk diner met zang. Een groepje van vier zangers - door de leiding "de tenoren" genoemd - bracht tussen de gangen door een aantal authentieke Sardijnse liederen ten gehore. Dit klonk mij zo nieuw, zo vreemd in de oren dat ik na de inzet van het eerste lied met open mond heb zitten luisteren. Het is natuurlijk verbeelding, maar na het bezoek aan die Nuraghes kreeg ik echt zo'n gevoeld dat deze muziek haar wortels nog uit die tijd had overgenomen.
Om dit viertal "de tenoren" te noemen is een beetje benevens de waarheid; er was duidelijk een leider, een tenor inderdaad die een frase inzette waarop de andere drie, waaronder een zeer scherpe tenor, een bas en een contrabas inzetten en ritmisch in een soort vraag en antwoord met de leider verder zongen; fascinerend; die contrabas lijkt wel die laagste pijp, een drone van een doedelzak. Ik heb er helaas geen filmpje van en zou ook niet weten hoe ik dat op Youtube zou moeten plaatsen; lukt me niet meer. Maar ..... vriend Dick zond mij een link waarop de Sardijnse muziek zoals wij die hebben gehoord goed is weergegeven.
De vier zangers; fascinerend om naat te luisteren. De jongste achteraan op deze foto had een geweldig lage bas

12 juni 2016

De grot van Francien

Bij de kookplaats van de prehistorische mensen
Corbeddu
Inmiddels was ik bezig met het zesde boek in de serie "De stam van de holenbeer", het verhaal dat speelt in de laatste ijstijd en waar ik zo heerlijk in kan wegdromen. Dit vooralsnog laatste deel speelt juist in de grotten; het bezoek aan deze grot sprak mij daarom ook wel bijzonder aan.
Het gaat hier om de grot van Corbeddu, genoemd naar een bandiet die zich hier in het verleden meerdere jaren heeft schuil kunnen houden voor de carabinieri. Ik noem hem in deze blog niet voor niets "de grot van Francien" omdat zij acht jaar lang in deze grot paleontologische opgravingen heeft verricht in het kader van onderzoek naar het evolutieproces van dieren op eilanden. De grot bevatte nog steeds de onderzoekssituatie zoals die destijds is achtergelaten; de indeling in kwadranten zodat van iedere vondst duidelijk is waar deze werd gevonden was nog zichtbaar aanwezig. Bij de grote onderzoekskuil deed Francien, nu in haar rol als excursieleider verslag van het onderzoek. Leuk om haar daar zoveel jaar later enthousiast over te horen vertellen. Destijds was de bereikbaarheid van deze lokatie aanzienlijk lastiger zo werd wel duidelijk; zelfs electriciteit ontbrak en ook de communicatievoorzieningen waren destijds heel wat primitiever!
Francien geeft toelichting in "haar grot"
Roos vond een botje dat door Francien deskundig werd gedetermineerd als afkomstig van een "fluithaas", voedsel voor de prehistorische mens die ook in deze grot heeft gewoond en waarvan destijds ook kon worden vastgesteld waar de kookplaats zich had bevonden; er waren nog "kookstenen" gevonden. Ik kon het niet laten om Roos te vragen om mij op die lokatie te fotograferen; door die verhalen over de ijstijd voel ik mij heel verbonden met onze voorouders van zo veel duizenden jaren geleden.
Daar vlakbij was nog een grot, ook deze gingen we binnen; het heeft toch wel wat hoor om zo'n karstgebied te bezoeken; schitterend hoe het water in die schijnbaar zo harde rots zijn sporen trekt met enorme holten als gevolg.
Roos vond een botje van een fluithaas


11 juni 2016

Door de granieten

Paul geeft toelichting over de geologische geschiedenis
van Sardinië aan de hand van de geologische kaart
Aan de hand van het strakke schema dat werd gehanteerd voor de geologische reis door Sardinië kan ik achteraf nog goed zien wat we de verschillende dagen hebben gereisd en gezien. De foto's die Roos en ik hebben genomen zijn daarbij een geweldige hulp. Alle informatie die nodig was voor de excursie was door Georeizen keurig bijeen gezet in een handleiding. Daaruit had ik o.a. opgemaakt dat enige warme kledij nodig was vanwege het bezoek aan diverse grotten en een ondergrondse mijn. Daarvoor had ik een lange maillot en een dik onderhemd mee ingepakt en kon ik tot mijn spijt het groompie niet meenemen. Een enorme achterstand in mijn daily Blogs was daarvan het gevolg. Door vooruit te werken en om de dag toch een "literaire" Blog te doen verschijnen kon ik op kunstmatige wijze toch de indruk wekken dat er regelmatig een Bloggie verscheen. Die heb ik bij thuiskomst allemaal weer in elkaar geschoven en produceer ik nu achter elkaar de Blogs die ik natuurlijk onderweg in Sardinië had willen schrijven. Of het daar ook daadwerkelijk van gekomen zou zijn betwijfel ik achteraf; het programma was dagvullend en ook 'savonds bleef er weinig tijd over omdat er zo Italiaans laat gegeten werd. Aan de andere kant hebben we tòch ook één avond kunnen bridgen.
Om de samenstelling van de steen te kunnen beoordelen
moet een vers stuk worden afgehaktmet de
geologsiche hamer
Na de eerste overnachting in Olbia vertrokken we met de twee gehuurde, gloednieuwe VW busjes. Allereerst de bagage van eenieder; met grote verbazing bekeek ik de enorme hoeveelheid, gestoud in enorme loodzware koffers die de anderen hadden meegetorst. Daar staken de twee rugzakjes van Roos en mij wat schriel tegen af. Door die enorme hoeveelheid bagage van de anderen konden we onze rugzakjes nog maar net kwijt bovenop de koffers; de stapel was zo hoog dat bij openen van de achterdeur mijn rugzak gewoon een keer op de grond viel?! Wat "men" zoal mee neemt zal mij altijd verbazen; op de vliegvelden zie je ook altijd van die enorme hondenhokken die lieden meeslepen.
We gingen die eerste reisdag door het granietlandschap van noord Sardinië op weg naar het dorpje Dorgali waar we drie overnachtingen zouden doen. Bij een stopplaats gaf Paul aan de hand van een geologische kaart toelichting over hoe dit landschap was gevormd. De granieten hier in het noorden zijn de alleroudste delen van het eiland en onderdeel van het "basement". Het bestaat uit dieptegesteente, d.w.z. dat het diep in de aarde is gestold. Dit stollingsproces gaat in dit geval heel erg langzaam waardoor grote kristallen kunnen ontstaan, de zogenaamde "eerstelingen".
Duidelijk zichtbaar de grote kristallen veldspaat,
de zogenaamde "eerstelingen"
We leerden dat graniet uit een drietal mineralen bestaat: kwarts, veldspaat en glimmer (mica). Dat het gesteente verschillende samenstelling kan hebben werd ons duidelijk aan de hand van een schema van professor Streckeisen waarover Paul nog een leuke anecdote wist te vertellen. De honderden miljoenen jaren waarover werd gesproken openden voor mij een perspectief waarin tijd iets ondoorgrondelijks werd; het aantal nullen in vergelijking tot de tijden die voor een individueel mens of zelfs voor de mens als soort, wordt als tasten in een mist van tijd; ik miste een zeker houvast.
Het rotslandschap ging wel meer leven; die ondoorgrondelijke granietrotsen waren door de erosie van die miljoenen jaren afgesleten en hier en daar ook gespleten of het ontbijtkoek was. Ik was benieuwd wat ons in de loop van deze tien dagen nog meer te wachten stond.
Een leuk hotel daar in Dorgali; de maaltijden waren bijzonder overvloedig; niet goed voor de lijn en vrijwel zonder de voor mijn gedarmte zo onmisbare vezels.


10 juni 2016

Rood guichelheil en een enkele blauwe

Rood en blauw guichelheil
We wilden door het boerenland gaan lopen richting Luras. De vriendelijke meneer van het B&B had ons vanaf het balkon het plaatsje Luras gewezen en daar gingen we naar op weg. Optimistisch hadden we gedacht om er wel even heen en weer terug te lopen en intussen ook nog het museum te bezoeken maar dat programma was niet te verwezenlijken. Was ook niet nodig want de behoorlijk geaccidenteerde boerenweg was heerlijk om te lopen en daar waren we wel een beetje aan toe.
Onderweg bezochten we nog een kerkje dat midden tussen niks en nergens ergens was gebouwd. Het was helemaal omgeven met laag dor gras. Roos schrok zich wild toen ze bijna op een forse slang trapte; vlak voordat ze erop zou gaan staan schoot het reptiel weg.
Interieur van het kerkje
We bezochten het kerkje en lieten nog een boodschap achter in het gastenboek. Grappig zo'n religieus artefact midden tussen de natuur; waarschijnlijk was het gebouwd op een voormalige heilige plaats uit de tijd van de Nuragiërs.
Overal wilde bloemen met vlinders en fraaie uitzichten over de bergen in de verte waarvan we later zouden horen dat het de oergesteenten, de granieten van het basement van Sardinië vormde; wisten we toen nog niet. We zagen wel met onze beperkte kennis dat het hier graniet betrof, bekend van ouderwetse keuken aanrechten en badkamervloeren. In tempio en omgeving kon je niet om het graniet heen; de kerk en veel andere gebouwen in het dorp zijn eruit opgetrokken en zelfs de paaltjes om prikkeldraad aan op te hangen zijn vaak van graniet gemaakt; dat is pas duurzaam en ook erg mooi.
Aan de lunch met zuppa en paardenbiefstuk
De kleurenpracht was oogstrelend; naast groen ook veel geel en wit en in de bermen opmerkelijk veel rood guichelheil. Tot mijn genoegen ontdekte ik tussen al dat rood uiteindelijk één enkel bosje blauw guichelheil. Ik vroeg me af of het in dit geval misschien een mutatie betrof, maar misschien is er ook toevallig ooit één zaadje hier in de berm terecht gekomen; intrigerend.
We haalden het dorpje Luras niet. Roos had volgens mij een geheim agenda namelijk dat ze eigenlijk nog wel een keer in dat Gallura restaurant met de typische streekproducten wilde gaan eten. Ze had de avond tevoren vast niet voor niets gevraagd tot hoe laat het restaurant voor de lunch open was; tot 16.00 uur. En zo keerden wij uiteindelijk om tegen 15.00 uur opnieuw aan te schuiven.
Ik bestelde zuppa want ik had wel trek in soep en wilde ook niet weer iets groots eten. Kwam er tot mijn verbazing een creatie aan die het midden hield tussen een wentelteefje en een pasteitje en smaakte overigens uitstekend. Opnieuw afsluiting met een glaasje mirto; dat is wel heel erg lekker.
Trots liet hij ons zijn Fiatje in wording zien
We hadden onze rugzakken bij het B&B achter kunnen laten. Toen we die op kwamen halen spraken we nog met de vriendelijke meneer die ons inwijdde in zijn grote hobby: Fiat auto's. In de parterre verdieping stond zijn grote trots, een Fiat 500, zij het zonder wielen of motor maar wel in originele kleuren, keurig rood gespoten.
Om 19.00 uur pakten we de bus naar Olbia en kwamen om 20.30 bij het hotel waar we de groep deelnemers aan Georeizen verwachtten te ontmoeten. Uiteindelijk hoorden we hen zo rond 22.30 uur bij het hotel aankomen en hebben we de kennismaking hernieuwd. Ook Carla die uit Italië zelf was komen vliegen was aanwezig. Zij kende het bedrijf waar dochter Joke werkzaam is en wel als een heel bijzonder en goed bedrijf.
De groep ging nog eten; wij hadden het wel gehad en gingen slapen. De volgende dag zou de Geologie excursie beginnen. We waren erg benieuwd en lazen de syllabus er nog eens op na; zware kost!

09 juni 2016

Op weg naar Tempio Pausania

Paleis op het grote plein van Sassari
Op maandklag 30 mei gingen we naar onze tussenbestemming, Tempio, een plaatsje in het groen aldus had Roos uitgezocht. Ze had er een B&B besproken aan de rand van het stadje zodat we er een dag lekker zouden kunnen gaan lopen. Maar eerst met het treintje van 8.00 uur van Alghero station naar Sassari, de qua grootte tweede plaats van Sardinië (na Cagliari).
Een lieve mevrouw liep helemaal met ons mee om
deze bekende fontein van Sassari te laten zien.
Hij is niet zo gek groot. Foto is van afstand genomen
Roos is echt een talenwonder; ze spreekt al een heel aardig woordje Italiaans! Daardoor vonden we al snel de plaats waar we aan het eind van de ochtend de bus naar Tempio wilden nemen en gingen we vervolgens zwerven door de binnenstad, eigenlijk vooral ook weer op weg naar het overheerlijke Italiaanse ijs. Leuke stad met een groot paleis en een plein met een heldhaftige koning op een sokkel. Ik vond er een groentenzaak met kersen! En uiteindelijk vonden we ook een ijswinkel. We genoten beiden van onze versnaperingen in een klein park, helaas zonder bankjes.
Vervolgens met de ARST bus naar Tempio, waar Roos ons als een echte reisleidster zonder dralen door de fraaie binnenstad van dit plaatsje naar de buitenrand, naar ons B&B leidde. Onderweg zagen we een bordje naar een restaurant dat zich afficheerde als typisch Gallurisch restaurant, streekgerechten dus waar wij zo van houden.
Aan het ijs in Sassari
Grappig onderkomen waar we hartelijk werden ontvangen door een bijzonder spraakzame maar ook goed geïnformeerde meneer. Hij wist ons te vertellen hoe we makkelijk bij de plaatselijke Nurage konden komen en ook de interessante dingen die in het museum van het nabijgelegen plaatsje Luras te zien waren. Later deze vakantie hebben we dit museum ook daadwerkelijk op zijn advies bezocht. Maar na ons geïnstalleerd te hebben gingen we nu eerst naar de Nurage, een uit grote brokken graniet opgetrokken bouwwerk uit de antieke tijd. Op aanwijzing van onze B&B meneer liepen we eerst langs het niet meer gebruikte spoor en bij de "grote weg" de spoordijk af en naar de Nurage. Gelukkig konden we er nog in. Heel imposant zo'n oeroud bouwwerk, nog voor het grootste deel intact. We zouden er later deze vakantie nog meer bezoeken. Steeds was ik bijzonder onder de indruk niet in de laatste plaats door al die duizenden jaren dat zo'n bouwwerk staande was gebleven.
Het B&B met de goed over de lokale bijzonderheden
geïnformeerd pensionhouder. Dankzij hem hebben we
meer gezien dan we hadden mogen verwachten.
Ons werd verzocht om vooral rustig te doen in de grote koepel van de Nurage, dit vanwege de daar rustende vleermuizen. Roos kon het natuurlijk niet laten om te proberen een foto te maken van deze nachtbrakers. Met de meegeleverde lantaarn verlichtte ik het plafond van de koepel; de vleermuizen trokken zich er weinig van naa, maar ook de camera vond het allemaal wel best. Pas na een fors aantal pogingen kreeg Roos iets van de vleermuizen in beeld. Het was fascinerend om die beesten daar aan het plafond te zien hangen. Af en toe fladderde er eentje rond onze hoofden.
Na het bezoek aan de Nurage gingen we lekker dineren bij het Gallurisch restaurant. Een glaasje "Mirto" van de zaak maakte de maaltijd af. We beginnen al een klein beetje te wennen aan het late eten.
Oeroude ingang van de Nurage. Met een lantaarn kon
je de duistere kamers in het gebouw bekijken zonder te struikelen.

08 juni 2016

Alghero

Oude toren in Alghero
De afgelopen week zijn we op Sardinië geweest. De aanleiding was de geologische excursiereis met de Stichting Georeizen waarvan Paul vO, oud dispuutsgenoot een drijvende kracht is. Geologie is een gebied dat voor Roos en mij intrigerend is, maar toch eigenlijk wel behoorlijk onbekend. Met Sardinië hadden we niet zo gek veel op; bij een eerdere gelegenheid alweer geruime tijd geleden voelden we ons min of meer bestolen door degene waar we toen bij overnacht hadden; ze heette Moni, dus we waren al gewaarschuwd, maar zoiets maakt je toch wat huiverig. Nou dat is in de 16 dagen dat we op Sardinië meer dan goed gemaakt. Ik zal in een aantal Blogs neerleggen wat een fijne ervaring we hebben genoten!

We vertrokken op zaterdag 28 mei met Ryanair vanuit Eindhoven; 'smiddags rond twee uur vertrek; aankomst op vliegveld Alghero rond vijf uur. Met de stadsbus naar Alghero. We moesten uitstappen bij het station om naar ons B&B te lopen. Een NL'er die al jaren in Alghero woonde wees ons de halte en al snel hadden we de B&B gevonden. Roos had direct door dat degene die dit grote huis in apartementen als B&B aanbood op deze wijze het erfgoed van zijn grootouders had gekapitaliseerd. Bleek ook het geval.

Samen op de foto bij de grot van Neptunus
We waren lekker op tijd en gingen de fraaie stad bekijken; winkeltjes met bloedkoralen sieraden en de Sardijnse kaviaar, mij bekend van een filmpje dat vriend Dick mij gestuurd had werden aangeboden. De oude stad zag er fraai uit. We hebben er lekker buiten op een terrasje dat wat vroeger open ging (al om 19.00 uur!) dan de andere (Nooit voor 20.00 uur) gegeten. We zouden er overigens in de komende tijd helemaal aan wennen om zo laat te eten.

De volgende dag wilden we eigenlijk met de boot naar "de grot van Neptunus". Helaas bleek dat er te veel wind stond aldus de schipper die we vroegen. We werden door hem gewezen op de mogelijkheid om met een toeristenbus naar deze attractie te rijden. Daarbij zouden we een natuurgebied doorkruisen en zelfs zo'n oeroude Nuraghe vanuit de verte zien. De grot van Neptunus hebben we niet bezocht; we zouden de week met Georeizen een aantal interessantere grotten gaan zien en verder hadden we weinig zin om al die honderden treden af te moeten zakken. Wel lieten we ons door een ander stel fotograferen; vinden we altijd leuk ha ha.
Op mijn verzoek met de meneer uit Senegal op de foto
Op het terras waar we een biertje dronken ontmoetten we een Hollands echtpaar. We zijn met hen terug gereden naar het plaatsje Fertilia. We kwamen met hen te spreken over Tempio Pausania waarheen onze reis de volgende dag zou gaan. Zij waren er ook geweest maar waren er niet erg van onder de indruk. Wij waren benieuwd; automoblisten bekijken een stad of dorp altijd anders dan wandelaars is onze ervaring en dat zou bevestigd worden. In Fertilia werden we aangesproken door een donkere meneer in een schitterend paars gewaad; hij kwam uit Senegal; Roos kocht voor een eurootje een armbandje van hem. Ook hebben we zijn buskaartje maar betaald; hij was zo te zien niet in erg goede doen.


07 juni 2016

Een Griek loopt niet

Bekend beeld. Zonder helm op de brommer.
Vorig jaar hoorde ik het al van Jan van Lent, de orchideeënman van Lesbos: "een Griek loopt niet". Je komt inderdaad zelden een volwassen Griekse man tegen die zich te voet op straat begeeft voor meer dan honderd meter. Voor het kleinste stukje wordt een brommer of liever een auto gebruikt. Daarom zijn er zelfs die piepkleine dorpjes als Skala Kalloni voortdurend rijdende auto's door de smalle straatjes. Op het centrale pleintje is het een komen en gaan van rijdende en parkerende auto's. Maar vooral ook brommertjes. Gaat men naar de bakker dan worden de boodschappen in de plastic zak in de hand op de brommer meegenomen.
Voor de jonge mannen is de brommer ook nog eens statussymbool; 'savonds rijden ze met hun voertuigen rondjes met knetterende uitlaat. Er wonen zo weinig mensen dat het nauwelijks storend is, maar ik verbaas me er altijd weer over. Het is vast geen luiheid, maar hangt helaas samen met de lage status van het lopend vervoer. De Grieken zijn juist heel ijverig; moet je de mensen in de winkels en de restaurants zien om de vissers niet te vergeten. Er wordt keihard gewerkt. Maar lopen ...... daar heeft men een broertje dood aan helaas.

06 juni 2016

Goed geïsoleerd

Vervallen huisje in Skala Kalloni
Op Lesbos, in Skala Kalloni zagen we een in elkaar gestort huis staan. Zo te zien was het destijds opgetrokken uit lemen blokken met stro erin en bestreken met cement. We stonden het te bekijken en werden in het Engels aangesproken door een mevrouw die dacht dat we ergens naar op zoek waren. We zeiden dat we naar het vervallen huis keken. Die mevrouw vertelde ons dat het huis eigenlijk tot voor niet zo gek lang geleden nog bewoond was geweest en dat er in het verleden een groot gezin in had gewoond. De familie was vertrokken naar Australië en kwam jaarlijks voor enkele weken terug naar Skala. Nu was de oudste generatie daar niet meer toe in staat en de jongere hadden geen interesse; helaas is ook onderhoud achterwege gebleven en is het ingestort. Zij vertelde dat dit soort huizen bij goed onderhoud heel lang mee kunnen gaan. Zij toonde ons een vergelijkbaar huis, eigendom van de nazaten van haar broer, dat er uitstekend bij stond.
Zij vertelde dat deze huizen erg comfortabel waren qua temperatuur; 'swinters zijn ze lekker warm en 'szomers lekker koel. Dat lijkt me bijzonder aangenaam in dit ruige klimaat met koude winters en hete zomers.
Zo kan het er ook uitzien bij goed onderhoud.

05 juni 2016

Lang niet gezien

Twee uitgeneukte honden op een pleintje
ergens in Skala Kalloni
In NL zie je eigenlijk nooit meer zo'n ouderwetse straathond; zo'n beest dat - net als z'n baas - 'smorgens de deur uit gaat en de hele dag een beetje loopt te schooien. In mijn jonge jaren was dat heel gebruikelijk. Ik herinner me nog Rommy, een forse, zwarte reu van onze buren, de familie Haak. Lief beest, maar altijd op stap. Wat hij zo de hele dag buiten deed wist je eigenlijk niet en wat hem dreef om maar buiten rond te lopen evenmin.
Bij ons verblijf op Lesbos zag je in het dorp overal van die vrije honden. Af en toe holden ze achter een auto aan of blaften ze in koor om onbekende reden. Ze leken allemaal op elkaar. Zelfs op het hotelterrein had je een stel van die beesten.
Maar bij het bezoek aan een plek waar we "beslist" dwergooruiltjes" zouden gaan zien zag ik twee neukende honden of misschien beter gezegd, twee uitgeneukte honden, die nog aan elkaar vast zaten. Nou, daar moest ik wel zo om lachen; dat had ik werkelijk in geen decennia meer gezien; ik denk voor het laatst ergens in mijn kindertijd.
Vroeger was dat ook altijd aanleiding voor hilarische lol. Iedereen eromheen en zeggen dat er een emmer water overheen gegooid moest worden. Nergens voor nodig natuurlijk. Tja, ik kon het ook niet laten om er een foto van te maken voor deze blog; twee van die rustig, wat gelaten wachtende honden die met hun achterste naar elkaar toe staan te wachten tot beter tijden.
Maar misschien begrijp ik nu wel beter waar die reu van de buren altijd naar op zoek was?!

04 juni 2016

Griekse wimpelstaart

Nemoptera Coa, de Griekse wimpelstaart
Foto: Roos vd Burg
De eerste keer dat we hem zagen, het was bij de SNP vogelreis van 2014 met Herman en Ruud zei Herman dat dit insect een "vlinderhaft" zou zijn. Nu dacht ik dat haften allemaal een kort leven - 1 dag - beschoren waren en daarom zelfs geen spijsverteringsorganen bezaten. En deze "vlinderhaften" zaten overduidelijk van de honing en stuifmeel te snoepen.
Maar bij ons laatste verblijf op Lesbos bleek op de dag dat we met Harold en Annemiek op stap waren dat deze wonderlijke insecten met hun grappige uitsteekseld nu toch een NLse naam hebben: Griekse wimpelstaart.
Ik ga toch eens aan Frits B. voorleggen of dit nu ook een officiële naam is. De Latijnse naam luidt: Nemoptera Coa.
Overigens een ontzettend fraai beest dat door Roos perfect op de foto werd gezet, waarvan acte.

03 juni 2016

Zo, die durfde!

In 1894, dus temidden van de tijd der tsaren schreef Leon Tolstoj het korte verhaal: "De jonge tsaar". De figuur van de informatieve droom, zoals die ook vaak bij Homeros wordt gehanteerd toont de jonge tsaar hoe het er in zijn naam in het grote Russische rijk aan toe gaat: wrede straffen, vreselijke omstandigheden in gevangenissen, grote onrechtvaardigheid, corrupte ambtenaren, alcoholisme terwijl de accijns op brandewijn de grootste inkomstenbron voor het Rijk vormt en nog veel meer ellende die in zijn naam officiële regeringspolitiek betreft.
De jonge tsaar toont zich gevoelig voor de hem getoonde menselijke ellende en wil daar iets aan doen. Wanneer hij uit de droom ontwaakt wordt hij geconfronteerd met het establishment in de vorm van een hoveling en zijn verstandige, uit het buitenland afkomstige jonge vrouw, de tsarina. De hoveling spreekt zich uit voor het toch vooral geen veranderingen in de regeringswijze in te voeren terwijl de jonge tsarina zich uitspreekt voor het overdragen van een groot deel van zijn verantwoordelijkheid aan verstandige vertegenwoordigers van het volk.
De in de droom hem aangegeven weg spreekt hem op zijn eigen, menselijke gevoelens aan zo tegen het eind van dit wel zeer korte verhaal toe: .... de eeuwige plicht van de mens jegens zijn eigen ziel.

Tolstoj eindigde met: "Welke van deze drie wegen de jonge tsaar bewandelde zal na vijftig jaar worden medegedeeld." Het is toch wel gedurfd geweest van deze grote schrijver om dit temidden van de tsarentijd openbaar te maken.
We weten hoe het is afgelopen; het tsarenrijk heeft het volgehouden tot de bom ook werkelijk barstte in de vorm van de Oktober revolutie in 1917. De rook die dat met zich meebracht leek te zijn gaan liggen maar is nog steeds niet helemaal opgetrokken.

02 juni 2016

Het paard Moechorti vroor dood

Op de verjaardag van kleinzoon Sjoerd was er in de WVT weer de jaarlijkse boekverkoop. Voor een appel en een ei kun je daar de oude boeken kopen die plaatsgenoten om niet aan deze vrijwilligersorganisatie ter verkoop hebben gegeven. De trouwe lezers van deze daily Blog weten inmiddels vast wel dat ik bij voorkeur boeken op de e-reader lees of van de bibliotheek; daar houd je geen kastenvullend oud papier aan over. De boeken die ik via de WVT verwerf geef ik weg, laat ik in de trein achter of neem ik mee op vakantie om achter te laten. Ook verscheur ik wel eens heel oneerbiedig een dergelijk boek zodat het bij lezing steeds minder weegt. Het grootste voordeel is wel - dit i.t.t. bibliotheekboeken - dat je niet op de inleverdatum hoeft te letten en je je er dus rustig doorheen kunt lezen. Zo heb ik nu al maanden Tolstojs "Anna Karenina", een literair kleinood in m'n nachtkastje liggen. Daar lees ik zo af en toe graag een hoofstuk van weg; die sfeer van het pré-revolutionaire Rusland met koetsjes, paarden, aristocratie en platteland is verrukkelijk om te lezen, althans dat vind ik. Die negentiende eeuwse Russen zijn sowieso een klasse apart. De literaire ontwikkeling aldaar is los van die van West Europa geweest. Heeft - aldus Conrad Busken Huet, een tijdgenoot van Tolstoj - de vaderlandse literatuur zich nooit boven de internationale middelmaat begeven, daar heeft de Russische literatuur zich in die tijd (en ook in de twintigste eeuw) onafhankelijk op grootse wijze ontplooid met Tolstoj en Dostojewski wel als grootsten, maar er zijn nog veel meer grote schrijvers geweest.
En zo heb ik specifiek naar "Russen" gezocht in die enorme uitstalling van de WVT. En ik ben daarbij niet teleurgesteld. Een boek met 6 beroemde vertellingen van Tolstoj, uitgeverij L.J. Veen uit wageningen, in de zgn. Amstelpaperbacks reeks nam ik onlangs ter hand.
Het eerste verhaal was meteen raak: "Meester en knecht". Het is fascinerend hoe het in dit spannende verhaal eigenlijk slechts om drie figuren draait: de meester, Wasili Andrijitsj Brechoenow, de knecht, Nikita en het trouwe paard Moechorti dat in het verhaal over een rit door een sneeuwstorm helemaal wordt afgejakkerd en uiteindelijk, evenals de meester doodvriest.
De achtergronden van meester en knecht worden rustig geschetst en de gedachten die bij de twee heren leven worden geweven terwijl het verhaal zich voortspoedt. De meester wordt gedreven door hebzucht en wil een bepaald winstgevend doel absoluut bereiken en dat terwijl de vreselijke sneeuwstorm die zo halverwege de rit opsteekt het reizen vrijwel onmogelijk maakt. Tot twee maal toe wordt een aanbod om te blijven overnachten in een dorp afgeslagen. Natuurlijk eindigt deze dodenrit dramatisch en hoe Tolstoj dan het stervensuur, althans wat er in de gedachten van de hebzuchtige Brechoenow speelt beschrijft is weergaloos. Eerst zit er nog een lijn in zijn gedachten - hij begrijpt niet dat hij zich altijd zo op geld en bezit heeft gericht - en tot slot is er slechts sprake van verwarring en speelt de hebzucht geen enkele rol meer in zijn gedachten en wordt de stervende heel religieus:

"En opnieuw hoort hij het roepen van degeen, die hem daar straks reeds had geroepen. 'Ik kom, ik kom!' antwoordt met blijde ontroering heel zijn wezen. En hij voelt dat hij vrij is, en dat niets hem nog weerhoudt.
En verder heeft Wasili Andrijitsj op deze wereld niets meer gezien, of gehoord, of gevoeld."

Een ontroerend maar vooral bijzonder boeiend en spannend kort verhaal. Op naar het volgende verhaal: De jonge Tsaar.

01 juni 2016

Architectuur in Den Haag

Het inmiddels misschien wat gedateerde gebouw
van het ministerie van BZ ook wel - en terecht -
"de apenrots" genoemd.
Het is werkelijk imposant wat er in en rond het stationsgebied van Den Haag allemaal bouwkundig is en wordt gerealiseerd. Hoge gebouwen van moderne schnit herbergen de verschillende ministeries. Het stadhuis is ook een juweeltje en ondertussen is men bezig om het enorme gebouw direct voor de zij-ingang van het station een facelift te geven of beter gezegd een totale verbouwing. Zo te zien blijven slechts de steunpilaren intact en wordt de rest geheel vernieuwd terwijl ondertussen de passage gewoon toegankelijk blijft, wel krachtig afgeschermd/bescherm door een tijdelijk stevig dak boven de passerende meute.
En dan ligt er even verderop bij de voorzijde van het station een betrekkelijk rustig gebied. Terwijl de ambtenaren en andere werkenden zich voortspoeden kun je er rustig op een van de vele bankjes gaan zitten en naar de watervogels en de herten, verderop in het park kijken. Toen ik daar onlangs wat tijd zat door te brengen zag ik die drukte achter me zo wat aan terwijl ik ondertussen ook naar de ganzen zat te kijken. Een moeder die een kinderwagen in de ene hand en een fietsje van een twee-driejarige aan de andere hand meezeulde. De peuter had zo zijn eigen agenda en wilde in het grind spelen; het dilemma van de moeder om de kinderwagen te laten staan en de peuter ophalen of te bidden en te smeken of peuterlief misschien wil komen. Wat een gedoe. De herrie van de almaar passerende trams. Voortrazende fietsers en scooters.
En dan te realiseren dat Den Haag ook nog een volkomen groene ontsluiting vanaf het station heeft: het Haagse Bos; een breed wandelgebied met vijfers en veel bomen en struiken; een frisse long door de stad. Ik kom er graag.