24 juni 2010

24 juni

Altijd een bijzondere dag die 24e juni. Misschien heeft iedereeen dat wel, zo'n magische dag waarop gebeurtenissen zich concentreren. Ik heb dat vooral met 1 augustus, maar toch ook wel met 24 juni. Dit jaar heb ik de 24e juni bijna 24 uur lang meegemaakt; ik moest al om 5.00 uur op om op tijd te zijn voor de educatieve rondleiding met de kinderen van Strabrecht. Van de weeromstuit kon ik slecht slapen en schrok al voor 3.00 uur wakker. Heerlijk zo'n kerkklok: je hebt geen wekker nodig want je hoort de nacht voortschrijden van half uur naar heel uur. Om half vijf maar opgestaan en om 5.57 met de eerste bus op weg naar Heeze. Voor het eerst de aansluiting gemist in Eindhoven, maar toch op tijd op de heide. En dat werd weer een leuke excercitie met geïnteresseerde kinderen en prachtig weer. Van de onderwijzer begrepen we dat de voorgaande groepen van de school erg enthousiast waren en van de leiding van SBB begreep ik ook dat scholen heel enthousiast reageren. Na afloop nog even in de hitte gewandeld en daar kwam ik een echtpaar tegen terwijl ik wat zat te genieten op en bankje en dan hoor je zo'n schitterend levens verhaal. Dat lijkt ook wel het item van de laatste dagen.
De dag tevoren het levensverhaal van onze al veel geroemde aardrijkskunde leraar J.H.B den Ouden. In een zonnig samenzijn hebben Peter C. en ik vernomen hoe deze gedreven man, hij was pas 25 jaar oud toen wij les van hem kregen, de kennis over het sociale systeem van het Indiase platteland heeft vergroot en wat dat dan betekent voor je privé-leven. Het is toch wel anders of je de gegevens voor je onderzoek betrekt uit experimenteel werk, uitgevoerd in een laboratorium met een bak muizen of dat je je met je levenspartner een jaar moet ingraven in een primitief Indiaas dorp, met een huis dat half instort als het hard regent.
Maar het echtpaar uit Strabrecht had ook zo'n levensverhaal dat je dan hoort, terwijl je voor elkaar niet meer bent dan "ships that pass in the night". Onder de titel "Carpe Diem" zal ik het op de Blog zetten.
Moe als een hond kwam ik aan bij mijn goede vriend Dick O. in Vaals. Lekker gegeten en tot 00.30 naar Meryl Streep gekeken in de film "The hours", een nauwelijks te begrijpen cultfilm o.a. over het creatief proces van Virginia Woolf, ook zo'n gedreven persoon als J.H.B.

23 juni 2010

SFT

Afgelopen zaterdag hadden we het derde weekend met Slow Food Thuis. Het was in Utrecht bij Rob. De stad was nog in rep en roer vanwege de "overwinning" op Japan. Ik heb eerlijk gezegd meer met lekker eten dan met voetbal.
Lisa had af moeten zeggen en dus waren we met vijf personen. SFT is toch wel het summum van SF plezier; zo gezellig met een aantal gelijk gestemden aan tafel en praten over lekker eten met alles wat erom heen speelt. Voedsel kilometers was zo'n onderwerp. Carien en Michiel hadden over de hele wereld gezworven en vertelden dat ze zo lekker vis hadden gegeten ergens op de Kaap Verdische eilanden. En kreeft in New Foundland. En, noem maar op in allerlei verre oorden als Nieuw Zeeland. Ik heb zelf ooit besloten dat Europa groot genoeg is en dat ik me daar toe zal beperken. Toen even later de voedsel kilometers ter sprake kwamen heb ik wel hilarisch zitten lachen over waar we ons eigenlijk druk over maakten met al dat gereis. En dan beweert de buitenwereld dat we een wat elitair clubje zijn van smulpapen; hoe komen ze erbij? Maar ik heb een ontzettend gezellige avond gehad. Rob had heerlijk gekookt van allerlei lokale produkten als een meer dan heerlijke kersensorbet, een pasta met zelf-gepelde garnalen en een heerlijke mul uit de noordzee. Complimenten voor de kok.

22 juni 2010

William Bolcom

Eerlijk gezegd had ik nog nooit van deze Amerikaanse componist uit 1938 gehoord (met dank aan WIKIpedia). Maar inmiddels heb ik zijn: "Songs of Innocence and of Experience (William Blake)" al wandelend beluisterd. Hij deed me enigszins denken aan Boughton, die ik toch wel behoorlijk bewonder met zijn prachtige "The Immortal Hour", overigens het enige werk dat ik van hem ken. Alleen werden in het stuk van Bolcom de spannende, vaak dissonante delen afgewisseld met merkwaardige kerkelijke muziek van Amerikaanse oorsprong; een soort gospelsongs, begeleid door akoestische guitaar. Het maakte op mij een wat oneerbiedige, spottende indruk, maar misschien was het juist als heel gewijd bedoeld. Soms kon ik niet goed horen of er sprake was van dissonante of van, opzettelijk, valse klank. Erg knap gezongen vaak. De koorstukken waren vaak van bijzondere kwaliteit.

21 juni 2010

Koud voor de tijd van het jaar?

In mei was het te koud voor de tijd van het jaar, maar juni kan er ook wat van. Vorige week vrijdag was ik weer met een groep kinderen in het kader van "de expeditie Salamander" op de Strabrechtse heide voor een stukje natuur beleving voor de kinderen. Ondanks de koude was het een succes; een paar kinderen stonden bij aanvang gewoon te bibberen en ik was al bang dat ze onvoldoende gekleed waren. Maar het extra expeditie-hesje en de wandeling en verdere beweging toen we eenmaal op weg waren, deden genoeg om de kou voor de kids te verdrijven. Maar dat gold minder voor de insecten. Het was me al opgevallen dat er geen libelles en waterjuffers bij de beek vlogen zoals de andere dagen. En later bij de expeditie zag je ook geen vlinders; een doodenkele misschien.
Maar zondag 20 juni, doet de deur dicht. Ik heb tijdens mijn zondagse wandeling onderweg een aantal bosmierennesten gezien die gewoon weer in rust waren gegaan. Er was geen mier te zien. Of het ook koud is.
Overigens hoorde ik een hilarisch bericht dat mei met 0,6 graden de warmste mei aller tijden (sinds gemeten wordt) was geweest. Nou ja, misschien wereldwijd, maar ik heb er hier niets van gemerkt en mijn beleving is toch vooral lokaal. Maar naar ik begreep is de klimaatdiscussie net zo'n hype als de zure regen in de jaren 80?! Wat moet je nou geloven als gewoon burger?

20 juni 2010

Wasmiddelen, Vargas Llosa en Borges

Vaak wanneer ik in een grootwinkelbedrijf als AH boodschappen moet doen, weet ik van de enorme keuze aan mogelijkheden niet meer te kiezen. Gelukkig weet ik dat ik van de wasmiddelen het huismerk moet hebben en na enig zoeken kan ik dat altijd wel vinden. Voor koffie ligt dat anders, daar staan zoveel verschillende soorten van, en degene die ik zoek is in zulke geringe hoeveelheden aanwezig dat ik het heb opgegeven; voor koffie ga ik altijd naar Dirk van de Broek met een beperkte keuze aan prima koffie.
Het zelfde gevoel heb ik wanneer ik onvoorbereid naar de bibliotheek ga; staande voor zo'n enorme uitstalling van boeken met moeizaam te onderscheiden titels en namen van auteurs, houd ik het na enig zoeken wel voor gezien. Maar.... in de onvolprezen bibliotheek van Bilthoven is sinds enige tijd een tafel ingericht met de nieuwe aanwinsten. Eerder meldde ik al het Nieuw Insectenboek. Dat lag al enige weken op deze tafel voordat ik het meenam; maar zaterdag lag daar een boek van Vargas Llosa: "Mijn Latijns-Amerika", met daarin een schat aan informatie over de raadselachtige Zuid-Amerikaanse literatuur en alles wat daarmee samenhangt.

Zuid Amerika wordt toch veelal geassocieerd met militaire machtsovernames, gebrek aan democratie, corruptie; dat beschrijft Vargas Llosa ook als onverbrekelijk element in de Zuid-Amerikaanse historie. Er lijkt zich overigens een kentering voor te doen, aldus Vargas. Een plaats als grote uitzondering op die machtswellustige leiders ruimt Vargas in voor Belaunde Terry, die twee keer president was van Peru. Citaat: .... dat de politiek in de toekomst steeds meer een zaak van hoogst pragmatische, kille, berekenende en weinig scrupuleuze mensen zal zijn, waarin geen plaats meer is voor die andere anachronismen die Belaunde Terry ook belichaamde, zoals hoffelijkheid, goede manieren, idealisme, patriottisme, elegantie. Poe, daar zegt hij wat!

Ook was ik erg gefrappeerd door het hoofdstuk over Borges. "De Aleph" staat al een tijd op mijn lijstje van te lezen boeken, maar nu ga ik het ook echt aanvragen bij de bieb. Getroffen werd ik door een zin, door Vargas geciteerd uit "El inmortal" van Borges: "Er bestaat geen complexer genoegen dan denken, en daaraan geven wij ons over".

19 juni 2010

Het kan nog erger met drijfmest

Eerder in deze Blog heb ik geschreven over drijfmest, het afvalproduct van de melkveehouderij wanneer koeien in loopstallen worden gehuisvest, waarbij urine en mest gezamenlijk worden opgevangen in kelders onder de halfopen vloeren van de stallen. Het effect is een stinkende drab die vanwege de stank die bovengrondse verspreiding veroorzaakt, in ons land met enorme, brandstof-verslindende machines diep in de bovengrond wordt geïnjecteerd. Het gevolg is een sterk overbemeste bodem die vast niet goed raad weet met deze halfvloeibare drek. Ruwe stalmest, het waardevolle product uit de ouderwetse grupstallen en moderne potstallen, daarentegen is een perfecte verbeteraar voor de bodemstructuur en het bodemleven; drijfmest ontbeert dat vermogen, aldus de rapportage van het Louis Bolk instituut.
Tijdens de bijeenkomst van Transition Town Amersfoort vernam ik dat in ons voorland, de VS, de moeite van het injecteren niet eens wordt genomen; daar wordt de overtollige stront in grote bassins, ter grootte van een meer gedumpt! Waarschijnlijk zal dàt in òns land nooit gebeuren.

18 juni 2010

The Pawnbroker

Een film die ik zo ontzettend graag opnieuw wilde zien, "The Pawnbroker" (1964) met Rod Steiger in de hoofdrol. Ooit zag ik die film in de bios, wel zo'n 40 jaar geleden denk ik. Ik wist nog dat het een film was met allemaal flash-backs van WO II. De hoofdpersoon was een overlevende van Auschwitz. En het viel me niks tegen; de paar dingen die ik me nog wist te herinneren waren inderdaad onderdeel van deze zeer indrukwekkende film en de flash-backs zijn zeer aangrijpend en bijzonder geïntegreerd met wat de hoofdpersoon in het New York van de 60er jaren meemaakt. Criminaliteit speelt een belangrijke rol. De merkwaardige mensen die bij de pandjesbaas hun spullen in pand komen brengen. De film is bijzonder imposant, niet in de laatste plaats omdat zij heel sober in zwart-wit is opgenomen.
In de WIKIpedia las ik dat dit de eerste film was waarin de Amerikaanse filmkeuring een film met blote borsten door de keuring liet komen. Aardig tijdsbeeld als je ziet hoe functioneel dat toen was en vergelijkt met de overdaad en vanzelfsprekendheid van bloot in moderne films. Het gaat in deze film om een hoertje dat probeert om wat te belenen en zichzelf er (tevergeefs overigens) bij aanbiedt om een wat hogere prijs te kunnen bedingen.
Mijn aanhoudendheid is beloond; in geen enkele videotheek was de film bekend. Maar nu dankzij internet heb ik haar toch weer kunnen zien. Een aanradertje voor liefhebbers van oude films.

17 juni 2010

Transition Town Amersfoort

Ten kantore van "One Planet", recht tegenover het station Amersfoort, vond de buitengewoon inspirerende bijeenkomst plaats. Op initiatief van het gemeentebestuur Amersfoort was een (grote) groep ondernemers en initiatiefnemers bijeen geweest. Naast mij zat "Theo", de initiatief trekkende ambtenaar van de gemeente dei aangaf dat het enthousiasme ook bij die eerste bijeenkomst groot was.
Maar eerst was er een diner. Uiteraard waren Els en Kees Huijbregts (Kees Knoflook voor velen)  aanwezig en Els had met lokale producten een heerlijk diner in elkaar gezet. Knoflooksoep, salade, zelfgebakken brood en yoghurt vormden het driegangen menu.
Op buitengewoon professionele wijze werd er gekomen tot initiatief definitie. Eerst heel kort met twee (willekeurige) mensen overleggen en daarna ook weer heel kort met vier mensen. Mijn groepje kwam merkwaardig genoeg unaniem met het idee van een moestuintje, samen met een school en middenin een buurt; op een plaats waar zich dan nu nog een stuk gemeentetuin bevindt. Natuurlijk heb ik dan het plantsoentje naast mijn flat voor ogen en de school recht tegenover.
Maar er kwamen nog de meest uiteenlopende initiatieven die met een presentatie van 1 minuut per stuk razendsnel over de Bühne werden gebracht. Daarna kwam de wethouder nog even langs en tot slot met een kopje koffie nog wat netwerken. Om half tien was het allemaal afgelopen. Ongelooflijk wat er aan initiatieven tot stand gaan komen in deze regio. Ik ga ook snel kijken wat er gebeurt in de de gemeente de Bilt, want ook daar blijkt een transition-town initiatief gaande te zijn. Het gaf mij een heel goed gevoel omdat er zo veel jonge mensen bij betrokken zijn.

16 juni 2010

Jacobsvlinder en Katwijk

Vandaag heel onverwacht met mijn oude vriend H. gewandeld. Op mijn verzoek ergens in de buurt van zijn woonplaats zodat ik na afloop van de wandeling naar mijn dochter in Delft kon doorreizen. Hij had wat bijzonders voor me in de aanbieding en dat was zeker het geval! De duinen tussen Leiden en Den Haag. Het is ongelooflijk hoe fraai ons toch dichtbevolkte land is. Een schitterend duinlandschap, het leek wel buitenlands met haar forse hoogteverschillen. Het was prachtig weer en de insecten vlogen dan ook lustig rond. En dan krijg je toch wel sterk het gevoel dat het goed gaat met de natuur in NL. Veel libellen en vlinders. De bosmieren waren druk in de weer met het vangen van (mei?)kevers.
In de verte wees H. mij op de tempel van de Soefie gemeente in Katwijk; zelfs op forse afstand een imposant gebouw. En we spraken af om daar ook een keer te gaan wandelen, overigens op mijn verzoek want ik was daar voor het laatst als klein kind op vakantie met mijn ouders natuurlijk. Het enige dat ik mij herinner van die vakantie is dat er enorme hoeveelheden zwart gele rupsen zaten in de duinen. Zelfs de waardplant kon ik mij nog enigszins voor de geest halen. 
Op mijn mouw landde een fraaie rood kleurige vlinder die ik hier thuis kon duiden als Jacobsvlinder en..... in het onvolprezen insectenboekje van de bieb stond ook een afbeelding van de rups en, inderdaad, dat was de geel-zwarte rups van 56 jaar geleden, die als waardplant het Jacobs kruiskruid heeft, de plant die mij nog vaag in mijn herinnering voor ogen stond.

15 juni 2010

Natuurherstel en kersen eten

Bij Bunnik is een grote kersenboomgaard waar je zomers kersen direct van de kweker kunt betrekken. Hoewel het nog wel erg koud was geweest wilde ik het er toch eens op wagen en ben die richting opgegaan, niet in de laatste plaats omdat het een schitterende wandeling is. Langs het universiteitsterrein op de Uithof en dan door het half open landschap richting Kromme Rijn. Daar kwam ik op een pad met aan de ene kant weiland en knotwilgen met veel kruidgewas en aan de andere kant een doorlopende meidoornhaag en doorkijk op het half open landschap met grazende koeien in de verte. "Wat wonen we toch mooi, en wat is NL toch schitterend in het voorjaar", dacht ik met genoegen. Nog een klein stukje langs de Kromme Rijn. En daar zag ik waterjuffers vliegen. Die zag ik 15 jaar geleden voor het eerst in grote getale in Luxemburg bij een kraakhelder stroompje. En dan hier langs de Kromme Rijn, als uit een andere wereld gekomen die fraaie onhandig vliegende insecten die lijken op libelles en op vlinders. Vorige week had ik ze ook gezien bij de kleine Dommel op de Strabrechtse heide. Op beide locaties zag ik ook de "gewone oeverlibel": het blauwe mannetje en het bruine wijfje.
De kersenboomgaard was wel open maar de kersen zagen er nog niet erg rijp uit en dat bleek ook wel, want de verkochte kersen kwamen uit Frankrijk. Waren overigens wel heel erg lekker!

14 juni 2010

Moestuin

Vorig jaar heb ik ijverig meegeholpen in de moestuin van een kennis. Door tijdelijk ongerief van haar partner was zij behoorlijk onthand met name voor het wat zwaardere werk. En een moestuin betekent veel werk. Vanaf het voorjaar vereist deze een vrijwel niet aflatende aandacht. Spitten, planten, afdekken, zaaien, water geven, en dan de strijd tegen slakken, vogels en vooral tegen ongewenste wilde plantengroei (ook wel genoemd onkruid har har), maar het is een zeer bevredigende klus; vooral het oogsten is natuurlijk een groot feest. Eerst de nog overgebleven boerenkool en dan sla, bessen, nog meer sla, tuinkruiden, boontjes, aardbeien en noem maar op. En allemaal even lekker. Haar partner is inmiddels opgeknapt en heeft de zaak weer ter hand genomen. Daarom heb ik dit jaar maar een moestuintje op het balkon gemaakt. Ik kijk de plantjes uit de grond. Trots belde ik de betreffende kennis op en meldde haar van mijn moestuintje. Al met al kwamen we verder aan de praat, o.a. over Slow Food en daarover zei ze toch heel ware dingen die voor mijn gemoedsrust van belang zijn. Aldus gaf ze haar mening die gefundeerd is op haar bijzondere interesse in goed voedsel, geïnspireerd vanuit de antroposofische hoek. Inderdaad doet Slow Food Nederland niet direct ondersteunend werk voor de ambachtelijke producenten, maar wel degelijk indirect door hun producten in de publieke aandacht te houden. "Dat is ook heel belangrijk". Voor mij zette dat mijn telkens doodlopende pogingen om SFN ertoe te bewegen om direct ondersteunend voor producenten aan de gang te gaan in perspectief. Daarmee kan ik het eens zijn en dus stop ik vanaf heden met activiteiten die door Samuel Levie zelfs als "kruistocht" tegen Slow Food werden omschreven en ga ik mij ook wentelen in het genoegen van het genieten van goede producten. Ik kijk uit naar de Terra Madre Nederland en zal dan een stevige tas meenemen. En verder zal ik mij inhoudelijk niet meer zo nadrukkelijk uiten en meer gaan genieten. Misschien toch naar een workshop bonbons maken?

13 juni 2010

36 jaar voetbal

Hier in de buurt lijkt het wel carnaval; allerlei oranje versierselen domineren het straatbeeld. Auto's met vlaggen, kinderen met oranje T-shirts met een naam erop. Het is weer vier jaar verder; het WK voetbal. Zoals de Grieken in de klassieke oudheid de tijd indeelden in perioden van vier jaar, samenhangend met de Pytische Spelen in Olympia, zo doe ik dat een beetje met het WK voetbal. Het voetbal zelf interesseert me niet zo gek veel meer. Maar ja, ik ben van de generatie die Johan Cruijf in zijn beste jaren heeft zien voetballen en daarna was het toch allemaal minder. 1974, wat een toernooi; als gekluisterd zat ik naar de wedstrijden van "Oranje" te kijken met natuurlijk Cruijf als aanvoerder. Met een weergaloze stijl, met Jan Jongbloed van DWS, de sigarenman die even verderop bij mij in de Jan Hanzenstraat zijn winkeltje had, in het doel. Hij liep soms wel uit tot halverwege de middellijn; het soort doelman waar Cruijf de voorkeur aan gaf. En dan die combinaties; het was fantastisch om te zien. De afloop van de finale was natuurlijk dramatisch. Met een stel vrienden hadden we lekker gegeten (entrecôtes van de barbecue weet ik nog) en daarna de wedstrijd die binnen 30 seconden een penalty voor NL opleverde en weergaloos werd gescoord door Cruijf. En toch verloren. Teneergeslagen gingen we naar Zandvoort om af te reageren. De aanwezige Duitsers durfden hun vreugde niet te tonen en de toen nog sluimerende animositeit bij de NLers kon nauwelijks onderdrukt worden.
Mijn eerste WK was in Norg tijdens de vakantie, 1966 in m'n verkeringstijd. Samen met mijn (aanstaande) schoonvader heb ik de oerspannende wedstrijd gezien tussen Duitsland en Engeland. De laatste heeft de wedstrijd toen onverdiend gewonnen. 
De volgende wedstrijd die ik mij kan herinneren was in 1978, op vakantie in de Vogezen. Wij kampeerden, terwijl mijn schoonouders in hotel zaten. Dat voorbeeld hebben we snel gevolgd omdat het zo koud was dat het sneeuwde. Nederland tegen Argentinië en reuzespannend en opnieuw verloor Oranje ondanks een fantastisch elftal met o.a. Rensenbrink en Cruijf. Daarna heb ik nooit meer gekeken tot 2006, vakantie in Spanje. NL verloor van de Portugezen geloof ik met bijzonder onsportief spel van de Portugezen. En dan dit jaar weer. Ik weet niet eens meer een naam van een NLse speler, .... of? Rafaël van der Vaart misschien. Maar mocht NL in de finale komen, dan ga ik zeker kijken!

12 juni 2010

Moestuin op het balkon

Mijn oudste dochter had onlangs een house warming party. Voor het eerst beschikte ze over een echt huis, met een (piepklein) tuintje. Reden om de hele familie en de "schoon"familie uit te nodigen om kennis te maken met de woonstede van haar en haar vriend. Omdat ik als één der weinigen goed tegen de zon kon mocht ik op de ereplaats in het hoekje van het tuintje zitten. Ik zag dat er al een klein perkje met wat bloemen en zaailingen was aangelegd. Eerder had ze me al verteld dat ze de tegels in het voortuintje wilde verwijderen om daar een moestuintje aan te leggen. Verwijtend sprak ze me aan op het feit dat ik destijds toen ze nog in het ouderlijk huis woonde nooit meer een moestuin had gehad. Die had ik alleen in de eerste jaren dat we in Bilthoven woonden. Ik combineerde moestuin en kippenhok; wat 'swinters de ren voor de kippen was en dan lekker met stront was verzadigd, was in de zomer juist moestuin. Goed omspitten, en de vruchtbare grond deed het prima. Vooral pronkers groeiden zodanig dat we er met ons grote gezin de hele winter van konden eten. Mijn toen misschien driejarig dochtertje, dezelfde die nu de house warming party hield, hielp mij samen met haar knuffeldier "eendje Kwak", met het poten van de boontjes. Ze deed dan een boontje onder het vleugeltje van eendje Kwak en liet dat dan in het kuiltje onder de groeistokken vallen. Zo'n kind kun je dan wel opvreten. Later is door mijn toedoen eendje Kwak verloren geraakt tijdens een treinreis. Het wordt me nog kwalijk genomen en ik heb er ook nog steeds spijt van.
Enfin, mijn dochter, inmiddels werkzaam in de zaadveredeling en, net als ik, gedreven tot het zelf voedsel bereiden wilde een moestuintje in haar mini-tuintje. Toen de visite was vertrokken hebben zij en haar partner direct tegels verwijderd, pootaarde gestort en een moestuintje voorbereid. Dat bleef maar ergens in mijn achterhoofd knagen. Vorig jaar heb ik iemand geholpen bij het onderhoud van een moestuin. Leuk werk, ontzettend leuk om te oogsten en de kwaliteit van die verse producten is onovertrefbaar. Maar een eigen moestuin vind ik nogal wat; je moet ernaar toe, ook als dat niet uitkomt. In mijn SF conviviumbestuur hebben een aantal ook een moestuin maar geven aan dat het vooral leuk is wanneer die zich in je achtertuin bevindt. En dat ben ik met hen eens.
Toe ik vorige week verzuchtte dat ik er spijt van had dat ik geen moestuin/volkstuin had gestart dit jaar en mij tegelijkertijd besefte dat dat ook eigenlijk niet precies was wat ik wilde, dacht ik aan mijn dochter en realiseerde ik me dat je ook op je balkon wat kunt telen. Mijn buurvrouw, een ervaren balkontuinierster, had nog twee beugels en een paar bakken waren snel aangeschaft. Met wat goede raad en met behulp van partners' gereedschap konden de bakken worden geïnstalleerd. Prima pootplantjes gekocht bij mijn oude leverancier van kippenvoer, annex dierenspeciaalzaak en tuincentrum in Bilthoven. En daar staan dan nu raapsteeltjes, sla, andijvie, peterselie, selderij. Ik ben zo trots als een aap met zeven staarten. Van een andere buurvrouw kreeg ik nog wat beugels en nog een bak. Het wordt nog een hele moestuin op die manier. En van de weeromstuit is mijn onderbuurman nu ook gestart met een kruidenbak in zijn keuken! Dit is toch ook Slow Food?

11 juni 2010

Guido Gezelle

Beeld van Guido Gezelle in Brugge (B)
Afgelopen donderdag en vrijdag heb ik, in het kader van mijn vrijwilligerswerk voor Staatbosbeheer groepen van kinderen uit de regio Eindhoven kennis doen maken met de natuur. Dat gebeurde in het schitterende gebied van de Strabrechtse heide in de buurt van Heeze. Het gaat daarbij om de beleving meer dan om de kinderen precies te laten weten om welke diersoorten of plantensoorten het gaat. De kinderen uit groep 5/6 van de basisschool zijn ontzettend enthousiast. En natuurlijk is dat erg individueel bepaald; het ene kind wil voortdurend aan de gang, druk lopend kijkend en alles laten zien aan de heidegids, zoals wij vrijwilligers genoemd worden. Andere kinderen zijn niet bij je weg te slaan omdat ze geen woord willen missen van wat je te vertellen hebt. Natuurlijk wordt er ook met dennenappels gegooid, maar algemeen is er sprake van groot plezier en aandacht. Het doel van het doen beleven van de natuur is met deze opzet volledig geslaagd. Een onderdeel van het traject dat met de kinderen wordt afgelopen is het vissen met een netje in de beek, de kleine Dommel. En het is verbazend wat je daar al voor visjes, kreeftjes, larven, dikkopjes en insecten uit te voorschijn kunt toveren. Natuurlijk moest ik het de groep eerst voordoen, maar eerlijk gezegd ben ik gewoon lekker mee gaan vissen net als vroeger als kleine jongen en later met m'n kinderen. In één van de vangsten zat een klein zwart/blauw insect. Ik peuterde het uit het netje en deed het in het water. Het zwom niet weg, maar kwam direct weer bovendrijven; ik realiseerde me dat het hier een "Schrijvertje" betrof en spontaan debiteerde ik de prachtige dichtregels van Guido Gezelle:

Schrijverke wat schrijvet ge toch?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
de eeuwige name gods.

Het ontging de kinderen natuurlijk, maar twee toevallig aanwezige volwassenen zaten me wat verbaasd aan te kijken. Dat hele gedicht "Het schrijverke" van Gezelle is een ode aan de natuur. En die drie laatste regels vind ik zo mooi dat ik er tranen van in m'n ogen krijg. Als ik mij realiseer wat het geloof, en dus zijn schepper voor een katholiek geestelijke betekent dan weet ik gewoon dat ik als agnost dat gevoel deel maar dat het mij om de schoonheid van de natuur zelve gaat. Op zo'n moment voel ik mij heel verwant met deze eenvoudige dichter. Dat gevoel van schoonheid van de natuur en de vrijwel religieuze beleving daarvan ligt erg dicht bij wat ik mij voorstel van de daadwerkelijke religieuze beleving. 

10 juni 2010

Virtù 2

Dat idee van virtù is bij mij goed binnengekomen, hoewel? Van m'n (LAT)partner kreeg ik op niet mis te verstande wijze te horen dat het delen van virtù tot de gewoonte hoort. En inderdaad, ik heb de eerste poging geheel alleen geconsumeerd; vanavond de laatste portie en daarbij ontdekte ik dat het korstje onderin de pan een niet te versmaden onderdeel mijn eerste versie van dit gerecht is. Het zij mij vergeven want ik heb deze dagen geen tijd om te koken vanwege mijn activiteiten als vrijwilliger bij Staatsbosbeheer waarbij ik meehelp om kinderen kennis te laten maken met de natuur.
Het concept is leuk; ik had nog een paar wat verdrogende knoflook uien liggen en die heb ik nu verwerkt in de tweede versie. Van Antonio, onze vaste leverancier van Italiaanse lekkernijen en op de vrijdag aanwezig op de Biltse markt, heb ik bouillonblokjes van porcini. Een bodempje melk met twee porcini bouillon blokjes en daarin de geschilde knoflooktenen van twee uien (of meer als dat zo uitkomt) zacht koken tot deze zacht zijn (half uurtje). 
Ook had ik nog wat gedroogde cantharellen die Henk, mede-bestuurslid van convivium Utrecht mij vorig jaar had gegeven en nog wat gedroogde porcini. Die lekker laten weken in wat water gedurende een half uurtje en uitknijpen. Het vocht toevoegen aan het knoflookmengsel (niks weggooien is ons motto nietwaar). 
De paddenstoelen in kleine stukjes snijden. Een stevige handvol ingevroren gamba's ontdooien en in stukjes snijden. 
Met de keukenmachine homogeniseer je het melk/knoflook mengsel en je vult het met water aan tot 1 liter. 
In een bakpannetje een stevige kluit boter en daarin op stevig vuur de gamba's en paddenstoelen bakken tot gaar en dan uit de boter vissen. Op laag vuur aan de boter 30 gram bloem toevoegen en nog wat boter om een mooie blanke roux te bereiden. 
Dan volgens de kunst de liter knoflook/blouillon bij kleine beetjes onder roeren toevoegen en nog even door laten koken. 
Gisteren had ik van Lisa, ook lid van ons convivium uit haar moestuin een verse knoflook gekregen. Daarvan hele fijne plakjes gesneden en aan de soep toegevoegd. Bij virtù gaat het er tevens om dat de verbinding tussen de oude en de verse ingrediënten wordt gelegd. Dat vond ik hierbij zo leuk symbolisch; eerst die ingedroogde maar goed bruikbare uien en dan die verse sappige knoflook die gisteren nog in de grond stond. 
Ik ga virtù maken tot m'n voorraadkast leeg is. Wie weet er nog een recept met stokoude gort?

09 juni 2010

Virtù

Van de internationale nieuwsbrief van Slow Food lees ik altijd direct de editorial van de hand van voorzitter en inspirator, Carlo Petrini. Had hij het ooit over de rol van ons foodies als die van het desem in het deeg, als die van de eerste Christenen ten tijde van het Romeinse rijk met "behoud van het culinair erfgoed" als onze zendingsboodschap, daar had hij het later ook over het behoud van ander cultureel erfgoed als dat van verdwijnende talen. Het gaat in Slow Food primair om het behoud van wat er nog is; de strijd om de teloorgang, die helaas samenhangt met "vooruitgang" voor te zijn. Maar in het editorial van deze maand ging het over virtù, een woord waarvan het mij niet zou verbazen als het samenhangt met "virtus", in de Romeinse maatschappij een centraal element, namelijk "deugd" zoals moed. (Jarenlang had ik een knipseltje met de 7 deugden in mijn portemonnee, maar nu ik ze nodig heb blijkt het helaas verdwenen; ik kan de zeven deugden dus niet alle benoemen). Maar bij "virtù teramane", een traditioneel gerecht uit de regio Ambruzzo in centraal Italië, gaat het om restverwerking van wat er van de wintervoorraad is overgebleven. Vanouds werd dat binnen de gemeenschap door de vrouwen gemaakt. De virtù at je niet alleen zelf op, maar die deelde je met buren en vrienden; het misbruik van goed voedsel door het weg te gooien werd hiermee voorkomen, maar de virtù speelde tevens een essentiële sociale rol. Daar hamert Petrini steeds op: voedsel en voedselbereiding zijn cultureel en sociaal verankerd en dat moeten we niet verliezen.
Welnu, ik ben ook maar eens in koel- en andere kasten als vriezers gaan speuren naar "left-overs" en vond nog een restje gerookt spek, een kontje bloedworst, een klein restje gedroogde bruine bonen, wat verschrompelde aardappels en wat ingedroogde uien. De bonen in de week gezet gedurende de nacht en gekookt (eerst 30 minuten zonder zout en dan zout toevoegen en nog 20 minuten koken en dan afgieten. In een pan deed ik een flinke kluit verse boerenboter en daarin bakte ik, de in kleine stukken voorgekookte aardappelen samen met de gesnipperde uit, het in stukjes gesneden spek en bloedworst. Eerst even stevig aanbakken en daarna nog wat sudderen en na toevoegen van de bruine bonen was mijn virtù klaar. 
In convivium Utrecht kennen we het project "Slow Food Thuis": foodies koken voor foodies; het bereiden van virtù en die delen met gelijkgezinden lijkt me echt wat voor SFT, zoals we dat afkorten. Hebben meerderen een virtù recept in de aanbieding?


08 juni 2010

De wetenschapsbijlage van de krant

Vanmorgen vernam ik tot mijn schrik dat, aldus een deskundige, geen enkele krant in NL meer een wetenschapsredactie heeft. Nu was het mij al jaren opgevallen dat de inhoudelijke waarde van de wetenschapsbijlage nogal achteruit liep, maar dat het verdwijnen van een specifieke redactie daarvan de oorzaak zou zijn, had ik niet verwacht. Ik herinner nog mijn kennismaking en onderhoud met Gerbrand Feenstra, destijds hoofdredacteur van de wetenschapsredactie van de Volkskrant; een gedegen bijlage waar ik wekelijks naar uitkeek. De manier waarop hij destijds mijn project op het gebied van elektronische communicatie in de huisartsengeneeskunde had weergegeven was meer dan uitstekend. Maar ook de NRC beschikte over een uitstekende wetenschapsbijlage om over de Intermediair uit de jaren 70 en 80 maar te zwijgen. Ik herinner mij nog een artikel waaruit bleek dat veel wetenschappers hun wetenschappelijke kennis op andere vakgebied dan hun eigen vakgebied, via de wekelijkse wetenschapsbijlagen van de dagbladen, bijhielden. Sommigen deden dat zelfs op het eigen vakgebied. Kom daar tegenwoordig maar eens om. Oppervlakkigheid alom omdat inhoudelijke kennis ontbreekt op de redacties.

Nu is het erg gemakkelijk om de dagbladen daarvan zelf de schuld te geven. Natuurlijk vormt het teruglopend interesse niveau van de lezers, maar vooral ook het teruglopend aantal abonnees alsmede de daarmee verband houdende advertentie-inkomsten, de hoofdoorzaak van het verdwijnen van de wetenschapsredacties. Wat overblijft is de hit and run journalistiek van de huidige dag die je net zo goed zou kunnen bijhouden via de "Metro" of de "Spits", oppervlakkige berichtgeving ten top waar heel treinrijdend Nederland zich 'smorgens mee vermaakt.

07 juni 2010

The Superorganism

Bert Holldöbler en Edward Wilson hebben weer een schitterend boek doen verschijnen over sociale insecten, met name dus over mieren, hun ongeëvenaard kennisgebied. In het blad "Entomologische Berichten" van de Nederlandse Entomologische Vereniging staat een onderhoudende boekbespreking van de hand van Marten Zijlstra, één van Neerlands grootste mierendeskundigen. Mieren kennen erg veel verschillende soorten met allerlei verschillend gedrag; werkelijk "gefundenes Fressen" voor biologisch evolutionaire speculatie; iets waar ik mij al dagdromend graag mee bezig houd. Op de rol van de mannetjes bij de mieren gaat Marten wat nader in; zo is er een mierensoort waarbij het bevruchte wijfje al copulerend het mannetje opvreet terwijl deze rustig doorgaat met het overpompen van zijn genetisch materiaal om de toekomstige kolonie van nakomelingen te kunnen voorzien. Verder verbaast hij zich met de auteurs over de geringe rol van de mannetjes in de mierenwereld. Misschien wordt deze houding van verbazing gevoed door de toch wat macho-achtige masculiene wereld die wij als genus mens ons gebouwd hebben. Ik las in de Volkskrant dat het verdwenen mysterie van de zure regen en de stervende bossen ook was gevoed door een sociale ontwikkeling meer dan door wetenschappelijke bevindingen. Misschien geldt dat ook voor onze wat neerbuigende houding naar de rol van de mannetjes mieren. Wij mannen kunnen het niet uitstaan dat mannetjes niets te betekenen zouden hebben in de mierenmaatschappij!
Maar..... een mierenkolonie gedraagt zich als een superorganisme waarbij de koningin voor de initiatie van de nieuwvorming zorgt van het superorganisme en de werksters voor de voeding en verzorging van het nieuwe weefsel in dit multicorpusculaire organisme. Voor de mannetjes is geen andere taak weggelegd dan het bevruchten van soortgenoten c.q. koninginnen van andere kolonies; eigenlijk niet meer dan een verpakking en vervoermiddel van het sperma. Zo'n passieve rol past ons mannen mensen toch niet!
Ik ga dit boek aanschaffen en verheug me er nu al op om het te lezen.

22 mei 2010

Ingenieurs van de ziel

Een ingenieur maakt bruggen, een ingenieur van de ziel maakt de mens. Frank Westerman heeft onder deze titel een boek geschreven over de gevolgen van de dictatuur van Stalin in de voormalige Sovjet Unie. Frank schrijft zijn boeken altijd aan de hand van een soort Leitmotiv, iets wat hij heeft gezien of gelezen. Zoals "El negro", ook één van zijn boeken handelt over de lotgevallen van een bij volstrekt toeval door hem tijdens een liftvakantie in Spanje ontdekte opgezette neger. Zo heeft Ingenieurs van de ziel de baai van Kara Bogaz, de zwarte muil, als Leitmotiv. Deze baai had hij als kind bij het bestuderen van de kaart van het geheimzinnige gebied rond de Kaspische zee ontdekt. Op een kaart veel later had hij gezien hoe deze baai, zo groot als Vlaanderen, geheel was verdwenen. Wat zat daar achter? Als een echte journalist achterhaalt hij de waarheid achter een aantal rare waarnemingen waaronder "het ornithologisch raadsel". Ergens in de jaren dertig, nog ver voor alle ecologische problemen van de hedendaagse tijd, kwamen plotseling de ganzen in steeds geringer getale vanuit het hoge Noorden naar onze lage landen. Vanaf de vijftiger jaren herstelde de ganzenstand zich weer op het oude niveau. De reden daarachter is altijd onbekend gebleven.
Maar intussen schept ons Frankje een buitengewoon helder beeld van de ongehoorde terreur die Stalin in de naam van "het volk" aan dat zelfde volk heeft opgelegd. Het wonderlijke natuurverschijnsel van de Baai van Kara Bogaz is een eeuwige waterval, middenop zee, in stand gehouden door de enorme verdamping van de ingesloten baai met een nauw natuurlijk toegangskanaal en zoutafzettingen van natriumsulfaat.  En om de winning van dit Glauberzout in een ongehoord weerbarstige omgeving die zich niet echt leent voor grootschalige menselijke ondernemingen draait dit boek. Mislukking is voorspelbaar en dan krijgt iemand de schuld; de gebruikelijke spelfiguur in de tijd van Stalin.
En ondertussen moest de officiële schrijversstand, door een groot man als Gorki voorgezeten, voortdurend hoera verhalen schrijven over hoe de socialistische mens triomfeerde over de natuur. 
Naar mijn mening geeft dit boek een vergelijkbaar beeld van de Goelag, zoals Solsjenitzyn in het boek "Goelag archipel" zo navrant over heeft geschreven. Dat laatste boek is door zijn ongehoorde treurnis nauwelijks door te komen.



20 mei 2010

Slow Food lezing voor de Lions

Mijn goede vriend Peter C had op basis van deze Blog al gemaild dat Slow Food mij toch wel heel ter harte ging ondanks dat ik voor het voorzitterschap had bedankt. Dat is inderdaad het geval, maar op de een of andere manier moet ik aan mijn communicatie over die passie toch anders vormgeven; minder negatief kennelijk hoewel ik het constructief bedoel. Van Samuel kreeg ik de vraag of ik mijn "kruistocht" tegen Slow Food Nederland niet moet staken. Ik schrok nogal van de terminologie omdat die een sterk negatieve connotatie heeft, maar anderzijds snijdt die toch ook wel hout omdat de mensen die ter kruistocht gingen dat deden omdat ze ergens sterk in geloven. Maar ik trek mij de opmerking aan en zal er zeker rekening mee houden. 
Deze Blog wordt tot mijn verbazing toch kennelijk ook gevonden en gelezen zonder dat ik haar erg promoot. Nou ja, wat politieker formuleren. De filosofie van Petrini is mij op het lijf geschreven en daarin staat genieten en samenwerken voorop en niet het polemiseren zoals ik vaak tot mijn schade doe.
Maar gisteravond heb ik op gepassioneerde wijze getuigenis kunnen doen over de Petrini filosofie in de kring van de Lions Bilthoven. Hoewel ik officieel slechts 20 minuten spreektijd had gekregen (ik was overigens enig spreker) werd mij geen enkele belemmering in de weg gelegd toen ik, als gewoonlijk, gepassioneerd allerlei uitstapjes maakte, waarvoor ik overigens wel de toestemming van de president van de club vroeg. Het verhaal sloeg heel goed aan. Men had wel vraagtekens bij de naam "Slow Food"; voorstellen om de naam te veranderen in "Green Food" kwamen ter tafel, en de vraag waar nou de achtergrond voor de term "Slow" op sloeg, afgezien van de tegenstelling met "Fast Food". Maar de meeste vragen waren toch puur inhoudelijk en betroffen het in stand houden van ons agrarisch en culinair erfgoed met de daarbij behorende kennis. Men bleek zeer geïnteresseerd en wilde nog nadere informatie over de lokale leveranciers van de Slow Food producten.
Ook na afloop bijzonder prettig nagesproken met meerdere leden van de groep. Natuurlijk zijn deze service clubs zoals ze algemeen genoemd worden, altijd uit op een stuk maatschappelijke inbreng. Gezien het belang van goede voeding acht ik samenwerking tussen convivia of plaatselijke Slow Food leden mogelijk als een manier om de Petrini filosofie niet alleen uit te dragen maar ook handen en voeten te geven. Daar moet ik nog eens over nadenken. Dit soort clubs zijn maatschappelijk diep verankerd.

19 mei 2010

Nieuwe Insectengids

Timmerboktor

Hij lag me al een poosje aan te staren. Op de tafel van nieuwe boeken bij de Bibliotheek lag de Nieuwe Insectengids van de hand van Michael Cinery (ISBN 978-90-5210-499-7). Inmiddels ben ik al een aantal jaren lid van de Nederlandse Entomologische Vereniging (NEV), en zelfs bestuurlijk actief als secretaris van de Sectie Thijsse, die zich vooral bezig houdt met de ecologische aspecten betreffende insecten in het beheer van natuurgebieden. Maar erg veel over insecten weet ik niet. En dan gaat er een wereld open wanneer je al die verschillende variaties ziet op het zelfde grondthema. Ongelooflijk zoveel soorten er zelfs in ons kleine landje voorkomen.
Vandaag ging ik zoals alle dagen mezelf even uitlaten in het bos hier achter. En tot mijn verbazing zag ik allerlei insecten die me nooit eerder waren opgevallen waaronder een vliegend insect met enorme lange sprieten. "Een boktor", dacht ik en waarschijnlijk was dat ook het geval. Hij leek in ieder geval erg sterk op de timmerbok (nooit van gehoord) die veel voorkomt in het soort bossen hier in de buurt. De larve leeft in stobben van dennenbomen. En dat was nou precies waar ik het beestje zag zitten met zijn prachtige uitsteeksels die hij vrolijk heen en weer bewoog.

18 mei 2010

Lakenvelder mest

Het tuintje van mijn partner maakte vorig jaar een wat armetierige indruk. Vooral het grasveldje zag er slecht uit met kale plekken en veel mos. Bij ons in de buurt heb je in het bos een grote open vlakte waar Lakenvelder koeien rondlopen, het gras kort houden en veel scheiten. Grote stevige drollen, heel anders dan de mest van melkkoeien, die toch meestal veel dunnere mest produceren. Zij heeft een paar keer in een grote plastic zak zo'n grote drol meegenomen en in de tuin uitgespreid. Het bodemleven wist er wel raad mee; binnen de kortst mogelijke tijd was het verdwenen en dat nog wel in het najaar en de winter. Maar nu in de lente zie je het effect. Je herkent de tuin niet meer. Het mos tussen het gras is verdwenen. Ondanks de koude van de afgelopen weken is het gras stevig opgeschoten en het ziet er heel gezond uit. Je kunt echt zien dat het de zode goed heeft gedaan die organische bemesting.
In mijn interesse voor de biologische landbouw heb ik van Internet een document gedownload met de omineuze titel: "Leven onder de groene zode". En daaruit had ik al opgemaakt dat het organisch bestanddeel, laat ik zeggen de pure plantenresten, voor het bodemleven aanzienlijk belangrijker is dan ik voor mogelijk had gehouden. Eigenlijk dacht ik altijd dat het tekort aan anorganische stoffen, kalium, nitraat, calcium en fosfaat moest worden aangevuld bij bemesting. Natuurlijk zegt dat tuintje niet zo gek veel maar het is wel duidelijk dat de bevindingen niet tegenspreken dat een goede zode gebaat is bij adequate organische bemesting. In de honderden jaren dat Nederland landbouw kent werd op die wijze bemest; stalmest, een mengsel van stront en stro is natuurlijk een organische bemesting in optima forma. Wellicht kunnen we bij de ouderwetse manier van mesten met wat minder kunstmest toe? Een ouderwetse grupstal of een moderne potstal zoals bij  Dirk Jan, de producent van de onvolprezen Olde Remeker kaas produceert een dergelijke mest. Inzaaien van klaver kan door haar symbiose met de stikstof fixerende Rhizobium bacterie voor nitraat zorgdragen. Wellicht kan dan met zeer lichte anorganische bijmesting met kunstmest voldaan worden aan de behoefte van de zode. Maar misschien is de kunstmest helemaal overbodig. Deze suggestie maak ik toch vooral op uit voornoemd rapport en heb ik zeker niet zelf verzonnen.


17 mei 2010

Deskundige ambachtelijkheid wordt zeldzaam

Marketing en sales zijn natuurlijk belangrijk voor verkoop van ambachtelijke producten, maar voorop staat toch wel de kwaliteit en vooral ook de smaak van de producten en de kwaliteit van uitgangsmateriaal en productieproces. Een streekproduct moet niet alleen geproduceerd worden in de streek van herkomst, maar productie dient gebaseerd te zijn op de vaak eeuwenlange ervaring die in de loop der jaren is opgebouwd in die streek. Verder moeten de uitgangsmaterialen ook de van oudsher in die streek gebruikte zijn. Althans, dit zijn de uitgangspunten van Slow Food; de teloorgang van de van oudsher zo kwalitatief goede producten van het Italiaanse platteland waren het belangrijkste motief om destijds Slow Food op te richten. Wil Slow Food Nederland hier iets aan doen in de vaderlandse situatie; kan SF inventariseren wat er nog over is van de traditionele producten?
Beschikt de organisatie over de kennis op dit gebied? Dat er  veel marketingdeskundigen binnen SF zijn is me wel duidelijk geworden, maar zijn er ook landbouwdeskundigen met kennis van traditionele vee rassen en landbouwgewassen? Over deskundigheid op het gebied van traditionele productiemethoden? Zou SFN een inventarisatie aankunnen?
Mijn twijfel is groot. Tijdens een manifestatie van convivium Utrecht werd een "boerenkaas" geserveerd die was geproduceerd door één van de leden, afkomstig van een zuivelboerderij. Deze kaas was niet lekker en smaakte helemaal niet naar boerenkaas. Toch zat iedereen hem zonder commentaar op te peuzelen. Ooit heb ik kaas gekocht bij een zuivelboerderij in het Oosten van het land. Schitterende locatie, lekker terras met uitstekend appeltaart bij de koffie. Koeien in een (stinkende) loopstal, gevoerd met rommel in mijn ogen, zo te zien geen oud Hollands ras maar Holsteins. En helaas, de kaas was niet lekker. Uit gêne heb ik, na drie verschillende kazen te hebben geproefd een klein stukje gekocht. Ik heb het thuis weggegooid. Dus wat ik zo zie lijkt er nogal wat te schorten aan de kennis en kunde van de "boerenkaas" producerende ambachtslieden. Een taak voor SFN zou kunnen zijn om die paar kwalitatief goede plekken in kaart te brengen, het proces in zijn compleetheid te beschrijven inclusief de koeien, het voer, de manier van stallen enzovoorts. En dat niet alleen voor kaas maar voor alle traditionele producten als droge worst, gebak, appel- en perenstroop en wat er verder nog zou kunnen zijn aan traditionele producten. Overigens vrees ik dat de oud Hollandse varkensrassen die zo nodig zijn voor de worstbereiding er niet eens meer zijn. Het is een heel wrange constatering dat je voor goede streekproducten net als voor interessante insectensoorten zo langzamerhand alleen nog maar in het buitenland terecht kunt. 

16 mei 2010

De missie van Slow Food Nederland

Bij LinkedIn bestaat een "Group" Slow Food Nederland (SFN). Aangezien ik altijd graag voor de inhoud ga heb ik een aantal keren geprobeerd om een inhoudelijke discussie te voeren. Het resultaat viel me nogal tegen. Er kwam eigenlijk geen discussie op gang. Een eerste poging over drijfmest verzandde uiteindelijk in een kostenverhaal. Het ecologisch aspect werd door niemand opgepakt. Een tweede poging, op basis van een verhaal van Carlo Petrini over een traditionele kaas uit Aubrac, liep niet eens dood. Daar kwam geen enkele reactie op. Eigenlijk wilde ik stoppen met met activiteiten in deze group onder het mom: "dit wordt nooit wat". Toen heb ik een "discussion" gestart onder de vraag waarom mensen eigenlijk lid werden van deze "group" (het zijn er inmiddels meer dan 200), met de opmerking dat er zo weinig discussies worden gestart en dat er op de weinige discussies nauwelijks wordt gereageerd. Dat heeft tot een gering aantal reacties geleid, waaronder een vrij doorzichtige van de beheerder die natuurlijk ook wel ziet dat er niemand wat doet. Eerlijk gezegd vind ik het nogal beschamend voor een vereniging met een duidelijk doel.
Mijn interesse is daarom ook waarom men eigenlijk lid wordt van SFN. Langzamerhand begint zich dat toch wel voor me uit te kristalliseren. Enerzijds zijn er idealistische leden, die vergelijkbaar met een lidmaatschap van natuurmonumenten, het gedachtengoed willen steunen. Denk aan die mevrouw uit Westbroek die al jaren lid is maar nooit een Nieuwsbrief van convivium Utrecht verkreeg omdat ze geen e-mail adres had kenbaar gemaakt.  Ze kwam op de Terra Madre dag af omdat die in de krant was aangekondigd. Maar een wellicht kleinere, maar veel actievere groep heeft belang bij de voedselvoorziening. Koks, kleine leveranciers in niche-markten, grossiers van biologische wijnen e.a. Er is maar een heel enkele werkelijke producent lid van SFN, denk aan boeren, tuinders, slagers, kaasmakers. Bij mijn rondgang in 2009 langs zelfslachtende slagers in het Oosten van het land bleek dat niemand van SF had gehoord. En niemand voelde ervoor om lid te worden. Wèl hadden ze echte SF producten in de aanbieding! Hoe de verbinding kan worden gelegd tussen SF en dit genre echte producenten is een ware uitdaging. Hier ligt volgens mij de echte missie van SFN en niet alleen in "Workshops bonbons maken", om maar eens een krachtige tegenstelling neer te zetten.

12 mei 2010

Ecosysteem, een delicaat evenwicht

Ergens in het Zuiden van het land, in de buurt van Vaals, is een natuurleerpad aangelegd. De bedoeling daarvan is dat bezoekers zich een idee vormen over wat er in de natuur gebeurt en wat je er kunt zien en horen. Zo is er een grote toeter waarachter één van je oren kunt houden zodat je het geluid van de omgeving beter kunt horen. De vogels en andere geluiden van het bos dringen daar enigszins versterkt tot je door. Zeker nu in het voorjaar laten de verschillende vogels zich goed horen. Verder is er een eenvoudig apparaat waarmee je kunt vaststellen welke voetspoor bij een bepaald dier hoort. Je gaat dan wat bewuster om je heen kijken en luisteren.
Maar er is ook een mij bijzonder intrigerend instrument waarmee de evenwichtssituatie van een ecosysteem wordt geïllustreerd. Zie : http://picasaweb.google.nl/rmoretsoo/Natuurleerpad#5473334547656713730
Ik weet niet of iedere bezoeker het zal begrijpen maar imposant is het wel. Een groot platform, waarop wel twintig mensen kunnen staan is verend opgesteld. Toen ik het bezocht was ik met een vriend en hebben we er samen op plaatsgenomen. Dat was een bijzonder wiebelige aangelegenheid waarbij je op moest passen om er niet van af te vallen. De intrigerende vraag was denk ik gesteld aan een mogelijk bezoekende schoolklas. Die betrof de stabiliteit als je er met meerderen op staat. Ik bedacht mij dat de stabiliteit natuurlijk veel groter wordt als het platform behoorlijk vol is; dan is er evenwicht. Maar hoe minder vol, hoe onevenwichtiger het wordt. Stel je voor zo'n schoolklas met allemaal drukke kinderen. Er springt er eentje af, aan de andere kant klimt er weer eentje op, maar het geheel blijft stabiel. Totdat er een sterke lastpost komt die er een heel stel afgooit en er geen nieuwe meer op laat. Dan is de hele stabiliteit verdwenen. De analogie met een ecosysteem drong zich perfect bij me op.

11 mei 2010

Afrika, een geschonden continent

Het laatste jaar heb ik nogal wat gelezen over Afrika. Natuurlijk weet je nooit wat waar gebeurd is en wat fictie is, maar een algemene teneur blijft toch dat Afrika door haar buur-continenten, althans de "bezoekende" bewoners van die continenten nogal geschonden is. Als je het boek Ségou leest dan zie je hoe in een vreedzaam op haar manier goed gestructureerde maatschappij, met haar animistische geloof langzaam maar zeker onder de voet wordt gelopen door een godsdienst van buiten, de Islam. De invloed wordt beschreven met de gebruikelijke moordpartijen om de verbreiding maar te versnellen. In de negentiende en twintigste eeuw werd Afrika vrijwel geheel "verdeeld" onder de Europese staten. Zending en uitbuiting deden hun destructief werk op de bestaande maatschappelijke verhoudingen. Slaven werden niet meer oostwaarts getransporteerd waar hen een, aldus V.S. Naipul (in "Een Bocht in de rivier),  rustig, arbeidzaam leven wachtte bij een Arabische familie, maar naar het Westen, waar hen, wat we tegenwoordig beschouwen als een slavenleven wachtte, op de uitgestrekte plantages in de nieuwe wereld.
Halverwege de twintigste eeuw vond dekolonisatie plaats en werd op basis van de Westerse ervaringen de democratie min of meer opgelegd als politiek systeem. Dat heeft toch niet gewerkt. In het boek "Een bocht in de rivier", wordt op indringende wijze beschreven waarom dat niet werkt, zelfs niet met een primair goede wil van de regeringsleiders. Vanouds leven de stammen in eigen territoria, met eigen cultuur en dat laat zich niet in een landelijk georganiseerde regeringsvorm dwingen. Naipul schrijft over Uganda, dat het land te klein was voor de moderne tijd. De snelheid waarmee alles gaat van berichtgeving tot verplaatsing en gevechtshandelingen past niet bij de cultuur van Afrika met z'n stamgewoontes. De menselijke maat is aldaar overschreden.
Nu las ik onlangs van de hand van Carlo Petrini, dat de laatste zet in het schaakspel rond Afrika wordt gezet door China, India en enkele (schat)rijke Arabische landen. Land, dat zogenaamd van "niemand" is, maar al eeuwenlang wordt bebouwd en beweid door de lokale bevolking, wordt door de landelijke regering verkocht aan genoemde landen tegen onduidelijke voorwaarden. De lokale bevolking zal ongetwijfeld het gelag moeten betalen. Wat een lot draagt dit continent, de bakermat van onze soort nog wel.

09 mei 2010

Bruidsvlucht van de mieren

Vandaag was het wel wat koud, maar droog, kennelijk een dag voor de mierenkolonie om aan de voortplanting te gaan werken. Op het prachtige koepelnest liepen werksters en gevleugelde geslachtsdieren druk rond. Ze vlogen nog niet. Snel heb ik een koningin voor microscopisch gevangen. Enorme vleugelspieren hebben ze. Die dienen niet alleen om te vliegen maar ook om te worden omgezet nadat de vlucht is beëindigd. Zo'n koningin kan daar eieren van maken door omzetting. Insecten zijn daar meesters in; denk maar aan de omzetting bij de metamorfose van rups naar vlinder, waarbij vooral vet wordt omgezet in weefsel voor de vlinder, maar dit ter zijde.
Zo'n mierenkolonie beschouw ik als een organisme; een multicorpusculair organisme, oftewel een organisme dat uit meerdere individuen bestaat. Zoals in een multicellulair organisme iedere cel een specifieke taak heeft zo heeft in een multicorpusculair organisme ieder individu een al dan niet specifieke taak. De koningin zorgt voor de bevruchte eieren, de werksters voor voedsel, verdediging, bouwen van dingen, de mannetjes voor de uitwisseling van genetische informatie met andere koloniën van de zelfde mierensoort. De onderlinge afstemming gaat door een nog grotendeels onbegrepen mechanisme waarin geuren en feromonen een rol spelen.
Bij de bruidsvlucht vliegen de onbevruchte koninginnen en de spermadragende mannetjes weg uit de kolonie. Dat is een fascinerend gezicht, net een wolk die omhoog gaat, of een mini-vulkaan die spuit, afhankelijk van de soort. Hoog in de lucht komen de koninginnetjes en de mannetjes van verschillende kolonies, zeg van verschillende organismen bij elkaar en kunnen daarbij kruisen. Een mannetje van de ene kolonie bevrucht een koningin van de andere kolonie. Voor succesvolle voortbestaan van een soort is het absoluut noodzakelijk dat er (minstens af en toe) genetische informatie wordt uitgewisseld. Meestal (?) zal het om zelfbevruchting gaan van de kolonie, hoewel ik daar nooit iets over heb gelezen en het maar gis.
De bevruchte koninginnen vallen terug naar de grond en kunnen dan voor nageslacht zorgen in de vorm van bevruchte eieren die na verzorging tot werksters kunnen worden. het is fascinerend om te zien hoe verschillend dat kan gaan bij de verschillende soorten. Als je er meer van wilt weten lees dan het boek: "The Ants", van Wilson en Holldöbler. In een andere Blog zal ik er nog wel eens wat meer over vertellen.

07 mei 2010

Petits sabots

Het is inmiddels 7 mei en door de noorderwind erg koud voor de tijd van het jaar. Dat doet me denken aan een vakantie in mei 1984 ergens in het midden van Frankrijk, onder Parijs in een huisje van toenmalige buurtjes. Joke, onze oudste was nog niet eens twee jaar en een ontzettend lief kind. Die hele reis lang zat ze vastgesnoerd zoals dat hoort, achterin onze gele 2CV. Als ze sliep hoorde je niks, maar was ze wakker dan hoorde je voortdurend: "bèèèèh", het geluid van een mekkerend schaap. Of het nou een paard of een koe was of enig ander dier in de wei, steeds dat zelfde geluid. Eenmaal aangekomen voor het huisje, hoe kon ze weten dat het de laatste stop was, zei ze: hè, hè en wilde er direct uit. Wat een teleurstelling dat huisje. Het was zo primitief en koud. Geen echte kachel maar een houtkacheltje waarvoor het hout moest worden gezaagd uit de vervallen boomgaard. En het bleef maar zo koud, net als het begin van deze mei maand anno 2010. Het huisje maakte onderdeel uit van een boerengehucht waar we melk en eieren van de boer konden kopen. Joke ging natuurlijk mee, ze was helemaal niet bang voor dieren tot verbazing van de Fransen en ze liep op klompjes, wat de kreet ontlokte: "petit sabots", een uitdrukking die zelfs tot heden in de vorm van piesabo in ons gezin taalgebruikelijk is gebleven. Piesabo sokjes waren de sokken die oma breidde voor in de klompen.
Ondanks de kou gingen we erop uit. Op een avond paste de dochter van de boer op zodat wij uit eten konden bij een echtpaar dat table d'hôte hield. We ontmoetten daar een gezelschap van leuke Fransen die iets te vieren hadden. Ik heb daar zo lekker gegeten en krankzinnig veel gedronken dat ik de volgende dag een kater van jewelste had. En toch mee met dat gezelschap Fransen om in de buurt huizen te bekijken. En ook daar was onze dochter, inmiddels via Yogi bear van naam veranderd in Yogi ourse, op z'n Frans, met haar klompjes en opnieuw de verrukte kreten: "petits sabots". Die Fransen bleken later nog collegae/bekenden te zijn van een goede vriend van mij.
Van die vakantie herinner ik mij toch eigenlijk niet de koude maar vooral dat kleine meisje, nu nog steeds "ourse" genoemd, althans door mij, inmiddels een jonge vrouw natuurlijk en werkzaam. Toen de zon eindelijk doorbrak en ze in de zandbak zat te spelen zei ik, de zonnewarmte bedoelend: "lekker hè", en tot mijn ontzetting stak ze een lepel zand in haar mond omdat ze dacht dat ik dat bedoelde.

06 mei 2010

Harry Mülisch

De schrijver van "De ontdekking van de hemel" verdient alle lof. Er wordt vaak gekscherend over hem gedaan als zou hij ieder jaar verwachten de Nobelprijs voor de Literatuur te mogen ontvangen. Naar mijn bescheiden mening komt "De ontdekking" zoals zijn meesterwerk wel wordt genoemd, in aanmerking voor de grote prijs. Een ander, zij het wat ondoorgrondelijk werk is "Het stenen bruidsbed" dat op een onnavolgbare wijze de gruwelen van het bombardement en de daarop volgende vuurzee van Dresden beschrijft. De vorm, met haar klassieke gedichten, bijna Homerisch te noemen, is heel bijzonder. De gruwelen zijn daarom niet minder; het moge duidelijk zijn dat HM zich tot in de détails heeft verdiept in de tweede wereldoorlog. Zijn boek "Siegfried" getuigt daar ook van. Het is mij eens overkomen (ik lees graag meerdere boeken in een bepaalde periode naast elkaar) dat ik Siegfried las naast het boek "Twaalf jaar bij Hitler". Dat laatste is een vrij gedétailleerd verslag, opgetekend uit de mond van een jonge vrouw die gedurende twaalf jaar persoonlijk secretaresse was van Hitler. Dus in de bunker, op de Obersalzberg, overal waar "der Führer" zich zoal ophield. Merkwaardig genoeg leken de twee boeken zodanig op elkaar dat ik soms niet wist welk ik aan het lezen was. Ik herinner me vooral nog de beschrijving van een spelletje "Blei giessen" waarbij in een bak water een lepel gesmolten lood wordt gegooid en het wonderlijk gestold resultaat aan analyse wordt onderworpen; een onschuldig spelletje dat in beide boeken wordt beschreven; maar ook de eindeloze kletspartijen, waarmee de leider van het Herrenvolk zijn toehoorders verveelde en uit de slaap hield werden in beide boeken vrijwel gelijkluidend beschreven, althans ik zag erg veel overeenkomsten. Mülisch beschrijft het dus heel waarheidsgetrouw en documenteert zich goed.
Wat ik altijd een vondst heb gevonden is zijn beschrijving van de reis van een waterstofkern die, na eindeloos gereisd te hebben, gebonden als water, in de oceanen, terecht komt in het oog van een dinosaurus en nog allerlei gekke plekken en uiteindelijk in de laatste druppel inkt waarmee de schrijver van het verhaal de punt achter zijn verhaal zet. Een zelfde vorm kwam ik tegen bij het verhaal over "Koolstof" in het boek "Het periodiek systeem" van Primo Levi. Ook hij zet zijn laatste punt, gestuurd door een koolstofatoom wiens reis in het verhaal wordt beschreven. Alleen schreef Mülisch het "Zwarte licht", waarin voornoemde odysseia van het proton, 11 jaar voordat Primo Levi zijn gedachten op papier heeft gezet. Waardering voor ons Harry dus zoals Peter C. en ik waarderend over Neerlands grootste schrijver (onze opinie) spreken.

05 mei 2010

Bevrijdingsdag 2010 en Primo Levi

Afgelopen maandag 3 mei heb ik twee boeken van Primo Levi bij de bibliotheek opgehaald. Eigenlijk was het naar aanleiding van "Het verslag van Brodeck", van Philippe Claudel dat ik dacht om ook Primo Levi te herlezen. En dat is toch wel wat anders wanneer je je realiseert dat Primo Levi deze ellende zelf heeft doorstaan en dat het om echte slachtoffers gaat. In het boek "Het respijt" beschrijft hij de bevrijding van het kamp Auschwitz. De afgrijselijke kampervaring die hij heeft overleefd wordt nog eens gevolgd door een onnavolgbaar beschreven terugreis die voert door de eindeloosheid van Rusland. Een reis die wordt gekenmerkt door ernstige ziekte, koude, onbegrijpbare bureaucratie, een onstelpbare honger, maar ook door vriendschap. Ellende en chaos kenmerken de gang door het Europa van toen. Wat heeft die twintigste eeuw toch een ramp betekend voor Europa. Echt een boek om op 4 en 5 mei in één adem uit te lezen.

04 mei 2010

Oostvaarders plassen

Op uitnodiging van de natuurwerkersclub "Kwadijkse vlot" kregen mijn partner en ik de gelegenheid om deel te nemen aan een excursie naar de Oostvaardersplassen. Een buitengewoon frisse, maar ook heel bijzondere plek om te mogen zijn. Het gebied is ontstaan bij de drooglegging van Flevoland. Op de plek van het hedendaagse natuurgebied was aanvankelijk een industrieterrein gepland. Maar door de oliecrisis van de 70'er jaren kwam dat er niet van. Voor de drooglegging, aldus de inleidende lezing van de zeer deskundige beheerder, werd het gebied ingezaaid met rietzaad. Het riet zuigt het water op dat vervolgens via de bladeren verdampt. Edoch, het gebied hier werd aan haar lot overgelaten en de natuur greep onverbiddelijk haar kans. Het enorme rietgebied trok allerlei vogels, maar ook, en dat bleek cruciaal, veel grauwe ganzen die in het gebied de rui doorbrachten. Lekker dobberend in het water waar zij onbereikbaar waren voor roofdieren (m.n. vossen) konden ze rustig de tijd nemen om de nieuwe veren te laten groeien. In die tijd kunnen ze niet vliegen omdat de vleugelpennen zijn uitgevallen. Het malse riet diende als voedsel en zo ontstonden de ruime open plassen die nu zo kenmerkend zijn voor het gebied. Om de ganzen in het gebied te houden zonder de boeren veel overlast te bezorgen werden ook voormalige landbouwgebieden rond het natuurterrein aangekocht en ingezaaid zodat er graslanden ontstonden. Om verruiging tegen te gaan werden voor begrazing tevens Heckrunderen, Konikspaarden en edelherten ingezet. Al met al een heel ecosysteem dat inmiddels een prachtige evenwichtssituatie heeft mogen bereiken. Het aantal geboorten van de grote zoogdieren is in evenwicht met het aantal dieren dat, al dan niet met behulp van de mens, uitvalt door sterfte. Tal van dieren werden door ons gespot vanuit de door een tractor voortbewogen bolderwagen. Het terrein was veel groter dan ik had verwacht. Het aantal grote grazers dat het herbergde had ik niet voor mogelijk gehouden. Zo'n kudde wilde paarden en runderen is buitengewoon imposant.
Maar wat ik niet wist is dat allerlei rietbewoners als het baardmannetje en de blauwborst dankzij dit enorme rietgebied enorm konden uitbreiden en vanuit deze locatie heel Europa hebben (her)bevolkt.
Heel uniek, weet ik nog, werd de spoorlijn naar Lelystad in een bocht om het natuurgebied heen gelegd en van industrialisatie was geen sprake meer.

03 mei 2010

Een treffende beschrijving

Soms treft je, al lezende een strofe vanwege haar kernachtigheid. Zo las ik in "Het respijt" van Primo Levi zo'n schitterende beschrijving van de oprechte vreugde en blijdschap zoals je die onder eenvoudige mensen kunt vinden en die je in de grootsteedse tegenwoordige tijd in ieder geval in NL niet meer eenvoudig tegen kunt komen. Zo heb ik dat jaren geleden mogen ervaren in een klein dorpje in Andalucia waar we gastvrij werden gevraagd voor het bijwonen van een feestje na afloop van Corpus Christi. In een garage, met Paëlla en overvloedig aanwezige maar matig gedronken vino werd daadwerkelijke vreugde gevierd. Levi beschrijft dat: ...een jeugdig, natuurlijk, intens vermogen om blijdschap te voelen en te uiten, een ingeboren, hartelijke vertrouwdheid, ver van leeg vertoon en cerebrale abstractie.

01 mei 2010

Imam Bayildi

Eerlijk gezegd heb ik het niet zo op de vegetarische keuken, maar voor dit gerecht maak ik graag een uitzondering. Vegetarische vrienden van mij kregen onlangs de Imam bayildi (flauwgevallen priester volgens Wina Born) voorgeschoteld toen ze bij me kwamen eten en vonden het zo goed smaken dat ze het recept wilden. Welnu, dat deel ik dan graag met alle lezers van dit Blog (of is het deze Blog?).
Voor 2 personen is 1 aubergine voldoende. Schil deze in de lengterichting gedeeltelijk af en maak sneetjes in de ontschilde delen en doe daar stukjes knoflook in. Vooral niet te weinig knoflook gebruiken in dit gerecht. Kook in ruim water met zout gedurende enkele minuten en laat de aubergine enigszins afkoelen.
Snipper een grote ui en flink wat knoflook en fruit dat zacht in wat olijfolie; voeg vervolgens een blik tomaten toe en roer op zacht vuur tot er een lekker dikke massa overblijft. Doe hierbij een ferme hand rozijnen (eerst weken in water) en fijngehakte hazelnoten. Voeg naar smaak peper, zout, paprikapoeder, kaneel, wat suiker en citroensap toe en laat nog even sudderen. Snijd de aubergine in plakken en voeg die ook toe. Nog een kwartiertje zacht samen laten sudderen en klaar is Kees.
Mijn voorkeur is om het warm te eten maar in Turkije, waar dit gerecht vandaan komt eet men het koud op hete dagen met brood. In Griekenland (waar dit gerecht gewoon Imam wordt genoemd) eet men het warm met brood.
Eet smakelijk en laat als comment weten wat u er van vindt.

29 april 2010

Palen laaien

Wat een prachtig weer vandaag. Een schitterende wandeling gemaakt langs het Tienhovens kanaal. Eerst met bus 58 van af de halte vrijwel direct voor de deur naar Hollandse Rading en van daaruit door het bos richting Tienhoven. In het vroege voorjaar is het groen aan de bomen zo prachtig licht van kleur en de bladeren zijn nog zo teer. De sfeer in dit oud stuk bos is bijna betoverend. Dan uiteindelijk via het bos, langs boerensloten naar de Egelshoek, een oude buurtschap, niet te verwarren met de camping met de zelfde naam. Een dissonant is het voortdurend gebrom van de "sport"-vliegtuigjes van vliegveld Hilversum. Links ligt het Bert Bospad (ook een aanradertje). maar wij gingen verder naar de theetuin, een ontzettend leuk particulier initiatief van een mevrouw die haar prachtige tuin ter beschikking stel van passerende fietsers en wandelaars; lekker even zitten met een kopje thee. Toevallig zette zij alles klaar voor de theetuin op het moment dat wij passeerden. Zij meldde ons dat het ten tijde van de IJslandse aswolk heerlijk stil was zodat je de vogels schitterend kon horen. Eerlijk gezegd was het geluid van de vliegtuigjes mij nooit als erg storend opgevallen, zo veel kabaal is het nou ook weer niet, maar zonder is natuurlijk wel fraaier. Overigens even verderop hoor je er nauwelijks meer iets van. En na twee kopjes thee gingen we natuurlijk verder. Langs het Tienhovens kanaal liggen aan twee kanten uitgestrekte terreinen van Natuurmonumenten. Aan de Utrechtse kant is moeite gedaan om groeiend veen te herstellen en dat geeft een werkelijk schitterend resultaat met flauw oplopende oevers, veel bloemen en vooral veel amfibieën en vogels. Aan de andere kant is er meer verruigd weiland dat deels ook door oppompen van water nat wordt gehouden; goed voor allerlei diersoorten waaronder vogels, het was dan ook een gekwinkeleer van jewelste. Tal van vogelaars staan er met kijkers; één van hen spraken wij aan en hij toonde ons de roodborst tapuit. Wij zelf fotografeerden een zwaan die op z'n kop in het water stond om nog van de bodem wat lekkers te kunnen oppakken. Ook zagen we een kleine ringslang. Aan het eind van het pad keerden we en liepen we met de zon in het gezicht terug. Onderweg kwamen we in gesprek met een veldmedewerker van natuurmonumenten die werkzaamheden verrichtte in de eendenkooi die halverwege ligt. Hij was palen aan het sjouwen die nodig waren voor het herstel van één van de pijpen in de kooi. Wij vroegen of de kooi wel eens te bezichtigen was; dat bleek het geval: iedere laatste zondag van de maand, bij mooi weer en in de zomermaanden kan de kooi bezichtigd worden onder leiding van vrijwilligers. Maar wij mochten er ook in nu hij toch bezig was. Wij hielpen hem door gezamenlijk een paar palen naar de kooi te dragen en hebben de kooi uitvoerig bekeken. Je kende de verhalen van de onderwijzer van school en ook mijn vader had me wel eens verteld hoe dat vroeger ging en dat er vaak eeuwenoude rechten waren om een eendenkooi te mogen beheren, maar ik had er nog nooit eentje gezien. Een prachtig klein natuurgebiedje rond een waterplas. Rozig van zon en wandelen de dag afgesloten met een avond in de bridgeclub.

28 april 2010

Leonard Bernstein

Alweer bijna 50 jaar geleden, om precies te zijn in 1961 verscheen een weergaloze musical op film, Westside Story. Een musical op het oeroude thema van Romeo en Julia. Het verhaal mag dan oud zijn, zo niet de prachtige muziek van Leonard Bernstein. Prachtige aria's als "Maria", duetten en de complexe stukken als "Tonight" benaderen het niveau van Wolfgang Amadeus Mozart, terwijl de dramatiek zo groot is als in de opera "Dialogue des Carmelites" van Poulenc. Eigenlijk zou ik dit stuk muziek ook liever onder de opera's willen indelen.
Muziek kan zo ontroeren; denk maar aan de Passionen van Johann Sebastian Bach. De alt rapsodie van Johannes Brahms ontroert me ook werkelijk tot tranens toe en niet alleen de weergaloze uitvoering van Kathleen Ferrier maar ook van recentere uitvoeringen. Dat is muziek die direct in je hart landt.
Maar onlangs zag ik na vele decennia weer de film Westside Story met haar prachtige muziek en roerende scènes. Deze oude musical/film wil ik u toch van harte aanbevelen, vooral vanwege de muziek. Of is het toch een oud sentiment?

27 april 2010

Het verslag van Brodeck

Graag lees ik boeken die mij worden geadviseerd door vrienden of door andere schrijvers. Zo had mijn goede vriend Peter C. onlangs van iemand "Het verslag van Brodeck" van de hand van Philippe Claudel gekregen. Het had hem zo gegrepen dat hij het in één keer had uitgelezen. Onze onvolprezen bibliotheek Bilthoven haalde het voor mij uit de bibliotheek van Zeist en inderdaad, een trouvaille dit boek en deze schrijver. 
Claudel toont in dit dramatische boek over een slachtoffer van pogrom, concentratiekamp en dorpsachterlijkheid een groot schrijverschap. Hij heeft het koel observerende van de vreselijke gebeurtenissen zoals Jerzy Kozinsky dat toont in "de geverfde vogel", maar ook mystieke trekjes als Hermann Hesse (in het boek "Demian") wanneer hij de tekeningen van "de Anderer" beschrijft. De Anderer is naast Brodeck de belangrijkste speler in het boek; een bezoeker van het achterlijke bergdorp dat van haar door de oorlog, maar ook deels zelf veroorzaakte trauma's herstellende is. Daarbij wordt nog groter ellende veroorzaakt, waarvan Brodeck verslag doet tegen de achtergrond van zijn kampverleden. 
Claudel is van 1962 maar hij schrijft of hij de gruwelen zelf heeft meegemaakt zoals Primo Levi in zijn boek over het periodiek systeem. Een fascinerend boek dat ik van harte in ieders belangstelling aanbeveel.

26 april 2010

Gidsfossiel


Iedere biologische soort probeert zich maximaal uit te breiden; de hoeveelheid voedsel en de beschikbaarheid van de habitat die nodig is om te overleven, bepalen het succes daarin. Andere organismen houden een soort binnen de perken; dat kunnen voedselconcurrenten zijn of predatoren, d.w.z. organismen die de ander opvreten, parasieten en micro-organismen die het organisme kunnen aantasten, ook wel ziektekiemen genoemd. Wellicht zijn er meer factoren, maar die kan ik niet zo gauw bedenken.
Als je de geschiedenis van de aarde bestudeert, geologisch onderzoek, zie je soms een soort die geweldig toeneemt en daarna prompt weer volledig uitsterft; dat leerde ik ooit van onze onvolprezen aardrijkskunde leraar J.H.B. den Ouden. Dat heet een gidsfossiel; in een aardlaag van een kenmerkende ouderdom komt zo'n soort dan in grote aantallen voor en in latere of vroegere lagen helemaal niet of nauwelijks. Kom je zo'n soort in een bepaalde geologische laag tegen, dan weet je precies uit welke tijd die laag dateert, vandaar de naam "gidsfossiel". Het heeft mij altijd geïntrigeerd wat nu een algemeen kenmerk zou kunnen zijn van een gidsfossiel. Plotselinge toename van beschikbaar voedsel, ontbreken van voedselconcurrenten en/of predatoren of nog iets anders? Het blijft toch feitelijk raadselachtig.
Maar meestal houden organismen elkaar binnen bepaalde grenzen. Zo'n evenwichtssituatie noemen we wel een eco-systeem. Zo'n eco-systeem kan heel complex zijn; hoe complexer hoe stabieler. De aarde vormt een groot eco-systeem waarin enkele miljoenen soorten elkaar in evenwicht houden. De mens vormde daarop in het verleden geen uitzondering. Maar het lijkt wel of we nu een aantal voor de hand liggende factoren hebben uitgeschakeld waardoor de mensheid een aantal aspecten van een gidsfossiel verkrijgt: met de uitvinding van kunstmest, veredeling van gewassen en de verschillende "groene revoluties" is de hoeveelheid beschikbaar voedsel enorm toegenomen. Voedselconcurrenten zijn eeuwen geleden al uitgeroeid; denk aan wolf, beer, wilde runderen. Insectenvraat heeft de mens met allerlei pesticiden onder controle gekregen. Predatoren kennen we niet meer of je zou het autoverkeer als zodanig moeten beschrijven. Wat je dan ook ziet is een ongebreidelde toename van het aantal mensen op aarde en dientengevolge een forse vermindering van de biodiversiteit.

25 april 2010

Ooievaarskuiten

Het is de laatste tijd ondanks de koude toch wel erg lekker zonnig weer. Dat was in ieder geval voldoende reden voor een zo te zien betrekkelijk jonge twintiger,  om in korte broek de straat op te gaan; een normaal beeld nietwaar. Echter, waar ik toch wel van opkeek waren zijn ongespierde benen. Het leken wel de benen van een ouwe kerel die zijn dagen slijt in automobiel en achter een bureau. Je ziet het steeds vaker; wat houterig bewegende, ongespierde jonge mensen. Volgens mij komt dat doordat opgroeiende kinderen veel te weinig lopen. De ouders vinden het wel gemakkelijk om snel, snel, snel boodschappen te kunnen doen met een schitterende fantasy kinderwagen waar je zo makkelijk de boodschappen in kunt laden terwijl je ondertussen een telefoongesprek voert; aandacht voor het kind, ho maar. De kinderen zitten wat verveeld om zich heen te kijken en willen liever zelf lopen en al pratend contact hebben met hun ouder of verzorger. Naar school en naar al die kluppies, niet met de fiets, laat staan lopend, maar snel, snel snel, met de auto. Die kinderen bewegen veel te weinig.
Juist in die allereerste levensjaren is het zo belangrijk dat kinderen zich ontwikkelen zowel lichamelijk als mentaal. Zelf lopen, klimmen, vies worden, ervaren hoe de wereld in elkaar zit in al haar kleine aspecten. Luisteren, vragen stellen, goed leren praten, net zo belangrijk en dat gaat vooral door met een kind te praten vanaf het eerste moment. Het is zo belangrijk voor de ontwikkeling van het praat- en denkvermogen. En natuurlijk je lichaam ontwikkelen. De jonge adolescent liep ook wat houterig de straat over en ik beklaagde hem. Ik hoop maar dat hij gaat sporten en iedere dag flink zijn spieren gaat gebruiken door te lopen en te fietsen in plaats van auto rijden; dan kan het vast nog redelijk goed komen. Maar de basis wordt al veel eerder gelegd; de ouders van kleine kinderen zouden op dit gebied vast wel wat voorlichting kunnen gebruiken.

24 april 2010

"Wageningen" neemt de voedselcrisis wèl serieus!




Als commentaar op mijn Blog van 20 april zegt Rosasharn dat ik de voedselcrisis wel wat serieuzer mag nemen. Een tekort aan water zou zich als eerste probleem aandienen. Natuurlijk neem ik een voedselcrisis serieus. Daar zitten we nu al middenin alleen is er heden wel voldoende voedsel maar de kwaliteit is slecht; zeker in Nederland waar de prijs belangrijker wordt gevonden dan de kwaliteit, moet er behoorlijk gezocht worden om kwalitatief goed voedsel te vinden. En dan bedoel ik niet gezondheidsaspecten maar met name de smaak.
Maar daar gaat het Rosasharn natuurlijk niet om en dit antwoord is ook meer een plagerijtje. Waar zij op doelt is natuurlijk het dreigend tekort aan voedsel. Overigens is een dreigend tekort aan voedsel voor iedere biologische soort een zwaard van Damocles. Indien meer voedsel automatisch betekent "meer individuen", dan wordt een nieuwe grens bereikt van een zgn. tekort aan voedsel. Tot halverwege de negentiende eeuw leefde de mens altijd in een sterke afhankelijkheid van het beschikbare voedsel. Hongersnoden en massaal sterven bij misoogsten was toen gebruikelijk; een afschuwelijke situatie die we natuurlijk ten ene male moeten zien te voorkomen. Met de eerste groene revolutie halverwege de negentiende eeuw, waarbij verbeterde landbouwtechnieken, zaadveredeling en kunstmest een rol speelden, ging de voedselproductie omhoog en daarbij ook de wereldbevolking. En natuurlijk komt er dan weer een nieuwe grens in zicht. Een tweede groene revolutie heeft inmiddels plaatsgevonden, maar ook daarvan lijken de grenzen in zicht v.w.b. de verhouding tussen productie en de hoeveelheid consumenten, hoewel?
Maar heden is er een rare situatie in de wereld waarbij enerzijds het rijke, vermogende deel te dik wordt door een overvloed aan eten terwijl anderzijds het onvermogende deel van de mensheid soms zelfs onvoldoende heeft. Het aantal overmatig dikke mensen is heden voor het eerst groter dan het aantal mensen met ondervoeding; het leidt tot ernstige gezondheidsproblematiek. In de verenigde staten, waar de mens zo langzamerhand door het overgewicht een soort karikatuur van zichzelf is geworden, heeft de legerleiding haar zorg uitgesproken over de slechte conditie van potentiële recruten door overgewicht. Heden gaat het minder om de hoeveelheid beschikbaar voedsel in de wereld maar waarschijnlijk vooral om economische ontwikkeling en een daarbij behorende herverdeling. 
Edoch, "Wageningen" ruikt haar kans om verder te gaan in de ontwikkeling van de vertechnologisering van de voedselvoorziening en luidt de noodklok en de regering met als voorvrouwe Gerda Verburg, gaat daarin mee; insecten eten, agroparken, het kan niet gek genoeg of het moet ontwikkeld worden en dat zal "Wageningen" graag doen mits er (veel) subsidie komt. Echter, wanneer er geen rem wordt gezet op de bevolkingsgroei zal er altijd weer een nieuwe grens aan de dageraad verschijnen. Wat dat betreft kunnen we ons wellicht beter spiegelen aan China met haar één kind politiek en onze voedselvoorziening wat meer naar de menselijke maat toesnijden, d.w.z. lokaal en kleinschalig. Good, clean and fair!

23 april 2010

Julie en Julia, levensverhaal van Julia Childs

Wat een leuke film en wat een schitterend ingevulde rol van Meryl Streep! Echt een film voor mensen die gek zijn op lekker eten en daar gepassioneerd mee omgaan. Verder is het zo'n ontzettend lieve film; zo roerend zoals Julia Childs door Streep wordt neergezet als begripvolle vrouw en lieve minnares. Ze wordt dan ook niet voor niets aanbeden door haar man Paul. Maar ook het jonge stel wordt zo goed gespeeld.
De Haute cuisine wordt uit de doeken gedaan. Julia wil het lekkere eten dat ze heeft leren kennen in Frankrijk bekend maken bij haar Amerikaanse landgenoten. Ze gaat daarvoor zelfs op les bij een cursus voor professionals. Roerend en komisch die scène waarbij ze moet leren om uien fijn te snijden. Bij thuiskomst vindt Paul een razendsnel uien-snijdende Julia met een reusachtige berg inmiddels bij het oefenen fijn gesneden uien op de tafel. Vanwege de stank weigert hij thuis te eten. Maar allengs gaat het beter en krijgt Julia de Franse keuken perfect in de vingers. Paul brengt haar op het idee om een kookboek te gaan schrijven. Met heel veel gehannes is dat eindelijk gelukt.
Haar tegenhanger, Julie, schrijfster van een inmiddels beroemd boek dat verfilmd is, als hier getuige van wordt gedaan, heeft zo'n typisch gehaast middle of the road leven waarvan ze duidelijk niet geniet. Wèl kookt ze graag en haar man eet het graag op. Ook hier is sprake van een gepassioneerde liefde; leuk om naar te kijken. Julie wil ook wat anders; ze heeft allemaal van die vreselijke Amerikaanse vriendinnen (dat is trouwens wel ff wennen dat Amerikaanse gedoe zonder fatsoenlijke tafelmanieren. Dat praat maar met overvolle mond en eet niet met mes en vork?!). Die vriendinnen zijn allemaal succesvol, met meer dan overvolle agenda's en doen miljoenen business terwijl Julie maar een halfbakken schrijfster is en in een kantoorhokje zit te kniezen. Echt dat haastige leven waar ik zo de pest aan heb. Julie kiest voor zich zelf en, door haar man op het idee gebracht, neemt ze zich voor om alle recepten uit het oude kookboek van Julia Childs te gaan maken en daarover een Blog te publiceren. Dat wordt een geweldig succes. Even leek het erop dat de twee elkaar nog zouden ontmoeten want Julia leefde nog tot 2004, maar dat gebeurde niet in de film. Ook het boek is bijzonder de moeite waard. Overigens ook het kookboek van Julia Child; daarin staat schitterende recepten uit de ouderwetse Franse keuken.
Een roerende film en zeker een aanradertje voor wie van lekker eten houdt en dat doen toch alle foodies (nickname voor leden van Slow Food).

21 april 2010

Jean Auel en De Stam van de Holenbeer



Het is misschien geen literatuur; het is fictie, maar voor mij als natuurliefhebber heerlijk om in weg te dromen. Inmiddels heb ik de meer dan een halve meter hoge stapel boeken over "De stam van de Holenbeer" misschien wel vijf keer gelezen. Het is, net als de Odysseia van Homerus, een schitterend en avontuurlijk reisverhaal waarin erg veel gebeurt. Maar de verhalen over Ayla en Jondalar, de twee hoofdpersonen wordt de natuur en de wijdsheid van het ongerepte landschap, met al z'n dieren en geografische eigenschappen zodanig beschreven dat ik er uren lang in kan wegdromen. Met spijt ben ik dan nu ook weer aangekomen in het laatste boek. 
Jean Auel, de schrijfster van deze mega serie heeft zich geweldig verdiept in de wetenschappelijke stand van zaken op het gebied van Europa 10.000 jaar geleden. Zij heeft op die basis heel fraai beschreven hoe twee mensenrassen, de Neanderthalers en de Homo Sapiens in het oude Europa aanvankelijk naast elkaar leefden met hun verschillende gewoonten. Amerikaans als zij is, schrijft ze nogal juichend over de moderne mens met een geweldig vooruitgangsgeloof; en met een Rousseau-achtige bewondering over het oude volk van de Neanderthalers, dat volledig wars is van elke verandering. Zoals we natuurlijk weten zijn de Neanderthalers uiteindelijk van de aardbodem verdwenen, misschien wel opgegaan in de nu nog levende mensen, dat laat Auel terecht in het midden.
Het is natuurlijk wel een goede weerslag van hoe de moderne Westerse mens in elkaar zit; altijd maar meer, verder, nieuw, nieuwsgierig, met als keerzijde: nooit genoeg en uiteindelijk te veel van alles, maar ook bewonderenswaardige cultuurschatten, wetenschap en filosofie.

20 april 2010

Agro parken en Slow Food

Vrijdagavond heel gezellig hier bij mij thuis gegeten met partner en een mede Slow Food member, werkzaam aan de Universiteit van Wageningen. Ons gezamenlijk interessegebied is lekker en natuurlijk voedsel, en natuurlijk de voedselvoorziening, dat alles met een Slow Food bril op. Naast smulpaap ben ik vooral ook een "beweger", c.q. wandelaar. Daarom ken ik veel streken van ons land waardoor ik heb kunnen vaststellen hoe ons land de afgelopen decennia qua aspect is veranderd; het landschap is minder afwisselend, minder interessant en helaas dus vooral lelijker geworden. Een positieve kentering zie je in het natuur/bosbeheer waarbij de monocultuur van dennenbossen plaats moeten maken voor meer loofbossen met daarin ook meer open stukken. Maar de landbouw gebieden zijn niet zo fraai meer als vroeger; geen koeien meer in de wei, geen bloemen, eindeloze maisakkers. Maar dit een beetje ter zijde, maar het bepaalt wel mijn grondhouding tegenover de landbouw.
Waar ik toch wel heel verbaasd over was betrof de moderne trend naar agroparken. In "Wageningen" maakt men zich schijnbaar erg druk over de mogelijkheden om de wereldbevolking ook over enkele decennia nog te kunnen voeden. Je kunt het hen niet kwalijk nemen dat ze dan denken in de lijnen die ze al jaren bewandelen: nog verdere vertechnologisering van landbouw en veeteelt in de vorm van agroparken. Kennelijk is dat al geheel geland want mijn mede SF lid had geen negatieve zorg over deze ontwikkeling die ik beschouw als volstrekt contra de wijze waarop Slow Food International over deze ontwikkelingen denkt. Daar is veeleer sprake van terug naar kleinschaligheid. In plaats van groots opgezette agroparken rond Mexico city en andere megapolissen zouden de boeren weer terug moeten naar het land en op de vanouds gehanteerde kleine schaal en op grond van de eeuwenoude kennis hun vertrouwde voedsel verbouwen.
De trend die is ingezet begon bij de "modernisering" van de landbouw met allerlei "veredelde rassen" die wel een hogere opbrengst hadden misschien, maar anderzijds ook meer (vaak niet beschikbaar) water nodig hebben en kunstmest en pesticiden om te overleven. Grootschaligheid, verkoop van de grond, trek naar de stad waren het gevolg! Ik ben maar zo bang dat die zgn. agroparken, die door "Wageningen" worden beschouwd als de oplossing voor de (nog lang niet bestaande!!) voedselproblematiek een adequate oplossing betekenen juist averechts zullen werken en de trek naar de stad nog verder zullen vergroten doordat traditionele productie methodes niet kunnen concurreren met deze moderne methodiek. Ik zou liever inzetten op terug naar kleinschaligheid in het kader van "Good, Clean and Fair" met respect voor moeder aarde, Terra Madre!

19 april 2010

J.B.H. den Ouden

Fascinerende persoon die Jan den Ouden. In de jaren zestig kregen wij aardrijkskundeles van hem. Mijn goede vriend Peter C. liet mij afgelopen zaterdag het dictaat zien van zijn lessen; hij had dat al die jaren bewaard. Het was mij duidelijk dat erg veel van wat den Ouden ons destijds had verteld was blijven hangen. Het was meer dan een Aha Erlebnis toen ik het duidelijk leesbaar handschrift van mijn goede vriend ontcijferde en allerlei buitengewoon interessante informatie zag, maar deze was wel 50 jaar oud en nog heel actueel. Ik wist van de fascinatie van Peter voor deze oud-leraar die ook les gaf aan de Universiteit van Wageningen alwaar Frank Westerman, een door ons beiden bijzonder gewaardeerde schrijver, ook les van Jan had en Dr. J.B.H. den Ouden in het boek "Ingenieurs van de ziel" opvoert als deze in een stofwolk van krijt zijn informatie op het bord kalkt en weer uitwist. Ook Frank heeft duidelijk invloed ondervonden van den Ouden.
Het belangrijkste dat ik van den Ouden wist (door Bob Vieveen en Peter C. destijds Ary den Ouden genoemd naar een bekende voetballer in die tijd) betrof zijn interesse in het kaste systeem. En nu begreep ik ook waarom dat was, want den Ouden was destijds bezig aan een promotieonderzoek naar het kaste systeem in India, voor welk onderzoek hij ruimte had gevonden tussen de drukke werkzaamheden als docent aan het HLW in Amsterdam. Via www.Boekwinkeltjes.nl had ik de hand weten te leggen op een exemplaar van deze dissertatie en die ten geschenke gegeven aan mijn goede vriend Peter C. Het bleek overigens bijzonder toegankelijk en Peter is het ook direct gaan lezen. Ik heb hem gevraagd of ik de kostbare dictaten eens mag lenen zodat ik de belangwekkende informatie, na ruim vijftig jaar, opnieuw tot mij kan nemen.

Mijn dagelijkse (?) column


Jerôme Louis Heldring

Gisteren lekker in het zonnetje de Volkskrant van vrijdag zitten lezen. In de tas met oude kranten van één van m'n buren zat de nog ongelezen krant. Daarin las ik een interview met Jérôme Louis Heldring, die al vijftig jaar lang een dagelijkse column verzorgt in het NRC handelsblad, dus al vanaf 1960. Wat een scherpte toont deze meer dan 90-jarige. Tegen die achtergrond heb ik mij voorgenomen om dagelijks een column te schrijven op mijn Blog 11Science; niet dat die door iemand wordt gelezen, maar voor mezelf om vast te leggen wat me op zo'n moment bezighoudt en hoe ik ergens over denk zodat ik dat later nog eens kan nalezen. Het is natuurlijk zo dat we omkomen in alle informatie die over ons wordt uitgestort. Tegen die achtergrond lees ik dan ook al enkele jaren nauwelijks meer een krant (heb ook geen abonnement), maar kan het toch niet laten om toch even te lezen als ik er één onder handen krijg, bijvoorbeeld als ik de bibliotheek bezoek. Gelukkig maar, want het scherpen van de geest door dagelijks iets te schrijven kan, aldus Heldring, voor het welzijn een hulp vormen, en zonder die krant had ik dat idee van een dagelijkse column vast niet gekregen. Dank Jérôme!
Welnu, wat speelde zo de laatste dagen. Het is toch vooral de wijze waarop wij hier in het Westen met onze natuurlijke omgeving omgaan in het kader van voedselvoorziening en energiehuishouding waar ik mijn hersens over breek. En dan komen daar zo leuk die dagelijkse ervaringen bovenop. Zoals de afgelopen week ik van mijn jongste dochter hoorde dat haar nog zo prille zwangerschap goed verloopt; van een mede-slow food lid, die met mij de zorgen wilde delen over het Slow Food gehalte en de geloofwaardigheid van Slow Food Nederland; maar vooral ook het gesprek met mijn oud klasgenoot en inmiddels weer goede vriend Peter C. met wie ik altijd weer eindeloos over van alles kan discussiëren. En dan het leuke proces van de synthese waarin je alle aspecten van de verschillende gesprekken met elkaar verbindt. In die zin wil ik mijn dagelijkse (? ben benieuwd of ik dat echt zal gaan doen en volhouden) column formuleren, doorspekt met wat ik heb gezien, beleefd en hoe ik erover denk. Dit is de startersbijdrage. Als iemand het mocht lezen, geef het dan eens aan me door, eventueel zonder commentaar, maar gewoon dat je het hebt gezien.

Peter Straub schreef op 28 februari 2013: 
"Knap hoor, Ferry, elke dag zo'n blog!!!
Over een gebrek aan energie hoef jij niet te klagen..."

09 februari 2010

Drijfmest

In februari, ondanks de koude, weer een stevige wandeling gemaakt ergens in Zuid Holland in de buurt van Leiden. Mooie zwarte veengrond, zoals ik kon constateren aan de opgeworpen molshopen. Maar op twee plaatsen kwam de afgrijselijke strontlucht van drijfmest door de lucht naar ons toe en ja hoor.... Daar reed weer zo'n dieselmonster met een kolossaal apparaat achter zich met tientallen injectiespuiten die vreselijke stront in de grond aan het spuiten. Ik word niet gauw kwaad maar ik ervaar dat gewoon als pure moord op ons in beginsel zo fraaie platte land. Alles vernietig je daarmee met name het bodemleven en daarmee het hele ecosysteem met als gevolg dat je de bodem vernielt en dat er alleen monocultures als Engels raaigras op groeit (hoe lang nog?).
Als je dan realiseert wat die koeien te vreten krijgen, in welke stank die beesten de hele dag lopen (diervriendelijk??) hoe krankzinnig ver ze zijn doorgefokt zodat ze 60 liter melk per dag geven, althans een witte vloeistof die voor melk doorgaat en waarvan je in een chemische fabriek een verpakt zuivelproduct kunt maken. Helaas wordt die melk ook voor (boeren?)kaas gebruikt met een onsmakelijk resultaat als gevolg. Onlangs was ik in Lievelde en ging ik op bezoek bij een alleraardigst modern bedrijf met drijfmeststallen en Holstein koeien en een kaaswinkel. Die kaas was ronduit niet lekker (heb hem thuis weggegooid). Was wel een heel moderne boer met een koffie gelegenheid en huurfietsen en boerengolf en misschien zelfs wel geestelijk gehandicapten aan het werk. Maar kwaliteit ho maar. Ik word daar erg droef van en beschouw het als een Herculeïse taak om daar verandering in te brengen. Het besef, dat je met een ouderwetse stal (stro en geen drijfmest) met gedroogd gras (hooi!!) als voeder met wat krachtvoer en zomers lekker buiten in een weide met klaver en zonder kunstmest, zou moeten doordringen tot Wageningen. Wat Wageningen nu heeft bereikt is desastreus voor onze zuivelkwaliteit maar vooral ook voor ons landschap en de hele ecologische mini-wereld die daarbij hoort. Het gevolg van die ecologische ineenstorting wordt vreselijk onderschat; nu nog het korhoen en de vuursalamander en de "noem maar op", maar straks zelfs het raaigras en groeit er alleen nog maar brandnetel of zelfs die niet meer.
Dit moest mij van het hart. Dit soort elementen mis ik zo in SF; kijk eens het december nummer 2009 van het Magazine; het lijkt sprekend op Bouillon, maar dan voor biologisch geïnteresseerden. SF mist het eco-aspect waar Petrini zo op hamert. De oude boerenkennis moet worden vastgelegd en weer in de praktijk worden gebracht; we moeten ons verzetten tegen de voortschrijdende invloed van desastreuze technieken als mestinjectie en het binnenhouden van koeien en het voeden van koeien met viezigheid. Onze boerenkaas moet haar kwaliteit behouden! Petrini beschrijft een Franse kaas die ook naar de kloten ging door die Friesian Holstein oftewel Amerikaanse koeien, maar daar werd het tij gekeerd door iemand met verstand. Je moet dat boek "Slow Food Nation" van hem echt ook lezen mocht je dat nog niet gedaan hebben.