08 juni 2011
De dokter en het lichte meisje
Mijn goede vriend Peter C drong er op aan dat ik boek van Simon Vestdijk eens moest lezen; vooral de eerste 100 pagina's deden hem aan de opdringerige, intimiderende acties van de voormalig president van het IMF, de heer DSK denken. Bij Vestdijk gaat het om de ongeoorloofde acties van een jonge, waarnemend huisarts in de jaren vijftig. Dat boek had ik destijds op de middelbare school op mijn boekenplank staan, maar nooit gelezen (foei). Destijds was ik zo stom om mij in te schrijven bij het ECI, een boekenclub die voordelig boeken aanbood, maar wel met een verplichte afname (die ik natuurlijk vaak vergat en dus zit ik nog steeds met de hele serie van Heijermans die ik nooit heb gelezen). Ik denk dan ook dat "de dokter" vanwege ECI en anders vanwege de titel op mijn rijtje stond. Peter gaf er ooit een boekpresentatie over in de klas waarover hij zich nu ook in verbazing uitlaat; het is helemaal geen boek voor jong volwassenen. Het is een meesterwerk waarin alle aspecten van liefde in de volle breedte tot uiting komen. Intussen ben ik ook bezig met "de koperen tuin" van Vestdijk. Dat vond Vestdijk, aldus een artikel in VN zelf zijn beste boek. Ik ben onder de indruk van deze schrijver die (als enige, of met onze Harry?) ooit werd genomineerd voor de Nobelprijs literatuur.
07 juni 2011
Weefselkweek
Begin jaren zeventig bevond ik mij in de bijzondere gelegenheid om mij een vakgebied eigen te maken dat mij voorheen volstrekt onbekend was: Virologie. Mijn hooggeleerde chef, van Tongeren gaf mij een vage opdracht om een methodiek te bedenken en te ontwikkelen om snel Herpes Simples Virus aan te tonen en tevens te typeren. Ik had geen enkele ervaring met virussen, maar mijn twee analistes gelukkig wel. En dan had je natuurlijk de bibliotheek met boeken en tijdschriften. Een buitengewoon interessant veld rolde zich voor mijn leergierige ogen uit.
Marijke deed de weefselkweek; zij onderhield cellijnen (ik herinner mij HeLa cellen en BHK cellen, maar vergeef mij als ik mij vergis). Dit waren oude lijnen, ooit ergens geïsoleerd en voor de eeuwigheid in leven te houden door zorgvuldig onderhoud. Marijke deed daar patiëntenmateriaal van "de prof" op en keek dan of er een Cyto Pathogeen Effect optrad (CPE). Mocht dat het geval zijn dan bevestigde het veelal de bevinding van de hooggeleerde die de diagnostiek altijd zo graag deed met muizen en bebroede kippeëieren zoals ik eerder beschreef.
De weefselkweek vond ik esthetisch al heel bijzonder; de patronen waarmee de cellen zich naast elkaar en op de ondergrond van glas hechtten en uitgroeiden tot een mono-layer (cellaag van één cel dik) zag er onder het microscoop prachtig uit.
We maakten later ook primaire weefselkweek, uitgaande van kippe-embryo's of van muize-embryo's; die zagen er, zo mogelijk esthetisch gesproken nog veel fraaier uit.
Ik heb alvorens ik deze Blog schreef nog gekeken of ik misschien ergens oude dia's had met plaatjes van weefselkweek, maar dat is helaas niet het geval. U moet het doen met mijn herinneringen of misschien met links die ik kan vinden op Internet.
Marijke deed de weefselkweek; zij onderhield cellijnen (ik herinner mij HeLa cellen en BHK cellen, maar vergeef mij als ik mij vergis). Dit waren oude lijnen, ooit ergens geïsoleerd en voor de eeuwigheid in leven te houden door zorgvuldig onderhoud. Marijke deed daar patiëntenmateriaal van "de prof" op en keek dan of er een Cyto Pathogeen Effect optrad (CPE). Mocht dat het geval zijn dan bevestigde het veelal de bevinding van de hooggeleerde die de diagnostiek altijd zo graag deed met muizen en bebroede kippeëieren zoals ik eerder beschreef.
De weefselkweek vond ik esthetisch al heel bijzonder; de patronen waarmee de cellen zich naast elkaar en op de ondergrond van glas hechtten en uitgroeiden tot een mono-layer (cellaag van één cel dik) zag er onder het microscoop prachtig uit.
We maakten later ook primaire weefselkweek, uitgaande van kippe-embryo's of van muize-embryo's; die zagen er, zo mogelijk esthetisch gesproken nog veel fraaier uit.
Ik heb alvorens ik deze Blog schreef nog gekeken of ik misschien ergens oude dia's had met plaatjes van weefselkweek, maar dat is helaas niet het geval. U moet het doen met mijn herinneringen of misschien met links die ik kan vinden op Internet.
Labels:
BHK,
HeLa,
Herpes Simplex Virus,
virus typering,
weefselkweek
Wormen uit de diepste aardlagen
Al een paar keer las ik over een vondst van wat "hogere" organismen in diepe aardlagen. Onder zee waren al hele eco-systemen ontdekt rond diepzee geisers, de zogenaamde "black smokers": plekken waar onderaardse spuiters een mengsel van oververhit water, met allerlei daarin opgeloste mineralen in het koelere oceaan water spuiten. Daarin leven dan bacteriën die zonder zuurstof en zonder licht leven van de chemische energie die biologisch uit de opgeloste mineralen vrij te maken is. Chemo-autotrofe processen heet dat met een fraaie Latijnse uitdrukking. En die bacteriën zijn weer voedsel voor o.a. een soort wormen die leeft onder hoge druk en temperatuur bij deze black smokers. Maar nu zijn er ook diep onder de aarde "hogere" diersoorten ontdekt; wormen die zonder zuurstof bij 50 graden, diep onder de aarde leven. Hun voedsel bestaat uit bacteriën die eveneens op grote diepte en zonder zuurstof leven.
Mij verbaast het niet zo; al vele jaren geleden heb ik stilgestaan bij de processen die volgens mij de basis vormen van het ontstaan van leven en het ontstaan van de eerste organismen: autokatalytische kringprocessen. Deze processen ontstonden vanzelf, doken op, toen het hoogenergetisch sterrenstof, per slot van rekening niet meer dan een complex chemisch mengsel, ging afkoelen. Daarbij zijn, aldus de theorie van Stuart Kaufmann, zonder enige twijfel autokatalytische kringprocessen opgedoken, die zich bij verder koelen hebben ontwikkeld, zijn samen gegaan, zich van anorganisch naar organisch hebben ontwikkeld, van hydrofoob naar hydrofiel en uiteindelijk naar biologisch. Dat alles in het totaal van de afkoelende kluit sterrenstof die wij planeet zijn gaan noemen. Aan het oppervlak kwam daarbij een proces op gang waarbij in de ontwikkeling naast de afkoelingsenergie ook de zonneënergie werd aangewend. Daarbij ontstond zuurstof, aanvankelijk een giftige afvalstof, maar uiteindelijk de basis van veel aan het aardoppervlak levende organismen zoals wij mensen.
Edoch, de onderaardse processen zijn primair en naar mijn verwachting ook overal aanwezig waar complexe hoog-energetische chemie (plasma chemie) heeft plaats kunnen vinden; een merkwaardig soort chemie waarin de reactie juist wordt veroorzaakt door afkoeling en niet door verhitting?!
Mij verbaast het niet zo; al vele jaren geleden heb ik stilgestaan bij de processen die volgens mij de basis vormen van het ontstaan van leven en het ontstaan van de eerste organismen: autokatalytische kringprocessen. Deze processen ontstonden vanzelf, doken op, toen het hoogenergetisch sterrenstof, per slot van rekening niet meer dan een complex chemisch mengsel, ging afkoelen. Daarbij zijn, aldus de theorie van Stuart Kaufmann, zonder enige twijfel autokatalytische kringprocessen opgedoken, die zich bij verder koelen hebben ontwikkeld, zijn samen gegaan, zich van anorganisch naar organisch hebben ontwikkeld, van hydrofoob naar hydrofiel en uiteindelijk naar biologisch. Dat alles in het totaal van de afkoelende kluit sterrenstof die wij planeet zijn gaan noemen. Aan het oppervlak kwam daarbij een proces op gang waarbij in de ontwikkeling naast de afkoelingsenergie ook de zonneënergie werd aangewend. Daarbij ontstond zuurstof, aanvankelijk een giftige afvalstof, maar uiteindelijk de basis van veel aan het aardoppervlak levende organismen zoals wij mensen.
Edoch, de onderaardse processen zijn primair en naar mijn verwachting ook overal aanwezig waar complexe hoog-energetische chemie (plasma chemie) heeft plaats kunnen vinden; een merkwaardig soort chemie waarin de reactie juist wordt veroorzaakt door afkoeling en niet door verhitting?!
06 juni 2011
Eindelijk een buitje
Vandaag maandag 6 juni voor het eerst sinds maanden een stevige bui. De merels zijn blij en laten dat luid weten. M'n aardbeiplantjes staan van plezier te glimmen over zoveel water op hun blaadjes en de rucola schit nog eens extra uit. En dan in het bos; eigenlijk stelt het niet zo veel voor want het bovenste laagje van het zand is misschien nat maar direct daaronder is het nog heel droog allemaal. Voor mij uit zie ik piepkleine kikkers springen. Doet mij denken aan een keer op de Hoge Venen dat er zo veel kikkertjes sprongen bij iedere voetstap dat het wel op een springende witte schaduw leek als ze met z'n alle voor je voet vluchtten. De eerste zette ik nog terug in de sloot; de volgende heb ik lekker hun gang laten gaan. Zullen wel voor het grootste deel worden opgegeten vrees ik. Maar zo gaat dat in de natuur.
05 juni 2011
De joune
Zojuist boodschappen gedaan op de markt, natuurlijk op de fiets. Op de terugweg reed een jonge moeder mij tegemoet met een kindje voorop. Nog net hoorde ik het kind tegen haar moeder zeggen: "de joune". Dat zeiden destijds mijn kinderen ook als zij "de jouwe" bedoelden. Ik had er vier en die praatten wat af in hun kindertijd en het woordje "de joune" viel daarbij heel frequent. Dat moet een zelf bedacht woord zijn geweest en eigenlijk wel logisch omdat we ook "de mijne" zeggen.
Die eigen kindertaal heb ik altijd zo aardig gevonden; met mijn vrouw had ik afgesproken dat we dat nooit zouden corrigeren:"komt vanzelf wel goed". Alleen stijlfouten en taalfouten corrigeerden we zoals de als/dan en de hun/zij varianten die in onze taal bestaan; dat moet je gewoon correct doen net als tafelmanieren. Mijn jongste dochter, inmiddels zelf moeder, kon de kn klank niet uitspreken en zei dus klikkertje in plaats van knikkertje. Op enig moment merkte ik dat ze dat niet meer deed; weer een tijdperk afgesloten dacht ik nog. Alleen het woord "joune" is heel lang blijven bestaan.
De oudste zoon van Roos, Douwe maakte zelf eigen woorden; de mooiste vind ik de "Isgra", uit te spreken iesgra, een deur in bijvoorbeeld een koelkast waarbij een lichtje gaat branden als de deur open gaat en dat uitgaat als de deur wordt gesloten. Dat kan dus ook in een zolderluik zijn o.i.d.
Een woord dat ik zelf nog steeds gebruik, afkomstig van mijn oudste dochter Joke, is palatu. Dat staat natuurlijk voor paraplu. Ik vind dat zo'n leuk woordje!
Die eigen kindertaal heb ik altijd zo aardig gevonden; met mijn vrouw had ik afgesproken dat we dat nooit zouden corrigeren:"komt vanzelf wel goed". Alleen stijlfouten en taalfouten corrigeerden we zoals de als/dan en de hun/zij varianten die in onze taal bestaan; dat moet je gewoon correct doen net als tafelmanieren. Mijn jongste dochter, inmiddels zelf moeder, kon de kn klank niet uitspreken en zei dus klikkertje in plaats van knikkertje. Op enig moment merkte ik dat ze dat niet meer deed; weer een tijdperk afgesloten dacht ik nog. Alleen het woord "joune" is heel lang blijven bestaan.
De oudste zoon van Roos, Douwe maakte zelf eigen woorden; de mooiste vind ik de "Isgra", uit te spreken iesgra, een deur in bijvoorbeeld een koelkast waarbij een lichtje gaat branden als de deur open gaat en dat uitgaat als de deur wordt gesloten. Dat kan dus ook in een zolderluik zijn o.i.d.
Een woord dat ik zelf nog steeds gebruik, afkomstig van mijn oudste dochter Joke, is palatu. Dat staat natuurlijk voor paraplu. Ik vind dat zo'n leuk woordje!
04 juni 2011
Zout
| Zoutwinning in Boekelo |
Afgelopen weekend reed ik met de trein door Twente, langs plaatsen als Almelo en Hengelo en moest ik denken aan een oud schoolplaatje in een leerboek over Boekelo, de plaats waar vroeger het vaderlandse zout voor consumptie en voor gebruik als strooimiddel bij winterse gladheid uit de grond werd gehaald. Ooit in oeroude tijden afgezet op de bodem van een zee en ingedroogd door actie van zon en wind, voorzag het bij ons in de naoorlogse behoefte. Uit gezondheidsoverwegingen, ter voorkoming van jodium tekort in de voeding, werd aan het consumptiezout verplicht Natrium Jodide als bron voor Jodium toegevoegd; JoZo zout. Ik gebruik het nog steeds bij de bereiding van brood en bij het koken van aardappels, op een gekookt eitje en door de sla. Maar dat moet kennelijk toch anders: zout is ontdekt als belangrijk voedingsmiddel dat je niet van ver genoeg kunt halen; Australië, Bali, Nieuw Zeeland worden genoemd als producenten van heel bijzonder zout. Het moet toch niet gekker worden zie: http://www.salsamentum.nl/ .
Ik houd het voorlopig maar bij het vertrouwde JoZo zout met toegevoegd jodide, smaakt me zout genoeg.
02 juni 2011
Lolita van Nabokov
Overigens lees ik nu Lolita van Nabokov, werkelijk een literair meesterwerk; ik las het decennia geleden. Het heeft een wat omstreden inhoud; af en toe denk ik er ook het mijne van als uitgesproken tegenstander van pedofilie in welke vorm dan ook. Zoals hij de perverse gedachten van de hoofdpersoon weergeeft is literair weergaloos. Ik kan me wel voorstellen dat het boek vroeger was verboden; in deze tijd zou dat volstrekt ondenkbaar zijn als je ziet wat er voor smeerlapperij vrij wordt gepubliceerd, maar vroeger lag dat heel anders (zoals Lady Chatterlies lover, eveneens een literaire schoonheid, werd vroeger als pornografie beschouwd en kon je slechts in obscure winkeltjes op de Zeedijk kopen). Rudy Kousbroek doet via de achterflap kond van zijn collegiale waardering voor Nabokov: "Beschreven in het schitterendste proza van onze eeuw, met meer vondsten per bladzijde dan van veel andere schrijvers in hun verzameld werk, en dat toch nooit verveelt". Hij heeft gelijk! Ik zal Nabokov, voor zover vertaald eens verder ter hand gaan nemen.
Hij heeft weinig waardering voor de taal die hij heeft gehanteerd voor het schrijven van "Lolita", namelijk het Amerikaans. In zijn verantwoording schrijft hij: Mijn persoonlijke tragedie, die niemands zorg kan en zelfs mag zijn, is dat ik mijn natuurlijke idioom, mijn onbeperkte, rijke, en oneindig meegaande Russische taal heb moeten inruilen voor een tweederangs soort Engels, gespeend van al die hulpmidddelen etc. Tja, Amerikaans is natuurlijk een fusion taal, gebaseerd op Engels en gezien het geringe aantal woorden voor ons Hollanders daarom eenvoudig te leren. Overigens heb ik de grootste bewondering voor de vertaler (Rien Verhoef) die de kracht van Nabokov vanuit een dergelijk beperkt idioom zo nadrukkelijk heeft weten vorm te geven. Want ook onze taal kent een natuurlijk idioom, gebaseerd op een duizenden jaren oude continue ontwikkeling.
Hij heeft weinig waardering voor de taal die hij heeft gehanteerd voor het schrijven van "Lolita", namelijk het Amerikaans. In zijn verantwoording schrijft hij: Mijn persoonlijke tragedie, die niemands zorg kan en zelfs mag zijn, is dat ik mijn natuurlijke idioom, mijn onbeperkte, rijke, en oneindig meegaande Russische taal heb moeten inruilen voor een tweederangs soort Engels, gespeend van al die hulpmidddelen etc. Tja, Amerikaans is natuurlijk een fusion taal, gebaseerd op Engels en gezien het geringe aantal woorden voor ons Hollanders daarom eenvoudig te leren. Overigens heb ik de grootste bewondering voor de vertaler (Rien Verhoef) die de kracht van Nabokov vanuit een dergelijk beperkt idioom zo nadrukkelijk heeft weten vorm te geven. Want ook onze taal kent een natuurlijk idioom, gebaseerd op een duizenden jaren oude continue ontwikkeling.
Labels:
idioom,
Lolita,
Nabokov,
Rien Verhoef,
Rudy Kousbroek
01 juni 2011
Het verdronken land van Saeftinghe
Roos en ik splitsten ons; terwijl ik met Henk Hunneman richting Braakman ging, reed zij met anderen naar het verdronken land van Saeftinghe. Hier haar verslag.
Het verdronken land van Saeftinghe ligt verlaten van mensen in de oksel van Zeeuws Vlaanderen. In de verte grazen witte koeien, een paar eenden snateren en een kievit buitelt door de lucht. Wie het mag bezoeken, moet het land eerst nog veroveren. Want bij eb - het getijde waarbij bezoek mogelijk is - liggen de kreken bijna droog. Dikke modder en klei lopen taps naar het midden waar het laatste stroompje richting de Westerschelde vloeit. Vlak bij het grote water stort er zich een massa water bulderend en kolkend naar zeewaarts, een bruggetje zonder leuning lijkt ineens maar een penibele overgang.
| Droogvallende kreken in de zeeklei |
Het verdronken land van Saeftinghe ligt verlaten van mensen in de oksel van Zeeuws Vlaanderen. In de verte grazen witte koeien, een paar eenden snateren en een kievit buitelt door de lucht. Wie het mag bezoeken, moet het land eerst nog veroveren. Want bij eb - het getijde waarbij bezoek mogelijk is - liggen de kreken bijna droog. Dikke modder en klei lopen taps naar het midden waar het laatste stroompje richting de Westerschelde vloeit. Vlak bij het grote water stort er zich een massa water bulderend en kolkend naar zeewaarts, een bruggetje zonder leuning lijkt ineens maar een penibele overgang.
| De vangst in ogenschouw nemend |
De entomologengroep werkten zich in hun zomerweekend met vereende kracht door de blubber. De laarzen trokken met een soppend geluid moeizaam naar de volgende stap en o wee wie zijn evenwicht verloor: die zat van onder tot boven in de drek. Was het eenmaal gelukt, dan wachtte daar de beloning in de vorm van allerlei bijzondere plantjes waar een verscheidenheid aan insecten te zien valt. Deze tocht was het nogal koud en winderig, niet de ideale omstandigheid om insecten te vinden maar er werden er toch wel gescoord.
| Schuilende hommel |
Met vlindernetten zwaaiden een paar deelnemers door de wuivende struiken en daarin bleven gelukkig genoeg insecten over om later op de avond te determineren. In een soort vijvertje was activiteit van bacteriën te onderscheiden, een regenboogkleurig laagje op het water dat in de zakkende zon mooi opgloeide.
| Ten onrechte vaak als olie gezien is dit een product van gezonde bacteriegroei |
Het was zaak om vooral in zuidelijke richting te kijken, want keek je noord, dan zag je een skyline van fabriekspijpen en ook ploegden er enkele enorme schepen door het gras. Gezichtsbegoocheling natuurlijk, ze lagen laag op het onzichtbare water, het leek zo wel een verdwaalde pampa, een vergrast binnenmeer. Maar de entomologen hadden alleen oog voor de hommels, de kevers, de rupsen en de mieren. En zo hoort het ook.
31 mei 2011
Het kan verkeren
| Gekleurd preparaat van de parasiet Toxoplasma Gondii |
Bij het RIV kwam ik op de afdeling van Joost Ruitenberg en leerde daar alles over de Toxoplasmose serologie en over het kweken van de Toxoplasmose parasiet in levende muizen. Dat je daarbij uiterst voorzichtig moest zijn en vooral niet met de vlijmscherpe naaldjes in je vingers moest prikken werd er niet bijverteld; uit de literatuur wist ik gelukkig dat een dergelijk prikaccident dodelijk af kon lopen, althans dat was een keer in Frankrijk gebeurd.
Nog jaren heb ik de wetenschappelijke gangen van Ruitenberg ter zijde gevolgd; ik bewonderde hem. Toen we later in Bilthoven kwamen wonen kwam ik hem regelmatig tegen in het Houdringhe bos en groetten we elkaar met een afstandelijk knikje. Ergens in de tachtiger jaren werd hij directeur van het CLB waar ik mijn wetenschappelijk carrière heb vervolgd na de VU.
Vanavond sprak hij de leden van de bridgeclub Groenekan toe vanwege het eind van het bridgeseizoen en het begin van het zomer reces. Joost is voorzitter van de club en we spelen regelmatig tegen elkaar. Het kan verkeren zei Bredero al.
30 mei 2011
Simon Vestdijk
| Portret van Simon Vestdijk Van Internet geplukt |
"De dokter en het lichte meisje", ik noemde het al eerder, een leesadvies van mijn goede vriend Peter C. en vanouds bewoner van mijn vroegere boekenkast, die deels was gevuld met verplichte afnames van die verrekte ECI, (handige verkoopconstructie die merkwaardig genoeg nog steeds functioneert). Uiteindelijk heb ik het boek onlangs ter hand genomen en nagenoeg in één ruk uitgelezen. Wat mij betreft is het een psychologische roman waarin het spectrum van de manlijke psyche wordt beschreven waar het liefde en houding tegenover sexualiteit betreft.
Gezien mijn werkachtergrond binnen de huisartsenwereld vond ik het eerste deel van het boek ook hilarisch; Vestdijk was zelf huisarts, maar beschrijft in de eerste hoofdstukken "het vak" van binnenuit, gezien door de ogen van een jong en vroeg cynisch huisarts. Het kwam overigens akelig goed overeen met het beeld van huisartsengeneeskundig handelen uit de mond van een gefrustreerd en afgehaakt huisarts die ik vroeger goed heb gekend.
Vestdijk beschrijft de wederwaardigheden van de jonge huisarts die begint als waarnemer in praktijken van anderen. Hij wordt daarbij terloops verleid door verschillende vrouwen, patiëntes, maar vooral echtgenotes van de waargenomen huisartsen en verleidt intussen ook dienstbodes en wordt ook door één van hen verleid.
Maar dan wordt hij dodelijk verliefd op een jonge dame die haar brood, zij het met enige tegenzin, toch vooral horizontaal verdient; gezien de titel van het boek ook niet zo vreemd. En dat biedt dan een heel ander aspect van liefde en sexualiteit. Fascinerend hoe hij dit thema vanuit zo verschillende hoeken binnen dit boek met elkaar versmeed heeft.
Ik ben blij dat ik Vestdijk uit het stof heb opgediept. Destijds heb ik "De dokter" vast niet gelezen en zo ja, zeker niet begrepen. Ik vraag me af of ik überhaupt ooit wel eens iets van Vestdijk had gelezen. Maar nu ben ik vastbesloten om zijn werk te gaan consumeren. Ik was al eerder begonnen met "De koperen tuin", zijn muzikale roman; ook dat boek is literair fantastisch.
29 mei 2011
Huisje in Frankrijk
Al zo lang als ik in Frankrijk kom, en dat is zo vanaf halverwege de zeventiger jaren, heb ik "een huisje in Frankrijk" als een soort ideaalbeeld gehad. Weinig ondernemend als ik ben, heb ik nooit aan die neiging toegegeven, maar vooral dankzij de realistische houding van mijn beide echtgenotes heb ik het idee ook nooit over de barrière van de daadwerkelijke beslissing proberen te trekken. Ergens in mij was toch ook een stemmetje dat altijd zei: "wil je dan wel elke keer naar de zelfde plek", en ook "is dat nou echt wat je zo graag wilt?"
Als je dan ouder wordt en veel mensen tegenkomt die naar hun huis in Frankrijk gaan, hoor je ook de nadelen. Zoals dat het regelmatig volledig wordt leeggestolen of toch in ieder geval dat de wijnkelder is leeggehaald. Maar ook dat je het gras moet gaan knippen en het onderhoud moet (laten) doen. Kortom, er zijn wel degelijk nadelen, net als bij het hebben van een eigen boot. Er is ook zo'n gezegde: Bezit geeft zorg.
En dan lees ik in Vrij Nederland, op de terugweg van Vaals naar huis, afgelopen woensdag, dat er zo veel Nederlandse schrijvers neerstreken in Frankrijk en daar dan over schreven. En dan hoor je, niet eens tussen de regels door, dat je voorgevoelens toch wel juist waren en dat de beslissing de juiste was. Als nu iemand mij vraagt of ik een huis(je) heb op één van de plekken waar ik graag naar terugkeer antwoord ik altijd dat dat inderdaad het geval is, maar wel in de vorm van een vast hotelletje. Kan ik iedereen aanraden.
Komt tegenwoordig ook nog eens bij dat de Franse belasting heffingen gaat leggen op tweede huisjes en dat je ze ook niet meer aan de straatstenen kwijt kunt als je ze wilt verkopen. Wat ben ik dat stemmetje en mijn twee toenmalige ega's dankbaar voor hun terughoudendheid dienaangaande.
Als je dan ouder wordt en veel mensen tegenkomt die naar hun huis in Frankrijk gaan, hoor je ook de nadelen. Zoals dat het regelmatig volledig wordt leeggestolen of toch in ieder geval dat de wijnkelder is leeggehaald. Maar ook dat je het gras moet gaan knippen en het onderhoud moet (laten) doen. Kortom, er zijn wel degelijk nadelen, net als bij het hebben van een eigen boot. Er is ook zo'n gezegde: Bezit geeft zorg.
En dan lees ik in Vrij Nederland, op de terugweg van Vaals naar huis, afgelopen woensdag, dat er zo veel Nederlandse schrijvers neerstreken in Frankrijk en daar dan over schreven. En dan hoor je, niet eens tussen de regels door, dat je voorgevoelens toch wel juist waren en dat de beslissing de juiste was. Als nu iemand mij vraagt of ik een huis(je) heb op één van de plekken waar ik graag naar terugkeer antwoord ik altijd dat dat inderdaad het geval is, maar wel in de vorm van een vast hotelletje. Kan ik iedereen aanraden.
Komt tegenwoordig ook nog eens bij dat de Franse belasting heffingen gaat leggen op tweede huisjes en dat je ze ook niet meer aan de straatstenen kwijt kunt als je ze wilt verkopen. Wat ben ik dat stemmetje en mijn twee toenmalige ega's dankbaar voor hun terughoudendheid dienaangaande.
28 mei 2011
Zomerbijeenkomst NEV 2011 te Hengstdijk
| Bekenden groeten elkaar |
| En zitten geanimeerd met elkaar te overleggen. |
| Sommigen zoeken de buitenlucht op om even te roken. |
| Terwijl anderen zich over de kaarten buigen om de verschillende gebieden vooraf te karakteriseren. |
Om 19.30 zou de ontvangst en de maaltijd plaatsvinden. Het gezelschap werd vergast op een voortreffelijke maaltijd, afkomstig van een Chinees restaurant vermoed ik zo. Het was zeer ruim want ondanks dat velen voor een tweede en misschien wel een derde keer opschepten, was er nog over aan het eind van de maaltijd.
| Iedereen laat het zich goed smaken. |
'sNachts hebben Jap Smits en Henk Hunneman met een lichtval op nachtvlinders gezeten waarbij Jap terloops de Myrmica Specioides, nieuw voor Zeeland heeft gesnapt aldus vertelde Jap mij de volgende morgen bij de koffie. Iedereen was present en ging op tocht. Allereerst de groeve bij Nieuw Namen. Officieel zou dit natuurgebied pas in de loop van het weekend voor publiek worden opengesteld, maar wij hadden van SBB toestemming gekregen om te gaan inventariseren en dan niet alleen vanaf de publiekstribune die was aangelegd om te voorkomen dat men de 2 miljoen jaar oude wand zou kunnen beschadigen, maar vanaf de grond. Het was een schitterend plekje niet alleen geologisch maar ook entomologisch. Als relatief schamele mierenman kon ik met gemak drie, vier verschillende soorten te pakken krijgen waaronder een Myrmicaatje. Maar verschillende bijen en wespen hadden hun sporen achter gelaten in de wand.
| De publiekstribune, geeft geen toegang tot de grond. |
| Groepje boven de helling. |
Volgende gebied was het verdronken land van Saeftinghe en de Braakman.
Ik reed met Henk Hunneman mee; hij wilde nog wat gebiedjes verkennen om 'savonds weer op vlinderjacht te kunnen gaan met "de lamp". Misschien was het niet zo'n geschikt gebied voor vlindervangst; het waaide nogal en er was weinig luwte in het gebied. Maar voor vogelaars was het schitterend. De Braakman is een oude kreek en bestaat nu vooral uit slik. Daarop waren tal van kluten, een toch wel zeldzame vogel volgens mij. Toen we aan kwamen rijden deed een fuut net alsof hij/zij niet meer kon vliegen, ongetwijfeld om onze aandacht van de jongen af te leiden. In de Braakman zelf schatten wij het aantal op minstens 10 vanaf de plek waar wij stonden.
| Kluten in de Braakman |
Moe maar voldaan terug naar de kampeerboerderij. Een aantal heren zat achter het binoculair de oogst van de dag te prepareren voor de reis.
| Aan de slag |
27 mei 2011
Fysieke kracht in de natuur
Deze week liep ik door mijn bekende bos en hoorde het gepiep van een stel jonge spechten in een nest. En ja hoor, hoog in de boom was een spechtengat en je zag af en toe de hongerige schreeuwlelijkerds met hun rode kuifje voor het gat. De ouders vlogen af en aan met voedsel. Er ligt in ons bos erg veel dood hout; daarin groeien allerlei insectenlarven, het voedsel bij uitstek voor de spechten. Die zitten hier dan ook volop. Ik vroeg mij af hoe die oudervogels dat nest zo voor elkaar hadden gekregen want het was geen dode, half verrotte boom, maar een vitale Amerikaanse eik. Ergens verderop in het bos staat een den die lang geleden door de bliksem is getroffen; een deel van de schors is daar verdwenen en het kernhout is half verrot. Dat lijkt wel een flat voor spechten met boven elkaar zeker zo'n 8 nestopeningen. Maar je ziet spechtennesten eigenlijk steeds in dode bomen, die gelukkig ook volop in ons bos blijven staan; een zegen voor spechten maar ook voor de insecten(larven) die leven van dood hout!
| Megarhissa vagatoria vrouwtje terwijl zij dwars door de schors en hout van een boom haar eitje legt foto Jap Smits, met toestemming hier gepubliceerd. |
De prestatie van de specht wil ik zeker niet onderschatten, maar ik bedacht mij de wonderlijke prestatie van houtwespen en sluipwespen. Mijn al eerder genoemde vriend en insectendeskundige, Jap Smits had mij onlangs een paar schitterende macro-foto's laten zien van een reusachtige sluipwesp, de Megarhissa vagatoria, die predateert op de larven van houtwespen. Voor onbekenden in deze materie: de houtwesp legt haar eitjes met behulp van een legboor in het hout van een boom; de sluipwesp gaat met haar legboor dwars door het hout heen en legt haar eitje(s) vervolgens in de inmiddels volgevroten larve van de houtwesp en eet die dan van binnenuit weer leeg. Ja ja, zo gaat dat in de natuur. Jap was zo vriendelijk om twee van deze foto's aan mij ter beschikking te stellen voor dit Blog.
Het is ongelooflijk hoe zo'n subtiele legboor dwars door die harde lagen heen kan boren en dan ook nog die larve kan vinden. Kees Zwakhals, eveneens insectendeskundige vertelde mij bij die gelegenheid dat aan het puntje een soort zaagje zit en dat er weerhaakjes aan de boor zitten. Ik zou er wel eens een hoge vergroting van willen zien. Wat is de natuur toch schitterend.
Labels:
kracht van de natuur,
legboor,
Megarhissa vagatoria
26 mei 2011
Drie in de pan
Mijn lieve Zaanse grootmoeder bakte op mijn verzoek, als ik bij hen logeerde, "Drie in de pan"; op een petroleumstelletje dus heel langzaam. Ze had wel meer van die ouderwetse dingen als "broeder". Dat was een onsmakelijke meelbal die in een zak werd gekookt, in plakken gesneden en dan met een boter-stroopsaus werd begoten. Ik ben van dat laatste als kind zo misselijk geweest dat ik jaren lang geen stroop meer lustte. Maar "Drie in de pan" betekende veel voor me; ik hield ontzettend veel van m'n oma. Op haar sterfbed heb ik haar nog gevraagd hoe ze nu die "Drie in de pan" maakte. Dat is inmiddels alweer ruim dertig jaar geleden. Ik zie haar nog zeggen:"en een paar handjes krenten en rozijnen".
Maar nu heeft Roos, bij het opruimen van haar ouderlijk huis een receptenboekje gevonden, van de hand van haar moeder, met daarin o.a. het recept van "Drie in de pan". Het boekje is minstens 75 jaar oud.
Hier gaat ie dan:
200 gram bloem
250 ml melk
1 ei
wat zout
100 gram krenten en rozijnen
15 gram gist
slaolie
Doe de bloem in een kom. Meng zout, ei melk en gist en doe dat in het kuiltje in de bloem en maak een glad beslag. Doe er de gewassen krenten en rozijnen door. Laat 90 minuten rijzen. Bak de koeken in een koekenpan met slaolie op niet al te hoog vuur. Presenteer ze warm met wat suiker bestrooid.
Ik zal ze binnenkort eens bakken; niet op een petroleumstelletje, maar op m'n inductieformuis. Dat kan ook op lage temperatuur bakken net als mijn grootje deed in Zaandam.
25 mei 2011
Die eerste sollicitatie
Misschien was het niet echt mijn eerste sollicitatie, maar ik heb dit verhaal toch altijd wel zo ervaren. Het is veertig jaar geleden in 1971. Dat waren toch wel heel andere tijden aan de universiteit. Ik behoorde bij de voorlopers van de "baby boom" generatie; van 1948, snel door de middelbare school en snel afgestudeerd. De universiteit werd plotseling overladen met studenten en de wetenschappelijke staf moest groeien; geld was kennelijk niet het probleem. Ik zocht een baan, bij voorkeur in de wetenschap.
Ik studeerde aan de VU en had een tweede bijvak gedaan op de medische faculteit, afd. chemische fysiologie meen ik. De hoogleraar van die afdeling, professor Oosterhuis was tevens decaan van de faculteit. Ik kende hem alleen van "de gang". Van mede-studenten vernam ik dat er aan de medische faculteit een aantal vacatures was. Dus maakte ik een afspraak met de decaan om hier navraag naar te doen. En inderdaad, hij kon mij vertellen dat er een vacature was voor een biochemicus bij dermatologie. Ter plekke belde hij en maakte een afspraak voor mij voor een half uur later. Dat was dus mijn eerste sollicitatie gesprek. Maar er gebeurde iets geks: terwijl ik met de decaan in gesprek was, ging de telefoon; het was de hoogleraar van de verdieping hoger, de afdeling microbiologie, die vroeg of de decaan niet een biochemicus wist met belangstelling om in de faculteit te komen werken. Nou, die link was snel gelegd en die ochtend legde ik mijn eerste twee sollicitatiegesprekken af.
De eerste bij dermatologie, waar ik werd ontvangen door een buitengewoon sympathieke lector; later hebben we nog samengewerkt en zijn we ook nog privé met elkaar omgegaan, de helaas veel te vroeg overleden Gotze Kalsbeek. Hij vroeg mij of ik wel eens van de Immunofluorescentie Techniek had gehoord. Welnu, dat was niet het geval en hij legde mij deze techniek precies uit. In het tweede gesprek bij microbiologie, met de hooggeleerde van Tongeren ging het om de Toxoplasmose diagnostiek. Ook hij vroeg of ik de Immunofluorescentie Techniek kende. En dat was natuurlijk het geval, dus ik kon het precies uitleggen en ik kreeg direct de baan. Dat was wel heel erg snel gegaan. Het ging om een vaste baan en als ik dat had gewild had ik daar nu dus nog gezeten.
Ik studeerde aan de VU en had een tweede bijvak gedaan op de medische faculteit, afd. chemische fysiologie meen ik. De hoogleraar van die afdeling, professor Oosterhuis was tevens decaan van de faculteit. Ik kende hem alleen van "de gang". Van mede-studenten vernam ik dat er aan de medische faculteit een aantal vacatures was. Dus maakte ik een afspraak met de decaan om hier navraag naar te doen. En inderdaad, hij kon mij vertellen dat er een vacature was voor een biochemicus bij dermatologie. Ter plekke belde hij en maakte een afspraak voor mij voor een half uur later. Dat was dus mijn eerste sollicitatie gesprek. Maar er gebeurde iets geks: terwijl ik met de decaan in gesprek was, ging de telefoon; het was de hoogleraar van de verdieping hoger, de afdeling microbiologie, die vroeg of de decaan niet een biochemicus wist met belangstelling om in de faculteit te komen werken. Nou, die link was snel gelegd en die ochtend legde ik mijn eerste twee sollicitatiegesprekken af.
De eerste bij dermatologie, waar ik werd ontvangen door een buitengewoon sympathieke lector; later hebben we nog samengewerkt en zijn we ook nog privé met elkaar omgegaan, de helaas veel te vroeg overleden Gotze Kalsbeek. Hij vroeg mij of ik wel eens van de Immunofluorescentie Techniek had gehoord. Welnu, dat was niet het geval en hij legde mij deze techniek precies uit. In het tweede gesprek bij microbiologie, met de hooggeleerde van Tongeren ging het om de Toxoplasmose diagnostiek. Ook hij vroeg of ik de Immunofluorescentie Techniek kende. En dat was natuurlijk het geval, dus ik kon het precies uitleggen en ik kreeg direct de baan. Dat was wel heel erg snel gegaan. Het ging om een vaste baan en als ik dat had gewild had ik daar nu dus nog gezeten.
24 mei 2011
Een dag naar Nunspeet
Daar stond ze, een niet onknappe vrouw van een jaar of veertig. Mooi figuur, witte zomerrok, model jaren vijftig, een paar mooie, bruine en gespierde benen met slanke enkels en op hoge hakken. Ze leek wel wat op het beeld van Jan Wolkers van vrouw met kat zoals ik dat ken uit "Werkkleding". In de verte kwam de trein van 9.01 naar Zwolle. Ze stak nog snel een sigaret op en stond die met een fanatisme op te roken of haar leven er van af hing. Dat is natuurlijk ook zo, alleen dan wel in den negatieve. Het leek wel of er met een Stanleymes door een mooi schilderij werd gekrast zo zonde vond ik dit.
Aangekomen in Nunspeet een kopje koffie met het onvermijdelijke puntje appeltaart en slagroom genuttigd bij restaurant "de Stroopstok". Leuk met de baas van het établisement gesproken over wat ook zijn interesse bleek te zijn: de natuur.
En dan het bekende pad richting Hulshorsterzand, ditmaal gewapend met een schepje en buisjes om mieren te verzamelen. Ik wilde eens kijken hoeveel verschillende soorten ik kan vinden. Vooral Myrmica's hoopte ik te vinden. De vangst viel me uiteindelijk een beetje tegen. Vooral veel kleine miertjes, allemaal dezelfde, ik vermoed Tetramorium en natuurlijk veel bosmieren. Van elk nest 1, hooguit 2 stuks verzameld. Op de terugweg heb ik een andere route gevolgd en daar kwam ik tot mijn verbazing een bosmierennest tegen zonder koepel; het leek wel een nest van de zwarte wegmier, Lasius Niger. 2 miertjes apart gevangen om eens te zien of het misschien om de satermier gaat; die bouwen nauwelijks een nest aldus Peter Boer.
De coördinaten opgenomen en een foto gemaakt van het nest. Heerlijke dag en dan vanavond nog bridgen.
23 mei 2011
Mijn eerste laboratorium herinneringen
Door dat artikel in de Pers over AIDS ben ik aan het denken geslagen over het proefdiermodel waar ik aan gewerkt heb maar ook aan mijn hele loopbaan in de wetenschap. Naarmate je ouder wordt realiseer je je dat een loopbaan toch vooral door toeval ontstaat; natuurlijk is er een aantal ingrediënten dat bepalend is voor de klasse loopbaan. Of je studeert of niet; wat je studeert; wat je aanleg is, karakter, ambitie, doorzettingsvermogen etc.
Door een gelukkig toeval kwam ik in 1971, nadat ik als biochemicus was afgestudeerd, op de afdeling Microbiologie van de faculteit der geneeskunde van de VU terecht. Een afdeling met veel interne problematiek; de hoogleraar was een eigenzinnig man en niet ieder staflid kon daar even goed mee omgaan. Zo kreeg ik de opdracht om een bepaalde diagnostiek op te zetten; dat had hij eerder opgedragen aan de staf maar die hadden in zijn ogen zo veel noten op hun zang dat hij zijn eigen, kordate weg had gevolgd en een chemicus had aangetrokken. Nou, dat was ik als jong broekkie zonder enige ervaring op werkgebied. Eigenlijk had ik deze techniek voor de serologie van Toxoplasmose, vooral dankzij de zeer ervaren analiste, die ik mede mocht aanstellen, snel in de rails. Dus na een half jaar had ik mijn taak er eigenlijk op zitten; de Toxoplasmose serologie liep als een trein. We deden dat met de Immunofluorescentie Techniek (IFT), waarover later meer.
Ik vroeg de hooggeleerde wat ik nu verder aan zou pakken. Daar had hij volgens mij nooit bij stil gestaan en noemde het ontwikkelen van een snelle methodiek om twee typen Herpes Simplex (HSV-1 resp. HSV-2) van elkaar te onderscheiden. De oude hoogleraar was een echte doener; van achtergrond was hij veterinair en als hoogleraar microbiologie aangesteld aan de VU. Hij werkte graag met dieren; ik mocht hem wel en kon, ondanks zijn kuren, goed met hem opschieten. Hij spoot babymuizen in met patiëntenmateriaal en kon dan aan het effect zien of het om Herpes Simplex Virus (HSV) ging en zo ja, welk type. Ook inoculeerde hij bebroede kipeëieren met patiëntenmateriaal en kon dan aan de grootte van de pokken op het embryonale vlies zien of het om type 1 of 2 ging. Dat duurde soms lang en, waarschijnlijk meer om van mij af te zijn dan om de diagnotische noodzaak van snelle techniek, gaf hij mij aan dat ik me maar eens op dat onderwerp moest gaan storten. Hij had ook een stam waarvan hij niet precies kon uitmaken of het nou type 1 of 2 was en liet mij dat verder uitzoeken.
We hadden in die zeventiger jaren aan de universiteit geen problemen van financiële aard, in tegendeel. Er was budget over en de komst van een chemicus was welkom, want die wisten van dure apparaten. Maakte je het budget niet op dan verviel het voor het volgende jaar, ja ja, kom daar nu maar eens om. Ik had een heel groot laboratorium met weefselkweek faciliteiten, een proefdierstal met dierverzorger en alle apparatuur, chemicaliën en noem maar op tot mijn beschikking; een situatie waar een beginnend academicus tegenwoordig alleen maar van kan dromen. Het enige dat ik miste was ervaring, maar dat hadden mijn twee analistes wel. Dus hup met de geit, aan de gang met weefselkweek techniek, gecombineerd met immunofluorescentie en het leverde al snel resultaat op ook! Met weefselkweek techniek, gebruik makend van kippe-embryo fibroblasten en IF techniek kon je na 1 dag al HSV aantonen en ook om welk type het ging. Volgende keer... meer.
Door een gelukkig toeval kwam ik in 1971, nadat ik als biochemicus was afgestudeerd, op de afdeling Microbiologie van de faculteit der geneeskunde van de VU terecht. Een afdeling met veel interne problematiek; de hoogleraar was een eigenzinnig man en niet ieder staflid kon daar even goed mee omgaan. Zo kreeg ik de opdracht om een bepaalde diagnostiek op te zetten; dat had hij eerder opgedragen aan de staf maar die hadden in zijn ogen zo veel noten op hun zang dat hij zijn eigen, kordate weg had gevolgd en een chemicus had aangetrokken. Nou, dat was ik als jong broekkie zonder enige ervaring op werkgebied. Eigenlijk had ik deze techniek voor de serologie van Toxoplasmose, vooral dankzij de zeer ervaren analiste, die ik mede mocht aanstellen, snel in de rails. Dus na een half jaar had ik mijn taak er eigenlijk op zitten; de Toxoplasmose serologie liep als een trein. We deden dat met de Immunofluorescentie Techniek (IFT), waarover later meer.
Ik vroeg de hooggeleerde wat ik nu verder aan zou pakken. Daar had hij volgens mij nooit bij stil gestaan en noemde het ontwikkelen van een snelle methodiek om twee typen Herpes Simplex (HSV-1 resp. HSV-2) van elkaar te onderscheiden. De oude hoogleraar was een echte doener; van achtergrond was hij veterinair en als hoogleraar microbiologie aangesteld aan de VU. Hij werkte graag met dieren; ik mocht hem wel en kon, ondanks zijn kuren, goed met hem opschieten. Hij spoot babymuizen in met patiëntenmateriaal en kon dan aan het effect zien of het om Herpes Simplex Virus (HSV) ging en zo ja, welk type. Ook inoculeerde hij bebroede kipeëieren met patiëntenmateriaal en kon dan aan de grootte van de pokken op het embryonale vlies zien of het om type 1 of 2 ging. Dat duurde soms lang en, waarschijnlijk meer om van mij af te zijn dan om de diagnotische noodzaak van snelle techniek, gaf hij mij aan dat ik me maar eens op dat onderwerp moest gaan storten. Hij had ook een stam waarvan hij niet precies kon uitmaken of het nou type 1 of 2 was en liet mij dat verder uitzoeken.
We hadden in die zeventiger jaren aan de universiteit geen problemen van financiële aard, in tegendeel. Er was budget over en de komst van een chemicus was welkom, want die wisten van dure apparaten. Maakte je het budget niet op dan verviel het voor het volgende jaar, ja ja, kom daar nu maar eens om. Ik had een heel groot laboratorium met weefselkweek faciliteiten, een proefdierstal met dierverzorger en alle apparatuur, chemicaliën en noem maar op tot mijn beschikking; een situatie waar een beginnend academicus tegenwoordig alleen maar van kan dromen. Het enige dat ik miste was ervaring, maar dat hadden mijn twee analistes wel. Dus hup met de geit, aan de gang met weefselkweek techniek, gecombineerd met immunofluorescentie en het leverde al snel resultaat op ook! Met weefselkweek techniek, gebruik makend van kippe-embryo fibroblasten en IF techniek kon je na 1 dag al HSV aantonen en ook om welk type het ging. Volgende keer... meer.
Labels:
Herpes Simplex,
Immuno fluorescentie techniek,
VU
22 mei 2011
Opnieuw naar Texel
Gisteren weer eens lekker naar Texel geweest. Vrijdagavond waren we allebei zo moe dat we vroeg zijn gaan slapen en uiteindelijk toch pas de trein van 8.57 hadden uit Bilthoven. We hadden een vrij reizen kaart van de NS die Roos met veel moeite aan het computer systeem had ontfutseld. Eigenlijk zouden het er twee voor twee personen zijn, maar het weergaloze systeem gaf aan dat het om 2 eenspersoonskaarten ging, jammer dan. Maar daarom niet getreurd en een heerlijk dag op Texel genoten.
In de trein las ik in "De Pers" een artikel over een patiënt die genezen was van de HIV infectie, dus van AIDS. Daar was een beenmergtransplantatie aan vooraf gegaan vanwege een andere aandoening. Ooit werkte ik aan een proefdiersysteem in het onderzoek naar ziekten van het immuunapparaat. Hoewel AIDS destijds als syndroom onbekend was kenden wij het beeld van de systemische immuunsuppressie wel als onderdeel van het spectrum aan immunologische aandoeningen dat wij met ons model konden induceren (van SLE tot AIDS zou ik nu zeggen). De in "De Pers" beschreven bevinding is wel te verklaren in "mijn model", beter gezegd "ons model" van destijds, maar kennelijk niet met het huidige, nog steeds gehanteerde model voor AIDS dat uitgaat van het infecteren en vernietigen van T-cellen, althans lymfocyten (dacht ik begrepen te hebben van de lezingen destijds en uit een ontmoeting twee jaar geleden met een Amerikaanse hoogleraar tijdens een toevallige ontmoeting in een restaurant in de Dordogne). Moet ik ook maar eens een Bloggie aan wijden, maar dit ter zijde en terug naar Texel.
Direct van de boot af langs de dijk richting natuurgebied via het Texelpad. Lekker een uurtje in het zonnetje gelegen bij het duinmeertje totdat Roos bang was dat ze zou verbranden. Doorgelopen naar een gezellig koffieplekje, middenin het bos; Rivella en een portie bitterballen. Door naar het strand en weer terug richting Den Hoorn. Heel moe weer aangekomen in Den Hoorn en lekker gegeten daar in het restaurantje vlakbij de bushalte: Roos een vispotje en ik een lamsbiefstukje. Zeer voldaan de bus genomen en met de boot van 20.00 uur weer terug naar huis. In bed gerold en om half tien pas wakker geworden. En toen regende het, dat werd tijd; de natuur heeft het moeilijk met die langdurige droogte. Het is verbazingwekkend dat er nog aardappels met groen loof op het veld staan.
PS
Vrijdag heb ik de eerste (kas)Opperdoezen gekocht; je kunt de schilletjes er zo afborstelen. In plakjes koken met ruim zout in het water en direct bakken in de roomboter; Hollands trots!
In de trein las ik in "De Pers" een artikel over een patiënt die genezen was van de HIV infectie, dus van AIDS. Daar was een beenmergtransplantatie aan vooraf gegaan vanwege een andere aandoening. Ooit werkte ik aan een proefdiersysteem in het onderzoek naar ziekten van het immuunapparaat. Hoewel AIDS destijds als syndroom onbekend was kenden wij het beeld van de systemische immuunsuppressie wel als onderdeel van het spectrum aan immunologische aandoeningen dat wij met ons model konden induceren (van SLE tot AIDS zou ik nu zeggen). De in "De Pers" beschreven bevinding is wel te verklaren in "mijn model", beter gezegd "ons model" van destijds, maar kennelijk niet met het huidige, nog steeds gehanteerde model voor AIDS dat uitgaat van het infecteren en vernietigen van T-cellen, althans lymfocyten (dacht ik begrepen te hebben van de lezingen destijds en uit een ontmoeting twee jaar geleden met een Amerikaanse hoogleraar tijdens een toevallige ontmoeting in een restaurant in de Dordogne). Moet ik ook maar eens een Bloggie aan wijden, maar dit ter zijde en terug naar Texel.
Direct van de boot af langs de dijk richting natuurgebied via het Texelpad. Lekker een uurtje in het zonnetje gelegen bij het duinmeertje totdat Roos bang was dat ze zou verbranden. Doorgelopen naar een gezellig koffieplekje, middenin het bos; Rivella en een portie bitterballen. Door naar het strand en weer terug richting Den Hoorn. Heel moe weer aangekomen in Den Hoorn en lekker gegeten daar in het restaurantje vlakbij de bushalte: Roos een vispotje en ik een lamsbiefstukje. Zeer voldaan de bus genomen en met de boot van 20.00 uur weer terug naar huis. In bed gerold en om half tien pas wakker geworden. En toen regende het, dat werd tijd; de natuur heeft het moeilijk met die langdurige droogte. Het is verbazingwekkend dat er nog aardappels met groen loof op het veld staan.
PS
Vrijdag heb ik de eerste (kas)Opperdoezen gekocht; je kunt de schilletjes er zo afborstelen. In plakjes koken met ruim zout in het water en direct bakken in de roomboter; Hollands trots!
21 mei 2011
Liefdesleven van een insect
Toen ik terugkwam uit Vaals moest ik op de bus wachten bij het station Utrecht. Ik nam het ervan en ging lekker op een bankje zitten even verderop van de halte; de bus kon ik goed in de gaten houden. Voor mij was een stel duiven naar wat verdwaalde kruimels aan het zoeken; de doffers maakten van de gelegenheid gebruik om de duivinnen het hof te maken. Koerend, met hoge borst liepen zij maar om de vrouwtjes heen. Die trokken zich niets van de macho's aan en gingen rustig door met voedsel zoeken. Geen doffer die zich niet meer kon inhouden en tot ongewenste bestijging over ging; nee, rustig voortkoeren en hopen op succes. Zo doen deze vreedzame vogels het!
Vroeger, als jongen hield ik vogeltjes in een volière op zolder in mijn ouderlijk huis. Daar leerde ik alles van het liefdesleven van tropische vogels als Japanse meeuwtjes, parkieten, zebravinkjes, spitsstaart amadines en andere. De mannetjes fluiten, piepen of koeren zoals de duiven, of kraaien als hanen om indruk te maken. Als het vrouwtje ook genegen is dan wappert zij met haar staartje op en neer; het mannetje bespringt haar vervolgens met wederzijdse instemming en naar beider genoegen.
Maar het kan er bij vogels soms ook best wild aan toegaan; zo hoorde ik van Huib dat hij een keer zag hoe twee zwanen het deden in het water, zoals het watervogels betaamt, maar dat het vrouwtje daarbij bijna verdronk. Na afloop van de daad beurde het mannetje de kop van het kennelijk verslapte vrouwtje omhoog zodat zij niet kon verdrinken. Is toch liefdevol als je het vanuit de menselijke psyche beoordeelt.
Het kan ook andersom hoor, dat de vrouwtjes de mannen het hof maken. Vorig jaar zag ik in het weiland bij ons achter in het bos hoe een merrie haar partner aanspoorde; ze ging steeds met haar bevallige achterwerk naar z'n kop staan en gaf hem daarbij liefdevol een trap met haar achterpoten. Helaas voor haar was "hij" een ruin en probeerde hij wel om aan haar wens tegemoet te komen door haar te bestijgen, echter hem ontbrak de kracht in de lendenen en moest hij haar telkens teleur stellen. Een lullig gezicht vond ik het voor die twee.
Degenen die mij beter kennen weten dat ik vooral in insectenleven ben geïnteresseerd en tot mijn schande moet ik erkennen dat het er bij die beestjes heel wat minder subtiel aan toe gaat. Mijn goede vriend en insecten deskundige Jap Smits noemt het een groepsverkrachting als je ziet hoe met name de maagdelijke mierenkoninginnen worden bevrucht. Er ontstaat een kluwen van mannetjes dieren om het "slachtoffer" heen. Tijdens haar bruidsvlucht moet ze zich soms wel tien mannetjes laten welgevallen. Dat gaat er heel wild aan toe dus. Voor geïnteresseerden kan ik het boek "The Ants" van Wilson en Holldöbler" adviseren!
Ik moest onwillekeurig aan deze wijze van copulatie denken toen ik van de week las hoe Strauss-Kahn in het nieuws kwam.
Vroeger, als jongen hield ik vogeltjes in een volière op zolder in mijn ouderlijk huis. Daar leerde ik alles van het liefdesleven van tropische vogels als Japanse meeuwtjes, parkieten, zebravinkjes, spitsstaart amadines en andere. De mannetjes fluiten, piepen of koeren zoals de duiven, of kraaien als hanen om indruk te maken. Als het vrouwtje ook genegen is dan wappert zij met haar staartje op en neer; het mannetje bespringt haar vervolgens met wederzijdse instemming en naar beider genoegen.
Maar het kan er bij vogels soms ook best wild aan toegaan; zo hoorde ik van Huib dat hij een keer zag hoe twee zwanen het deden in het water, zoals het watervogels betaamt, maar dat het vrouwtje daarbij bijna verdronk. Na afloop van de daad beurde het mannetje de kop van het kennelijk verslapte vrouwtje omhoog zodat zij niet kon verdrinken. Is toch liefdevol als je het vanuit de menselijke psyche beoordeelt.
Het kan ook andersom hoor, dat de vrouwtjes de mannen het hof maken. Vorig jaar zag ik in het weiland bij ons achter in het bos hoe een merrie haar partner aanspoorde; ze ging steeds met haar bevallige achterwerk naar z'n kop staan en gaf hem daarbij liefdevol een trap met haar achterpoten. Helaas voor haar was "hij" een ruin en probeerde hij wel om aan haar wens tegemoet te komen door haar te bestijgen, echter hem ontbrak de kracht in de lendenen en moest hij haar telkens teleur stellen. Een lullig gezicht vond ik het voor die twee.
Degenen die mij beter kennen weten dat ik vooral in insectenleven ben geïnteresseerd en tot mijn schande moet ik erkennen dat het er bij die beestjes heel wat minder subtiel aan toe gaat. Mijn goede vriend en insecten deskundige Jap Smits noemt het een groepsverkrachting als je ziet hoe met name de maagdelijke mierenkoninginnen worden bevrucht. Er ontstaat een kluwen van mannetjes dieren om het "slachtoffer" heen. Tijdens haar bruidsvlucht moet ze zich soms wel tien mannetjes laten welgevallen. Dat gaat er heel wild aan toe dus. Voor geïnteresseerden kan ik het boek "The Ants" van Wilson en Holldöbler" adviseren!
Ik moest onwillekeurig aan deze wijze van copulatie denken toen ik van de week las hoe Strauss-Kahn in het nieuws kwam.
20 mei 2011
Tevreden
| Aardbeien op het balkon met volle zon. |
| De bloeiende tijm op m'n achterbalkonnetje |
Op m'n achterbalkonnetje staat de tijm in bloei; ook zij heeft de winter en de droogte overleefd. Zojuist heb ik een omelet gebakken met champignons uit Vaals en wat tijm van m'n achterbalkonnetje. Lekker op zelf gebakken boerenbrood, gemaakt met biest, dus lekker zacht. Dat is toch wel genieten voor een smulpaap als ik ben.
| Dampend vers appeltaartje |
Abonneren op:
Posts (Atom)