31 augustus 2010

Vallessen


Kinderen moeten tegenwoordig op school wel erg veel leren, maar dat vallen daar ooit bij zou horen had ik niet kunnen bedenken. Vandaag zag ik in een krantenkop dat bij gebrek aan buiten spelen de kinderen niet meer kunnen vallen, althans dat ze daarbij behoorlijk risico lopen op ernstig letsel, mede omdat hun botten zwakker zijn, eveneens door het gebrek aan beweging. Eerlijk gezegd beschouw ik dit toch grotendeels als komkommernieuws; er is niets beters te melden. Anderzijds is het natuurlijk wel een feit dat kinderen veel dikker worden, maar vooral ook hun heel jonge jaren slijten in buggies, voor de TV en vastgesjord achterin auto's. Daar leer je niet van hoe je met de echte wereld moet omgaan, hoe je je moet bewegen en dus ook hoe je moet vallen.
Wat een verschil met mijn kinderen die de beschikking hadden over een grote tuin. Mijn jongste dochter was net zo'n klimgeit en klom soms gevaarlijk hoog in een boom. Eén keer weet ik nog wel dat ze er door haar moeder uitgepraat moest worden. En ook dat ze een keer van enige hoogte echt naar beneden donderde. Nooit ernstig letsel, wel geschaafde knieën.
Zelf heb ik als jongen van een jaar of dertien valtechniek geleerd met judoles. Judo is een sport waarin vallen belangrijk is. Dat is me toch een paar keer heel goed te pas gekomen. Op de middelbare school, na zwemles kwamen we met een hele horde jongens met forse snelheid op de fiets en ging er iets mis waardoor iemand viel en iedereen over hem heen viel. Ik sprong met een judosprong over het stuur van m'n fiets, maakte een rol over een schouder en stond direct weer; niets aan de hand. Dat was echt het onbedoelde resultaat van m'n judolessen. Misschien zou dat een idee zijn voor die jonge kinderen: laat hen judolessen nemen. Dat hoeft de school toch niet te doen?!

30 augustus 2010

De kastanjes vallen weer


Posted by PicasaOp het moment dat de kastanjes vallen overvalt mij altijd een gevoel van "weer een jaar verder". Dat is begonnen in 2003, het stervensjaar van mijn geliefde vader. Half augustus van dat jaar bleek dat hij ongeneeslijk ziek was en vanaf dat moment tot twee maanden later, het moment van zijn sterven, eind oktober is hij niet uit mijn gedachten geweest; we hebben heel veel gepraat en daarmee uitvoerig afscheid kunnen nemen. Dan grift zo'n tijdsmoment als de komst van de herfst met zijn vallende kastanjes, eikels en het verkleuren van de bladeren zich krachtig in je geheugen of beter gezegd, in je merg.
De antieken schreven al dat de generaties zijn als de bladeren aan de bomen; zij komen en gaan en dat realiseer je heel sterk op het moment dat er een generatie verdwijnt. Bij de begrafenis van mijn vader heb ik dat ook gememoreerd. Toen ik geboren werd stonden er drie generaties over de rand van de wieg naar beneden te kijken: mijn toen jonge vader van 26, mijn grootvader ergens in de vijftig, iets jonger dan ik nu ben en mijn overgrootvader ergens in de zeventig. En dan ben ik nu de volgende generatie die zal gaan en komt de volgende generatie er nieuw aan; mijn jongste dochter krijgt eind dit jaar een kindje, mijn eerste kleinkind.
Dat zijn de dingen die ieder jaar om deze tijd door mijn hoofd gaan. Ook dat er inmiddels alweer 7 jaar voorbij zijn sinds 2003. De eindigheid van het leven is iets om bij stil te staan. En dat doe ik ieder jaar als de kastanjes vallen.

29 augustus 2010

13e eeuw

Ooit gehoord van Westeremden? Nou, ik niet tot afgelopen week want toen gingen we naar de tentoonstelling van het werk van Henk Helmantel. In mijn slaapkamer hangt een prachtige reproductie van één van zijn stillevens. Dat is blijkbaar zijn specialisme want zoals in het Blog van Roos goed beschreven staat, was er op de tentoonstelling afgezien van een zieke muis, geen levend wezen geschilderd. Niet echt een fijnschilder zoals Jopie Huisman en andere moderne schilders, maar naar de kunst van de 17e eeuw schildert deze realist op onnavolgbare wijze. Maar dat niet alleen....
Van mijn vriend Peter C, architect, heb ik begrepen dat lelijke gebouwen niet bestaan. Wel kun je natuurlijk iets lelijk vinden. En dat overkomt mij helaas vaak met moderne gebouwen en eigenlijk nooit met oude gebouwen, althans gebouwen van de 17e eeuw of nog vroeger. Ik kan dromen door plaatsen als Brugge, de grachten van Amsterdam, Leiden, Haarlem, Middelburg. Maar gruwel van plaatsen als Lelystad of Zoetermeer.
Maar dan Westeremden. Een dorpje van niks, waar desondanks ieder uur een bus langs komt, waar een fraai dorpje staat op een oude terp, beschermd tegen de zee in oude tijden.
Aan het eind van het dorp staat een kerk uit de 13e eeuw met daarnaast de herbouwde pastorie. Helmantel heeft kennelijk net zo'n hang naar de oude schoonheid als ik; hij heeft de oude (eigenlijk nieuwe pastorie van de 18e eeuw) afgebroken en in plaats daarvan de 13e-eeuwse pastorie herbouwd. Oude kloostermoppen, klassieke raampjes, antieke kleuren, een geheel bij het gebouw passende tuin. Kortom, a thing of beauty. In dat gebouw was het museumpje gevestigd en woonde Helmantel waarschijnlijk ook. Waarom wordt dat niet meer gedaan in plaats van die fantasieloze nieuwbouw van tegenwoordig. Je maakt ons land er zoveel mooier mee.

28 augustus 2010

De evolutie van een broodrecept

Al zo'n 25 jaar bak ik dagelijks zelf brood. Al veel eerder had ik het geprobeerd. Meel met gist en melk, kneden en er maar het beste van hopen. Wat er nu belangrijk was in dat proces?, hoeveel gist zou erin moeten?, hoe vaak moet je het deeg laten rijzen?, hoe heet en hoe lang afbakken?, volgens mij gokte ik het maar en het resultaat was ook niet geweldig. Alleen op heel warme zomerdagen leek het ergens op.
Echter, de laatste 25 jaar gaat het bakken me steeds beter af. Desondanks probeer ik af en toe iets te veranderen en te onderzoeken of dat de smaak al dan niet positief beïnvloedt. En natuurlijk lezen over voedselbereiding waarbij Harold McGee mijn grote Goeroe is. Niet alleen over de ontwikkeling van smaak in geconserveerde producten als kaas en ham maar ook over de bereiding van brood heeft hij veel geschreven in zijn geweldig handboek.
Zo las ik dat het veelvuldig kneden en het in fasen toevoegen van voeding, c.q. melk, meel of bloem aan het deeg de gist sterk activeert; ik had het zelf kunnen bedenken.
Van Riet Brugman heb ik ooit zuurdesem gekregen met een werkwijze hoe je die in leven kon houden en hoe je zuurdesembrood het best kunt maken. Dat week aan alle kanten af van mijn ervaringen en het effect was dan ook dat ik het proces niet goed in de vingers kreeg en ook het resultaat niet lekker vond. Dus maar weer terug naar gewoon klassiek gistbrood (500 gram volkorenmeel, 500 ml volle melk, 2 koffielepels zout, 1 zakje gedroogde gist, goed mengen, na een paar uur bij kamertemp 350 gram bloem toevoegen en kneden met de machine, nakneden met de hand en in de ingevette vorm, rijzen tot gewenste hoogte en afbakken in voorverwarmde oven, 180 graden, 50 minuten).
Dat zat me niet lekker dus toch nog maar verder experimenteren. Zo begon ik eerst met het proces van het activeren van de gist als beschreven door McGee; klein beetje volkorenmeel, klein beetje gist, beetje ongepasteuriseerde volle melk van de boerderij en roeren, iedere paar uur wat volkorenmeel èn wat melk toevoegen en roeren. Je ziet inderdaad dat de kleine hoeveelheid gist en niet te vergeten de natuurlijke melkzuurbacteriën uit de volle melk uiteindelijk voldoende is om de volle 500 gram volkorenmeel tot rijzen te brengen. Het resultaat was verbluffend, heerlijk stevig, geurig brood, gelijkend op (en volgens partner Roos nog beter dan) ouderwets Duits volkoren zuurdesembrood.
Dat is nu dus mijn recept. Je moet wel over ongepasteuriseerde melk van de zuivelboerderij kunnen beschikken!

27 augustus 2010

Voedseldistributie

Voor mij is de vrijdag altijd een feestdag; dan ga ik samen met Roos naar de markt op de Planetenbaan om de wekelijkse boodschappen te doen. Eerst even naar John de Kroon, een vrolijke dertiger die zijn Amsterdamse afkomst niet verloochent. Heerlijke Opperdoezen koop ik wekelijks bij hem en als de tijd van de Opperdoes over is dan laat ik me door zijn advies leiden. En dan de Veenendaalse reform kraam; mijn volkoren meel en de ongebleekte bloem koop ik altijd bij hem, de basisingrediënten van het zelfgebakken brood. Inmiddels bak ik al zo'n 25 jaar zelf het brood. In een volgend Blog zal ik eens beschrijven hoe dat gaat. Ook verkoopt hij pectine voor de jam; probeer dat nog maar eens ergens te krijgen?!
En dan natuurlijk Gijs, de visboer uit Spakenburg; laatst vertelde hij me dat hij al 62 jaar vis schoon maakt. Dat is net zo lang als ik oud ben, dus vroeg ik verrast hoe oud hij eigenlijk was. 70 jaar, dus vanaf zijn achtste maakt hij vis schoon. Al jaren koop ik stoofaal bij hem. Eigenlijk kan het niet als lid van Slow Food, maar er zijn grenzen voor mij. Ook foie gras en kikkerbillen behoren tot mijn ingrediënten en zolang er stoofaal wordt aangeboden zal ik dat ook eten. Lekker eten vormt voor mij een belangrijke ingrediënt voor een plezierig leven.
Vorige week had ik een stuk boter voor hem meegenomen van Zuivel boerderij Boom en Bosch zo in de trant van: "dit krijg je van mij Gijs, die heerlijke paling van jou moet in de beste boter gebakken worden". Maar direct vroeg hij: "heeft ie ook kaas". Hij wees naar zijn buurman, een kaaskraam met vele soorten kaas en zei: "dat smaakt nergens meer naar". En we waren het gloeiend eens, de kaas in Nederland is helemaal niks meer en de mensen hebben het niet eens door. Dus ik nog snel een stuk kaas voor hem gehaald (ik moest toch nog zuivel halen voor mezelf) en had hem van een stuk kaas voorzien.
Vanmorgen zag ik hem weer en bestelde mijn wekelijkse kilo paling. Hij lachte van oor tot oor vanwege de kaas en de boter en ik was niet zo gek of ik heb nog even boter en kaas voor hem gehaald. We hebben nu afgesproken dat ik in het vervolg wekelijks een stuk kaas voor hem meebreng.
Kijk, dat vind ik nou distributie zoals dat binnen Slow Food vorm zou moeten krijgen. Je neemt wat van je adresjes mee naar derden die ook van een goede smaak houden. Zou Petrini dat nu bedoelen met "austere anarchism"?

26 augustus 2010

Laptop weigert verder dienst

Na een jaar of zes trouwe dienst heeft mijn laptop "de geest gegeven". U ziet het, de laptop wordt door mij al als een organisme beschouwt. Maar wat ben je daar toch van afhankelijk in deze tijd. Hoe laat vertrekt de trein ook alweer precies? Ik zal Dick eens even mailen wat hij me adviseert nu te gaan doen. Zou Peter me al gemaild hebben? Allemaal zaken waar je de laptop voor gebruikt. Geheel onthand ben je natuurlijk niet want met die handige Web-mail van Google kun je overal waar een Internet verbinding is ook je mail uitlezen. Maar je ervaart het toch wel als hinderlijk als de trouwe dienaar het op heeft gegeven.
Hoe zit dat nu met de GSM? Als één van de eersten destijds had ik een draagbare telefoon. Zo groot als een half brood. Hij paste niet in de broekzak, maar handig was het wel. Nadenken over beleidszaken deed ik altijd graag al wandelend. Met die grote GSM, toen nog gewoon draagbare telefoon geheten, was je toch bereikbaar voor secretaresse, privé of anderen die je nummer kenden. Met andere stafleden die van wandelen hielden deed ik vaak "kinetisch overleg", al wandelend over onderwerpen nadenken. Bij een kopje koffie ergens in een restaurantje werden de resultaten van het overleg kort vastgelegd.
Dat werkt uiteindelijk vruchtbaarder dan tegenover elkaar aan een tafel zitten, het zogenaamde vergaderen waar menigeen grote delen van de werkdag mee zittend zit te vullen. De frisse wind om je kop en de openheid van bijvoorbeeld duinen of strand geeft ruimte voor frisse ideeën en is ook heel gezond!
Tot mijn verbazing las ik dat er heden communicatie-puristen zijn die de GSM aan de kant hebben gegooid. Wèl kan ik begrijpen dat men een apparaat wil dat alleen maar telefoneert. Ook nog internet en die merkwaardige flauwekul van "Twitter" en ook chat de hele dag door maakt je natuurlijk knettergek. Daar vullen vast al die jongeren die hun GSM vasthouden of het hun lievelings-knuffel is, hun vrije tijd mee. Ze zitten in de trein gewoon de hele tijd scheel te kijken naar dat mini-scherm met hun twee duimen voortdurend te schrijven of ze aan een roman bezig zijn. En dan die gesprekken: "hallo, waar zit jij, ik zit in de trein".
Maar daar waar ik de GSM als een ruimte scheppend apparaat heb leren kennen daar heeft de moderne manager er helaas last van; vrije tijd en werk zijn zodanig in elkaar overgevloeid dat er geen vrije tijd meer is. Destijds schiep ik er vrije tijd mee, maar dat ligt nu kennelijk anders. Jammer hoor hoe zo'n praktisch apparaat is omgevormd tot een dwingeland.

25 augustus 2010

Denkende machines

In één van onze "kwaliteitskranten", de Metro of de Spits, die gratis verkrijgbaar zijn op de grotere stations en dus in grote aantallen in de treinen verspreid liggen las ik een grappig artikel terwijl ik op weg was naar Nunspeet. Het betrof intelligente machines die naar afgelegen planeten of zelfs sterrenstelsels gestuurd zouden gaan worden. Door de auteur werd gesteld dat dit onmogelijk was omdat "wij", de mensen dus, dat nooit goed zouden vinden. De gedachtegang was dat dit immoreel zou zijn tegenover deze mechanische wezens. Je hecht je daar aan als mens en zou het dus nooit over je hart kunnen verkrijgen om hen "in te laten slapen" of naar verre planetaire buitengebieden te sturen.
Grappig dat iemand langs zo verschillende lijnen over dit onderwerp kan denken dan ik zelf heb gedaan, tenzij hij het artikel als scherts heeft bedoeld, hetgeen ik niet uitsluit.
Lang geleden heb ik een Blog geschreven waarin ik de door mij verwachte verdere evolutie beschreef. Zoals de anorganische, afkoelende wereld van het sterrenstof de voorlopers van de biochemische processen heeft opgeleverd. En die op zich weer door verdere afkoeling de samenwerking die tot reproductie leidde en tot foto-synthese en tot de vorming van de eerste cellulaire organismen. Uit die monocellulaire organismen weer de meercelligen en uiteindelijk ook de mens. De verdere evolutie zou mijns inziens plaats vinden waar mens en techniek verder ontwikkelen waarbij de techniek uiteindelijk dominant wordt. Internet vormt nu al een soort voorloper van een zenuwstelsel van een globaal organisme.
Zo'n organisme zal uiteindelijk leiden tot onderzoek van de planetaire ruimte; in tegenstelling tot de mens zijn niet-biologische intelligente organismen niet afhankelijk van voedselvoorziening. Daar waar een biologisch organisme louter in stand blijft door voedsel, kan een mechanisch organisme langdurig in "winterslaap" zonder dat het in functionaliteit vermindert.
Ik ben het dus volstrekt oneens met de auteur van bovengenoemd artikeltje; hij gaat er overigens van uit dat wij mensen altijd de baas zullen blijven van de mechanisch/elektronische organismen, hetgeen ik sterk betwijfel.

24 augustus 2010

De smaak van kaas


Aubrac, een gebied waar ik vroeger wel heb gewandeld; zwaar terrein, winderig met groen begroeide heuvels en hier en daar veeteelt. Carlo Petrini hoorde het verhaal hoe daar in de 60-er jaren van de 20e eeuw de streek leegliep. De plaatselijke Laguiole kaas was één van de vele kazen van Frankrijk; de streek was bergachtig en de landbouw was een zware klus. Emigratie eiste haar tol en de weilanden werden verwaarloosd. Hoopvol schakelde men over van het streekgebonden vee, la Rouge d'Aubrac, naar het Holstein vee, zoals Petrini dat beschrijft: "de meest productieve koeien ter wereld, die daar rustig staan in hun stal, worden volgepropt met speciaal voer zodat iedere druppel melk die ze kunnen produceren er ook uitgeperst wordt." De lokale boeren die het hadden volgehouden, konden hun oren en ogen niet geloven toen ze de productie cijfers zagen van deze koeien en gingen er massaal op over. Al spoedig bleken er legio problemen aan die Holstein koeien te kleven: de koeien konden gewoon niet buiten grazen, ze moeten altijd op stal staan en ze kunnen zeker niet op bergachtig terrein gehouden worden. Verder is hun melk anders van samenstelling. Het is wel veel melk, maar er zit niet het juiste vet en eiwit in (en is aanzienlijk minder smakelijk aldus CP) zodat je er geen lekkere kaas van kunt maken. Kortom, met de traditionele koeien was ook de traditionele kaas verdwenen. Dit verhaal loopt gelukkig goed af doordat een aantal initiatiefnemers de restanten van het traditionele vee weer tot grote kuddes heeft kunnen fokken. De Laguiole kaas staat weer op het menu!

Maar hoe zit het in ons eigen land. Ik weet dat de traditionele koeien in NL voor het grootste deel verdwenen zijn. De vanouds bekende kaaskoeien als de MRIJ (Maas Rijn IJssel vee) komen in aanmerking om door de Stichting Zeldzame Huisdierrassen op de lijst van zeldzame huisdierrassen te komen. Wat vindt u van de smaak van onze boerenkaas?

23 augustus 2010

Der Kaiser

Zondag was er een culinaire manifestatie op het terrein van Huize Doorn. De afgelopen jaren hebben mijn vriend Peter C en ik een aantal bezoeken gebracht aan de slagvelden van WO I en zijn daar telkens diep getroffen vandaan gekomen. De gedachte dat daar op velden, waar nu mais groeit of waar koeien onnozel liggen te herkauwen, een kleine honderd jaar geleden jonge mannen met duizenden tegelijk lagen te creperen en dat op commando van een stel zelf-ingenomen commandanten, presidenten, koningen en drie keizers. De Duitse keizer heeft de laatste decennia van zijn rumoerig leven gesleten in huize Doorn. Vaak krijgt hij de schuld van het begin van WO I, hoewel er heden sprake is van een kentering. Vaak is het toch zo dat de verliezer de schuld krijgt en dat de overwinnaar, in dit geval toch eigenlijk alleen de VS die met het conflict niets uitstaande had, gelijk krijgt.
Maar vandaag was het toch vooral feest in Huize Doorn, maar wie liep daar rond?, een copie van de Duitse keizer met zijn eega. Leuk om deze historisch verklede acteurs hier in deze omgeving te zien. Maar onwillekeurig moet ik toch steeds denken aan al die levens, al die jonge mannen die hebben gecrepeerd op bevel van een stel malloten.
Posted by Picasa

22 augustus 2010

Vlees halen

Vorig weekend was er een grote manifestatie van Staatsbosbeheer op de Strabrechtse Heide. Roos en ik hebben daar gevrijwilligd. Onze taak was het rondbrengen van koffie en thee. Er waren allerlei interessante exposanten, waaronder imkers, kaasmakers, en natuurlijk natuurorganisaties als IVN. Ook maakte ik kennis met Nic van Gerwen, veehouder in Heeze. Hij stond er met drie stuks van zijn schitterende Limousins. Natuurlijk raakten we aan de praat over veehouderij. In zo'n geval vind ik het ook leuk om het product aan te schaffen en het toeval wilde dat ze deze week een slachting hadden en dat ik donderdag vlees kon komen halen. Dus voor de zoveelste keer en dan nu met fiets en fietstassen naar Heeze. Met de fiets rondgereden en kunnen constateren dat Heeze in een bijzonder fraaie omgeving ligt; niet alleen de Strabrechtse heide maar ook het gebied aan de andere kant van het spoor is schitterend. En toen naar de boerderij, want vanaf 18.00 uur was het vlees beschikbaar. We raakten aan de praat over de wijze van stallen van de koeien, de drijfmest en het bodemleven. Nic was het volstrekt met me eens dat de geïnjecteerde drijfmest slecht is voor het bodemleven. Hij was hierover ook in gesprek met een collega-boer die hem hier op attent had gemaakt. Een potstal is veel beter dan zo'n stinkstal met drijfmest. Maar ja wat moet je als geïnvesteerd hebt in zo'n "moderne" stal.
Ik vind het vreselijk om te moeten constateren dat de boeren al hun praktische kennis, opgedaan in de loop van eeuwen te grabbel gooien voor een gril van de wetenschappers. Die stinkstallen zijn vast bedacht door "Wageningen", net als de agroparken die ons nog boven het hoofd hangen.

21 augustus 2010

Geen fototoestel

Roos en ik gaan traditie getrouw op de heetste dag van het jaar naar het Hulshorster Zand, een schitterend heidegebied met een grote zanverstuiving en een indrukwekkende natuur. Het was dit jaar op de heetste dag zo heet dat we geen zin hadden om te reizen en het was er dus niet van gekomen. Het zou vandaag mooi weer worden, dus gaan met die banaan. Een handdoek mee om op te zonnen en ik dacht nog of ik het fototoestel mee zou nemen: "ach waarom eigenlijk" dacht ik stom genoeg.
Want .....  het leek wel of de natuur en vooral de insecten ervoor waren gaan zitten. Roos zag al snel het uitgegraven holletje van een mierenleeuw. De afdruk van z'n vangkaken kon je zien als afdruk in het zand. Waarschijnlijk was hij naar binnen getrokken vanwege ons gestamp. Roos had afgelopen zondag op de Strabrechtse Heidedag over dit dier gehoord. O.a. dat het de leeggezogen prooien, vooral mieren, met zijn sterke kaken weggooit. En inderdaad lag er zo'n 7 cm vanaf het gaatje een dode mier.
En even verderop een hoop verse poep. Van heinde en ver kwamen de mestkevers aangelopen en aangevlogen. Imposant om te zien met wat een precisie de poep uit elkaar werd getrokken en een stukje in een gaatje in de grond werd gedeponeerd. Toen we een paar uur later opnieuw gingen kijken was de hoop tot de helft afgenomen en was er nog volop activiteit. Het waren verschillende soorten waaronder overigens niet de driedoornige die door Heimans en Thijsse wordt beschreven.
En twee nesten van met elkaar vechtende zwarte zaadmieren. Ooit heb ik daarover een stuk geschreven voor het blad van de Mierenwerkgroep van de Nederlandse Entomologsiche Vereniging. Dat stuk heb ik ook geplaatst in de Wikipedia, waar het grappig genoeg door velen onder handen is genomen. Uit het boek van Wilson en Holldöbler had ik overgenomen dat deze soort zo ongehoord onderling kan vechten, maar het was bijzonder imposant om het in werkelijkheid te zien. Het zijn zaadeters en hebben dus grote kaken; het zijn maar kleine miertjes maar kennen een grote agressiviteit voor andere en vooral van de eigen soort.
Verder zagen we veel nestjes van graafwespen, rupsen, prachtige kevers, het hield niet op en ik verbeet me dan ook dat ik geen fototoestel bij me had.

20 augustus 2010

Georgica

Vergilius, de schrijver van het schitterende Romeinse epos "Aenaeïs", over Aeneas, waarin het ontstaan van het antieke Rome, begonnen met de vlucht uit Troje, wordt beschreven, heeft aanzienlijk meer werken op zijn conto. De Georgica is van zijn hand en beschrijft het boerenleven. Onlangs werd ik door Sàndor Schiferli uitgedaagd om de Georgica te bespreken in het Slow Food Forum. Ik dacht dat ik het boekje bezat, edoch dat was de Bucolica, een boekje met herdersgedichten. De Georgica heb ik een jaar of 5 geleden wel gelezen. Echter, nu is er een vertaling voorhanden van Piet Schrijvers, niet te verwarren met de toenmalige keeper van Ajax. Alleen al de inleiding op de Georgica van zijn hand is een verheldering. Het 2000 jaar oude boek heeft natuurlijk kritieken gekend van alle tijden. Seneca, toch ook niet de eerste de beste had nogal wat kritiek. Het aardige is dat veel van deze kritiek onterecht is. Ik ben nu begonnen met het eerste boek "Over Akkers", en ben toch behoorlijk onder de indruk van de aanpak die hij beschrijft. Wanneer je bedenkt dat wij in de Lage Landen toen nog met knuppels achter het wild aan zaten en wortels opgroeven, werd in de Zuidelijke contreien volop landbouw bedreven inclusief wisselbouw, groenbemesting en irrigatie.

19 augustus 2010

De vleesporties


Ooit was ik in de USA. Was niet echt mijn goesting merkte ik al snel. Eén van de dingen die me daar opvielen was de enorme portie vlees die je daar geserveerd kreeg. Een ober sneed een stuk vlees voor me af en ik dacht: "dat krijg ik nooit op", en toen kreeg ik tot mijn verbazing nog zo'n stuk. Maar ook in Duitsland vind ik de porties vlees altijd erg groot. Dat los ik altijd op door een plastic zak voor het restant te vragen en dat vindt men daar heel gewoon. Vlees weggooien vind ik echt een schande.
De bevolking van de USA heeft een belangrijk deel van haar wortels ook in Duitsland, kijk maar naar de verenglsde achternamen als Bush, Eisenhower en vele andere namen. Ik weet niet of het een apocrief verhaal is maar ik heb gehoord dat het er om gespannen heeft of Engels of Duits de voertaal zou worden. Het scheelde maar één stem. Er was iemand ziek die ongetwijfeld de uitslag naar de Duitse kant had doen omslaan. Gekke gedachte; de wereldgeschiedenis zou vast anders verlopen zijn als die stemming andersom was uitgevallen. Maar dit ter zijde. Die geweldige vraatzucht die de Amerikanen toch wel kenmerkt hangt vast samen met de eetgewoonten van de Duitse wortels.
In mijn tijd was de "Duitse bierbuik" vanzelfsprekend en bij mijn laatste bezoek heb ik er ook weer een paar mogen bewonderen. Toch zie je in Duitsland zelf niet opvallend veel dikke mensen. Ik heb de indruk dat er in D'land minder dikkerds zijn dan in NL. En van die wanstaltigheid als in de US zie je in D'land eigenlijk niet of zelden.

18 augustus 2010

Johann Sebastian Bach en Anna Enquist

Het boek van Anna Enquist "Contrapunt" heb ik vrijwel in één ruk uitgelezen. Ben mijn vriend Huib dankbaar dat hij mij op deze schrijfster heeft geattendeerd. Bij de bieb had ik een exemplaar van het boek geleend, zonder CD erbij. Huib zei dat de muziek onverbrekelijk hoort bij het boek, en daar heeft hij gelijk in. Maar de Goldberg Variationen heb ik, voor zover dat in mijn vermogen lag, zelf gespeeld. De muziek regeltjes boven ieder hoofdstuk waren dan ook voldoende om de muziek weer in mijn schedel te doen klinken. Het gevolg is dat de verschillende variationen nu voortdurend rondtollen in mijn hoofd. Natuurlijk heb ik ook de uitvoeringen van Glenn Gould en van een claveciniste beluisterd, tegenwoordig allemaal zo goed bereikbaar via Youtube.
De tragiek van de hoofdpersoon, die haar dochter verliest en de tragiek van het leven van Johann Sebastian Bach, het elkaar vinden in de emotiën van de muziek, zo weergaloos vormgegeven in de Goldberg Variationen. Ook nu ik in het kader van deze blog weer naar Bach/Gould zit te luisteren word ik overvallen door de emotiën die de muziek oproept. Gek genoeg zie ik Gould ook steeds met z'n handen de muziek volgen, wanneer hij even tussendoor éénhandig moet spelen; dat doe ik ook altijd. Door Enquist heb ik deze muziek met nog meer aandacht beluisterd; ik ben haar daar dankbaar voor. Ik raad iedereen die dit Blog leest aan om het boek te lezen en daarbij de muziek van Bach heel intensief te betrekken.

Vroeger was ik al zo merkwaardig getroffen door de laatste bladzijden van de muziek; een gelijkluidende herhaling van de aria; maar die klinkt na het spelen of beluisteren van de variaties, ook al speel je er maar een beperkt aantal, volmaakt anders. Als een soort melancholiek afscheid van iets dierbaars. In het geval van Enquist en volgens haar van Johann Sebastian, als een afscheid voor eeuwig van een kind, door de dood.


Ook werd ik getroffen door de aanwezigheid van de handgeschreven muziek van de meester zelf. Op de binnenkaft voor, de eerste maten van de aria en op de binnenkaft achter, de laatste maten. Overigens was ik het niet zo met Enquist eens dat je de laatste voorslag moet weglaten, maar voor het definitief af zijn in de dood moet dat misschien ook wel. Die speelde ik altijd met nadruk heel langzaam zodat de muziek kan wegsterven. Ik moest aan het eind van het boek een traantje wegpinken.

17 augustus 2010

Anna Enquist

Ik heb het boek Contrapunt van Enquist van de bieb geleend, zonder CD. Uit de recensies begrijp ik dat hierin haar muziekopleiding en het verhaal omtrent het verlies van haar dochter als Leitmotiv wordt gehanteerd. Roos kende haar achtergrond van Psycholoog met een afschuwelijk verlies van een dochter bij een verkeersongeluk. Ook de Goldberg variationen spelen een belangrijke rol in het geheel. Sinds ik het boek heb geleend is die muziek niet meer uit mijn hoofd geweest. Ik moet het nog ter hand nemen om te lezen. Begin ik vandaag mee; de virtuoze muziek kende ik al van buiten.
Maar gisteren heb ik twee boeken gelezen waaronder "De Thuiskomst" van Enquist en daar ben ik ook nog helemaal van onder de indruk. Wat een geweldige schrijfster is dat. Mijn vriend Huib wordt bedankt voor de aanbeveling. Ook de Thuiskomst staat bol van het moederverdriet. Het gaat over de echtgenote/weduwe van James Cook, de ontdekkingsreiziger. Ze verloor in het boek 6 kinderen en in werkelijkheid zelfs 7. Zelf werd ze 94 jaar oud, maar van haar kinderen stierven allen voor hun 20e levensjaar, behalve de oudste die in zijn dertiger jaren werd vermoord. 


16 augustus 2010

Gaat u kamperen?

We kwamen in een restaurantje in het Oosten van het land. Aan en andere tafel zat een gezelschap dat kennelijk iets te vieren had. De grootmoeder van het gezelschap las af en toe een gedicht voor. Een zoon maakte foto's. Mijn aanbod om een foto van het hele gezelschap te maken werd dankbaar aanvaard. Een kleindochter van een jaar of twintig trok de stoute schoenen aan en vroeg ons of we verder gingen lopen en of we ook gingen kamperen met die grote rugzakken. Kennelijk geen idee dat we maar dagrugzakjes bij ons hadden. Zo'n wereldreis als wij aan het lopen waren was voor haar toch werkelijk ondenkbaar. Soms word ik er wat triest van wanneer ik merk hoe er toch over wandelen in het algemeen, en over langere afstand wandelen in het bijzonder wordt gedacht. Het wordt beschouwd als iets idioots, voor zotten of iets dergelijks. En het is zo gezond voor lichaam en geest.

15 augustus 2010

Werkpaarden en werkhonden

Onlangs zagen we werkpaarden bezig met het verslepen van gekapte bomen in een bos. Goed voor de natuur omdat paarden het bos niet vernielen zoals onvermijdelijk gebeurt met de inzet van tractoren; de grond wordt niet in elkaar geperst, andere bomen worden niet of minder beschadigd. Natuurlijk zal het vaak onvermijdelijk zijn om tractoren in te zetten, maar met paarden gaat het op een bijna natuurlijke wijze.
Juist die samenwerking tussen mens en paard is zo schitterend. Slechts gestuurd door commando's weet het paard zijn bedoelde weg door het bos, tussen de bomen te vinden, kracht te zetten, op tijd te stoppen, achteruit te lopen. Een prachtige samenwerking waar je slechts met bewondering naar kunt kijken.
Het zelfde heb ik gezien toen ik met een kennis van me mee ging met de hazenjacht. De samenwerking tussen jager en hond. In volle concentratie stil staan en direct op weg gaan naar het aangeschoten wild als de jager daar het commando voor geeft. En de complexe samenwerking van herder en hond bij het beheer van een kudde. Op de Strabrechtse heide heb je herder Kees met meerdere honden die in niet aflatende werklust om de kudde heen draven en zelfs op eigen houtje weten hoe ze de schapen bij elkaar moeten houden of verder moeten drijven.
En natuurlijk niet te vergeten de schitterende samenwerking voor de film van paard Trigger en cowboy Roy Rogers . Het paard kon met zijn vaste partner Roy steigeren op commando wat natuurlijk een spectaculaire act was in cowboyfilms. Het dier is na te zijn gestorven in 1965 opgezet en in een museum tentoongesteld. Onlangs is Trigger, opgezet en wel geveild voor een bedrag van een kwart miljoen. Een afdruk van zijn hoef, gemaakt in 1948 kun je nog steeds zien.
Dat is toch een terugblik van hoe de mens zich ooit heeft kunnen ontwikkelen door de inzet van huisdieren die grotere snelheid, grotere kracht of gewoon goed voor de voedselproductie waren.
Altijd een schitterend gezicht en reden voor filosofisch gepeins.

14 augustus 2010

Thomas Mann

Het lezen van boeken vermeerdert je kennis en je ontwikkeling. Het is een groot genoegen daar je hersens mee bezig te houden. Maar soms kom je zo'n juweeltje tegen waarin je iets herkent. Zo las ik in een biografisch werk over Thomas Mann een schitterend citaat van Tsjechov: Ontevredenheid met zichzelf vormt een basiselement van elk echt talent. Scherp om zoiets met enkele woorden zo duidelijk weer te geven.
Hermann Hesse kon dat ook zo mooi herinner ik mij nog van Narziss en Goldmund, net als de boeken van Jane Auel, echt zo'n boek om in weg te dromen.

13 augustus 2010

Blijdorp een moderne dierentuin

Eneco, de bekende energieleverancier had onlangs een merkwaardige actie waarbij je als gebruiker een vrijkaartje kon krijgen voor diergaarde Blijdorp. En Hollands als we zijn, hup naar Rotterdam, in de rij en met duizenden anderen gratis naar de dierentuin. Ik was er lang niet geweest en had eigenlijk niet gedacht dat ik ooit nog in een dierentuin terecht zou komen. Genoeg geweest met de kids zal ik maar zeggen (net als in een zwembad).
Van mijn eigen kindertijd weet ik nog dat de dieren, met name de grotere dieren bij mij medelijden opwekten; zo'n wolf die maar dwangmatig de zelfde rondjes liep, beren die maar met hun kop stonden te zwaaien, maar ook een Nijlpaard in een smerig strontbad die z'n kont niet kon keren. Tijgers, poema's in veel te kleine hokken.
Kom daar tegenwoordig om. Daar in Blijdorp zijn grote terreinen beschikbaar voor de dieren; ijsberen, bisons met enorme uitgestrekte stukken. Voor de wolven, een groot terrein met mogelijkheden om zich te verstoppen. In een aantal grote, natuurlijk ingerichte hokken kon je de dieren helemaal niet zien. Beetje gek voor de bezoekers, maar heel goed voor de dieren.

12 augustus 2010

Staal uit de hoogovens

Je ziet dat soms in het voorbijrijden met de trein, zo'n oplegwagen met van die dikke ronde staven ruw ijzer. Dat vind ik altijd zo'n machtig gezicht. Heeft als erts miljoenen jaren in de grond gezeten en is dan nu door ons menselijk vernuft gereduceerd tot metallisch ijzer en gaat dan een nieuw leven beginnen. Wat zal dat worden? Een blikje om voor eenmalig gebruik een frisdrankje te bevatten, of wordt het onderdeel van een auto, of misschien wel van een trein, of een spoorstaaf, of voor een kunstwerk?
Hoe je tegen deze menselijke activiteit aan moet kijken vind ik ook een filosofische gedachte. Naar mijn idee horen wij mensen, met al onze volstrekt van de biologie afwijkende processen er gewoon bij. Het is ook aan ons als soort om te realiseren in hoeverre onze activiteiten zodanig destructief zijn dat we matiging aanbrengen. Dat heb je gezien met die PCB's; de productie daarvan was in de kortst mogelijke tijd aan banden gelegd. Omtrent zure regen en CO2 wachten we wel af; het loopt kennelijk zo'n vaart niet, althans we trekken geen enkele consequenties uit de onomstreden waarnemingen. En waarom zouden we ook? Après nous, la déluge, zo heeft iedere generatie dat gedaan; logisch toch?