08 mei 2014

Het ecosysteem van Lesbos

Verkeersslachtoffer, een jonge rekel
De "biologische", of beter gezegd, de natuurlijke landbouw van Lesbos, d.w.z. kleinschalig, zonder al te veel landbouwgif of kunstmest, zonder verlaging van het grondwater en dat in combinatie met veel vrije natuur zorgt voor een bijzonder milieu met voedselrijke plekjes, voedselarme plekjes, natte en droge, zout, brak en "zoet" water, warme en koelere plekken; voor elk wat wils en dat garandeert een enorme biodiversiteit: veel soorten bloemen, insecten en daarmee veel soorten vogels en andere diersoorten; voor biologisch geïnteresseerden is dit eiland een eldorado; in ieder geval voor mij en dat niet alleen op ecologisch gebied maar vooral ook v.w.b. de esthetica. Vaak had ik het gevoel dat ik naar zo'n schitterend 17e, 18e eeuws schilderij zat te kijken wanneer ik mijn kijker richtte op helling met een kudde geiten en hun herder of gewoon op een bosrijke helling met wat kale rotsen.
De grotere predatoren waren ook vertegenwoordigd, althans onder de vogels; we zagen de bruine kiekendief, de arendbuizerd, de roodpootvalk en de slechtvalk. Misschien hadden we deze in wat grotere aantallen verwacht; volgens Ruud worden ze wel geschoten hoewel dat is verboden.
Maar we zagen net als vorig jaar een dood gereden steenmarter op de weg alsmede een vos die zeer kort tevoren was aangereden; het bloed liep nog uit de bek. Cyria is dierenarts en onderzocht het dodelijk gewonde dier en stelde vast dat het een jong mannetje was en dat het aan de kop was geraakt. Deze toppredator komt hier dus wel degelijk voor ook al hebben wij hem niet in het veld gezien.
Het ecosysteem van Lesbos is volgens mij heel gezond; het geheel ziet er dan ook prachtig uit met al haar afwisseling.

07 mei 2014

Dreigende wolken boven Skala Sikaminia

Dreigende luchten. Visjes hangen te drogen.
Toch wel één van mijn favoriete plekjes op Lesbos: Skala Sikaminia, het piepkleine plaatsje aan de noordkust, 12 kilometer van Molivos, goed te bewandelen via het pad langs de kust. De eerste keer was ik hier met Roos. We hadden een excursie met een boottocht geboekt en die voer ons naar dit wonderschone plekje. Het werd destijds al schemerig toen we er met het bootje arriveerden; we hebben er romantisch zitten eten. Onderweg hadden we dolfijnen gezien met voor hen uit springende prooivissen; mooi gezicht.
Vorig jaar, met de SNP reis 2013 kwamen we tot mijn verrassing ook hier en natuurlijk ook dit jaar weer; ik had me er al op verheugd om terug te wandelen naar Molivos. Bij aankomst vertelde Herman dat er ook een hotel was; de haven op de prent gezet en het dorpje ingelopen; inderdaad een hotel en daarvan maakte ik een foto om het telefoon nr. vast te leggen om er ooit nog eens te gaan overnachten.
Tel. nr. van het hotel van Skala Sikaminia
Van de wandeling terug kwam niets terecht helaas. Bij aankomst met de auto's was er al een stel van ons gezelschap direct op weg gegaan richting Molivos. De meesten gingen echter een ijsje scoren of iets op het terrasje nemen. Op dat moment besloot Zeus ons met zijn bliksem en noodweer te verrassen; de wolken die al een tijd dreigend boven ons hingen, loosden hun natte vracht en het begon verschrikkelijk te plenzen terwijl we onder een afdak ons ijsje weg likten. Ik kreeg medelijden met degenen die al op weg waren gegaan. Dat bleek later ten onrechte want de weg was droog; het had helemaal niet geregend buiten Skala Sikaminia?! Had ik even spijt dat ik niet met Kees mee was gegaan naar Molivos. Kees was toen wij hem probeerden op te pikken onvindbaar; uiteindelijk bleek dat hij het kasteel van Molivos had ingenomen volgens eigen zeggen. Hij zat in ieder geval een gele rakker soldaat te maken op het terras aldaar.
Gelukkig heb ik een deel van het traject ook gelopen, maar zeker niet het hele stuk; ga ik nog eens met Roos doen, wat mij betreft in september van dit jaar; ik ben wel een beetje gek op dit eilandje en zeker op dit plekje.

06 mei 2014

In ieder geval geen vlinderhaft

Bizarre insecten op een strandje bij Sigri op Lesbos
Bij onze reis naar het uiterste puntje van Lesbos, Sigri, kwamen we uiteindelijk bij een klein haventje terecht: onze lunchplek. Bovenop stond een kapelletje en er was een strandje met wat bloemen. Het is wonderlijk tot hoe ver de bloemen en grassen eigenlijk oprukken tot vlak bij het zoute water; volgens Ruud komt het door het vanuit het eiland opdringende zoete water. Hier is natuurlijk weinig eb en vloed, althans onvergelijkbaar veel minder dan bij onze kust met de Noordzee. Rusteloos liep Harold, onze meest gedreven natuurfotograaf rond met camera en scherp waarnemingsvermogen. Hij riep ons er allemaal bij omdat hij een bijzonder insect had waargenomen. Eerlijk gezegd zag ik het niet eens direct; het was deels doorzichtig en bijzonder goed gecamoufleerd tegen de bonte achtergrond van bloemen. Een wonderlijk dier; geen echte vlinder; deed me denken aan de Libelloides die ik vorig jaar in Macedonië heb gezien en die door Frits B. werd gedetermineerd als Libelloides Longicornis. Volgens Herman was het een Vlinderhaft en leefde hij slechts 1 dag, aldus had hij vernomen van een zelfbenoemde deskundige tijdens een eerdere reis. Ze zaten van het stuifmeel te eten alzo was wel duidelijk dus een ééndags bestaan leek mij bijzonder onwaarschijnlijk. Ik maakte er een foto van met het idee om die maar eens naar Frits te sturen voor een echt deskundige determinatie. Bij onderzoek op internet zag ik al direct dat dit geen vlinderhaft was, dus raadpleegde ik Frits. Hij was duidelijk verrast; hier zijn antwoord op mijn vraag of dit een vlinderhaft was:

Dag Ferry,
Oh wat goed, dat jij die insecten gezien hebt waar ik m'n leven lang al naar uitgekeken heb omdat het zulke bizarre dieren zijn met hun draadvormige achtervleugels. Volgens het boek dat ik bij de hand heb zijn ze van het geslacht Nemoptera (maar niet de soort die daarin afgebeeld staat: Nemoptera bipennis) en behoort tot een eigen familie: Nemopteridae. Ze zijn verwant aan onze mierenleeuwen. In de woestijnachtige gebieden van Arabië en Azië komt een aantal soorten voor; die van jouw foto zijn heel goed herkenbaar en goed te determineren door een kenner. Ik heb me laten vertellen dat ze vooral 's nachts actief zijn en heel snel kunnen vliegen, iets wat je niet direct verwacht van zulke bizarre insecten. Hoe je dergelijke dieren uit moet schelden met een Nederlands klinkende naam, weet ik niet. Het woord vlinderhaft klinkt Hollands, maar waar het op slaat weet ik niet.
Groeten,
Frits

N.B. Frits B. wordt algemeen beschouwd als één van de grootste vlinderdeskundigen van NL.

Daarnaast gaf mijn goede vriend Ab vD, eveneens deskundige op het gebied van determinatie aan dat het zijns inziens ging om een Nemoptera Sinuata. Bekijk zelf de foto's maar en dan zie je dat dat waar is.

05 mei 2014

Veel water op Lesbos

Middelste bonte specht bij nest.
Foto Harold Mulders
De reden dat er zo veel vogels op doortrek via Lesbos naar Europa vliegen ligt in het waterrijke karakter van dit natuurrijke eiland. Verder is de omgeving (nog) niet vergiftigd door "gewasbeschermingsmiddelen", zoals "communicatie deskundigen" op eufemistische wijze landbouwgif noemen; eigenlijk is het één groot natuurgebied met ouderwets cultuurlandschap gemengd; zoals het er bij ons in NL ook uitzag tot de 50-er jaren; daarom kom ik er ook zo graag. Het gaat mij absoluut niet alleen om de vogels maar ook om andere dieren als insecten en zoogdieren, het landschap, de mensen, het lokale eten.
Zo kwamen we bij een uitstapje ook bij een klooster waar in een paal een "middelste bonte specht" zat met een nest: dus de camera's in stelling gebracht. Eerst een kopje koffie in het restaurantje bij het klooster. Enkelen van ons gingen verder het landschap rond het klooster in en troffen daar een beekje en een concert van vogels. Ik nam plaats in de buurt van het beekje om te luisteren; nu ben ik begiftigd met twee heel kleine oren en de leeftijd brengt helaas gehoorverlies, althans gehoorvermindering teweeg; met de handen achter de oren hoor ik veel meer van de omgeving; ik vroeg Evert-Jan om een foto van mij te maken terwijl ik van de natuurgeluiden zat te genieten.
Genieten van de omgevingsgeluiden met de handen
achter de oren
Op de achtergrond zie je nog een klein gebouwtje dat bij het klooster hoort. Overal rond het klooster stonden kleine gebouwtjes die door lieden zijn gefinancierd om het klooster te verrijken als een soort aflaat of boetedoening of anderszins om hun eerbied voor hun schepper te materialiseren.
Gewapend met de verrekijker heb ik echt genoten van de omgeving van dit klooster en met mij een aantal van de reisgenoten; mooie plek.

04 mei 2014

Heel vroeg naar het meertje

Het meertje in de ochtendgloed
Niet zo ver van het hotel is een klein meertje; vroeg in de morgen, bij het opkomen van de zon wordt daar een rietkraag schitterend verlicht en verwarmd door de zon. De watervogels, met name de verschillende reigersoorten als kwak en woudaapje komen dan tevoorschijn om zich op te warnmen. Ik weet nog van vorig jaar dat er wel zo'n dertig kwakken op een rijtje, als een stel verkleumde lieden, met de schouders omhoog zichtbaar werden.
Dit jaar waren de aantallen vogels niet zo hoog als vorig jaar; door het zeer warme voorjaar overal in Europa was de vogeltrek waarschijnlijk al veel eerder en sneller op gang gekomen. Er waren dan ook niet zo gek veel van deze reigers meer. Maar wel een klein waterhoen.
Vorig jaar op deze plek dacht ik een klein waterhoen in de kijker te hebben en riep dat enthousiast; een diepe stilte volgde tot iemand zei: "bosruiter", een zeer algemene soort dat jaar; ik voelde me volstrekt belachelijk.
Olijfboomgaard met bloemenpracht
Na een kwartiertje ging ik wat verderop in het boerenland kijken; altijd fascinerend dat kleinschalige boerenland van Lesbos; ben er sterk van onder de indruk. Ik zag een olijvenboomgaard met een schitterende bloemenpracht. Herman vertelde dat het onderhoud van olijfbomen op allemaal verschillende wijze wordt gedaan en dat het er eigenlijk niet toe doet; olijfbomen wortelen ontzettend diep en trekken zich daarom weinig aan van wat er aan het oppervlak aan de hand is.
Ik hoorde de Wielewaal, die mysterieuze vogel met zijn knalgele uiterlijk, maar ook een zenuweleier die nooit lang blijft zitten en daarom maar zelden, en dan nog heel kort gezien wordt. Ook deze dag mochten we dat genoegen niet smaken. Later deze week vloog een manlijk exemplaar voor de auto langs en werd door enkelen gezien. Ik mocht dat genoegen vorig jaar in Macedonië smaken.

03 mei 2014

Coprofiele zwammen

Witte paddenstoelen specifiek op koeienstront
Al snel bij een groepsreis ontstaat er een groepsgevoel; dat heb ik nu al zo'n vijf keer mee mogen maken. Een zekere Kees en ik trokken regelmatig met elkaar op; we waren beiden meer wandelaars dan vogelaars en hielden ervan om af en toe even de benen te strekken. En zo trokken wij nadat we geruime tijd bij de zoutpannen vogels hadden gekeken het veld door. We zagen van alles; bloemen, insecten en grappig genoeg ook een aantal paddenstoelen, uitsluitend op koeiendrollen. Overigens heb ik de koeien niet waargenomen.
Kees en ik beredeneerden de reden waarom deze zwammen nu juisit op de drollen groeiden. Volgens mij was het omdat de sporen van paddenstoelen zo ontzettend fijn zijn dat ze eigenlijk vrijwel overal door de wind verspreid worden en dus ubiquitair zijn, d.w.z. overal aanwezig zijn. En dat ze dan daar waar aan de groeivoorwaarden wordt voldaan ook daadwerkelijk tot wasdom komen om weer nieuwe sporen te kunnen maken. Kees dacht dat het mycelium overal wel in de grond zou zitten en dat de vruchtbare stront ervoor zorgdroeg dat daar de vruchtvorming, de paddenstoelen tot wasdom zouden komen. Voor beide mogelijkheden is wat te zeggen.
Bruine paddenstoel op een koeiendrol
In ieder geval vonden we twee soorten zwammen die louter op de drollen groeiden maar ook drollen waar niets op groeide. Tja, hoe het biologisch werkelijk in z'n werk gaat dat zou ik niet kunnen zeggen.

02 mei 2014

Op weg naar Lesbos

Heerlijk, een Griekse salade in de buitenlucht
Vorig jaar heb ik met Adriaan deelgenomen aan de SNP-vogelreis naar Lesbos. Dat was me zo ontzettend goed bevallen dat ik dit jaar opnieuw deel wilde nemen. Op een avond ergens in maart/april had ik het er zo over met Roos en ondernemend als ze is keek ze of er eigenlijk nog wel plek was. Maar goed ook dat ze dat deed want er was nog slechts 1 plek en die heb ik snel gereserveerd. Maar vandaag was het zover. En dat heb ik geweten; het vliegtuig zou om 4.15 uur vertrekken; en dat is verrekte vroeg, of laat, hoe je het maar bekijkt.
Om 20.00 uur nog geprobeerd om wat te slapen, maar het vroege tijdstip en de opwinding van het vertrek gaven de slaap geen kans. Om 23.30 voor de zekerheid alvast de bus genomen; de volgende zou ook vroeg genoeg zijn, maar ja .... voor de zekerheid. Dus een uur wachten op de nachttrein in Utrecht. Naar Amsterdam CS was de trein lekker rustig, maar in CS stapte een stel merkwaardige vrouwen in die tijdens het lange wachten op CS en de rit naar Schiphol aan één stuk door bleven stikken van het lachen. Was vast heel geestig gezien het hilarische lachen, maar de taal kwam mij onbekend voor, dus de reden van de pret ontging mij. Zelfs op het perron van station Schiphol bleven ze voortdurend lachen?!
Het was ontzettend druk bij de balie van Transavia, maar het ging allemaal van een leien dakje en we vertrokken keurig om 4.15 uur en kwamen na slechts drie uur vliegen om 8.30 lokale tijd aan. En daar stonden Ruud en Herman ons op te wachten; leuk weerzien daar op Lesbos.
Het waaide stevig om niet te zeggen, hard; de tocht rond het schiereiland in de kleine baai van Lesbos leverde daarom weinig vogelkijkplezier helaas; geen Oostelijke blonde tapuit deze keer. Op naar het leuke plaatsje Loutro. Eén deelnemer had last van ontspanningsmigraine, daarom ging één van de busjes direct door naar het hotel en konden/moesten de anderen wat langer in Loutro blijven. Flink ingrediënten ingeslagen om een salade te kunnen maken; heerlijke grote, rijpe tomaten en courgette, citroen, feta. Zout had ik van huis meegenomen; een aardappelmesje, een lepel en een ijsbak als slabak; een lekkere Griekse salade zat er wel in en zou ik deze week regelmatig toebereiden en nuttigen.
Toen we weer met twee busjes waren, ging de tocht verder naar Skala Kalloni naar het bekende hotel Pasiphae. Onderweg scoorden we de eerste vogels en daar was de Oostelijke blonde gelukkig bij!

01 mei 2014

Langs de IJssel

Vorige week dinsdag heb ik de bekende wandeling van Klarenbeek naar Deventer, onderdeel van het Marskramerpaad weer eens gelopen. Een verstild stuk Nederland dat je voor een deel door het bos en langs de IJssel voert, althans zo loop ik dit traject.
Je stapt de trein uit en direct al achter het station kom je op het wandelpad. Even verderop begint het Marskramerpad. Na tien minuten passeer je middenin het bos het spoortje van Zutphen naar Apeldoorn; een overgang middenin het bos vind ik altijd zo'n anachronisme, vandaar deze foto; mysterieus sfeertje met mist waar de zon door schijnt, voorjaarstinten in de bladeren. Prachtig en daar dan die spoorbomen met de knipperlichten.
Verder naar de Bandijk, een oude IJsseldijk. Ik beklom deze nog niet of daar stond een ree mij op te wachten. Hoe vaak ik hem al gelopen had weet ik niet, maar dit was de eerste keer in het vroege voorjaar. Overal het gezang van vogels; natuurlijk had ik de kijker niet bij ma want ik zou natuurlijk onderweg wild inslaan bij de mij bekende jager. Dat is gesjouw genoeg, maar jammer was het wel.
Afgeslagen van het Marskramerpad naar de IJssel.
Vrachtschip op de IJssel
Even op een bankje zitten kijken naar de pracht van het rivierenlandschap; daar kwam een groot schip aangetuft. Ik zwaaide naar de schipper. Na bezoek aan m'n jagersvriend ging ik verder naar Deventer; pontje over en door de binnenstad. Die vind ik lang niet zo mooi als de binnenstad van de andere mij bekende Hanzesteden:  Kampen, Doesburg en Zutphen.

Een klaproos als liefdesnestje

Copulerende Kevers in de bloemkelk van klaprozen
Bij één van onze rustplaatsen tijdens de wandeltocht in Turkije rolde iemand een rood zitmatje uit. Prompt kwamen er een bepaald soort torren op af, in grote getale en die begonnen direct met elkaar te copuleren. Ook op de rood/oranje pet van Ad kwamen deze torretjes af om de liefdesdaad aldaar te voltooien, althans uit te voeren.
Merkwaardig vond ik dat maar. Totdat ik de natuurlijke paringsplek van deze soort vond: de bloemkelk van de klaproos; in iedere klaproos die ik in een bepaald gebied inspecteerde zaten de bekende kevers. Grappig en vast wel bekend bij de echte entomologen. Kennelijk is de kleur bepalend om de ontmoeting te doen plaatsvinden. Bij veel insecten zijn het geuren resp. feromonen die de geslachten naar elkaar lokken; in dit geval kennelijk een niet algemeen voorkomende omgevingskleur.
Rode pet vol met kevers

30 april 2014

Geen koninginnedag in Doesburg

Prachtig plekje in Doesburg
Het is wel even wennen hoor dat 30 april geen feestdag meer is. Voor Peters' vriendin Esther is het een beetje zuur; ze had altijd vlaggen en feest op haar verjaardag en dat is nu afgelopen. Het was een groots gebaar dat koningin Beatrix bepaalde dat de verjaardag van haar moeder, Prinses Juliana na haar abdicatie toch de datum van Koninginnedag zou blijven. Maar ja, nu hebben we voor het eerst sinds een eeuwigheid weer een koning en die is ook in het voorjaar jarig; logisch dat koningsdag op 27 april wordt gevierd. Maar het is wel even wennen hoor.
Roos had vandaag iets te doen in Doesburg en had een hele leuke wandeling bedacht langs de IJssel. Prachtig plaatsje Doesburg; 16e- en 17e eeuwse panden, fraai gerestaureerd. De hele stad ademde een rustieke sfeer uit. Natuurlijk eerst koffie met gebak en de stad nog verder verkennen en vervolgens langs de IJssel gewandeld. We konden de route snel vinden.
Het was mooi weer met zon en zonder regen, totdat we Dieren weer bereikten. Het begon een beetje te spetteren; op dat moment passeerden we een klein Indonesisch eethuisje waar we een heerlijke, zij het wat verlate lunch hebben genoten. We kregen nog een forse onweersbui op ons hoofd, maar in Bilthoven was het droog.
We hebben afgesproken dat we deze wandeling erin zullen houden. Daarom breng ik nu een trefwoord: dagwandeling aan.

29 april 2014

Een echte Kok

Het middelste pand is een "echte Kok"
Vorige week woensdag was ik met mijn goede vriend Peter C. de architect in Amsterdam voor een stadswandeling langs panden van de Amsterdamse school. Dat is heel bijzonder want door zijn deskundigheid word je indringend geconfronteerd met de aspecten van de architectuur. Bijvoorbeeld het "kettingverband", een manier van metselen die door de architecten van de Amsterdamse school werd gehanteerd; behoorlijk karakteristiek. Het smeedwerk op de Amsterdamse bruggen, de beelden van Hildo Krop, door Jan Wolkers bestempeld als Marxistische tuinkabouters. Het zijn allemaal détails die het genoegen van het bezoeken van de stad veraangenamen. Zo leerde ik wat een "geknipte voeg" was en vertelde ik Peter e.e.a. over de voegspijker.
Tussen alle panden stond een zeventiende-eeuws pand dat zodanig was opgeknapt dat het wel van Anton Pieck leek; het viel behoorlijk uit de toon. Eerlijk gezegd vind ik dat het mooiste; je ziet het ook veel in Brugge, een stad waarvan je niet verbaasd zou staan te kijken als de mensen daar in laat-middeleeuwse kledij op straat zouden verschijnen. Peter vertelde dat dit een pand was dat vlak na de oorlog was gerestaureerd door de architect Kok, een typische Kok dus. Deze wijze van restaureren is nu niet meer gebruikelijk. Misschien zag het pand er bij oplevering zo uit, maar een pand ontwikkelt zich ook in de tijd; een pui wordt veranderd, de kleine ruitjes zijn in de loop der eeuwen vervangen door grote. En daar houden de moderne restauratiearchitecten kennelijk rekening mee. Het moet natuurlijk geen museum object worden zo'n restauratie project; je moet herstellen wat bouwvallig is geworden of ongewenste moderniseringen verwijderen, maar niet helemaal terug naar de opleveringsvorm. Zit wel wat in moet ik toegeven.
Voor mij zijn de Anton Pieckhuisjes in het vervolg "echte Koks".
Heeft niets met Kok te maken. Een leuk kattenladdertje.

28 april 2014

Het nachtegalenlaantje

De Japanse tuin van Clingendael
Vandaag met Roos en Huib gewandeld in de duinen bij Wassenaar. Huib haalde ons op van station den Haag CS. En van daaruit kun je merkwaardig genoeg vrijwel ongestoord door een groene omgeving lopen. Via Clingendael met z'n rododendrons en z'n Japanse tuin liepen we de duinen in. Huib kent daar de weg uitstekend; het is zijn achtertuin. Voor mij zijn de duinen aldaar een pracht! Valleien met stuifzand, afwisselende boompartijen, veel struikgewas maar ook waterpartijen; erg afwisselend dus. Ik hoorde allerlei vogels die ik ook wel dacht te kunnen thuis brengen: zwartkopmees naast de bekende soorten als merel en roodborst.
Onderweg dronken we de door mij meegenomen koffie; het was mooi weer maar niet warm genoeg voor de korte broek.
Halverwege verliet Roos ons; zij had een eetafspraak voor vanavond en wilde op tijd thuis zijn. Huib en ik gingen verder en liepen het gebied Bierlap en Kijfhoek in waar Huib een toegangspas voor bezit. Waren we in het begin van de wandeling al weinig mensen tegen gekomen daar liepen we nu in alle eenzaamheid en dat vlak in de buurt van een stad met een half miljoen inwoners. Op een zeker moment, we liepen over een vrij breed pad met aan beide zijden lage, dichte struiken hoorde ik een nachtegaal en meteen een tweede, een derde en nog meer. Uiteindelijk dacht ik wel 6 nachtegalen vlak bij elkaar te kunnen horen; een schitterende vogelzang. In de Gargano was ik vorig jaar al zo onder de indruk van een tweetal nachtegalen dat tegen elkaar in zong, maar dit was wonderbaarlijk.
We hadden afgesproken dat ik bij Huib en Thea zou blijven eten; ik had Thea ook al een tijd niet gesproken. Daarna naar Joke en Pieter als die tenminste thuis waren en dat bleek het geval. Lekker Indiaas gegeten. Gezellig wat bijgepraat.
Joke was nog aan het koken; ik lepelde nog een kop soep mee en we zaten gezellig bij elkaar. Na de maaltijd liet Pieter mij de foto's zien van zijn wandeling door de ruigte van IJsland. Spannend, afzien en in één geval vond ik het zelfs huiveringwekkend. Een fantastische ervaring waar Pieter de rest van z'n leven op terug zal kijken. 

27 april 2014

Met IVN op vogelexcursie

In één van onze buurtkrantjes had ik gelezen dat het IVN hedenmorgen om 6.00 uur een vogelexcursie zou houden op landgoed Oostbroek. De nadruk zou liggen op het herkennen van de geluiden. Dat leek me wel wat. En gisteren schoot het me weer te binnen, dus niet vergeten!
Vanmorgen om 5.00 uur opgestaan; eenmaal buiten gekomen miezerde het een klein beetje, maar daarom niet getreurd; de vogels kwinkeleerden al dat het een lust was. Lichten op en met de fiets, onder het "Biltsche tunneltje", bruggetje over; net op dat moment hoorde ik een bosuil alsof hij me groette. Langs de weg naar de Uithof, door de landerijen waar ik zelfs weidevogels hoorde; wat wonen we toch mooi! Over de snelweg met de kurketrekkerbrug. Daar merkte ik dat er iemand achter me reed: "ook naar de vogelexcursie?", vroeg ik hem. Hij bleek zelfs één van de gidsen te zijn. Eenmaal op het landgoed stond er al een groepje te wachten. De groep zou later aangroeien tot zo'n vijftien man. In het donker volgde de eerste uitleg van Jaap, die naar bleek mijn vroegere overbuurman op de Parklaan was. "O, van dat gezin met die vele kinderen", zei Jaap later. Ja dat klopt, vier is wat veel har har.
Jaap leerde ons de zang van de winterkoning, de zwartkopmees, de merel versus de lijster. Het was wat nattig weer; er was niet veel te zien. Ik zag in een boom een spreeuw met een worm in de snavel, verder wat watervogels op de plas; daar voorla veel kikkergeluid.
Het is wel een heel mooi gebied dat Oostbroek. Jaap vertelde ook dat juist landgoederen met hun afwisseling en vaak wat land- en tuinbouw een grote groep van verschillende vogels aantrekt. Hij toonde ons ook een broedplaats van de bosuil. De andere gids vertelde over bomen; de es die hier veel groeit wijst op vruchtbare grond; kleiruggen, ooit afgezet door de oude Rijn. Het zijn al die verschillende gradiënten, waar ook Jap het altijd over heeft die de natuurwaarde bepalen van een gebied.
Na afloop had Jaap nog voor koffie gezorgd met een plakje koek. Helemaal af. Ik overweeg om lid te worden van het IVN. Ga me er eens op oriënteren.

26 april 2014

Koningsdag

De vrijmarkt op de Hessenweg
Het is even wennen; geen koninginnedag meer, maar koningsdag op 27 april. Na drie koninginnen maak ik dan nu voor het eerst in mijn leven een koningsdag mee. Begon goed met een echt muziekcorps door de straat. Vind ik een prachtig gezicht, zo'n keurig marcherende groep geüniformeerde muzikanten. De trommels roffelden plechtig.
En natuurlijk was er ook vrijmarkt. Zo tegen 11.00 uur bedacht ik mij dat ik maar eens wat speelgoed moest gaan inslaan voor de kleinkinderen. Roos kwam al langs met een ontzettend leuk beertje voor Evi om hier bij mij thuis mee te spelen.
Uiteindelijk zou ik drie keer naar huis moeten, zoveel had ik ingeslagen. Het begon al met een voorzitje voor op de fiets. 2 euro meen ik. En verder een brandweerwagen waarvan het verkopende jongetje zo blij was dat ik hem kocht (ook voor 2 euro meen ik). Het was zijn lievelingsauto geweest; nu was hij er te groot voor.
Boekjes, memoryspel, puzzles en nog wat knuffels; ik kan er de Kenwood doos goed mee vullen. Gezellig hoor die vrijmarkt; en aan die 27e april zal ik wel wennen.
Vroeger was 30 april een magische datum voor me; samen met m'n vriend Fred van Maanen had ik de Julianaclub opgericht die als doelstelling had om op 30 april naar Zaandam, waar mijn grootouders toen woonden te wandelen. Het wandelen heeft er bij mij dus altijd wel ingezeten.

25 april 2014

Kirke, Circe of gewoon Serse?

De enige graffitti die we zijn tegen gekomen
Ergens op de weg vonden we deze liefdesverklaring. Roos en ik dachten onmiddellijk aan de afkomst van deze naam; misschien een romantische gedachte, maar we dachten beiden direct aan Kirke, de godin met de mooie vlechten die mannen veranderde in dieren door tovenarij als verhaald wordt in Homeros' Odysseia, de zwerftocht van Odysseus.
Niet geheel toevallig had ik een paar dagen voor de afgelopen vakantie naar het land van de Lyciërs de Odysseia in de schitterende vertaling van Imme Dros weer eens ter hand genomen. Ik kan daar van smullen.
Overigens noemt Imme deze godin Kirke, maar ze is meer bekend met de naam Circe (Latijnse schrijfwijze). Onder classici (of moet je soms schrijven klassitie har har) is de uitspraak onderwerp van discussie. Het is natuurlijk niet meer te achterhalen hoe de namen oorspronkelijk werden uitgesproken; dat geldt voor klassiek Grieks wellicht nog meer dan voor het recentere Latijn. Maar het lijkt ons niet onwaarschijnlijk dat de naam Serse nog een relict is uit de tijd vóór de gedwongen exodus van de Grieken uit Turkije en is gebaseerd op de naam van de Godin met de prachtige vlechten.
En laat ik nu vandaag bij de passage zijn aanbeland waar de mannen van de slimme Odysseus in handen vallen van de tovenares Kirke. 

24 april 2014

Het dubbel gelijk van de Elsevier

Peter raadpleegt de gids van de wandeling
Vandaag had ik afgesproken met vriend Peter C. om een stadswandeling te gaan maken in Amsterdam. Dus zo rond 8.30 uur naar het station gefietst; een drukte van jewelste op het fietspad. Komt me daar zo'n snotneus op een zgn. snorscooter met een snelheid van minstens 50 km/hr inhalen op mijn helft op me af gescheurd. Ik ging direct het wandelpad naast het fietspad op om het vege lijf te redden. De klootzak roste rustig verder.
Achteraf realiseerde ik mij dat dit helemaal verkeerd voor me had af kunnen lopen. Jaren geleden vertelde Coby den B., mijn toenmalige hoofdanaliste mij een verhaal van een bizar auto ongeluk. Hier waren twee auto's bij betrokken; eveneens een inhaalmanoeuvre waarbij werd uitgeweken buiten de weg om. Echter, beide bestuurders hadden hiervoor gekozen met als gevolg een frontale botsing van de twee, naast de weg. Had mij dus ook kunnen overkomen; zo'n brutale, volgens zichzelf ongetwijfeld zeer getalenteerde bestuurder had er ook voor kunnen kiezen om het wandelpad op te gaan.
In het vervolg zal ik zeker niet meer via de Soestdijkseweg naar het station fietsen althans niet meer in de spits.
Eenmaal in de trein las ik in de Elsevier een berichtje over het gevaar van de "snor"-scooter op het fietspad; kennelijk was het zelfs al tot de politiek doorgedrongen dat het onhoudbaar is om deze keihard rijdende blauwbeborde slagschepen te mengen met de langzame fietsers. Krankzinnig gewoon.
Drukke oversteek bij het Rijksmuseum. Allemaal toeristen
Een heel interessant artikel dat ik las in die zelfde Elsevier ging over de heropening van het Rijksmuseum en vooral dat het zo veel toeristen aantrok. Nou dat was duidelijk; voor het Rijks, bij de oversteekplaats was het dringen geblazen met vooral Aziatische toeristen. Het is ongelooflijk druk in de binnenstad van Amsterdam. Heerlijke dag gehad met Peter; we hebben van alles van de Amsterdamse school bewonderd. Volgende keer gaan we verder.

23 april 2014

Ben ik nou gek?

Nog even een avondwandeling door ons bos; vaste prik, een"drietje". Het was een heerlijke zoele avond. Ik wilde eigenlijk nog even op "ons" bankje gaan zitten om van de avondstilte te genieten. Helaas zat er al iemand. Dus die groette ik vriendelijk. Tot mijn stomme verbazing keek hij mij aan maar groette niet terug. Ostentatief groette ik nog een keer en de idioot reageerde nog steeds niet. Schouderophalend verliet ik het toneel en in verbazing liep ik terug.
Verderop, aan het eind van de wandeling, bij het weiland met de Lakenvelders is ook een leuk bankje. Daar had ik ook wel even willen nagenieten. Helaas was ook dat bezet. En daar zat een dame die mij vroeg of ik wat zocht. "Nee hoor, ik kijk maar wat", antwoordde ik haar. "Je zit me zo aan te staren", was haar wonderlijk antwoord.
Een rare afsluiting van een verder heerlijke zomerse dag.

22 april 2014

Een aquaduct met een hevelwerking

Op de achtergrond het duidelijk als hevel lopend aquaduct
Met dank aan Toos voor de foto
Bij Patara, onze laatste overblijfplek bij de vakantie in Turkije waren veel Griekse, maar ook Romeinse resten waaronder een aquaduct. Elsbeth, onze weergaloze reisleidster wist te vertellen dat dit een sifon aquaduct was. En sifon betekent hevel. En inderdaad kon je zien dat het aquaduct van boven naar beneden en weer naar boven liep. De Romeinse ingenieurs hebben hier dus weer een kunststukje geleverd. Je zag enorme blokken van honderden kilo's waarin een uitsparing was gehakt en een volgend blok dat daar precies in paste. Binnen die buisvormige holte liep een buis van aardewerk.
Kunstig uitgehakte stenen. Passen in elkaar en ondersteunen
de watervoerende gebakken pijpen.
Deze stukken moeten dus waterdicht op elkaar zijn aangebracht; een kunststukje waarvan ik niet zou weten hoe je dat voor elkaar zou moeten krijgen. En dan moet je de hevel natuurlijk nog vullen ook?! Dat het geen verzakking was kon je duidelijk zien; de enorme stenen die het geheel ondersteunden lagen nog onberoerd op elkaar. Dit is nog eens duurzaamheid!

21 april 2014

Boontjes planten met Gijs

Gijs legt de boontjes
Vorige week had schoonzoon Walter me gevraagd of ik zou willen helpen met het aanleggen van een klein stukje moestuin. Hij had een strookje in de tuin waar hij wat zou willen zaaien in het kader van de bewustwording van de kinderen. Natuurlijk wilde ik dat en vandaag was de grote dag. Arja had me gisteren opgebeld om te vragen of het schikte.
Van Utrecht naar Den Haag reed geen trein vanwege werkzaamheden; over Schiphol ging net zo snel; ik was precies op de afgesproken tijd van 10.30. Arja belde nog of ik er al bijna was; Gijs had geen geduld meer; hij stond me al in de vensterbank op te wachten. Ik was er al bijna toen ze belde.
Lekker met de kleinkinderen knuffelen; Arja maakte koffie; Walter kwam terug van boodschappen doen. Heerlijk geluncht met vers afgebakken broodjes en Gelderse worst (omdat ik dat zo lekker vind) en filet Americain (vind ik ook zo lekker en koop ik nooit har har).
En hier samen met kleindochter Evi
En toen was het tijd voor de moestuin. Ik had wat bonen meegenomen van verschillende soorten; om te zaaien heeft dat de meeste kans dat het wat wordt. De grond was nou niet bepaald vruchtbaar te noemen; naast een heg, puur zand. Walter pakte de grote schep en spitte het geheel om met "hulp" van Gijs. Een gleuf gemaakt en toen heb ik samen met Gijs de boontjes gelegd zoals dat heet.
Er ging wel iets door me heen toen ik dat zo deed met m'n kleinzoon. Inmiddels bijna 30 jaar geleden deed ik dat in de moestuin op de Hoflaan samen met Joke, toen een jaar of drie, daarbij geassisteerd door "eendje kwak", haar knuffeltje; boontje onder het vleugeltje en losgelaten op de juiste plek. Gijs deed het keurig en bedekte de boontjes ook weer met z'n harkje. Walter begoot het geheel met een flinke bak water.
Ik vind het geweldig dat schoonzoon en dochter hier zo'n belang aan hechten. De afstand tussen voedsel bereiding en consumptie wordt hiermee verkleind. En de kinderen krijgen zo aanschouwelijk het proces van ontkieming en groei onder ogen. Complimenten! Doet m'n boerenhart goed.

20 april 2014

Lycische resten in Patara

Stenen boog aan de kant van de weg
Gisteren kwamen we terug gevlogen uit Turkije; een fijne vakantie maar ook weer fijn om thuis te zijn. Een enquête van SNP kon ik met tevreden gevoelens invullen. Maar eerst wil ik nog iets kwijt over de opgravingen in of liever gezegd, bij Patara. Het antieke Patara ligt veel dichter bij zee en is nog een kilometer van het huidige Patara, dat overigens veel kleiner is dan het antieke, verwijderd.
Langs de weg naar het amfitheater is een behoorlijk aantal graven, badhuizen en huizen. Ook een triomfboog siert het antieke Patara.
Het was er zo rustig; enkele bezoekers liepen tussen de antieke resten die tot ons genoegen bijzonder zorgvuldig waren geconserveerd. Steunconstructies die ervoor zorgden dat de staande constructies niet verder in elkaar konden storten. Verbodsborden en hekken die ongewenst bezoek tegen hielden, een toegangspoort met kaartcontrole (zeer laag geprijsd overigens).
Triomfboog van de heer modestus (bescheiden)
Zo stil was het 40 jaar geleden ook in Ephese waar ik toen met Lien was; de enige keer dat ik eerder in Turkije was tijdens een vakantie op Samos. Daar komen nu naar ik dacht een miljoen bezoekers per jaar. Misschien kan Patara dat ook nog verwachten.
Er stonden twee amfitheaters net als in Merida. De ene was nog redelijk intact, de andere was schitterend gerestaureerd. We doorliepen de tweede die als enige van de twee toegankelijk was en bewonderden het geheel.
Wat we ook zo fraai vonden was dat deze antieke stad nog helemaal in de oorspronkelijke omgeving lag; geen nieuwe stad eromheen, maar landerijen, bloemen, vogels; Ab zag een roodkopklauwier die voor ons poseerde op een elektriciteitskabel. Alle genoegens kwamen op dat moment bij elkaar; de vakantie kon niet beter eindigen. Wat ben ik blij dat ik geweest ben!