02 april 2011

Private William McBride



Eerder meldde ik al dat mijn vriend Dick mij met veel verschillende muziek heeft doen kennis maken. Niet alleen klassieke muziek maar ook "folk" hoorde daarbij. Diep melancholieke Ierse muziek, keltische oogstliederen, allerlei emotionele muziek hoorde daar bij. "Show your legs to the countryman", een droevig lied over een verliefd jong meisje dat niet met haar geliefde mag trouwen en zich uiteindelijk verdrinkt in de rivier net als Patsy dat deed in een NLse smartlap.
Maar het lied dat me altijd is bij gebleven betreft toch Private William McBride; een lied over een soldaat die stierf tijdens WO I.

De afgelopen jaren heb ik met vriend Peter C de slagvelden van WO I bezocht. Het treft je diep wanneer je al die begraafplaatsen ziet van die jonge mannen. Van heinde en ver kwamen zij. Niet alleen uit Europa, maar uit alle hoeken en gaten van het Britse rijk. Soms kwamen ze van de andere kant van de wereld om direct te worden ingezet op het slagveld; vijf minuten later waren ze dood. De grootste militaire waanzin die je maar kunt bedenken. En een menselijke ellende die niet voorstelbaar is. Je kunt je er iets bij voorstellen indien je het boek leest van Barthas: dagboek van een frontsoldaat. 

In dit Ierse lied over William McBride wordt op treffende wijze weergegeven hoe die oorlog voor een individu kon verlopen. Hier volgt de tekst:

Well, how do you do, Private William McBride,
Do you mind if I sit down here by your graveside?
And rest for awhile in the warm summer sun,
I've been walking all day, and I'm nearly done.
And I see by your gravestone you were only 19
When you joined the glorious fallen in 1916,
Well, I hope you died quick and I hope you died clean
Or, Willie McBride, was it slow and obscene?

Did they Beat the drum slowly, did the play the pipes lowly?
Did the rifles fir o'er you as they lowered you down?
Did the bugles sound The Last Post in chorus?
Did the pipes play the Flowers of the Forest?

And did you leave a wife or a sweetheart behind
In some loyal heart is your memory enshrined?
And, though you died back in 1916,
To that loyal heart are you forever 19?
Or are you a stranger without even a name,
Forever enshrined behind some glass pane,
In an old photograph, torn and tattered and stained,
And fading to yellow in a brown leather frame?

The sun's shining down on these green fields of France;
The warm wind blows gently, and the red poppies dance.
The trenches have vanished long under the plow;
No gas and no barbed wire, no guns firing now.
But here in this graveyard that's still No Man's Land
The countless white crosses in mute witness stand
To man's blind indifference to his fellow man.
And a whole generation who were butchered and damned.

And I can't help but wonder, no Willie McBride,
Do all those who lie here know why they died?
Did you really believe them when they told you "The Cause?"
Did you really believe that this war would end wars?
Well the suffering, the sorrow, the glory, the shame
The killing, the dying, it was all done in vain,
For Willie McBride, it all happened again,
And again, and again, and again, and again.

Posted by Picasa

01 april 2011

Landelijk EPD afgeblazen



Zojuist ontving ik een bericht van Qure, het onafhankelijk electronisch tijdschrift voor ICT in de zorg: het Electronisch Patiëntendossier (EPD) is afgeblazen. De Eerste Kamer heeft de minister een unaniem "Nee"  verkocht.
Ton Smit, de hoofdredacteur van Qure, ken ik sinds het begin van zijn activiteiten als journalist in de zorg-ICT. Zijn eerste interview als zodanig was bij mij thuis in de tuin. Ooit was ik één van de pioniers op het gebied van ICT in de zorg. Ik werkte toen bij de Stichting Samenwerking Delftse Ziekenhuizen, de SSDZ als coördinator externe communicatie. Mijn taakopdracht behelsde het versterken van de band met de huisartsen die gebruik maakten van de diagnostische faciliteiten, zeg maar de huisartsenlab. functie van het laboratorium. Voor die tijd was ik hoofd lab van het Utrechtse Huisartsen Laboratorium, de SAL, tegenwoordig Saltro geheten. Dat lab kende een ongelooflijk progressieve, zij het zeer eigenzinnige directeur, waardoor het helemaal voorop liep op het gebied van automatisering. Daar deed ik mijn eerste ervaring op het gebied van ICT op zo rond 1980.
Electronische communicatie met de huisartsen, de feitelijke klanten van de SAL was één der speerpunten. Ongelooflijk in die tijd; ik spreek over 1980-1981, ver voor er sprake was van netwerken als Viditel, laat staan van Internet. De eerste werkende (!) proefopstelling was met een acoustisch modem. Je zag de rapporten letter voor letter op de aangesloten printer verschijnen; pure magie in mijn ogen.
Bij SSDZ kreeg ik de gelegenheid om de electronische communicatie op te zetten en na enkele jaren waren alle huisartsen in het werkgebied aangesloten op een netwerk waarmee zij de laboratorium uitslagen binnen konden halen. De samenwerking met zorgverzekeraar DSW maakte dat de huisartsen reeds in een vroeg stadium beschikking kregen over een professionele PC; de netwerkfunctionaliteit werd geleverd door Medimatica Lifeline, toen nog de Stichting Medische Telematica (SMT). Tevens werd voorzien in een geautomatiseerd systeem voor de rekening administratie van de particuliere patiënten. Ja ja, toen hadden we nog tweedeling in de zorg!
Mijn volgende carriëre stap was het deftige consulentschap bij KPMG Management consultants op het gebied van ICT in de zorg. Leuke werkomgeving waar mijn deskundigheid op ICT zowel als op advies gebied toenam.
Vervolgens werd ik directeur van de DHV in de regio waar ik had gewerkt bij SSDZ. Het bestuur drong erop aan dat ik me weer stevig zou inzetten voor de ICT van de huisartsen. Het doel was vooral dat men gemak wilde hebben van de ICT en niet nog meer administratieve rompslomp.
Het eerste wat ik toen heb gedaan, we schrijven 1990, was het schrijven van een notitie onder de titel: "Huisarts en Informatisering 2000", een stuk van het niveau dat je mocht verwachten van een voormalig KPMG senior consultant. Die notitie heb ik aan allerlei instanties verstuurd, waaronder VWS. De noodzaak en de mogelijkheden van Integratie, standaardisatie, ja alles wat je maar kunt bedenken had ik er in opgenomen. Ik kreeg nog jaren later complimenten over deze nota. 
Helaas is er weinig mee gebeurd en moest ik met lede ogen aanzien dat iedereen voortging op zijn eigen eilandjes manier. "Ieder zijn eigen standaard", zei ik wel eens gekscherend. Het aantal systemen (HISsen) nam niet af; als metafoor gebruikte ik graag de spoorwegen van uit de tijd dat er nog meerdere maatschappijen waren: men beconcurreerde elkaar op de railbreedte en niet op de dienstregeling; de huisartsen bleven zich sterk maken voor hun leverancier alsof ze ermee getrouwd waren. De HIS leveranciers probeerden allemaal individueel tot nieuwe systemen te komen omdat de integratie steeds hogere eisen stelde. Dat mislukte vrijwel even zovele keren.
Uiteindelijk werd het instituut NICTIZ in het leven geroepen (ook alweer zo'n tien jaar geleden denk ik zo)  dat alle problemen zou oplossen. Op zeker moment leek het NICTIZ wel een zwart gat waar alle deskundigen uit het veld naartoe werden gezogen; de één na de ander ging bij het NICTIZ werken.
Edoch, de integratie werd gezocht op een manier die kansloos was. Het landelijk schakelpunt (LSP) werd bedacht. De complexiteit werd daardoor dermate vergroot dat een ramp onvermijdelijk was. Critici werden helaas niet serieus gehoord.
Rond 1986 heb ik een demonstratie mogen geven bij de SSDZ aan staatssecretaris Simons. Ik liet hem toen zien hoe je de electronisch verstuurde lab diagnostiek kon toevoegen aan een administratief systeem. Ook hij kon toen niet overzien dat de feitelijk integratie van de gegevens 25 jaar later nog niet gerealiseerd zou zijn. 
Natuurlijk heb ik de ontwikkelingen de laatste jaren slechts zeer terzijde gevolgd, maar vandaag zag ik dan dit berichtje van Qure: Het EPD wordt afgeblazen. Het is volkomen terecht, niet omdat het niet van belang zou zijn maar omdat de uitwerking via een LSP natuurlijk niet de juiste weg is. Een weg die wel kans van slagen heeft is via de Google technologie, waarmee naar mijn mening in no time een veilig EPD kan worden gerealiseerd.
Terwijl ik dit schrijf kan ik mijn lachen nauwelijks inhouden; hoeveel gewichtige vergaderingen zullen er in die 25 jaar niet hebben plaats gevonden; hoeveel papier is hier niet over vol gedrukt. Ik vind het leuk om dit op 1 april te publiceren vanwege het hilarische karakter van dit bericht. 

31 maart 2011

Watersnood 1916

Monument van Koningin Wilhelmina
Wanneer we het over de watersnoodramp hebben dan denken we toch vrijwel altijd aan 1953, de ramp in Zeeland. Echter, ook in 1916 is er een grote ramp geweest die vooral voor de gebieden rond de toenmalige Zuiderzee rampzalige gevolgen heeft gehad. 
Mijn familie kwam uit Oostzaan en in het eerder genoemd foto album zit een foto van een ondergelopen Oostzaan. Het eiland Marken heeft vreselijk geleden bij die overstroming; een Marker huis was van de fundamenten geslagen en op drift gegaan. Uiteindelijk werd het, met de olielamp nog aan de hanebalk bungelend, terug gevonden in een fjord in Noorwegen, aldus het verhaal dat mij ter ore kwam.
Koningin Wilhelmina, destijds aan het bewind, heeft het rampgebied bezocht. Vanuit Marken kwam voor haar het grote compliment: "en ze was heul nie groos", oftewel, "ze deed helemaal niet uit de hoogte" zoals toch een beetje van een koningin werd verwacht kennelijk. Ook uit Oostzaan kwam het bericht van haar "gewoon doen", ze had van die grote kaplaarzen aan en liet zich vervoeren op een "strontvlet",  een boerenboot waarop de koeien werden getransporteerd, teneinde de schade te kunnen overzien.
Ook de hier getoonde plaquette, die bij de haven van Spakenburg is opgesteld, doet getuige van het medeleven van onze koningin-moeder zoals mijn generatie haar heeft gekend. 

30 maart 2011

Condensstrepen boven de Bilt


In het rode licht van de opkomende zon zag ik deze week het effect van ons vliegverkeer. Aan een verder wolkenloze hemel waren de condensstrepen van de verkeersvliegtuigen duidelijk zichtbaar. De Bilt ligt toch redelijk uit de buurt van Schiphol maar het aantal strepen dat je tegelijkertijd kunt zien bedraagt toch veelal wel een stuk of vijf en dat terwijl deze toch vrij snel weer verdwijnen.
Het vliegverkeer is de laatste jaren enorm toegenomen. Het reizen naar verten is voor de moderne mens ook wel een belangrijke uiting van "vrijheid". Het zaken doen is steeds internationaler geworden. Allemaal factoren die, naast de enorme rijkdom van veel mensen, dit reisgedrag mogelijk maken. Guido Gezelle beschreef in het geciht het "Schrijverken", een klein waterkevertje (Gyrinus Natans) dat op het oppervlak beweegt alsof het door de "Brownse beweging" wordt voortgedreven, terwijl het de eeuwige naam van God schrijft, aldus Gezelle. Het gedicht getuigt van een diepe eerbied voor de natuur; bij eerste lezing schoten de tranen in mijn ogen.
Het schrift dat onze vliegtuigen achterlaat is daarentegen kaarsrecht en getuigt helaas van weinig respect voor de natuur.

29 maart 2011

Speldeprik

Trein in India. "Mag ik even naar het toilet?"

Net als vrijwel alle treinreizigers lees ook ik 'smorgens zo'n gratis krantje, bij voorkeur "De Pers", de "kwaliteitskrant" onder de gratis nieuwsbladen. Afgelopen woensdag 23 maart moest ik weer eens met de trein en pakte ik "De Pers" uit het vak. Onder de naam "DE SPELD" stond daarin een rubriek met ironische berichtgeving.
Hilarisch was het bericht over een reactie van de Indiase regering op het afschaffen van toiletten in de sprinter treinen. Dan zie je een foto van zo'n Indiase trein, die niet alleen overvol is, maar ook bovenop het dak honderden treinreizigers herbergt. Hoezo een toilet aan boord?! En dan de berichtgeving over vragen in het Indiase parlement omdat men vindt dat de Nederlandse reiziger schandalig tekort wordt gedaan. Ik zit nog te hikken van de lach nu ik dit opschrijf. Wij gedragen ons in NL inderdaad als een stel verwende pubers die bij de minste verandering al beginnen te schreeuwen. In de bus is toch ook geen toilet. De ritten van sprinters zijn niet langer dan een klein uurtje. Van Baarn naar Utrecht, de sprinter die ons dorp aan doet, is zo'n 35 minuten. De busrit van Nijmegen naar bijvoorbeeld de wereldplaats Well is ruim een uur. Kom dan maar eens om een toilet?!
Maar ook het bericht dat er geen Japanners zijn omgekomen bij een uit de lucht gegrepen treinramp bij Tienhuizen in NL terwijl er, aldus dit gefingeerde bericht, 1300 NL'ers zouden zijn omgekomen. Dit niet echt grappige, maar wel ironisch bericht wijst natuurlijk op de berichtgeving die je vaak ziet bij een internationale ramp. Direct wordt het aantal NL'ers genoemd dat mogelijk is omgekomen alsof dat van groter belang is dan al die duizenden anderen die zijn omgekomen. Tja, DE SPELD weet wel tot relativeren te bewegen.
En dan tot slot een bericht dat zo zot is dat niemand het ook maar een seconde serieus kan nemen; de vernietiging van de aarde. Dat had de redactie beter over kunnen slaan omdat het niet eens meer ironisch is maar gewoon een stom bericht.
Ironie mag ik wel en dat vond ik terug bij DE SPELD. Doorgaan zo!

28 maart 2011

Met Jac. P. Thijsse op Texel



Dit is zo'n plaatje dat direct lijkt te zijn weggelopen uit een boekje van Jac. P. Thijsse over Texel. Een met helmgras begroeide duintop in de buurt van de Koog. Aan ons werkweekend met de natuurwerkgroep Kwadijkse Vlot hebben we nog een dagje Texel geplakt. De Stay Okay, waar we het weekend met de werkgroep hadden gelogeerd ging dicht, maar we vonden een uitstekend onderdak bij Hotel Den Burg daar vlakbij in de buurt. Na een voortreffelijk ontbijt met de bus naar de Koog. Eerst nog een gewetensconflict of we nu wel of niet nog een plak speculaas zouden gaan kopen bij bakker Timmer. Wat heeft die bakker een heerlijk en autenthiek Noord Hollands gebak. Helaas geen taai taai dit keer want dat is er natuurlijk alleen in de maand december. Maar de gemberkantjes die ik vrijdag had gekocht en de speculaas waren voortreffelijk. Bij de Koog door de duinen richting de Muij. Zoals te verwachten viel was deze gesloten vanwege het broedseizoen. Maar daarom niet getreurd, maar via het strand naar de slufter. Het was prachtig weer en opkomend tij. Dat ging zo snel dat je bij iedere golfslag kon zien dat het water wat hoger kwam. Onderweg op een hoog duin kon je de Muij en in de verte de sluftervallei mooi zien liggen. De fotocollage is daarvan de stille getuige.

27 maart 2011

Insectenreservaat "De Zandkuil" op Texel



Begin twintigste eeuw heeft de bekende natuurvorser Jac. P. Thijsse onderzoek gedaan op Texel. Hij heeft daarover ook veel geschreven. Eén van de plekken die hij als natuurhistorisch van het grootste belang achtte was de Zandkuil. Destijds een zandafgravinkje waar zomers door de Texelse bevolking werd gespeeld. Voor kinderen natuurlijk een fijne plek met zand en een waterplasje en het lag lekker beschut. Thijsse zag de plek vooral als van groot belang voor insecten; zonnig, warm en open; door het afgraven waren er geen bomen die zon en warmte tegen konden houden. Het terrein werd ondergebracht bij Natuurmonumenten.
De natuur is voortdurend in beweging en wanneer je er niets aan doet dan groeit Nederland uiteindelijk dicht tot een groot eikenbos, precies zoals het er 2000 jaar geleden uitzag. Doorgetrokken naar de Zandkuil betekent het dat je flink wat onderhoud moet plegen wil je het terrein voor insecten aantrekkelijk houden. Vrij houden van hoge begroeiing, zodat de zon de grond kan bereiken; kale zandoppervlakken maken die lekker warm kunnen worden bij zonneschijn. Steilrandjes die het voor graafbijen aantrekkelijk maken om te gaan nestelen.
De natuurwerkgroep Kwadijkse Vlot gaat ter afsluiting van  het seizoen ieder jaar in maart een werkweekend naar Texel. Op de zaterdag wordt aan een tuunwal gewerkt en op de zondag wordt de Zandkuil onderhouden. Dat was dit jaar voor het tiende jaar; voor Natuurmonumenten reden om het heuglijke feit te vieren met het uitdelen van taartjes!
Hierbij vindt u een fotocollage van de activiteiten die de werkgroep ook dit jaar weer tentoon spreidde.

26 maart 2011

Een Tuunwal herstellen



Weinig activiteiten zijn zo genoeglijk als met een aantal mensen iets te creëren. En daarvan is jaarlijks sprake wanneer de natuurwerkgroep "Kwadijkse Vlot" op Texel aan het werk gaat om een tuunwal te maken. Dit jaar wordt een oude tuunwal hersteld. Het weer werkte geweldig mee. Zaterdag 26 maart leek het wel een zomerdag. Helder zonnig weer, een fris windje, dat wel en de groep ging er weer tegenaan. Het ging als gezegd om het herstel van een oude tuunwal. Misschien wat minder spectaculair dan het maken van een nieuwe, maar we moesten er flink tegenaan
Eerst moest de bestaande tuunwal worden afgevlakt en de gaten in de wal wat verder uitgegraven. 
Intussen werd de plaggensnijdmachine aan het werk gezet om nieuwe plaggen te maken. Ria mocht kou lijden achter het stuur; een precies werkje waarbij je wel voortdurend stil moet zitten. Met deze verse plaggen wordt de tuunwal weer opgebouwd. 
De tuunwal is lang geleden ontstaan op Texel toen men percelen wilde gaan afscheiden na een periode van algemeen gebruik van de weidegronden. Aangezien er nauwelijks hout voorhanden was heeft men deze wijze van afscheiding bedacht. "Echt Texels" dus!
De plaggen worden aangebracht op de romp van de oude tuunwal. In het gootje dat daardoor ontstaat wordt weer grond geschept.
Tussendoor wordt nog wel eens koffie gedronken dankzij de goede zorg van Els. Na afloop is het goed rusten. In de fotocollage staan de foto's die ik deze zaterdag maakte van de actieve werkgroep.


25 maart 2011

Voorjaar in Nederland


De lente begint dit jaar met kracht; alsof ze in de startblokken heeft gestaan tot die 21e maart, de equinox, de afgesproken start voor een nieuw seizoen. Tot die tijd wist de winter ook geen afscheid te nemen; 'smorgens legt deze nog een laatste spoor in de vorm van rijp die vooral de auto's bedekt. Die eerste dagen van de lente hebben Roos en ik de wandeling langs het Zuiderzeepad voortgezet. Niet geheel toevallig liepen deze stukken in open gebied. Dan komt de pracht van het landschap en de warme stralende zon tot haar recht. Wat hebben we er weer van genoten.
Het was ook dit genieten van de natuur dat de grote Engelse dichters als Wordsworth en Byron, maar ook Goethe aanzette tot hun poëtische wrochtsels. Net als zij kan ik me ook zo gelukkig voelen in die wijdse natuur waarvan ons land ook nog zo rijk voorzien is. Dat zou je eenieder wel in de oren willen toeteren.
Om het wat platter te zeggen: ga eens lekker wandelen in Nederland langs al die schitterende paden die zijn uitgezet door de SLAW. Het verblijf in de natuur geeft je inspiratie en is goed voor de geest! Zeker nu in het voorjaar.

24 maart 2011

Heen en weer


Bij Eemdijk, een gehucht langs de Eem, kun je met een pontje oversteken. Bij de kruising der wegen in het dorp is een café restaurant met de grappige naam Ootje Eppie. Dat is de naam van een vrouw die daar in 1924 de scepter zwaaide. Zij staat, gekleed in Eemnesser klederdracht op de foto op de gevel van het établisement. Even verderop vaart het pontje (niet op zondag!) heen en weer. Volgens de informatie die bij Ootje Eppie wordt getoond was dit pontje destijds de inspiratiebron voor drs P. voor zijn merkwaardig lied "heen en weer".
Eemdijk wordt gepasseerd door het Zuiderzeepad. Dat loopt langs de Eem. Op deze voorjaarsdag zijn de grutto's, kievieten en andere weidevogels druk bezig zich voor te bereiden op het broedseizoen. Het was weer een dag van genieten afgelopen maandag!
Posted by Picasa

23 maart 2011

Een zucht in de tijd

Hoe betrekkelijk een leven is, werd mij afgelopen zondag weer eens duidelijk. Bij het opruimen van het ouderlijk huis van Roos stiet men op een enveloppe met daarin een plukje haar van een aan kroep overleden kind. Het betrof een jong overleden familielid waarvan het verhaal nog wel circuleert; het is me ook niet wat wanneer iemand op zeer jonge leeftijd overlijdt. Dat blijft je lang bij!
Ook mijn grootmoeder had mij vaak het verhaal verteld van Tonnie. Zijn achternaam heb ik in de loop der decennia vergeten. Ook Tonnie was overleden aan kroep. Welke ziekte dat nu precies is zou ik niet weten maar verstikking is de uiteindelijke doodsoorzaak. Mijn grootmoeder beschreef destijds (ik was zelf een jaar of 10 toen ze mij dit voor de eerste keer vertelde) hoe Tonnie was gestorven. Het benauwde gehijg kon je beneden aan de trap horen.
Twee verhalen, twee jonge kinderen die verder vrijwel zonder spoor achter te laten het aards toneel moesten verlaten.
Maar vergaat het ons allen niet vergelijkbaar? Wie weet nog een bijzonderheid van een overgrootouder? Van een betovergrootouder? Een gezegde dat ik ooit vernam is dat wanneer niemand meer weet hoe je stem klonk, dat je dan definitief dood bent, althans vergeten. Bij het doorbladeren van de familiealbums denk ik wel eens dat je definitief bent verdwenen wanneer niemand meer weet wie er op die foto staat.
In ieder geval mogen we er toch wel van uit gaan dat we als individu slechts een zucht in de tijd zijn. Maar wel een fijne zucht om mee te mogen maken vind ik!

22 maart 2011

Volle maan



Het was 21 maart niet alleen maar de equinox, d.w.z. dat dag en nacht over de hele wereld even lang duren, maar tevens volle maan. Bovendien stond de maan dichterbij dan ooit. 
Ik dacht vroeger altijd dat de maan in een preciese cirkel rond de aarde draaide, maar dat is kennelijk niet het geval met als gevolg dat zij soms dichterbij staat zoals heden het geval was. Roos had me er al op attent gemaakt, maar ik had de maan nog niet ontwaard, tot vannacht. Toen ik voor een sanitaire stop uit bed kwam, was de kamer geheimzinnig verlicht door de volle maan. Ferm stond zij aan de hemel; een beetje gelig leek het wel. En vanmorgen om half zeven stond ze nog steeds stevig aan de hemel.
Het was opnieuw koud met rijp op de auto's en een stevige rookpluim uit de schoorsteen van de school zodat de leerlingen het straks niet koud zullen hebben.
Het fenomeen is natuurlijk niet zo spectaculair als een zonsverduistering, maar toch! 
Wat ik altijd zo'n wonderbaarlijk gezicht vind is als je zon en volle maan tegelijk in beeld hebt. Dat gebeurde mij een keer op een fraaie zomeravond toen ik aan zee was. Ik stond op het duin en zag beide helder stralen. Een schitterend fenomeen.
Posted by Picasa

21 maart 2011

Equinox

Gisterenmorgen liep ik al om half acht 'smorgens vroeg door mijn geliefde Noord Houdringhe bos, ingang bij de IJsbaan. Het was koud en helder; op het grasveld lag rijp. In de nog maar nauwelijks opgekomen zon lag het gras er prachtig helder wit bij. Het gekwinkeleer van de baltsende vogels en het kloppen van de spechten op de bomen weerklonk. Een tweetal koeien uit de Lakenvelder kudde loeide hartstochtelijk om een stier te lokken. Als dat bij boer Dirk in de stal gebeurde meldde hij altijd geruststellend dat hij de KI al had gebeld. Je kunt die arme dieren toch niet ongedekt laten. Echter wel onze Lakenvelder kudde. De eigenaar van de kudde wil geen uitbreiding omdat het weiland onvoldoende voedsel geeft voor een grotere kudde. Het is waar dat het heel arme grond is en dat er maar weinig en dan nog weinig voedzaam gras groeit. Maar voor die koeien is het erg onnatuurlijk om niet gedekt te worden, maar dit alles ter zijde.
Ik ging nog even op mijn favoriete bankje zitten. Inmiddels was de zon verder op gegaan. Ik liep terug naar huis en zag het fraaie fenomeen van de "witte schaduw"; daar waar de laagstaande zon de grond kon bereiken was de rijp verdwenen. Maar daar waar de bomen hun schaduw gaven was de rijp gebleven  als een witte schaduw.
Vandaag, 21 maart, begint de lente. Het is de equinox, de zon staat precies boven de evenaar, de dag is precies zo lang als de nacht, vandaar equinox.
Het lijkt erop dat we na een lange en koude winter nu een fraai voorjaar tegemoet gaan.

20 maart 2011

Marialaach



Jaren geleden maakten we kennis met een deskundige op het gebied van de kerk in de vroege middeleeuwen: Gangolf Schrimpf, Roos had een verhaal uitgewerkt dat speelde in die tijd en dat speelde in Fulda. Bij die gelegenheid vertelde dhr Schrimpf ons dat de kerk van Fulda (met daarin de stoffelijke resten van Bonifacius die bij Dokkum werd vermoord) niet de oorspronkelijke kerk was. Daarvan bestond echter wel een identiek exemplaar bij Marialaach.
Nu kende ik het Marialaach. In een vakantie met mijn ouders, samen met Lien, zag ik voor het eerst dit reusachtige kratermeer. Het was bij die gelegenheid mistig; het donkere water lag er wat geheimzinnig bij. Maar na het verhaal van dr Schrimpf wilde ik dat kerkje ook daadwerkelijk zien. Je kon er redelijk in de buurt komen met een treintje en van daaruit lopen. En daar lag het kloosterkerkje in al haar prachtige eenvoud. Je kon je heel goed voorstellen hoe daar in de middeleeuwen de monniken rondliepen. Overigens waren aldaar ook toen nog monniken en kon je CD's kopen van hun Gregoriaanse liederen. Tja, wat moet je daar tegenwoordig van denken al die alleengaande mannen. Wat is de kerk in een vreemd daglicht komen te staan de laatste paar jaren. Jammer.


Posted by Picasa

19 maart 2011

Watervoorziening



Tot ergens in de zeventiger jaren van de vorige eeuw werd van deze voormalig Romeinse infrastructuur gebruik gemaakt voor de watervoorziening van Segovia. Dat is pas duurzaamheid. De Romeinen hebben heel lang in Spanje gezeten nadat de Carthagers en de autochtone Spanjaarden waren verslagen en onderworpen. Na vertrek van de Romeinen heeft Spanje een mengcultuur gekend met de Arabieren. Die werden er aan het eind van de middeleeuwen weer uitgegooid door Ferdinand en Isabella zo ongeveer in de tijd dat Spanje erop uit trok naar Amerika en dat veroverde op de Inca's. En al die tijd stroomde het frisse water vanuit de bergen naar Segovia. Ook tijdens de roerige tijden die Spanje heeft gekend in de 20e eeuw. Maar nu staat het gootje leeg. Er lag alleen een leeg blikje, maar er stroomde geen water meer door. Je valt toch wel stil van bewondering voor het Romeinse vernuft als je een dergelijk construct ziet. Ik wel tenminste.
Posted by Picasa

18 maart 2011

Snorremans



Eens in de zoveel jaar laat ik mijn snor groeien; ik kan het gewoon niet laten. De eerste keer was dat jaren geleden toen we met het gezin met vakantie waren op Texel. Misschien had ik wel m'n scheermes vergeten of was er geen warm water of was ik gewoon te lui om me te scheren, maar ik liet mijn snor staan. Ik zat er voortdurend op te bijten en ik kreeg er een wat scherp (anderen zeiden een fanatiek) gezicht door. Het stond me niet, dat vond ik zelf ook wel, maar toch, een snor. Totdat Lien, die ik al zoveel jaren kende mij ontwaarde met snor en wel in een zo onbedaarlijke lachbui uitbarstte dat ik dacht: "daar gaat m'n snor", en jawel, die zelfde dag nog heb ik hem eraf gehaald. Maar vorig jaar was het weer zover en heb ik niet alleen m'n snor maar ook m'n baard laten staan. Veel baardgroei heb ik niet, dus het woord baard is misschien wat overdreven.
Maar toen ik dit beeld zag van een hoogwaardigheidsbekleder uit vroeger jaren met een martiale snor kon ik het niet laten om dit dubbelportret te laten schieten. Met enige zelfspot, dat wel.
Mijn dochter Joke vond me maar een zwerver met dat ongeschoren gezicht en toen het baardje en snor er eenmaal was afgeschoren kreeg ik dergelijke opmerkingen wel meer. Volgens mijn vriend Peter C zag ik er ouder uit. Het zal wel de laatste keer geweest zijn denk ik. Wat blijft, is deze grappige foto.
Posted by Picasa

17 maart 2011

Een oude foto


Via mijn ouders heb ik een paar oude fotoboeken van mijn grootouders verkregen. Tijdsdocumenten met afbeeldingen waarvan vrijwel niemand meer weet wie erop staan, laat staan wat er toen gebeurde. Ik heb mij tot taak gesteld om, via mijn Blog, in ieder geval die foto's met de verhalen die erbij horen te publiceren. Dat doe ik natuurlijk in de hoop dat één van de nazaten daar enige belangstelling voor zal hebben en de verhalen niet geheel teloor zullen gaan. Wat mij daarbij drijft is ook mij niet duidelijk, maar het zal wel het zelfde zijn als waarmee mensen veel tijd en energie steken in het achterhalen van namen van hun voorouders.
Deze foto is mij dierbaar; een klein manneke, het eerste kleinkind van de grootouders van mijn vaders kant: dat was ik zelf. Met klompjes aan, een blauw vestje en een kort broekje. Vlak na de oorlog, waarschijnlijk in 1950 gemaakt gezien mijn leeftijd op dat fotootje.
Op die bank zijn veel familiefoto's gemaakt. Leuk détail is dat je de verfspetters op het raam telkens kunt herkennen. In die tuin, tussen het grind lag een grote kei, althans als kind vond ik hem erg groot. Die was door mijn grootouders meegenomen van een buitenlandse reis. Dat klonk voor mij als kind bijzonder geheimzinnig. Later, toen ik een jaar of tien was, mocht ik een keer mee met mijn grootouders naar het buitenland, België. Nou, dat was wat, daar moest je een toeristenkaart voor aanvragen. Zelfs mijn ouders hadden in die tijd geen paspoort. Het buitenland was voor de meesten toch Terra Incognita. Kom daar tegenwoordig maar eens om!? Men gaat naar Australië, Nieuw Zeeland, want verder kan helaas niet, anders werden dat vast de vakantie doelen.
Posted by Picasa

16 maart 2011

mp3 speler

Een draagbare muziekspeler is niet meer weg te denken in onze maatschappij. De eerste keer dat ik er één zag was pakweg in 1980. Een oude kennis van ons, Eckart, zat op de rand van het zwembad in Les Lavandes met een koptelefoontje op z'n hoofd en een apparaat met daarin een muziektape; hij zat vals mee te zingen.
Dat leek me wel wat zo'n draagbaar muziekapparaat. Maar ik vond ze nog wel te duur. Ongeveer 300 gulden toen nog. Maar een poosje later had Blokker er één te koop voor vijftig gulden en die heb ik toen gekocht. Je kunt dat rustig vergelijken met ruim 100 euro van nu, dus niet echt goedkoop. Het was een apparaat van niks; de muziek werd vals afgespeeld omdat het motortje niet regelmatig draaide. Kortom, geen gehoor. Weggedonderd dus. Maar later kwam Sony met de Walkman. Daar heb ik er eentje van gekocht, een roze weet ik nog, net als m'n huidige PC, en die heb ik wat gebruikt. Dankzij mijn vriend Dick had ik in die tijd m'n smaak voor klassieke muziek sterk opgerekt. Dick voorzag mij van tientallen met prachtige muziek gevulde tapes. Daar heb ik Mahler, Bach, Schubert en noem maar op van leren kennen. In die tijd forenste ik; in de ttrein kon ik niet goed naar muziek luisteren, daar las en studeerde ik vooral en rustte wat uit na de werkdag. Maar de combinatie van muziek en lange afstandswandelen heb ik toen leren waarderen.
Die tapes moest je altijd halverwege omdraaien. Zelfs nu, na meer dan twintig jaar weet ik nog bij bijvoorbeeld de Matheus passion, waar ik vroeger de tape moest omdraaien.

Een tape, daar moet je nu eens om komen. We hebben inmiddels de diskman achter de rug en hebben de mp3 speler. Onlangs heb ik er een stuk of wat van gekocht voor 10 euro per stuk bij de Mediamarkt. Het enige nadeel vind ik dat je ze zo makkelijk kwijt raakt omdat ze zo klein zijn. Maar de vooruitgang vind ik weergaloos! Kwaliteit van de weergave en kwantiteit van de muziek die erop past zijn niet te bevatten.

15 maart 2011

Slow Food en de Bridge club

Het is als jongere oudere toch wel bijzonder wanneer je in een club wordt onthaald als "jong lid". Maar dat overkwam ons destijds toen we lid werden van de Bridgeclub. Het is waar dat de gemiddelde leeftijd vaak behoorlijk hoog is. En dat terwijl in mijn studententijd bridgen echt een sport was voor jongeren. Maar die zijn het enthousiast blijven doen terwijl er kennelijk weinig instroom aan jongeren was. Die zijn inmiddels toch vooral met computerspelletjes bezig. Overigens kan het bridgen ook via de computer worden beleefd. De grootste bridgeclub is de computer bridge club, stepbridge. Kan ik iedere bridger aanbevelen!
Maar dat heeft allemaal niets te maken met Slow Food. Want Slow Food staat voor het behoud van ons culinair erfgoed. En waar is de echt Hollandse keuken beter gedocumenteerd dan in de ervaring van de oudere vaderlandse dames. En die zijn behoorlijk vertegenwoordigd in de club. En zo tussen het bridgen door en vooral na afloop van een competitieavond kom je over van alles te spreken. Zo sprak ik één der dames, Gré genaamd, naar haar eigen zeggen al 80 jaar oud, (maar dat zou je niet zeggen) over lekker eten. Zij had een recept voor kastanjesoep en vertelde mij daarover de bereidingswijze. Ik proefde al in mijn gedachten de rijke smaak en heb de volgende dag direct op de markt de nodige ingrediënten gekocht. Kastanjes had ik nog in huis, afkomstig van onze laatste trip naar Galaroza, Andalucia. Het resultaat was fantastisch. Ik zal in een volgend Bloggie het recept weergeven.
Maar nu kwam ik op het idee om meer van de oudere dames op de club te vragen naar hun favoriete receptuur. En daar heb je dan het vastleggen van ons culinair erfgoed en de relatie met Slow Food. Want plastic verpakte rommel uit de super komt er vast niet aan te pas! Ik houd u op de hoogte.

14 maart 2011

De aardappeltjes van Columbus



Tenerife en La Gomera zijn fantastische plekken om te zijn, vooral in de winter. En dat niet alleen maar vanwege het heerlijke weer. Overigens kan het er geweldig waaien en regenen. Maar de gedachten aan de zon voeren toch meestal de boventoon. Maar bovendien kun je erg lekker eten op de Canarische eilanden. Er is een speciale, heel oude culinaire cultuur met gebruik van aardappels. Hier ziet u op de foto tal van originele aardappels. Die werden destijds meegenomen van de Andes. Columbus en zijn kornuiten hebben het eerst de Canarias weer bezocht en daar de aardappeltjes achtergelaten. Bij alle gerechten krijg je aardappels, gekookt in de schil en een laagje zout eromheen. Heerlijk!
Posted by Picasa