24 mei 2012

Het verblijf in de Dordogne

Roos zit op mij te wachten voor het ontbijt.
Hotel Au bon Acceuil te Limeuil
Een heerlijke vakantieplek die Dordogne en dat zie je ook terug in de verblijfsmogelijkheden. Tal van hotels maar ook Chambres d'hôtes en apartementen zijn gaarne bereid om de tourist te ontvangen. We hadden er een klein beetje over in gezeten of we rond Hemelvaartsdag geen problemen zouden ondervinden om iets te vinden. Daarom had ik voor de eerste dagen al gereserveerd. Maar al vanaf onze eerste wandeling op de aankomstdag bleek dat er overal nog plek zat was. Zo kwamen we in de buurt van Lalinde, op de route naar Couze op het landgoed Bellevue dat met een groot bord aangaf dat er apartementen waren. Het zag er leuk uit dus we zijn even gaan kijken en werden allerhartelijkst ontvangen door Claude en Ghislène, de eigenaars. Prachtige oeroude muren, uit de dertiende eeuw, een zwembad en een fraaie wandelomgeving. Tja, wij zijn trekkers en hebben niet zo veel met zo'n vast verblijf, maar het zag er heel aantrekkelijk uit. Verderop iets wat meer van onze gading een boerderij met Chambre d'hôtes en Table d'hôtes. Daar kun je ongetwijfeld voortreffelijk eten. Maar ook de tweede dag vonden we onderweg een geitenboerderij, la Ferme de Fouliouze, waar we overheerlijke kaas hebben gekocht en ook daar kon je overnachten en ze hadden volop plek..
Maar wij hebben de eerste nacht in Lalinde doorgebracht in Hotel du Perigord. Ook in Limeuil waren we slechts één nacht, maar daar hebben we een diner genoten waar het water me nog van in de mond loopt. Het Hotel Au bon Acceuil ken ik al lang; met de huidige eigenaars heb ik leuk kontakt met name vanwege de receptuur van de crême brulée. Van Valérie, de eigenaresse heb ik de receptuur verkregen. Ik had nog een probleem met het branden van het suikerlaagje en dat heeft ze me nu in de praktijk geleerd. Ze kwam met brander en crêmes aan tafel, toonde mij welke (zeer groffe!) rietsuiker ze hiervoor gebruikte en hoe het branden ging. De tweede mocht ik zelf branden. Het ging voortreffelijk en nu hoop ik toch dat het thuis ook allemaal goed zal lukken.
Op de ochtend van het vertrek nog snel een foto
voor hotel Le Cygne in Le Bugue.
Vervolgens hebben we twee dagen doorgebracht in hotel le Cygne in Le Bugue, leuk Logis de France hotel met een goede keuken; alleen een beetje gehorig. En toen kwamen we in Belvès waar alle hotels vol waren. Tja wat nu. Wel, bij de Information Touristique bleek dat er Chambres d'hôtes waren vrijwel in het centrum. We konden er terecht en hebben het zeer naar ons zin gehad aldaar.






23 mei 2012

Dietrich Fisher-Dieskau

Dietrich Fisher-Dieskau zingt Schuberts liederen

Het was tijdens de muziekles op de HBS dat ik kennis maakte met deze fabelachtige bariton. Onze docent muziek, de heer Barbé (mijn vriend en voormalig klasgenoot, Peter C. wist  nog hoe deze bevlogen man heette), liet ons "Der Erlkönig" van Schubert in de uitvoering van Fisher-Dieskau horen. Een buitengewoon aangrijpend gedicht van Goethe, getoonzet door de meester componist Franz Schubert. Het handelt over een vader met in zijn armen een doodziek kind. Zij rijden te paard richting het kasteel waar hulp voor het zieke kind te verwachten valt. Onderweg ijlt het kind en ziet "der Erlkönig", die hem wil halen.
In de NRC van afgelopen zaterdag die ik afgelopen maandag in de trein vond stond een necrologie over Dietrich: "Een bard als hij staat maar zelden op", je kunt over deze musicus slechts in superlatieven spreken. Helaas, hij is niet meer onder ons.
Maar wat ik u niet wil onthouden is de wijze waarop redacteur Mischa Spel de zang van "deze bard" in het lied "Der Erlkönig" beschrijft: citaat:
hoor ze voorbijkomen: de ijlstem van het zieke kind, de geruststellende bassende vader, het voze gelispel van de elfenkoning die het kind tenslotte grommend het schimmenrijk in sleurt.
Einde citaat.
Terwijl ik dit Bloggie schrijf zit ik naar de uitvoering te luisteren en krijg opnieuw kippenvel, zoveel doet het mij. Zo was het precies toen ik het lied voor het eerst beluisterde op veertienjarige leeftijd daar op het HLW aan de Johan Huizingalaan in Amsterdam. Mijn ouders hebben toen het 45 toeren plaatje gekocht met op de achterkant "Die zwei Grenadiere" van Robert Schumann, eveneens gezongen door Fisher-Dieskau.
Fisher-Dieskau en Kathleen Ferrier hebben de basis gelegd voor mijn liefde voor het lied als kunstvorm. Dank daarvoor!

22 mei 2012

De bloemen van de Dordogne

Een bijenorchis tussen
de grassprieten.
De Dordognestreek kenmerkt zich door een bijzonder rijke flora. De eerste keer dat ik er kwam (1980) stonden er bij Les Lavandes, het vakantieadres van mijn ouders, zo veel bijen-orchissen, dat ik nauwelijks uit de auto (ja ja, die had ik toen nog) durfde te stappen. Ik dacht dat het bloemen met bijen waren, maar het zijn wilde orchideeën met bloemen die merkwaardig sterk op bijen lijken. Die streek zo rond Les Lavandes, vlakbij St. Alvère, kenmerkte zich toendertijd door een enorme variëteit aan orchideeën; dat lijkt nu toch wel minder hoewel het natuurlijk ook aan de lokale variatie van het weer kan liggen. De afgelopen vakantie hebben we weer tal van soorten mogen waarnemen tussen het struweel. Maar daarnaast een veelheid aan de minder zeldzame soorten; de kuifhyacint, margrieten, rolklaver, korenbloemen en noem maar op. Het was een feest om langs de bermen te lopen. Ook in de bossen tussen de bomen groeiden tal van schaduwminnende soorten.
Al wandelen bleven we ons maar hardop verwonderen over de schoonheid van de flora en de geuren die opstegen. Lavendelstruiken, lindebloesem en veldbloemen roken ons tegemoet. En dan die stilte langs de weggetjes, door de velden en de bossen. De Dordogne is bepaald een vochtige streek: het regent er veel; ook in deze vakantie ontkwamen we niet aan enkele buitjes maar we hadden wel alle geluk van de wereld want de weken voordat wij kwamen had het langdurig en zwaar geregend. Je kon het zien aan de stand van de Dordogne en de Vézère; het water stond behoorlijk hoog. Overigens kon het nog veel hoger zo zagen wij aan de aftekening van extreme waterstanden onder de brug van Le Bugue. Maar Cruijff zei het al en het voordeel van dit nadeel is wel die schitterende flora en de daarbij horende (insecten)fauna.

Graslathyrus (rode bloemetjes)
We hebben actief gespeurd naar de graslathyrus; we hadden er zelfs een wedstrijd van gemaakt en ik meen dat ìk die uiteindelijk heb gewonnen. Op de tweede wandeldag, in de buurt van Limeuil vond ik een behoorlijke concentratie van deze kleine, bescheiden lipbloemige, volop in bloei. Op de uitsnijding die ik van de foto heb gemaakt kunt u de rode bloemetjes met enige moeite onderscheiden.
Tot zelfs langs de weg naar het vliegveld, gisteren, stonden de bloemen ons na te wuiven: tot een volgende keer!

Langs de weg, vlakbij het vliegveld staan de (koren)bloemen

21 mei 2012

150 kilometer Dordogne

Cultuur en natuur; de Vézère en de Dordogne
komen bij Limeuil bij elkaar
Vandaag zijn we weer terug gevlogen uit Bergerac na een week wandelen door de Dordogne. En we hebben wat afgewandeld!
Vorige week maandag zijn we na aankomst direct met een taxi naar Lalinde gegaan. We waren zo rond half vijf daar en hebben direct een rondwandeling gemaakt van 18 kilometer op de GPS. De volgende dag vroeg vertrokken naar Limeuil, hotel Au bon Accueil; een wandeling van 32 kilometer; dat traject had ik een paar jaar eerder ook in m'n eentje gewandeld maar toen in tweeën geknipt. Woensdag 25 kilometer van Limeuil via Les Lavandes, ooit het vakantieplekje van m'n ouders, naar Le Bugue, hotel Le Cygne. Donderdag, hemelvaartsdag eerst met het treintje naar Les Eyzies en terug gewandeld naar Le Bugue, totaal ook 25 kilometer. Vrijdag met de trein naar Belvès en daar direct een prachtige rondwandeling gemaakt, totaal opnieuw 25 kilometer. Het wordt saai, zaterdag een andere rondwandeling bij Belvès, totaal 20 kilometer; aan het eind begon het te regenen; vanwege de dreigende lucht hadden we het te lopen traject (gelukkig) ingekort. Zondag een beetje rustig aan gedaan, zo'n 10 kilometer vanwege het slechte weer en met de trein terug naar Lalinde. En dan vandaag naar Bergerac met de trein en wat rondgelopen in de (zeer onaantrekkelijke) stad en naar het vliegveld gelopen, totaal ook 10 kilometer.
En u zult het niet geloven lezer, maar we hebben ervan genoten! De prachtige natuur en cultuurschatten maken die wandelingen tot een feest. En je voelt je zo sterk als je dit nog redt op middelbare leeftijd.

20 mei 2012

Stekelbaarsjes vangen

Vissen in de kleine Dommel
Wanneer ik mijn natuurbelevings activiteiten in Strabrecht mag vertonen bij Staat Bos Beheer dan heeft de hier gedemonstreerde activiteit, het vissen in de kleine Dommel mijn voorkeur. Dat geldt ook voor de kinderen; daarom bewaar ik dit ook het liefst voor het laatst. De kinderen hebben dan iets om naar uit te kijken. Je hoopt altijd maar dat ze ook iets vangen; soms vangen ze niks en soms vangen ze de meest onverwachte beestjes. Verschillende soorten vis maar vooral ook waterinsecten. Die zien er soms heel eng uit zoals de waterschorpioen, een volstrekt onschuldig diertje. Ik probeer altijd om de kinderen de angst voor deze dieren weg te nemen. Natuurlijk pak ik ze dan zelf en laat ze uitgebreid zien. Soms durven de kinderen het ook zelf; het zijn vooral de kinderen die bekend zijn met de natuur die dat uit zichzelf durven en helaas zijn dat er niet zo veel. Velen vinden het eng of vies.  Mijn triomf is groot als een kind de angst overwint en in volle overtuiging zelf de diertjes uit het netje vist en in een aquarium doet.
U kunt op de foto zien hoe de kinderen van deze activiteit genieten.

19 mei 2012

St Alvère

Fraai doorzicht in het bos aldaar
Inmiddels kom ik al zo'n 35 jaar in de Dordogne, het favoriete gebied van mijn vader. Mijn ouders hebben daar een aantal keren een appartement gehuurd in Les Lavandes bij St Alvère, een klein plaatsje aldaar. Le Bugue was de centrumplaats. Achter Les Lavandes begon een fraai bosgebied met korstmossen, baardmossen en heel veel verschillende orchideeën. Mijn vader haalde er zijn hart op met het vinden van allerlei bloemen. Zijn favorietje was wel de graslathyrus, een bescheiden, roodbloeiende vlinderbloemachtige, met piepkleine boontjes. Als ik er exemplaar van vind dan moet ik altijd aan mijn vader daar in Les Lavandes denken.
Ik kan het als nostalgicus ook niet laten om zo om de twee tot drie jaar terug te gaan naar dit gebied en dan zit ik graag even te peinzen in dat weitje van mijn vader met die wilde bloemen dat voor mijn vader een paradijsje betekende. Hij kon daar uren doorbrengen terwijl mijn moeder lekker onder het afdakje van het appartement zat te genieten.
Boerderij in de buurt van Les Lavandes
Ik mag graag logeren in hotel Le Cygne in Le Bugue en dan wandelen via Les Lavandes naar St Alvère en weer terug; heerlijk om dan terug te denken aan die paar keer dat ik daar ook samen met mijn vader was. We gingen een keer samen naar een geheimzinnig kasteel met de naam: La Plumardie. Het was totaal verwaarloosd, enigszins vervallen; het had een toren zoals veel huizen in de Dordogne en daar lagen twee dode uilskuikens; had ik nog nooit gezien. Nu is het een modern vakantiecomplex en geheel hersteld. Ziet er fris geschilderd uit en is niet meer geheimzinnig.
Deze week zijn Roos en ik in dit gebied en gaan we het ook bezoeken deo volente.

18 mei 2012

Canal du Midi

Sluizencomplex in het canal du midi
Tussen mijn oude foto's vond ik nog een serie die gemaakt is tijdens een tochtje naar Béziers in Zuid Frankrijk. We bezochten bij die gelegenheid Sète maar we liepen ook langs het canal du midi, dat uitkomt in de Middellandse zee in de buurt van Agde. Op de kaart zie je het lopen; door een zomers vaak gortdroog gebied. Ik heb me dan ook steeds afgevraagd hoe dat er uit zou zien. Nou, dat viel helemaal niet tegen. Allereerst een enorm sluizencomplex maar ook verstilde lange stukken met bomen die rustig naar hun eigen spiegelbeeld staan te kijken. Zo te zien wordt het kanaal nauwelijks meer gebruikt voor de scheepvaart, net als veel kleinere kanalen in NL. Vanuit Béziers kon je rustig langs het kanaal verder lopen waarbij je dit sluizencomplex passeerde. Een goed beloopbaar jaagpad voerde door de rustige vlakke streek aldaar. Het was winter maar niet echt koud. Op het keerpunt hebben we lekker gegeten.
Béziers, een oude Romeinse stad had afgezien van een boerenmarkt niet zo gek veel te bieden.
Verstilde bomen langs het kanaal

17 mei 2012

Insecten inventariseren in Hengstdijk

Entomologen achter hun microscopen
Vorig jaar om deze tijd was ik aanwezig bij de zomerbijeenkomst van de NEV. Dat jaar was het de bedoeling dat het inventariseren van het gebied, in dit geval een aantal natuurgebieden in Zeeuws Vlaanderen, in samenhang zou gebeuren zodanig dat enige indicatie omtrent de ecologische kwaliteit kon worden verkregen. De gedachte was dat de aanwezigheid resp. afwezigheid van bepaalde insectensoorten daarvoor de basis zou kunnen vormen; een forse ambitie.
De meeste amateur-entomologen zijn vooral geïnteresseerd in een bepaalde soort en proberen die zo veel mogelijk te verzamelen; zij zijn specialisten op die soort en kunnen alle ondersoorten van elkaar onderscheiden. Dat is bepaald geen sinecure. Verder kennen zij de eisen die een insect aan zijn omgeving stelt. De gedachten betreffende het indiceren van de ecologische kwaliteit hangen hier uiteraard mee samen.
Daar in Hengstdijk zaten velen na afloop van een dag van verzamelen al voor te sorteren achter hun meegebrachte binoculairen, laag-vergrotende microscopen waarmee insecten goed in beeld kunnen worden gebracht.
Macro foto's maken in het veld
Andere entomologen maken gebruik van specialistische foto apparatuur om insecten zo goed mogelijk in de eigen habitat vast te leggen.
In één van de gebieden was sprake van een heel bijzondere grondsamenstelling. De gelaagde structuur was enig in zijn soort in NL. Een zelfbenoemde "beheerder" was het er dan ook helemaal niet mee eens dat wij (met toestemming van de echte beheerder) aldaar de insecten verzamelden en fotografeerden en maakte ons dat schreeuwend duidelijk. Het was een wat hilarisch einde van het onderzoek aan dit interessante gebiedje (zie onderste foto).



16 mei 2012

Vereniging Vrienden van het Lied

Henriëtte Feith, sopraan

"Het lied" heeft zich een warm plekje bij mij veroverd. Roos en ik hebben jaren lang gezongen; Schubert, Schumann en Mozart waren belangrijk onderdeel van ons repertoire. Daarnaast was Roos ook actief lied bij de Vereniging Vrienden van het Lied; deze vereniging stelt zich ten doel jonge solisten een podium te verschaffen voor het uitvoeren van liederen.
Regelmatig ging ik mee naar uitvoeringen; meestal huisconcerten waar jonge zangers de liedkunst vertolkten. Leuk, gezellig, informeel; daar houd ik wel van, dus ben ik zelf ook lid geworden om het doel te steunen en deel te kunnen nemen aan de uitvoeringen.
Afgelopen zaterdag was er algemene ledenvergadering met na afloop een concert van Henriëtte Feith, sopraan en luitist David van Ooijen op theorbe (een soort luit). Zij voerden liederen uit van Francesca Caccinni, Constantijn Huygens en Pieter Cornelis Hooft. De sfeer van Monteverdi en Dowland klonk uit deze sprookjesachtige muziek die zo glaszuiver werd uitgevoerd dat het mij ontroerde. Heerlijk om naar te luisteren zo op m'n 64e verjaardag in het kerkje van Bunnik. En daarna weer rustig naar huis gefietst door het voorjaarslandschap met fluitekruid en boterbloemen; helemaal in de sfeer van de 17e eeuwse muziek die we hadden gehoord.

15 mei 2012

Marinus Fonteijne, mijn overgrootvader

Marinus Fonteijne (1869-1902)
Veel weet ik niet over hem te vertellen; het belangrijkste komt uit het document dat ik verkreeg van mijn aangetrouwde achterneef Karel deV. Marinus werd geboren op dinsdag 23 februari 1869 in Zierikzee; hij overleed op zondag 7 december 1902 om 9:00 uur in Amsterdam, 33 jaar oud. Hij woonde in  De Wittenstraat 38 in Amsterdam en tot 1902 om de Oosterburgervoorstraat 35 in Amsterdam. En hij trouwde, 20 jaar oud, op woensdag 5 februari 1890 in Amsterdam met Hendrika Landman.
Toen hij stierf was mijn grootmoeder slechts 9 jaar oud, net zo oud als mijn moeder was toen haar vader stierf.
Het enige wat ik van Marinus overgeleverd heb gekregen is dat hij had geschaatst en na het schaatsen een koud glas bier had gedronken. Daar zou hij aan zijn overleden, aldus mijn grootmoeder van moeders kant.
Wat een enorm verschil met mijn andere overgrootouders die in ieder geval allen de 55 jaar haalden en de meesten meer dan 70 met als uitschieter 97.
Deze foto is voor zover ik weet het enige dat nog van hem resteert. Misschien komt het door de snor maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat mijn broer Jan veel van hem weg heeft. Ben benieuwd wat Jan daar zelf van vindt. In de stand van de ogen zie ik ook iets terug van mijzelf.

14 mei 2012

Kalf nr 5757

Hier sta ik als boerenknecht
Een paar jaar geleden werkte ik regelmatig als vrijwilliger bij boerderij Boom en Bosch; ik hielp Dirk in de stal. Het was in een tijd dat ik overspannen was vanwege het werk; het eenvoudige werk van voeren en schoonmaken is goed om de geest te verzetten; het contact met de dieren ontspant ook. Natuurlijk ben ik gek op dieren en kon ik daar in de stal mijn lol op.
Een heel leuk aspect was natuurlijk de geboortes van de jonge dieren en het groeiproces van de kalveren. De stiertjes werden snel afgevoerd voor de mesterij, maar de koekalveren werden opgefokt tot melkkoeien. Het heeft mij altijd verwonderd hoe Dirk al die koeien stuk voor stuk kende; ik hoefde maar een plaats in de stal of een halsnummer of een oornummer te noemen en hij wist altijd precies om welke koe het ging. En nu vond ik het zo leuk om eens zo'n kalfje verder te volgen. Dan moest ik proberen het oornummer te onthouden. En dat lukte mij bij nummer 5757, u begrijpt wel waarom. Ik had het beestje vlak na de geboorte geholpen met leren drinken; ik had het gezien tussen de andere kalveren in het kalverenhok en later in het weiland tussen de pinken. Het is aandoenlijk om te merken dat de dieren je dan herkennen en opgewekt naar je toe komen. En deze winter zag ik haar al in de melkstal staan. In die tussentijd had ze ook gekalfd en produceerde ze mee.
Vorige week vroeg ik Dirk hoe lang die cyclus ongeveer is; dat is slechts twee jaar. Dus tussen het moment van geboorte tot het moment van zelf moeder worden en melk geven ligt slechts twee jaar!

13 mei 2012

Recept van Krentenbrood

Vlak voor de paasdrive was ik in het winkeltje van zuivelboerderij Boom en Bosch. Ik moest boter en andere zuivelproducten hebben. Toevallig waren ook Jaap en zijn vrouw op dat moment in de winkel; Jaap bridget ook bij BCG, Bridge Club Groenekan. Dat Roos en ik de paasdrive gingen organiseren kwam ter sprake en ook dat ik zelf krentenbroden zou bakken. Angelina gaf hoog op van de smaak van mijn krentenbrood en vroeg om het recept. Tot mijn trots krijg ik altijd veel lof over mijn krentenbrood en daarom hier het recept voor 1 stevig brood.
Recept
Meng 300 gram volkoren meel met een koffielepel zout, drie koffielepels kaneel, een beetje kardemompoeder, de vers geraspte schil van een citroen en een zakje gedroogde gist; meng dit goed en voeg dan 300 ml lauwe (volle) melk toe. Roer het geheel goed en laat het enkele uren staan; roer af en toe goed om. Afdekken met een theedoek tijdens deze "voorrijs".
Voeg nu honing toe (pakweg drie eetlepels). Voeg vervolgens 300 gram bloem toe en ga kneden; doe dit minstens 10 minuten lang. Voeg eventueel wat meer bloem toe als het deeg nog erg plakt. Het deeg moet niet meer aan je handen plakken na het kneden. Je kunt nooit te lang kneden; hoe intensiever, hoe beter het resultaat.
Laat het deeg een paar uur staan, liefst een beetje warm, dus 'swinters in de verwarmde huiskamer. Kneed het vervolgens opnieuw grondig door gedurende minimaal 10 minuten.
Nu meng je door dit stugge deeg en dat is geen sinecure een flinke hoeveelheid rozijnen, amandelen en hazelnoten. Dat gaat het beste door het deeg dun uit te walsen met de deegroller en dan rozijnen en de noten erin te drukken en dan het deeg weer op te rollen en verder te kneden. Meng dit al knedend door elkaar en vorm het brood zoals je dat wenst of doe het in een broodvorm. Je laat het nu opnieuw in een warme ruimte (niet in de koude keuken) rijzen.

Niet echt nodig
Het is erg lekker als je er nog een rol amandelspijs middenin doet. Je kunt dit kopen op de markt in Bilthoven. Snijd er een flink stuk van af; verwarm het een beetje voor, kort in de magnetron; verbrokkel het in een bakje en voeg 2-3 eierdooiers toe en meng het grondig tussen je vingers. Tot een worst draaien tussen je handen en in het midden van de deeglap leggen. Dichtvouwen zodat je niets meer ziet van de spijs. Nu is het brood af en kan na de laatste rijs worden afgebakken.
Ik leg het brood altijd op zo'n modern siliconenmatje in de oven en laat het daar rijzen; maar je kunt het ook in een siliconenvorm doen en daarin laten rijzen en bakken.
Deze laatste rijs doe ik ook altijd in de oven.
Na een uur is de laatste rijs meestal wel voldoende (moet niet te koud zijn in de keuken! anders de oven heel even licht voorverwarmen; pas op dat hij niet te heet wordt! daar kan de gist niet tegen).
En dan bak je het brood af bij 180 graden gedurende een uur.
Laat me weten via een commentaar hoe het is gegaan en of het gesmaakt heeft.


12 mei 2012

Walvis eten

Het boek "Via Cappello 23" van Christiaan Weijts begint met een heel specifieke datumaanduiding: 10 mei 2003. Dat is rond mijn verjaardag; al 64 jaar vier ik mijn verjaardag op 12 mei. En die verjaardag van 2003 weet ik me nog precies te herinneren. Die vierde ik met mijn collega Marlies M. in Bergen, Noorwegen. We waren daar op congres bezoek. Bergen staat bekend om haar regen; de mensen hebben daar schijnbaar altijd een paraplu bij zich. Toen wij er waren was het daarentegen prachtig weer. Het bleef 'savonds merkwaardig lang licht; de hotelramen hadden daarom zeer zware gordijnen.
In dat jaar was ik zo dik als ik werkelijk nooit was geweest. Op de kerstborrel van het werk had ik m'n spiegelbeeld aanschouwd in de weerkaatsing van een raam en was ik eigenlijk geschrokken van de vetrand die over m'n broeksriem hing. Maar het moest nog tot na het congres duren voordat ik er wat aan zou gaan doen. Tijdens de congresdagen heb ik met Marlies wel zo verschrikkelijk lekker gegeten daar in Bergen. Allerlei visgerechten, heerlijk mayonaise bij de frieten, 'smorgens bij het ontbijt gerookte zalm, garnalen en ander lekkers. Maar het lekkerste wat ik heb gegeten was toch wel walvis; ik weet dat het echt niet kan, maar het was daar overal verkrijgbaar en ik wilde het graag proberen. Ik woog toen meer dan 92 kilo; ik leek zelf wel een walvis.
Toen ik weer thuis kwam heb ik me niet eens meer gewogen maar ben direct heel krachtig aan de lijn gegaan. Iedere werkdag stond ik om 5 uur op en wandelde naar kantoor. Daar waste ik het ergste zweet weg alvorens aan het werk te gaan. En 'savonds weer terug wandelen. En dat gecombineerd met heel weinig eten; echt het FDH dieet. De kilo's vlogen er af. Tot ik iets onder de 80 kilogram woog. Inmiddels schommel ik weer zo rond de 85 kg, helaas wel te zwaar ondanks al m'n gewandel; komt vast van het eten (har har).
Het was ook het jaar dat mijn vader zou sterven; ik weet nog dat het hem in het ziekenhuis opviel hoeveel ik was afgevallen. Dat voelde wel heerlijk hoor. En van die walvis heb ik wel een beetje spijt; dat kon echt niet vind ik achteraf.

11 mei 2012

Het nieuwe lezen

Sony PRST 1

Nieuwe technologie is wel aan mij besteed. Eerlijkheidshalve moet ik daar wel aan toevoegen dat mijn vriend Dick wel vaak een stimulerende rol heeft gespeeld; hij was steeds op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen en wist altijd goed te bepalen wanneer prijs en prestatie met elkaar in in verhouding waren. Zo trokken al snel de walkman, de discman, de laptopcomputer, de videorecorder, de CD speler en de elektronische camera's voorbij. Ook de GPS voor gebruik bij het wandelen.
Maar met de laatste ontwikkelingen wil het niet meer zo vlotten; die moderne telefoons met Joost-mag-weten wat voor functies allemaal en de "tablets", door Huib als farmaceut ook werkelijk op z'n NL's uitgesproken als tablet (har har) en ook de e-reader, vormden mijns inziens een overbodigheid. En aangezien ik TV en radio ook de deur al heb uitgegooid, zou mijn audio/visuele instrumentatie nu wel haar finale status bereikt hebben.
Edoch, zowel Dick als Huib lezen nu mbv de e-reader, de PRST-1 van Sony en het bevalt hen heel goed. Voor de prijs hoef je het eigenlijk niet te laten dus ben ik er ook maar eens toe overgegaan. En daar heb ik zeker geen spijt van. Het gemak is bijzonder groot; ik vrees nu dan ook echt het ergste voor boekhandels en openbare bibliotheken; niet omdat ik daar nu waarschijnlijk veel minder en op termijn ws helemaal geen gebruik meer van zal maken, maar dat zal voor velen gaan gelden. Schrijvers zullen andere wegen vinden om hun boeken onder de lezers te krijgen; denk aan crowd funding en ander moderne fratsen. Zeker romans zullen de zelfde weg gaan als CD's en platen en een marginaal bestaan gaan leiden. Voor leerboeken en voor fotoboeken gelden andere normen denk ik. We zullen het gaan zien. Voorlopig ben ik aan de e-reader.

10 mei 2012

Kröller-Müller

Voor m'n gevoel was ik er heel lang niet geweest maar toch kwam alles me weer overbekend voor: het Nationaal park de Hoge Veluwe en daarin natuurlijk het Kröller-Müller museum. Gezellig een dag op stap met vriend Peter C. Het zou slecht weer worden maar dat viel reuze mee; af en toe wat motregen. Het was wel drukkend benauwd. Vorig jaar hadden we ons al voorgenomen om dit museum te bezoeken maar toen was het er door ongehoord slecht weer niet van gekomen. Op het museum terrein werden we als vanouds welkom geheten door meneer Jacques van beeldhouwer Wenckebach.
Meneer Jacques
Een puissant rijke familie, die Kröller-Müllers die, getroffen door het Lot, haar rijkdom moest overdragen aan de Staat der Nederlanden. Door de krach van de jaren 20,  dreigde een failliet voor de firma Müller, die van oorsprong de familie van Helene Müller toebehoorde; Anton Kröller, was ingetrouwd voorzitter/directeur van het familiebedrijf.
De heer H.P. Bremmer, kunstkenner heeft mevrouw Helene Müller die op 20-jarige leeftijd met Kröller trouwde, ertoe gebracht om één der mooiste kunstverzamelingen aan te leggen; geld speelde geen rol. Prominent zijn de schilderijen van Vincent van Gogh; de aardappeleters, la Berceuse, de postbode met de enorme baard, het perzikboompje; ze kwamen me alle weer zo bekend voor. Soms technisch schijnbaar wat onbeholpen maar vooral van een opdringende schoonheid en realiteit.
Anton Kröller en Helene Müller
Een schilderij dat me eigenlijk nooit zo was opgevallen betrof "Trein in landschap" van Paul Gabriël. Het trof me zo dat ik er enkele malen voor ben gaan staan om het te bewonderen en niet alleen omdat ik zo graag met de trein reis. Verstild, trein langs water met vissende mannen; deed mij denken aan de Haarlemmertrekvaart waar ik als kind vaak vertoefde met hengel of op de schaats. Nu zag ik in de Informatiefolder dat dit Helenes eerste aanschaf betrof.
Na bezoek aan het museum liepen we nog over het terrein om de fundamenten te zoeken van het grote museum dat de familie had willen bouwen; door geldgebrek is dat er nooit van gekomen.
Net als de grachtenpanden uit de zeventiende eeuw en de buitens langs de Vecht uit die zelfde tijd hebben deze rijken van de twintigste eeuw hun sporen nagelaten; vergelijkbaar met de Uyttenboogaard-Eliasen familie.

Le Chahut van Seurat.


Het schilderij "De trein" van Paul Gabriël is in de zomer van 2015 te zien (geweest) in het Haags Gemeente museum. De conservator aldaar, mevr. Frouke van Dijke heeft daar een fraai verhaal bij geschreven dat ik hierbij copieer:



De tijd wordt bepaald door de stand van de zon. Staat deze op zijn hoogst dan is het 12 uur. Hierdoor is tijdsbepaling verbonden aan een plaats. Zo kende Nederland tot 1909 naast de Engelse Greenwich-tijd een Amsterdamse tijd en tal van lokale tijden. Veel plaatsen hielden de Amsterdamse tijd aan, die voorliep op het oosten en achterliep op delen van het westen. Het verschil kon oplopen tot een klein half uur. Ten tijde van de postkoets en de trekschuit leverde dit weinig problemen op. De reis duurde immers zo lang dat er weinig te merken was van enig opgelopen tijdsverschil.
De stoomtrein, het snelle gevaarte dat vanaf 1839 ook door Nederland reed, was echter een geheel ander verhaal. De verschillende tijdzones leidden bij reizigers al snel tot vergissingen en klachten. Zo schreef de heer H. Bink in het tijdschrift Vragen van den Dagin 1892: ‘Een tijd voor het burgerlijk leven en een daarmede verschillende tijd voor het spoorwegverkeer geeft voortdurend moeite en verwarring. Men moet bijv. te 2 uur in Amsterdam zijn (Amsterdamsche tijd), men ziet dat de trein te 2 uur daar aankomt en vergeet daarbij al te licht, dat die spoortijd 20 minuten later is, zoodat met die aankomst op 2 uur 20 minuten moet rekenen’.
De trein was de grote catalysator van de moderne tijd. Paul Gabriël’s prachtige schilderijIl vient de loin (hij komt van verre, 1887) van het Kröller Müller Museum staat tegenwoordig symbool voor de ingrijpende veranderingen in Nederland aan het einde van de negentiende eeuw. In de vorm van een stoomlocomotief dendert het moderne leven de gemoedelijke Hollandse polder in. Twee vissertjes zien hun rust en stilte bruut verstoord. Niet alleen de trein maakte onze wereld een stuk kleiner, ook het door Gabriël geschilderde telegraafnetwerk had een grote invloed op het dagelijks leven. De introductie van de electrische telegraaf rond de jaren ’50 maakte het mogelijk om over grote afstand te communiceren ‘met de snelheid der gedachte’. Gabriël baseerde het schilderij op een krijttekening die hij maakte bij Broeksloot, vlakbij Voorburg. In de voorstelling maakt hij slim gebruik van de lange rechte spoorlijn en aangrenzende rij telegraafpalen, die het beeld diepte geven.
Toen Gabriël zijn trein schilderde heerste er nog volop verwarring omtrent de tijd. In 1892 maakte Nederland aan alle onduidelijkheid een einde door de Greenwich-tijd als officiële tijdsaanduiding aan te wijzen. Het zou echter nog tot 1909 duren voordat er een wettelijke tijdzone voor heel Nederland gold. Nee, dan is die overgang van zomer- naar wintertijd nog best overzichtelijk. En voor de duidelijkheid, de klok gaat een uur achteruit.
Gabriël’s Il vient de loin. Trein in landschap (1887) behoort tot de collectie van het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Het werk zal deel uitmaken van de tentoonstelling Holland op z’n mooist, vanaf 4 april 2015 te zien in het Gemeentemuseum Den Haag.






09 mei 2012

De madonna van Nedermunster

Flora van Titiaan

Eindelijk ben ik gezwicht voor de "e-reader", het moderne lezen, zal ik maar zeggen. En meteen was het raak. Tussen de mij beschikbare e-pubs bevond zich het decennia geleden door mij gelezen boek van Hubert Lampo: "de madonna van Nedermunster". En opnieuw bezorgde het boek mij kippenvel; Lampo is toch wel één van de grootste vertellers van ons taalgebied. En dan het merkwaardig toeval dat ik dit boekje/verhaal (34 pagina's, dus in één keer uitgelezen) heb gelezen vlak na de Via Cappello 23 van Christiaan Weijts. De subtiliteit waarmee Lampo de omgang tussen man en vrouw beschrijft versus het in mijn ogen geperverteerde gedrag zoals Weijts dat beschrijft. Maar een parallel in de thematiek is onmiskenbaar: de relatie tussen schilder en zijn model.
Het magisch realistisch beschrijven van een folkloristisch cultureel verschijnsel en de ontmoeting met de historische hoofdpersoon is zo onwaarschijnlijk mooi. Ik wist niet meer hoe het boekje heette maar wilde het graag herlezen. En dat is dan nu gebeurd dankzij de e-reader en de beschikbaarheid van de e-pubs. Lof voor de nieuwe technologie. Natuurlijk bestaat er geen portret van de Madonna van Nedermunster; daarom heb ik een fraai portret bijgevoegd van de schilder Titiaan, zoals genoemd in het boek van Christiaan Weijts.
Gelukkig heb ik nu mogen ondervinden dat het lezen met de e-reader nog makkelijker gaat dan met het klassieke boek. En je hoeft geen stapel boeken meer mee te torsen. Nu nog ondervinden hoe lang de accu meegaat.

08 mei 2012

Het aanmaken van herinneringen

Geplukt van internet, sterrenwacht Westerbork

Een prachtig citaat uit het boek "Via Cappello 23" van Christiaan Weits. "Kennelijk betekent leven: het aanmaken van herinneringen". En eerlijk gezegd is die uitspraak mij ook wel op het lijf geschreven. Ergens in je leven vindt een omslag plaats en spelen herinneringen een belangrijker ingrediënt voor je gedachten dan nieuwe ervaringen, de basis voor herinneringen.
Het wandelen is voor mij een contemplatieve bezigheid; zeker wanneer ik in m'n eentje loop dan ben ik in mijn hoofd associatief bezig met herinneringen. Maar ook vaak associatief met de omgeving waar ik in loop, maar altijd herinneringen.
Zo liep ik vandaag een étappe van het Drentepad, van Ruinen naar Beilen (22 km en erg fraai) en dan passeer je de sterrenwacht Westerbork. Je ziet er niet veel van; slechts 1 schotel steekt boven de bomen uit. Dat deed mij denken aan een fiets/kampeer uitje dat ik deed met Joke, mijn oudste dochter, toen zij nog slechts vier jaar oud was. Dat was overigens tot vorige week de laatste keer dat ik in Beilen was; we kampeerden de eerste nacht daar ergens in de buurt in een heel klein trekkerstentje. Natuurlijk klein, want ik moest alles in een grote rugzak op m'n rug meeslepen op die fiets met een klein kind voorop. Toen ik haar had ingestopt om te slapen, kwam telkens dat koppie de tent uit; ik zie het nog zo voor me. En de volgende dag naar de sterrenwacht; "daar luisteren ze naar de sterren", vertelde ik haar. We zijn ook naar Orvelte geweest. Daar waren van die piepkleine paardjes, vandebella heten die geloof ik; een soort gehoefde cavia's. Daar zouden wij er ook een paar van nemen in onze tuin om voor een karretje te spannen. Makkelijk beloven omdat je toch wel weet dat moeders er een stokje voor zal steken; dat is een merkwaardig voorrecht van vaders. Daar moest ik vandaag aan denken.