30 oktober 2010
13 oktober 2010
Josephus Jitta
| Theo Toebosch |
Volgens Toebosch hebben de naamgevers van de straat ook gedacht dat Josephus een voornaam was en niet een onderdeel van de familienaam, de onnozelaars. Het gaat om Daniel Josephus Jitta, overigens wel één van de vele prominenten in deze familie. Dus misschien kan deze vergissing ook wel gezien worden als een eerbetoon aan de hele familie Josephus Jitta; dat zou wel terecht zijn!
07 oktober 2010
Sinclair en Hesse
| Hermann Hesse |
Vaak lees ik meerdere boeken naast elkaar. En dat is ook nu het geval. Eerder meldde ik al dat Lanny Budd weer eens op mijn nachtkastje lag. Het tweede deel van de grote serie die handelt over de geschiedenis van de eerste helft van de twintigste eeuw. Lanny maakt op onwaarschijnlijke wijze, bijzonder boeiend verteld, allerlei situaties mee, ontmoet allerlei lieden die een grote rol speelden in het wereldgebeuren en vertolkt op onverholen wijze een bijzondere zienswijze op de politieke gang van zaken. De schrijver is Upton Sinclair, zijn naam noemde ik reeds.
Daarnaast was ik vorige week in de bieb op zoek :naar zo'n boek dat ik iedere tien jaar weer eens ter hand neem, Narziss en Goldmund van Hermann Hesse. Zo'n heerlijk boek over de worsteling van jonge mensen in het proces van levenskunst en daarnaast zo'n heerlijke beschrijving van een autoloze wereld net als Jean Auel doet in haar "Stam van de holenbeer". Helaas was het boek niet voorhanden, maar wel het boek Demian. Dat las ik toen ik nog maar half zo oud was als nu. En net als toen, in één adem uitgelezen. Fantastische beschrijving van een innerlijke worsteling van een jonge man. Wel wat pathetisch vind ik nu als oudere, maar 30 jaar geleden werd ik sterk beïnvloed door dit boek.
Maar wie schetst mijn verbazing als ik mij realiseer dat de naam van de hoofdpersoon, Sinclair, de zelfde is als die van de schrijver van de Lanny Budd serie. Maar ook de naam van het eerste boek van de serie lijkt wel rechtstreeks uit het verhaal over Demian te komen: Einde van een wereld, het is de naam van het laatste hoofdstuk.
Het leidt ook geen twijfel dat Upton Sinclair de boeken van Hesse heeft gelezen; zij waren tijdgenoten, werden vrijwel in het zelfde jaar geboren (1878 resp 1877) en leefden vrijwel even lang (tot 1968 resp. 1962).
Ik neem echter aan dat Upton niet zijn achternaam heeft doen veranderen onder invloed van het boek van Hesse, dat al in 1919 werd geschreven.
Een merkwaardig toeval.
06 oktober 2010
M 24
Van beide bezit ik geen foto; noch van mijn eerste brommer, de Berini M24, noch van mijn eerste PC, de M24 van Olivetti.
Die eerste brommer kreeg ik van een neef van mijn moeder, ome Jurrie, genoemd naar zijn vader, de broer van mijn nooit gekende opa van moeders kant. En dat was me een brommertje. Geen versnellingen, eigenlijk van alles niks, alleen een op en neer bewegende zuiger, verbonden aan een frame, maar hard dat ie kon!? Mijn toenmalige zwager Ruud, in het bezit van een Zündapp geloofde niet dat ik zo snel kon met dat ouwe ding. Maar ja, zonder versnelling kwam hij maar moeizaam op gang, maar eenmaal op toeren vloog ik Ruud voorbij op het fietspad van de Haarlemmerweg. Hij kon het niet geloven en al evenmin uitstaan.
En dan die eerste PC, de M 24 van Olivetti. Voor die tijd een heel grote harde schijf, wel 10 MB, ja u leest het goed, ongeveer de capaciteit van een paar foto's van tegenwoordig. Mijn zonen kijken wat smalend als ik dat noem, of het hun eigen verdienste is dat er nu, 25 jaar later zulke enorme opslagmedia zijn. Maar destijds kon je met dat kleine PC'tje eigenlijk alles wat je nodig had; tekstverwerking (WordStar, wie kent dat nog?), en een Spread Sheet waarvan ik evenmin de naam nog weet en communiceren met Viditel (Kent iemand dat nog?). Alleen geluid en beeld ontbrak evenals het onvolprezen WINDOWS.
Ik denk nog met genoegen aan die twee M24's. Maar waar die naam vandaan komt is mij in beide gevallen volstrekt onbekend.
Die eerste brommer kreeg ik van een neef van mijn moeder, ome Jurrie, genoemd naar zijn vader, de broer van mijn nooit gekende opa van moeders kant. En dat was me een brommertje. Geen versnellingen, eigenlijk van alles niks, alleen een op en neer bewegende zuiger, verbonden aan een frame, maar hard dat ie kon!? Mijn toenmalige zwager Ruud, in het bezit van een Zündapp geloofde niet dat ik zo snel kon met dat ouwe ding. Maar ja, zonder versnelling kwam hij maar moeizaam op gang, maar eenmaal op toeren vloog ik Ruud voorbij op het fietspad van de Haarlemmerweg. Hij kon het niet geloven en al evenmin uitstaan.
En dan die eerste PC, de M 24 van Olivetti. Voor die tijd een heel grote harde schijf, wel 10 MB, ja u leest het goed, ongeveer de capaciteit van een paar foto's van tegenwoordig. Mijn zonen kijken wat smalend als ik dat noem, of het hun eigen verdienste is dat er nu, 25 jaar later zulke enorme opslagmedia zijn. Maar destijds kon je met dat kleine PC'tje eigenlijk alles wat je nodig had; tekstverwerking (WordStar, wie kent dat nog?), en een Spread Sheet waarvan ik evenmin de naam nog weet en communiceren met Viditel (Kent iemand dat nog?). Alleen geluid en beeld ontbrak evenals het onvolprezen WINDOWS.
Ik denk nog met genoegen aan die twee M24's. Maar waar die naam vandaan komt is mij in beide gevallen volstrekt onbekend.
03 oktober 2010
Lanny Budd
Het is de vraag hoeveel mensen in deze tijd wel eens van Lanny Budd hebben gehoord, de sleutelfiguur in de serie van 11 boeken die Upton Sinclair schreef over het tijdperk van pakweg 1910 tot 1953.
Volgens de WIKI-pedia beschrijving over Sinclair is deze serie in de vergetelheid van het mensdom weggezonken, althans wordt zij al jaren niet meer herdrukt en niet meer gelezen (net als het werk van Vestdijk en Couperus zal ik maar zeggen).
Mijn oude vader had het altijd over Lanny Budd en na het bereiken van de volwassenheid heb ik de twee eerste boeken van de serie, de enige die hij overigens bezat ook daadwerkelijk gelezen. En ik vond de inhoud werkelijk fascinerend. Later bleek dat hij naast de twee boeken die hij in zijn jonge jaren had aangeschaft ook beschikte uit de hele serie vanuit een erfenis.
Mijn vriend Peter C had de naam van Lanny Budd ook dikwijls horen vernoemen tijdens familie bijeenkomsten. Ik kan het niet laten, maar af en toe moet ik echt weer een paar hoofdstukken in het tweede boek, dat handelt over het interbellum opnieuw lezen. Romantisch is het privé leven van Budd, maar moet hij omgaan met de groten der aarden dan geeft zijn schepper Sinclair getuigenis van een grote scherpte en inzicht in de verhoudingen van die tijd. Hij blijft objectief, legt niet alle schuld bij één partij, kent als Amerikaan heel goed de vooroorlogse verhoudingen in het toen nog zo oorlogszuchtige Europa.
Om een informatie voorsprong te bereiken hanteert Sinclair regelmatig de oud-Griekse vorm van de Deus ex Machina, maar dan in de vorm van waarzegsters of droomuitleggers. Een vorm die op den duur wat begint tegen te staan. En om het verhaal lopend te houden worden ook de meest onwaarschijnlijke ontmoetingen gearrangeerd, maar al met al een buitengewoon informatieve serie voor mensen die in de loop van de geschiedenis van de twintigste eeuw zijn geïnteresseerd. Het taalgebruik is uiteraard erg gedateerd.
Maar ook zijn kennis van literatuur en muziek bewonder ik. Zo heeft hij het in het tweede boek over een Sonate in A Majeur van César Franck en, O zegen van Internet, die is inderdaad prachtig en al luisterend worden voor mij de decennia overbrugd en neem ik mijn pet af voor de socialistische Sinclair, in eigen land toch wat onderschat.
Destijds was de serie wereldwijd een groot succes; vertaling in 21 talen zegt wel wat!
Als je dan in de WIKI leest dat Sinclair geopteerd heeft voor politieke functies in de USA en daar allemaal voor is gepasseerd dan beschouw ik dat toch als een gemiste kans voor dit machtige land. Net als het gelaat van "de generaal", maar dan digitaal kun je het betrokken gezicht van SInclair bijna lezen; een erudiet en sterk meelevend mens. Moet een fascinerende man zijn geweest, maar net als "de generaal" nu wel vergeten.
Volgens de WIKI-pedia beschrijving over Sinclair is deze serie in de vergetelheid van het mensdom weggezonken, althans wordt zij al jaren niet meer herdrukt en niet meer gelezen (net als het werk van Vestdijk en Couperus zal ik maar zeggen).
Mijn oude vader had het altijd over Lanny Budd en na het bereiken van de volwassenheid heb ik de twee eerste boeken van de serie, de enige die hij overigens bezat ook daadwerkelijk gelezen. En ik vond de inhoud werkelijk fascinerend. Later bleek dat hij naast de twee boeken die hij in zijn jonge jaren had aangeschaft ook beschikte uit de hele serie vanuit een erfenis.
Mijn vriend Peter C had de naam van Lanny Budd ook dikwijls horen vernoemen tijdens familie bijeenkomsten. Ik kan het niet laten, maar af en toe moet ik echt weer een paar hoofdstukken in het tweede boek, dat handelt over het interbellum opnieuw lezen. Romantisch is het privé leven van Budd, maar moet hij omgaan met de groten der aarden dan geeft zijn schepper Sinclair getuigenis van een grote scherpte en inzicht in de verhoudingen van die tijd. Hij blijft objectief, legt niet alle schuld bij één partij, kent als Amerikaan heel goed de vooroorlogse verhoudingen in het toen nog zo oorlogszuchtige Europa.
Om een informatie voorsprong te bereiken hanteert Sinclair regelmatig de oud-Griekse vorm van de Deus ex Machina, maar dan in de vorm van waarzegsters of droomuitleggers. Een vorm die op den duur wat begint tegen te staan. En om het verhaal lopend te houden worden ook de meest onwaarschijnlijke ontmoetingen gearrangeerd, maar al met al een buitengewoon informatieve serie voor mensen die in de loop van de geschiedenis van de twintigste eeuw zijn geïnteresseerd. Het taalgebruik is uiteraard erg gedateerd.
Maar ook zijn kennis van literatuur en muziek bewonder ik. Zo heeft hij het in het tweede boek over een Sonate in A Majeur van César Franck en, O zegen van Internet, die is inderdaad prachtig en al luisterend worden voor mij de decennia overbrugd en neem ik mijn pet af voor de socialistische Sinclair, in eigen land toch wat onderschat.
Destijds was de serie wereldwijd een groot succes; vertaling in 21 talen zegt wel wat!
Als je dan in de WIKI leest dat Sinclair geopteerd heeft voor politieke functies in de USA en daar allemaal voor is gepasseerd dan beschouw ik dat toch als een gemiste kans voor dit machtige land. Net als het gelaat van "de generaal", maar dan digitaal kun je het betrokken gezicht van SInclair bijna lezen; een erudiet en sterk meelevend mens. Moet een fascinerende man zijn geweest, maar net als "de generaal" nu wel vergeten.
02 oktober 2010
De absolute macht
Je kunt je er geen voorstelling van maken wat absolute macht betekent. Daar zijn wel voorbeelden van, maar weinig zijn er zo goed gedocumenteerd als de macht van de eerste tien Romeinse keizers. Suetonius heeft de informatie over deze keizers over de eeuwen heen geholpen. De eerste keizer, Augustus, de verhevene heeft zich redelijk gedragen. Maar nummer twee, keizer Tiberius, je houdt het niet voor mogelijk wat een pervert deze man was. In de rare pornografische film die in de zeventiger/tachtiger jaren het licht zag:"Caligula", wordt in het begin keizer Tiberius ten tonele gevoerd. Wat je dan ziet is een bijzonder slap aftreksel van wat deze pervert in werkelijkheid voor wandaden verrichtte. We zijn toch wel wat gewend in de 21e eeuw aan sexuele pervertering, maar Suetonius beschrijft dingen van Tiberius die je gewoon niet wilt weten, die ik hier ook niet ga opschrijven. Maar waar ik me zo over verwonder is dat dit in zo'n georganiseerde maatschappij als de Romeinse werd getolereerd. Hij is niet eens vermoord zoals zijn even geperverteerde opvolger Caligula. Deze adolescent werd eveneens in staat gesteld om alles wat hij maar bedacht op gedragsgebied, op bouwkundig gebied of krijgshaftig gebied ook daadwerkelijk te doen plaatsvinden. Nu was Tiberius, aldus Suetonius nog wel een goed staatsman, zuinig met financiën en bepaald niet oorlogszuchtig. Maar Caligula, die overigens op 29-jarige leeftijd vermoord werd, toonde zich op ieder gebied een volslagen idioot, maar wel met absolute macht. Wat hij wilde, dat gebeurde ook?!
Labels:
absolute macht,
Caligula,
romeinse keizers,
Suetonius,
Tiberius
01 oktober 2010
De generaal
In het archeologisch museum van Merida, in de Romeinse tijd Emerita Augusta genaamd, staat een bijzonder imposante buste. Althans, ik ben erg onder de indruk van dit doorleefde gelaat. Telkens wanneer ik daar in de buurt ben ga ik speciaal naar binnen om dit beeld te bekijken. Bij één van die bezoeken bleek dat "de generaal" zoals, naar later bleek, deze buste wordt genoemd tijdelijk naar Madrid was verhuisd voor een tentoonstelling. Maar bij een volgend bezoek bleek hij weer aanwezig. De conservator van het museum heeft mij toen informatie gegeven over dit beeld dat ergens in de jaren dertig werd opgegraven. Er staan meerdere bustes opgesteld maar die van "de generaal" fascineert mij in het bijzonder. Zo'n streng, zelfbewust gelaat dat ongeschonden de eeuwen heeft mogen doorstaan. Kom daar nu eens om in ons vergankelijk digitaal tijdperk. Bij zorgvuldig beheer trotseert deze buste nog vele eeuwen van vergankelijkheid.
30 september 2010
Een blauw juweeltje
Woensdag was weer eens een mooie dag. De afgelopen dagen had ik wat op m'n PC zitten klooien en had allerlei oude foto's bekeken waaronder die van de wandeling langs het TIenhovens kanaal, bij mij in de buurt. Daar is, tegenover de Eendekooi een prachtig stuk natuurontwikkeling verricht. Zo'n tienjaar geleden werd de bovenkant van het bestaand weiland afgegraven; het resultaat was een wat desolaat landschap met een hoop uitgegraven veengrond. Het zag er niet uit; de foto's van toen kwam ik tegen, maar dan wat er nu is uitgekomen. Het is een fantastisch mooi trilveen gebied geworden, precies zoals de ontwikkelaars voor ogen stond. Er past niets anders dan een dankjewel aan Natuurmonumenten en de Provincie. Na het zien van die oude foto's moest ik gewoon vandaag even gaan kijken. Ondanks al het gewandel van de afgelopen week toch maar de sandalen aangetrokken en met de bus naar Hollandse Rading. Lekker op een bankje zitten genieten van al het moois aldaar. Op de terugweg kreeg ik nog een alleraardigst en bepaald niet alledaags presentje: een schitterend blauw juweeltje vloog tussen het riet, jawel, een kleine ijsvogel!
| Natuurgebied bij het Tienhovens kanaal. Trilveen met veel vogels. |
29 september 2010
Koeien zonder pens?!
Op advies van een prominent Slow Food lid heb ik vorig jaar een poosje meegekeken en mee gediscussieerd op www.foodlog.nl. In die tijd speelde die rare discussie over uitscheiding van methaan en kooldioxide door koeien. De uitscheiding van deze broeikasgassen werd zelfs door het ministerie als een majeur probleem beschouwd. Mijn broek zakte er van af. Een enkele deskundige probeerde wanhopig om op het forum de onkundigheid van velen te compenseren door aan te geven dat alle kooldioxide die door koeien in de vorm van scheten en boeren wordt losgelaten, eerst werd gefixeerd door zonlicht in de groene planten die door de koeien worden gegeten. Het netto resultaat is natuurlijk 0. Maar het methaan?! Natuurlijk is methaan een broeikasgas en zelfs nog sterker dan kooldioxide. Alleen wordt het in de atmosfeer geoxideerd tot kooldioxide. Het netto resultaat is dus echt 0. Maar ja, al die machines die rond de mestverwerking en transport nodig zijn, die gebruiken als energiebron natuurlijk wel fossiele brandstoffen en dat veroorzaakt wel degelijk een toename van de atmosferische kooldioxide. Maar daar ging het nu even niet over?!
Een idioot kwam zelfs met het voorstel om koeien te gaan fokken die helemaal geen pens meer hebben. En nu zit hem het schitterende van dit huisdier juist in die pens, waarin de voor-vertering door bacteriën van het ruwvoer, het gras of hooi plaats vindt. Herkauwers zijn door dit ingenieuze systeem van symbiose met bacteriën in staat om slecht verteerbaar planten-materiaal als voedsel te gebruiken. En dat voordeel zou je weg moeten Mendelen?? De onwetendheid van vele mee-kakelaars begint me zwaar te vallen. Toen ben ik ook maar gestopt met dat foodlog.
Een idioot kwam zelfs met het voorstel om koeien te gaan fokken die helemaal geen pens meer hebben. En nu zit hem het schitterende van dit huisdier juist in die pens, waarin de voor-vertering door bacteriën van het ruwvoer, het gras of hooi plaats vindt. Herkauwers zijn door dit ingenieuze systeem van symbiose met bacteriën in staat om slecht verteerbaar planten-materiaal als voedsel te gebruiken. En dat voordeel zou je weg moeten Mendelen?? De onwetendheid van vele mee-kakelaars begint me zwaar te vallen. Toen ben ik ook maar gestopt met dat foodlog.
28 september 2010
BWV 82
Muziek kan zo ongelooflijk binnen komen. Soms raak je er zodanig door geëmotioneerd, dat je jezelf niet meer in de hand hebt. Vrolijkheid, tranen, melancholie, noem maar op; het kan door muziek worden opgeroepen, althans ik heb dat heel sterk en vooral bij die muziek van Bach. Ook merk ik dat ik in emotioneel forse situaties onwillekeurig bepaalde muziek loop te neuriën of dat die voortdurend door mijn hoofd speelt. Dat weet ik mij nog sterk te herinneren van vele tientallen jaren geleden met "Torn between two lovers". Je merkt pas waar die muziek over gaat als je even stil staat wat de tekst eigenlijk is. En dat had ik heel sterk met BWV 82, de cantate met de titel: "Ich habe genung" (oud Duits voor genug). Dit sloeg heel sterk op de situatie van mijn oude moeder nadat mijn vader was overleden. Een jaar later heeft zij toen zelf de schaar van Atropos overgenomen onder het motto van deze cantate. Dat realiseerde ik mij kennelijk ook onderbewust want tot maanden na haar overlijden draaide ik de muziek van deze Cantate, en deed ik dat niet, dan loeide de muziek voortdurend door mijn hoofd.
Gelukkig associeer ik deze prachtige muziek nu niet meer met het droevig einde van mijn moeder; ik citeer: "Cantate 82" als ik vind dat het nu wel genoeg is.
Gelukkig associeer ik deze prachtige muziek nu niet meer met het droevig einde van mijn moeder; ik citeer: "Cantate 82" als ik vind dat het nu wel genoeg is.
27 september 2010
Zuur brood op de Overtoom
Eindelijk gelukt! Al jarenlang probeer ik om zuurdesem brood te bakken. Valt niet mee; het is òf niet zuur, òf niet gerezen, òf lijkt nergens op. Maar nu heb ik dan werkelijk een brood zoals ik dat wil hebben. Of anderen het lekker vinden is maar de vraag; het is uitgesproken zuur.
In 1969 woonde ik met mijn toenmalige echtgenote op de Overtoom in Amsterdam. Ik studeerde nog en we woonden op een vrijwel niet warm te krijgen zolderkamer met uitkijk op de Hollandse Manege. Die staat er nog steeds in haar volle pracht, maar onze zolderkamer is met het huis verdwenen en inmiddels staat er nieuwbouw. Achter de Overtoom was de Zocherstraat met een Reform winkel en die verkocht heerlijk zuur brood. Van Loverendale meen ik. We kochten dat toen al en vooral met roomboter, ham en spiegelei was dat een verrukking. En dat heb ik vanmiddag weer eens gegeten. Ouderwets smullen en ik moest denken aan die koude zolderkamer waar het al met al toch best een leuk begin was, inmiddels 41 jaar geleden.
Over de bereiding van zuurdesembrood zal ik later nog wel wat meer vertellen. McGee schrijft er uitgebreid over en van een mede-foodie kreeg ik ooit de receptuur voor het "onderhoud" van zuurdesem.
In 1969 woonde ik met mijn toenmalige echtgenote op de Overtoom in Amsterdam. Ik studeerde nog en we woonden op een vrijwel niet warm te krijgen zolderkamer met uitkijk op de Hollandse Manege. Die staat er nog steeds in haar volle pracht, maar onze zolderkamer is met het huis verdwenen en inmiddels staat er nieuwbouw. Achter de Overtoom was de Zocherstraat met een Reform winkel en die verkocht heerlijk zuur brood. Van Loverendale meen ik. We kochten dat toen al en vooral met roomboter, ham en spiegelei was dat een verrukking. En dat heb ik vanmiddag weer eens gegeten. Ouderwets smullen en ik moest denken aan die koude zolderkamer waar het al met al toch best een leuk begin was, inmiddels 41 jaar geleden.
Over de bereiding van zuurdesembrood zal ik later nog wel wat meer vertellen. McGee schrijft er uitgebreid over en van een mede-foodie kreeg ik ooit de receptuur voor het "onderhoud" van zuurdesem.
26 september 2010
Een beetje uitgeblogd
Ik ben nu enkele maanden aan het Bloggen en merk dat ik een beetje raak uitgeblogd. Het was een hele goede manier om eens wat dingen van me af te schrijven. Mijn verbazing over de vervetting van onze bevolking, het gebrek aan beweging van velen, mijn bewondering voor de ecologie en voor de natuur in het algemeen. Mijn passie voor lekker eten en mijn gemopper over Slow Food. Het is nu allemaal wel een beetje gezegd eigenlijk. Maar ja, als je zo aan het wandelen bent met die prachtige muziek van Johann Sebastian op je oren, zoals vanochtend weer, dan valt je toch wel weer e.e.a. te binnen. Twee dingen eigenlijk, de overheersende onwetendheid van veel mensen die desondanks over een onderwerp mee lopen te kakelen, zoals over methaan en koeien; dit onderwerp schoot me te binnen toen ik die prachtige kudde Lakenvelders rustig zag herkauwen op hun weiland hier achter in het bos. En dan die prachtige cantate BWV 82 die ik vaak citeer als ik iets "wel genoeg" vind. In 2004, toen ik behoorlijk overspannen was door het overlijden van mijn beide ouders, schoot die Cantate steeds door mijn hoofd. Over deze twee onderwerpen zal ik in ieder geval de komende dagen weer schrijven. En zo zie je toch dat er telkens wel weer iets is dat zo het brein kruist. Of het voor anderen interessant is om te lezen vraag ik mij af, maar ze weten wel wat er zo in mijn bolletje allemaal speelt.
21 september 2010
Is NL v.w.b. smaak nog te redden?
De Italianen gaan voor lekker eten en de gemiddelde Nederlandse consument gaat toch vooral voor goedkoop.
Het gevolg is dat alleen grootschalige producenten, zeg de voedingsindustrie het redt. SF probeert wel het tij te keren, maar praktisch is dat heel erg moeilijk.
De invloed van SF is waarschijnlijk gebaseerd op de verhalen van Petrini, zeker wat mijn generatie betreft. Petrini werd door Time in het jaar 2004 onderscheiden als hero.
Kunnen wij de echte producenten niet helpen? Het zijn kleine ambachtslieden die het heel druk hebben met de productie en te kleinschalig om uitgebreid aan marketing en zelfs maar aan sales te doen. Zo'n bezoek aan een markt kost hen te veel tijd. Anderzijds komen de normale klanten niet naar de boerenwinkeltjes toe als die te ver uit de buurt zijn. Maar erger nog is dat het publiek vaak niet eens meer weet hoe de oorspronkelijke smaken van levensmiddelen waren, dus zonder toevoegingen. Moeten we hier als SF niet eens iets aan doen?
Moet SF ook niet eens inventariseren wat er nog is? Soms denken we wel dat er nog iets over is, maar dat is dan net alsof. Denk aan de boerenkaas. Je hebt de onvolprezen Remeker kaas en natuurlijk ken ik de kaas van zuivelboerderij "Boom en Bosch" in Groenekan. Alle kenners zijn het erover eens dat je hier kaas kunt verkrijgen zoals boerenkaas moet zijn: vol van smaak, met een specifieke textuur. Maar er moeten (veel) meer adresjes zijn voor ouderwetse boerenkaas dacht ik zo.
Maar dan denk ik aan de kaas die ik een keer bij een zelfkazende boer kocht en die werkelijk vreselijk smaakte. Alle drie de plakjes die ik proefde waren gewoon onsmakelijk en smaakten veel slechter dan fabriekskaas. Inmiddels heb ik bij drie boeren kaas van de boerderij gekocht en ze smaakten alle drie nergens naar en slechter dan fabriekskaas. Eén van die producenten was zelfs lid van SF?! Ik word daar heel droef van. Zou graag van anderen horen of zij nog goede adressen voor boerenkaas kennen.
Zou dat inventariseren van wat er nog is een taak zijn voor SF? Het in kaart brengen van de echte, deskundige ambachtelijkheid. Volgens mij is de achteruitgang door de "vooruitgang" zo enorm dat dat een onmogelijkheid is. En is die smaak kennis binnen SF nog wel aanwezig? Het is niet voor niets dat Petrini een Universiteit van de smaak heeft gestart.
Maar dan denk ik aan de kaas die ik een keer bij een zelfkazende boer kocht en die werkelijk vreselijk smaakte. Alle drie de plakjes die ik proefde waren gewoon onsmakelijk en smaakten veel slechter dan fabriekskaas. Inmiddels heb ik bij drie boeren kaas van de boerderij gekocht en ze smaakten alle drie nergens naar en slechter dan fabriekskaas. Eén van die producenten was zelfs lid van SF?! Ik word daar heel droef van. Zou graag van anderen horen of zij nog goede adressen voor boerenkaas kennen.
Zou dat inventariseren van wat er nog is een taak zijn voor SF? Het in kaart brengen van de echte, deskundige ambachtelijkheid. Volgens mij is de achteruitgang door de "vooruitgang" zo enorm dat dat een onmogelijkheid is. En is die smaak kennis binnen SF nog wel aanwezig? Het is niet voor niets dat Petrini een Universiteit van de smaak heeft gestart.
20 september 2010
De missie van Slow Food
Deze week vielen twee bladen tegelijk in mijn brievenbus; de één van vanouds mijn bank, de RABO bank en de ander van mijn favoriete club "Slow Food Nederland". Tot mijn grote verrassing bleek de teneur van de twee bladen gelijk te zijn: het gaat over het betrekken van voedsel uit de naaste omgeving en over wijn uit Nederland. Het lijkt er meer en meer op dat de boodschap van Slow Food door een veelheid aan organisaties en door het publiek gedragen wordt. Dat geeft mij een bijzonder veilig gevoel. Petrini gaf een jaar geleden in zijn editorial al aan dat de organisatie zich moest gedragen als het gist in het brood; verspreid je boodschap om je heen. Dat is kennelijk heel goed gelukt!
Nu nog het behoud van de smaak, dat was toch destijds de ware reden om Slow Food op te richten in Italië. Als je ziet wat veel mensen in hun kar laden dan vraag je je wel af of men nog wel smaak heeft. En de echte ouderwetse ambachtelijke producten zijn vrijwel nergens meer te verkrijgen. Maar spullen uit je omgeving kopen, dat willen de mensen gelukkig wel. En zo'n jonge slager Witteveen in Zeist is natuurlijk een lichtpuntje. Alleen zelf slachten met al die ouderwetse slachtproducten zal er waarschijnlijk niet bij zijn. Binnenkort maar eens langs gaan.
19 september 2010
Paul Doucet
Vandaag weer aan het plukken geweest. Heb dat vaak gedaan samen met wijlen mijn goede vriend Paul Doucet. Met weemoed dacht ik tijdens het plukken aan de keren dat ik bij een bepaalde struik kornoelje met hem had geplukt. Niet mijn smaak, maar wel de zijne. Natuurlijk maakte hij er jam van, zoals van zoveel wilde vruchten waarvan ik helemaal niet wist, laat staan dat deze eetbaar waren. Ook van de jonge uitlopers van allerlei naaldbomen wist hij heerlijke gelei te maken. Daaraan dacht ik terwijl ik in de buurt van de Bilt aan het oogsten was; oogsten zonder zaaien, dat is de naam van de werkgroep binnen Slow Food waarin Paul actief was.
Ooit maakte ik jenever van wijn die ik had gemaakt van kornoeljes. Zelfs na drie keer destilleren vond ik dat deze naar kerosine smaakte. Paul daarentegen, vond deze jenever heerlijk. Dat mag ook niet verbazen want hij vertrouwde mij desgevraagd ook toe dat hij zijn peukjes het liefst aanstak met zo'n ouderwetse benzine aansteker vanwege het extra aroma.
Ik heb met Paul urenlang in de tuin over smaak overlegd. En dan vooral in het kader van extractie uit fruit. Verschijnselen als de ontwikkeling van smaak in destillaten, bij langdurige bewaring in jam, van zout-geconserveerde producten als kaas en ham. Ik mis hem; binnen Slow Food werd hij erg gewaardeerd aldus het "In memoriam" dat in het laatste Magazine werd gepubliceerd. Nu maar hopen dat ook zijn stuk over logistiek mag landen binnen de organisatie.
18 september 2010
Alles gedaan en wat nu?
Afgelopen donderdag hebben we heerlijk gebridged in de club. Na afloop nog wat nagepraat met deze en gene. Het gesprek kwam op een nieuwe loopbaan voor één van onze leden. Zij, net met prépensioen wilde gaan coachen met als doelgroep, tot mijn grote verbazing, dertigers. Het schijnt dat deze generatie, die alles al heeft gezien, meegemaakt en bezit, eigenlijk problemen heeft met zingeving.
Nou heb ik dat in één van mijn banen ook al eens gemerkt. Ik was toen directeur van een kleine organisatie met een aantal jonge vrouwen die administratief werk deden. Die hadden het zo druk in het weekend en 'savonds met allerlei activiteiten dat ze het werk beschouwden als een rustpunt?!
Mijn partner Roos heeft een heel goed Bloggie geschreven over dit onderwerp. Daar heb ik niets aan toe te voegen.
Nou heb ik dat in één van mijn banen ook al eens gemerkt. Ik was toen directeur van een kleine organisatie met een aantal jonge vrouwen die administratief werk deden. Die hadden het zo druk in het weekend en 'savonds met allerlei activiteiten dat ze het werk beschouwden als een rustpunt?!
Mijn partner Roos heeft een heel goed Bloggie geschreven over dit onderwerp. Daar heb ik niets aan toe te voegen.
17 september 2010
Geen geleersuiker meer!
De herfst brengt niet alleen paddenstoelen maar ook bramen, vlierbessen en frambozen in het wild om lekker jam van te maken. Terwijl het af en toe stevig regende zijn Roos en ik eropuit getrokken en op een plaats, waarvan we een paar dagen tevoren hadden ontdekt dat er volop rijpe vlierbessen aan de struiken zaten, hebben we wel zo'n vier kilo bessen geoogst. En er hing nog veel meer. Lekker in de natuur bezig zijn, dat trekt ons beiden toch wel het meest! Terwijl de één de takken naar beneden trok knipte de ander de trossen af en toen we voldoende trossen hadden geplukt hebben we op het bankje in de buurt samen de bessen afgerist. Ook dat ging in samenwerking en al snel was de enorme zak met trossen gereduceerd tot een grote zak met bessen. Thuisgekomen realiseerde ik me niet dat het sap weleens uit de zak kon druppelen; dat zag ik pas in de keuken. Het leek in het trappenhuis wel of er iemand met een bloedneus naar boven was gelopen, dus maar snel alles schoongemaakt.
Vanmorgen in porties de bessen tot jam gekookt. Dat doe ik nog ouderwets zonder conserveringsmiddelen; daar heb ik de dood aan. Gewoon met 50% suiker en extra pectine; de suiker in die hoge concentratie is een uitstekend conserveringsmiddel.
Tegenwoordig kun je geleersuiker kopen "voor halfzoete jam". En inderdaad, daar zit een e-nummer in als conserveringsmiddel. En dat mot ik niet. Maar gelukkig kon ik op de markt bij de Veenendaalse Reform kraam gewoon ouderwets pectine kopen, dus geen geleersuiker meer!
16 september 2010
De natuur is niet vies!
Mijn moeder vond dat ik alles weer terug moest gooien in de sloot. Bij haar in de keuken stond een glazen bloemenvaas met allerlei dieren die ik in de sloot had gevangen. De grootste rover was de geelgerande watertor. Deze verslond kennelijk alle andere bewoners van dit mini-aquarium. Mijn moeder kon dat allemaal aanschouwen terwijl ze de afwas deed en kon het niet meer verdragen.
De slootkant, ik zal daar wat uren hebben doorgebracht als kind. En nu tijdens de expedities van Strabrecht vind ik nog steeds het onderwerp "vissen", met een schepnetje door het water van de kleine Dommel roeren om kleine diertjes te vangen, het grootste genoegen. Maar de geelgerande watertor heb ik nog niet gezien. Wel een zoetwaterkreeft, die in mijn tijd nog niet was doorgedrongen tot onze contreien. En stekelbaarsjes en allerlei water insecten, waaronder een keer het Schrijvertje (Guido Gezelle).
Meestal durven de kinderen de beestjes niet zelf uit het netje te halen, soms omdat ze bang zijn dat het diertje dood zal gaan, maar vaak ook omdat ze het maar vies vinden. En dat probeer ik hen dan te leren: de natuur is niet vies!
De slootkant, ik zal daar wat uren hebben doorgebracht als kind. En nu tijdens de expedities van Strabrecht vind ik nog steeds het onderwerp "vissen", met een schepnetje door het water van de kleine Dommel roeren om kleine diertjes te vangen, het grootste genoegen. Maar de geelgerande watertor heb ik nog niet gezien. Wel een zoetwaterkreeft, die in mijn tijd nog niet was doorgedrongen tot onze contreien. En stekelbaarsjes en allerlei water insecten, waaronder een keer het Schrijvertje (Guido Gezelle).
Meestal durven de kinderen de beestjes niet zelf uit het netje te halen, soms omdat ze bang zijn dat het diertje dood zal gaan, maar vaak ook omdat ze het maar vies vinden. En dat probeer ik hen dan te leren: de natuur is niet vies!
15 september 2010
De kortste snelweg van NL weer afgebroken?!
| De Catharijnensingel volop in de verbouw anno 2010 |
In 1971, ik was nog maar net afgestudeerd en werkte in mijn eerste baan in Amsterdam, was ik met een toenmalig collega in Utrecht, de stad waar hij had gestudeerd. Vooruitlopend op nostalgische gevoelens liet hij mij de Catharijnensingel zien en vertelde dat dit rustieke stukje Utrecht zou gaan verdwijnen. In haar wijsheid had het stadsbestuur besloten dat de singel zou worden gedempt en dat er een verbinding zou komen met de binnenstad via luchtbruggen over de snelweg die op de plek van de singel werd aangelegd. En inderdaad, toen ik jaren later in de buurt van Utrecht ging wonen mocht ik het resultaat "bewonderen". Een raar stukje vierbaansweg van niks naar nergens en die rustieke singel was voorgoed verdwenen. Jammer, maar helaas. Maar nu, veertig jaar later, nieuwe bestuurders in het kader van de "Alles moet anders show", die we van alle bestuurders kennen, gaat de Catharijnensingel opnieuw op de schop en ja, het water schijnt terug te komen, maar die rustieke schoonheid is voorgoed verdwenen.
Inmiddels is er één van de twee verbindingsbruggen al gesloopt, de gracht ligt vol puin en de bouwkundige activiteiten zijn volop gaande. Het verkeer is ernstig gestoord, overal verkeersregelaars, er is geen doorkomen meer aan voor fietsers en wandelaars. Ik ben toch wel heel benieuwd wat hier uit voort zal komen.
In een foto collage ziet u enkele foto's van de verbouwing van singel en Concertgebouw Vredenburg, maar ook een aantal sfeerfoto's van de prachtige binnenstad van Utrecht die gelukkig aan de bestuurlijke klauwen wisten te ontkomen. Je moet er toch niet aan denken dat de domtoren zou zijn afgebroken in het verleden; dat de kerk is verdwenen door een verschrikkelijke storm is al vreselijk genoeg. Hadden ze die maar hersteld in die zeventiger jaren!
14 september 2010
Gebakken paling
Als jong kind kwam ik vaak en graag bij mijn grootmoeder in Amsterdam. Aldaar was ik bij haar in huis geboren toen vanwege de woning schaarste mijn jonge ouders bij haar inwoonden op de Kinkerstraat. Daar in de buurt was, en is nog steeds de Ten Kate markt, een echte dagmarkt. Destijds was het aantal viskramen enorm; vis was armeluisvoedsel en zo vlak na de oorlog waren er erg veel mensen die van een dubbeltje een kwartje moesten maken. Ik herinner mij nog levendig de kramen die afgeladen waren met paling, een toen heel algemene vis in zoet water.
Mijn moeder en grootmoeder waren gek op paling en we aten dat regelmatig als we bij haar kwamen. De palingkopjes nam ze dan mee voor mij en dan stond ik op een krukje bij het aanrecht van het piepkleine keukentje met een glazen beker water met de nog happende kopjes van de paling te kijken. Warme herinnering.
Zelf vissen heb ik geleerd van mijn eerste hospes op de Overtoom alwaar mijn toenmalige ega en ik op zolder woonden, tja de woningnood was eind zestiger jaren nog volop. Een hengel kreeg ik van hem en vistechniek leerde ik ook. Met dobber en met schuiflood. Later, in begin zeventiger jaren woonde ik weer in de Kinkerbuurt, in de Jan Hanzenstraat. Ik leerde via een kennis een paar mannen kennen die graag gingen stropen op paling. En ik mee middenin de nacht; werphengeltje met schuiflood en een wurm eraan. We gingen vissen bij de Hembrug centrale. In het kanaal voor het koelwater zat veel paling. Ik gooide in en had onmiddellijk beet; een enorme paling en zo volgden er nog meer. Thuis gestroopt en van gesmuld.
Later, met vakantie in België, Vlaanderen, gebakken paling in roomsaus leren eten bij de Siphon, restaurant in de buurt van Damme. Een ongelooflijke lekkernij, die ik graag nog steeds zelf bereid, al dan niet met roomsaus overigens. Ook gestoofde paling is heerlijk.
Maar helaas, door overbevissing van met name de jonge paling die vanuit de kraamkamer, de Sargasso zee naar zoet water gaat, wordt bij tonnen weggevangen ten gerieve van Fransen en Aziaten. Samen met de vervuiling en allerlei mechanische pompmechanismen die de paling verbrijzelen loopt de stand de laatste jaren dramatisch terug.
Hoe heerlijk zo'n sudderend pannetje paling eruit ziet illustreer ik graag aan de hand van filmpje.
Als actief lid van Slow Food heb ik er wel moeite mee; officieel is de richtlijn dat paling vanwege ethiek niet meer gegeten kan worden. Maar zolang het nog op de markt verkocht wordt zal ik het eten. Voorlopig heb ik deze zomer een flinke voorraad opgebouwd voor slechter tijden!
Abonneren op:
Posts (Atom)
