04 maart 2016

Een indirect advies van Jan Wolkers

Allemaal bustes van mensen uit verschillende volkeren
Enige jaren geleden heb ik het boek gekocht waarin onder andere uitgebreid wordt ingegaan op zijn opleidingstijd als beeldhouwer in Parijs: Brieven aan Olga. Over zijn opleiding bij Zadkine was hij niet zo te spreken, over de musea van Parijs des te meer. Het Musée d'homme noemde hij met zo veel nadruk dat ik mij had voorgenomen om dat ooit eens te gaan bezoeken. En dat hebben we vandaag gedaan.
Met de metro naar Trocadéro waar het museum gevestigd is in een voormalig paleis zo te zien, gesitueerd op de zichtlijn met de Eifeltoren. Imposant deel van de lichtstad.
Het museum was nog niet zo lang geleden heropend na een periode van enkele jaren van herinrichting. Het had zo te zien de zelfde metamorfose ondergaan als menig museum in NL; het was een leuke kinderspeelplaats geworden met interessante voorwerpen, althans interessant voor de volwassenen; voor de kinderen waren er de knopjes; voor de informatie is uiteraard geen belangstelling.
Schedel van een Néanderthaler mens
Het uitzicht op de Eifeltoren vanuit het museum was fenomenaal. Ook de uitstalling van de koppen van tientallen mensentypen van "all over the world" vond ik boeiend om te zien. Echt onder de indruk was ik van de volledige schedel van een Néanderthalermens en van de enorme schedel van een holenbeer; dat moet een onwaarschijnlijk grote griezel zijn geweest. Een uitstalling van dieren uit de ijstijd hier in west-Europa deed mij sterk aan "De stam van de holenbeer" denken. Die serie boeken van Jean Auel blijft mij toch bezig houdern.
Vervolgens richting Porte Maillot gelopen en onderweg geluncht; viel ook een beetje tegen afgezien van de prijs die bekend hoog was. We merken dat we Parijs behoorlijk zat beginnen te worden.
Bij onze grappenmaker bij Porte Maillot nog een biertje gedronken; hij maakte er een hele show van om ons samen op de foto te zetten en tot slot de Flixbus opgezocht.
Merkwaardige terugtocht met veel muziekherrie en een onnodige - de chauffeur moest kennelijk nodig roken - en een erg lange stop in Antwerpen, kwamen we met "slechts" 50 minuten vertraging aan in Utrecht.
Au revoir, maar voorlopig even niet.

03 maart 2016

Gewandeld door Parijs

De gebochelde krijgt een slok water
Door gebruik te maken van de TGV hadden we feitelijk een extra dag Parijs. Onze planning was eigenlijk om het ROdin museum en het Musée d'homme te gaan bezoeken en aangezien dat laatst genoemde in de richting van de Porte Maillot, vertrekpunt van de Flixbus ligt, hadden we dat voor morgen gepland. Het was vandaag prachtig weer in Parijs en dus alle reden om eens lekker door de stad te gaan lopen aan de hand van het hotel-plattegrondje dat we steeds hanteren; staan wel niet alle kleinere straten op, maar je kunt je er prima op oriënteren en het is niet zo groot.
Via de Jardin des Plantes waar ons hotel vlakbij lag liepen we terug naar de binnenstad en crossten er vrij willekeurig doorheen. Natuurlijk ergens gezellig geluncht in de buurt van het museum van Victor Hugo de grote schrijver van "De klokkeluider van de nôtre dame". In het voormalig woonhuis van de schrijver was een forse hoeveelheid van zijn parafernalia opgesteld alsmede een aantal schilderijen waarvan er eentje de kern van het beroemde boek goed vatte: een beeldschone dame geeft de trieste gebochelde een slok water terwijl deze geketend en bespot wordt door een wanstaltige menigte. Overigens moest ik mijn intellectuele Roosje vragen naar het verhaal van de klokkeluider want dat boek ken ik slechts van naam.
Wat we onderweg ook zagen: een ambachtelijk kunstwerk
van een patissier. Een étalage om te watertanden.
Ook de heringerichte sterfkamer van Victor Hugo was in het museum aanwezig; ik vond het behoorlijk imposant en wil het beroemde boek ook gaan lezen.
Uiteindelijk zijn we afgezakt naar het restaurant waar we de laatste keer in Parijs zo ontzettend lekker hadden gegeten. Helaas, andere eigenaar, andere kok ongetwijfeld, kortom, het viel nogal tegen.
Met de metro terug naar het hotel; dat is toch wel een heel plezierig vervoermiddel in zo'n grote stad. Ik had geen puf meer voor een afzakkertje in een van de gezellige tentjes hier in het quartier latin.

02 maart 2016

Deze keer naar Rodin

Rodin
We hadden vernomen dat de TGV naar Parijs helemaal niet zo veel hoefde te kosten als je maar ruim van tevoren een ticket aanschaft. En dat hadden we gedaan. Was wel iets, tien euro duurder dan de Flixbus, maar wel ontzettend veel gerieflijker. We hadden er nog eens 11.20 p.p. euro tegenaan gesmeten om niet voor dag en dauw met de trein van 6.30 en een uur kleumen op station Rotterdam te hoeven ondergaan.
Vertrokken we om kwart voor negen uit Rotterdam CS met de Thalys daar liepen we om 11.30 al Gare du Nord binnen! en dat zonder ook maar de geringste vertraging; kom daar maar eens met de Flix om?!
Het was lekker zonnig weer en we besloten om naar het hotel te gaan wandelen. Inmiddels kennen we de weg in Parijs behoorlijk goed en aan de hand van een hotel-plattegrondje van de vorige keer liepen we via het île de la cité naar ons hotel. Roos had dat uitgezocht op prijs en op de afstand tot het Rodin museum dat we deze keer wilden bezoeken.
Om 14.00 uur konden we terecht op onze kamer. Daarna volgens plan op weg naar het Rodin museum. Gevestigd in een fraai gebouw en omringd door een tuin met beelden van de beroemde kunstenaar wordt hem de nodige eer verschaft met een eigen museum. Ooit was ik hier ook met Anneke en behoorlijk onder de indruk van zijn werk.
In de museumtuin "de burgers van Calais"
Inmiddels hebben we zo veel beeldhouwwerk van de klassieken gezien dat we het wat grofstoffelijke van de ruige Rodin nogal teleurstellend vonden. Hij kan werkelijk niet in de schaduw staan van de groten van 2500 jaar geleden en nog veel minder in die van de meester-beeldhouwer Bernini. Kan een kwestie van smaak zijn, maar de techniek van deze laatst genoemde wordt bij lange na niet geëvenaard door Rodin. We hadden er beiden aanzienlijk meer van verwacht. We vonden zelfs de werken van Claudel waarvan er hier enkele waren tentoongesteld aanzienlijk meer expressie hebben, maar ook niet van het niveau dat onze smaak heeft verpest.
Inmiddels was het fors gaan regenen. Na een korte blik op de nabij gelegen Dôme des Invalides waar de in de ogen van de Fransen "grote" Napoleon begraven ligt, gingen we terug naar ons hotel.
's-Avonds chique gegeten in een peperduur restaurant, overgoten met een fles heerlijke Cahors. Daar nog na afloop van de maaltijd genoeglijk zitten kouten met een stel alleraardigste Amerikanen.

01 maart 2016

Weer geen muts in de schuur

Vanmorgen was ik weer zo onverstandig om geen muts mee te nemen bij het naar beneden gaan. Toevallig had ik beide boven gelaten terwijl de rest van mijn kleding in de schuur hing. Ik vond het niet nodig om mijn Tiroler hoedje weer op te zetten; dat hangt gewoon altijd in de schuur namelijk. Maar het was toch wel erg koud aan mijn hoofd toen ik naar de fitness fietste. In de fitnesszaal was het ook maar koud, maar ja zweten doe je toch wel van de inspanning met Pilatesles van Debbie. Daarna ging ik met Roos naar Rotterdam; een kennis van haar zou zingen in de Laurenskerk. Vanaf station Blaak liepen we daarheen; het begon licht te regenen en ik kreeg niet alleen een koud, maar ook nat hoofd; voelde bijzonder onprettig; ik heb eigenlijk altijd een muts op als het koud is, vandaar. Na afloop moesten we weer door de regen; gelukkig had Roos een slimme oplossing voor me; ze had een afritscapuchon aan haar Noorse trui die ik op m'n kop kon doen. Maar intussen voelde ik me gewoon niet lekker van de kou aan m'n hoofd. Thuis gekomen kon ik gewoon niet meer warm worden zelfs niet met de CV hoog aan. Ik voelde wat gloeierig maar had toch geen koorts; gewoon niet helemaal senang, maar niet echt ziek.
Roos vroeg of ik dan toch wel wilde bridgen en dan ben ik niet de lulligste en dat hebben we dus gedaan. Hadden we beter niet kunnen doen want ik speelde als een natte krant en we haalden nog geen 40%.

29 februari 2016

Als boswachter vermomd

Geen commentaar. Foto Peter C.
Vandaag een gezellige dag met mijn goede vriend Peter C. doorgebracht; lekker de hele dag zitten ouwenelen over van alles en nog wat en dat op de - zoals ik later zou horen - de zonnigste schrikkeldag ooit! Relaxed laat opgestaan en met de trein van 9.00 uur naar Spaarnwoude waar Peter net 3 minuten stond te wachten. Direct door naar zijn hoogbejaarde moeder. Ik mag de oude dame - ze is bijna 97 jaar oud - graag en als we bij Peter in de buurt afspreken gaan we altijd even bij haar langs dus ook deze keer. Was weer genoeglijk.
De laatste tijd zit ik wat te filosoferen over het gevoel dat bij het ouder worden hoort in het kader van "vroeger was alles beter". Objectief weet je natuurlijk dat dat onzin is, en toch bekruipt dat gevoel niet alleen mij maar ook andere ouderen. En nu wilde ik dat wel eens voorleggen aan Peters' moeder. Ook zij vond de huidige tijd met al haar dreigingen bijzonder ernstig. Indirect bevestigde ze mijn vermoeden dat het toch vooral aan de leeftijd ligt dat je een wat somberder kijk op het heden krijgt; toen ik haar voorhield dat zij haar jong volwassen jaren toch in de oorlog had gesleten schetste ze een vrolijk beeld dat ondanks de grote beperkingen eigenlijk heel positief was. Je moest voor een bruiloftsmaal zelf de ingrediënten meenemen naar het restaurant, maar feestelijk was het! Het is dus inderdaad een leeftijdskwestie althans daar houd ik het vanaf heden op en ik leg de somberheid van mij af voor zover dat in mijn vermogen ligt.

Vervolgens gingen Peter en ik van het mooie weer genieten in de Amsterdamse waterleidingduinen. Ik had mijn groene Lodenfrei jas aan en daarbij mijn Tiroler groene hoedje omdat ik in de gauwigheid geen muts kon vinden in de schuur. We waren nog maar nauwelijks onderweg in de duinen of ik werd aangezien voor een jager. Er liep genoeg "wild" rond; achter een mevrouw met boterham stond een damhertebok te wachten of er iets voor hem over zou schieten; het stikte er van de herten en een jager zou zijn hart kunnen ophalen. Het water liep me in de mond maar die mevrouw zou nooit een levend beest kunnen doden aldus zeggen.
We liepen naar het voormalig pompgebouw van het waterleidingbedrijf en aten een boterhammetje. Het was heerlijk weer. Even verderop werd ik aangesproken door iemand die dacht dat ik boswachter was; ik vond het hilarisch; kleren maken de man kennelijk nog steeds. Die mevrouw wilde gewoon niet geloven dat ik ook voor het eerst op die plek was.
We hebben nog even iets gedronken in het gezellige restaurant bij station Overveen en toen scheidden onze wegen weer. In april gaan we weer een paar dagen samen op stap; dit keer naar Berlijn aldus de plannen. Gaan we weer verder ouwenelen.

28 februari 2016

Een ganzenroerei

Ganzenei ter consumptie
Een kinderboek uit mijn jeugdjaren, "Charlotte's web" , handelend over de lotgevallen van boerderijdieren met als hoofdpersonen de spin Charlotte en het varken Wilbur, maar met bijrollen voor een gans en een rat die beschikte over een ganzenei. Dit als introductie van deze Blog.
Vorig jaar heb ik feitelijk voor het eerst echt een ganzenei gezien en mijn handen zelfs gewarmd aan eieren uit een onder dwang verlaten ganzennest; nog net gered voordat de vrijwilliegers deze eiren in de sloot gooiden. Er zijn zo ontzettend veel ganzen in de Eilandspolder dat van een plaag gesproken kan worden.
Maar gisteren kwam Ab aanlopen met een eierdoos met daarin een tweetal snaterverse ganzeneieren. En daarvan heb ik er vanmorgen eentje tot een roerei verwerkt. Was wat kruimeliger maar vooral ook veel smakelijker dan een roerei van kippeneieren, hoewel die ook zeker niet te versmaden zijn.
Eigenlijk is het ontzettend zonde dat al die tienduizenden vernietigde ganzeneieren niet voor consumptie gebruikt worden net als al die ganzen die "geruimd" worden. De vernietiging van voedsel uit het wild gaat mij echt aan het hart. Maar dat roereitje ging er goed in met een sneetje zelf gebakken brood.

27 februari 2016

Door het natuurgebied de Hoge Veluwe

Jachthuis St Hubertus
Een paar jaar geleden had ik op 1 étappe na het hele Trekvogelpad gelopen. Die ene étappe was die door het park de Hoge Veluwe liep; dat kost toegangsgeld en dat deed ik "dus" niet; stom, stom stom! Want vandaag hebben we dat met z'n drietjes gelopen, Roos, Ab en ik en het was een "tadelos" mooi stuk met cultuur en natuur en op dringend verzoek van Ab hebben we het Kröller-Müller museum zelfs overgeslagen. Volgens Ab kan cultuur-beleving altijd nog wel en moet je in je actieve jaren puur natuur genieten; is wat voor te zeggen.
Ab kwam ons ophalen met de auto en we reden naar Otterlo en met de bus naar Hoenderloo alwaar we eerst bij "De Boer'n kinkel" chocolademelk met notencake nuttigden. En toen met de kijker om ons nek door het park op geleide van de GPS-track en de wit-rood tekens. Hoewel we nauwelijks vogels hebben gezien was het een schitterende wandeling en niet alleen vanwege de natuur.
Windroos op uitzichtpunt
Door toedoen van de heer en mevrouw Kröller-Müller is dit prachtige natuurgebied in stand gebleven maar vind je ook fraaie restanten van hun activiteiten van zo'n tachtig jaar geleden. Niet de minste is natuurlijk het jachthuis St Hubertus, maar we vonden nog meer architectonische schatten zoals de restanten van het nooit gerealiseerde grote museum zoals mevrouw Kröller dat in gedachte had (had ik al eens eerder gezien met Peter C.) en een molengebouw van de architect Henry van der Velde - heb ik voor vriend Peter C. gefotografeerd - en een windroos op een uitzichttorentje. Vanuit de verte ook het standbeeld van generaal de Wet.
Na 16 kilometer kwamen we weer aan in Otterlo en bracht Ab ons met de auto weer terug naar De Bilt. Was ontzettend gezellig geweest zo met z'n drietjes.
Ondanks mijn rozerigheid heb ik nog boerenkool toebereid; na het eten kon ik mijn ogen nauwelijks meer open houden; dus heerlijk geslapen.
Pomphuis van architect Henry van der Velde. Foto speciaal voor architect en vriend Peter C

Roerend vond ik het gezicht op het graf van de heer en mevrouw Kröller-Müller bij de Franse Berg.

26 februari 2016

Oren uit laten spuiten

Mijn moeder kon ons kinderen altijd op duidelijke manier laten merken dat we niet geluisterd hadden wanneer we iets deden dat niet mocht of juist iets niet deden als ze het gevraagd had: "moeten je oren misschien uitgespoten worden?" Dat leek mij iets verschrikkelijks; je oren uit laten spuiten zou dat geen pijn doen; hoe zou dat voelen. Dat dreigende in mijn moeders stem heeft er lang voor gezorgd dat die handeling mij toch wel enige angst inboezemde. Maar dat is in de loop der decennia toch wel over gegaan.
Vorige week was ik zo dom geweest om weer eens ouderwets in m'n oren te peuteren en zelfs met mijn brillenpoot in mijn gehoorgang te rommelen; moet je niet doen, dat weet ik ook wel, maar toch?! En zo kon ik deze week echt vrijwel niets meer horen met mijn linkeroor. In de bridgeclub afgelopen dinsdag verstond ik iedereen verkeerd; hilarich, maar niet leuk.
Ik had dinsdag wel direct een afspraak gemaakt bij de doktersassistente en op haar advies vanaf dat moment mijn oor gedruppeld met olijfolie. Vanmorgen was het zo ver en ging de assistente met een spuit met warm water mijn oor reinigen. Het was zo gebeurd en de hoeveelheid vuiligheid die zij eruit had gespoten overtrof mijn stoutste verwachtingen. En nu hoor ik weer prima!
Roos zat in de wachtkamer want we zouden direct doorgaan naar het van Goghmuseum voor de tentoonstelling over prostitutie in de Franse kunst. En dat was toch niet helemaal onze "goesting". Als schilderkunst natuurlijk best goed, maar als onderwerp nogal ontluisterend en niet alleen de foto's van de syfilitische prostituées maar vooral ook de armoede die veelal tot prostitutie drijft. Pablo Picasso had een prachtig schilderij gemaakt in de gevangenis waar de met geslachtsziekte besmette dames werden opgesloten; de diepe triestigheid die van het gezicht te lezen was raakte ons diep. We zijn feitelijk "halverwege" omgedraaid en weggegaan en toen naar het Stadsarchief in de Vijzelstraat voor een tentoonstelling over de 200 dagen die Vincent van Gogh heeft doorgebracht in Amsterdam. Op dringend advies van de entrée dame gebruikten wij de audio-tour en die was inderdaad van grote toegevoegde waarde; je hoorde als het ware Vincent en zijn familieleden voordragen uit de bewaarde brieven. Nog een versnapering in het restaurant van het stadsarchief en toen weer naar huis. Gezellige dag alles bij elkaar en ik kan weer prima horen.
Toen ik thuis gekomen mijn e-mail bekeek zag ik een vraag van Ab of ik zin had om zaterdag te gaan wandelen op de Veluwe; Roos wilde wel mee, dus dat zou gezellig met z'n drietjes worden!

25 februari 2016

Nòg een treintje vroeger?!

Gearriveerd op het busstation van Edam om 7.59 uur
Gisteravond heb ik Ab gebeld met de vraag of ik mee mocht doen; een daggie riet ruimen in de Eilandspolder. Hij was aangenaam verrast en natuurlijk mocht ik meerijden vanuit Edam.
Ik ben altijd wat precies met de tijd als ik met iemand heb afgesproken. Daarom neem ik als het even kan een trein eerder om in ieder geval op tijd in Edam te zijn ook al zou er storing zijn. Ab en Rob halen altijd eerst de taart op bij de bakker in De Rijp; de taart waarmee Corinne de werkgroep Eilandspolder sponsort. Als ik te laat mocht zijn - wat overigens nog niet heeft plaatsgevonden - dan zou Ab te laat zijn en de werkschuur nog niet geopend zijn voor de andere vrijwilligers. Dat wil ik vanzelfsprekend niet op mijn geweten hebben.
Vanmorgen om kwart voor zes naar beneden, laarzen en jas aangetrokken en op de fiets naar het station. Het had gesneeuwd vannacht en er reed een auto van de gemeente met strooizout over de fietspaden. Ik was vlot bij het station, zo vlot dat ik tot mijn verbazing zelfs de trein van 6.00 uur haalde, dus zelfs een half uur vroger dan noodzakelijk?! Ik heb van de weeromstuit maar een kopje koffie in Amsterdam CS genomen om wat tijd weg te werken en zat zo wat naar het nog zo rustige station te kijken; het was nog maar kwart voor zeven. Toen maar naar boven en een bus naar Edam opgezocht; Ab gebeld dat ik vroeger zou zijn en dat was allemaal OK.
Gebukt onder het gewicht van de verrukkelijke
mokkataart. Ging er weer goed in Corinne!
Aangekomen op Edam kwam Ab me al tegemoet terwijl ik op weg was naar "de krul" om de ochtendthee te lozen. Vervolgens het ritueel van de bakker in De Rijp waar Ab nog een gekke foto maakte van Rob en mij terwijl we de taart torsten. Gezellig weer in de koffiekamer van de werkschuur; er waren zoveel vrijwilligers dat er maar netan genoeg stoelen waren. Zo'n start in een "clubhuis" maakt het werken met zo'n werkgroep wel heel plezierig. Door de slootjes van de Eilandspolder naar het eilandje waar we ons in het zweet zouden gaan werken. Heerlijk gewerkt. 

24 februari 2016

Verder langs de Lek naar Maurik

Gezicht op Buren
Lekker vlot waren we in Buren alwaar we verder gingen met het Maarten van Rossempad. Het zou een mooie dag worden; weeronline had zelfs een 9 voorspeld maar dat zou wel wat erg sterk overdreven blijken. Maar het begon goed. We liepen van Buren naar Zoelmond en kwamen onderweg een buurtbusje tegen met achter het stuur een meneer met een fraaie lichtgrijze/witte baard. Ik noemde hem oneerbiedig een kabouter. Via een aantal onbekende plaatsjes - waar we althans nog nooit van gehoord hadden -  liepen we door boerenland en na een dik uur kwamen we weer aan een rivier, de Lek schatten wij, maar echt kennen doen we die rivieren die toch zo kenmerkend zijn voor ons kikkerlandje niet; eigenlijk wel gek. Roos was helemaal lyrisch over de uitzichten vanaf de dijk; zicht op Wijk bij Duurstede; ganzen in de uiterwaarde. Er stonden metalen stoelen, stevig gefixeerd op de rivierdijk. Tijd voor een boterham met uitzicht.
En toen verder naar de kruising der stromen; het Amsterdam-Rijn kanaal kruist hier de Lek. Op dat moment schoof er een enorme boot met metaalafval over de kruising der stromen; ik kon de naam van het schip met mijn Swarovski duidelijk onderscheiden: de Cunera.
Bij de sluizen konden we het kanaal oversteken en toen naar het Rijswijk (Gld); piepklein plaatsje, maar wel twee bushaltes. Opnieuw zagen we het buurtbusje met de zelfde chauffeur en we zwaaiden vriendelijk. We zouden hem in totaal vier keer ontmoeten op onze wandeling.
Op de dijk in Rijswijk stond een huis met een bordje: honing te koop en ja, die echte honing, direct van de imker kan ik nooit weerstaan en zo kochten we onverwacht een pot "zomerhoning", maar ook een pot "lindebloesemhoning" en die laatste is toch wel bijzonder delicaat van smaak. Nog genoeglijk staan praten met de imker en toen weer verder.
Helaas begon het wat te betrekken en kregen we af en toe een forse hagelbui op ons hoofd. We hadden besloten om door te gaan naar Maurik; dat moesten we ruim op tijd kunnen halen voor de incheck bij de NS voor 16.00 uur. Ik had verschillende bustijden van Maurik op een papiertje genoteerd en ik moest concluderen dat we bijna een uur zouden moeten wachten omdat we de bus hadden gemist. Maar Roos zette er de sokken in want zij had onderweg beter opgelet. Op een hoek stond ze me enigszins teleur gesteld op te wachten; ze had daar de buurtbus verwacht om deze tijd, maar wie kwam er op dat moment de hoek omgezeild? onze vriendelijke chauffeur. Hij bracht ons in Beusichem waar we de bus namen naar Tiel en op tijd konden inchecken. Was weer een fijne wandeldag!

23 februari 2016

Zelfs dàt komt terug

Als je wat ouder wordt realiseer je je dat je heel wat ontwikkelingen hebt mogen meemaken, bijvoorbeeld in het modebeeld; daarover gaat deze blog van vandaag. Sommige dingen zie je na enkele decennia terug komen zoals de minirok/minijurk maar niet alle - in mijn ogen -  leuke modebeelden zoals die uit de twintiger jaren van de vorige eeuw met dat grappige pagehaar, die lange kettingen en die lage heuplijnen in de damesmode; is eigenlijk nooit meer terug te zien geweest.
De kapot geknipte knieën in de spijkerbroeken zijn absoluut nieuw; je ziet er velen mee lopen; beetje zot in mijn ogen. Versleten plekken al meegeleverd vanuit de fabriek, ook origineel. Het is toch knap om ele keer weer iets nieuws te bedenken. Het décolletée - had ik nooit verwacht weer mee te gaan maken - zie je toch ook weer hand over hand terugkeren; leuk!
En dan de haarmode; alle lengten; alle kleuren van de regenboog zie je in het straatbeeld. In mijn jonge jaren had je dat vreselijke opgeknipte haar; kaal met een kuiffie zoals mijn moeder dat noemde; wat had ik er een hekel aan als ik weer naar de kapper moest op woensdagmiddag. Een groot aantal jongetjes die razendsnel met de tondeuze werden ontdaan van in de ogen van hun moeder overtollig haar. Jan Wolkers heeft er zelfs een van zijn boeken naar genoemd: Kort Amerikaans. Maar dat is tot mijn verbazing terug aan het komen. Volledig kale achterkant en zijkant van het hoofd bij de jonge mannen en dan het haar bovenop redelijk kort. Dat had ik nooit verwacht; vond het vroeger al een afgrijselijke dracht.

22 februari 2016

De vogels van het Houdringhebos

Zwarte specht
foto Hans van Zummeren
Eigenlijk ben ik een wandelaar die wel eens naar vogels kijkt met mijn Swarovski. Vaak vind ik het ook maar lastig en laat ik "dat zware ding" maar gewoon thuis of vergeet ik hem mee te nemen. Maar ik krijg steeds meer plezier in het opsnorren van vogels en vooral het bekijken hoe zij zich eigenlijk gedragen. Het is net zo gegaan als destijds met het leren van bridgen als bridgepaar met Roos; het advies van een deskundige is veel waard.
Zo gaf Cyria aan dat het niet alleen gaat om het zien van de verschillende soorten vogels maar vooral ook om hun gedrag te bestuderen en dat begin ik meer en meer door te krijgen. Zo zag ik vorig jaar hoe een Vlaamse gaai in de wintertijd feilloos wist waar hij zijn eikels had verstopt. Hij pikte in de grond en kwam met een volle snavel weer in beeld. En dat zag ik toen twee keer gebeuren.
Vlaamse gaai
Foto Hans van Zummeren
Het Houdringhebos is zo'n beetje mijn achtertuin; ik kom er al sinds 1980 dus al meer dan 35 jaar inmiddels. Onze tuin in de Hoflaan grensde zo'n beetje aan dit bos. In de beginjaren zag je in de tuin tal van vogelsoorten die ik als stadsjongen vaak nog nooit had gezien zoals de goudvink en tal van mezensoorten. En nu loop ik zeker in deze tijd nu er nog geen bladeren aan de bomen zitten die het kijken belemmeren lekker door het Houdringhebos te speuren, Swarovski in de aanslag. Had ik vorige week al een zwarte specht gezien maar de kijker net opgeborgen, daar hoorde en zag ik hem nu landen op een tak, hoog in een kale beuk. Hij zocht geen voedsel, zat niet te hakken, maar keek voortdurend actief om zich heen en maakte regelmatig luid kabaal zoals de zwarte specht dat kan doen. Hij bleef dit maar doen en was vast op zoek naar een partner. Ik heb geruime tijd staan kijken, tegen de lichte hemel in zodat ik het fraaie rode kapje slechts met enige verbeelding kon zien. Toen ik het zat was en doorliep vloog het schuwe dier weg. Ook hoorde en zag ik een zwerm staartmezen; fraaie vogels met hun bont-witte voorkant en hun lange staart; zenuwachtig, voortdurend bewegend en vliegend vogeltje dat je toch niet dagelijks ziet.
Winterkoninkje
Foto Hans van Zummeren
Toen ik verder liep hoorde ik opnieuw het geluid van de zwarte specht, maar nu veel rustiger en het leken er wel twee. En inderdaad zag ik een tweetal spechten dat mij gelukkig niet in de gaten had, in een dode boom aan het insepcteren leek het wel of er nestgelegenheid was. Op een zeker moment vloog het vrouwtje (?) weg even later gevolgd door de ander. Nu had ik wel de gelegenheid gehad om het fraaie tode kapje achterop de kop waar te nemen; mooie vogel. Verderop hoorde ik ook het geroffel van de bonte specht. Het begint echt al voorjaar te worden.
Onder een groep beuken zag ik een hele vlucht vinken aan het fourageren. Ik zocht in de groep of ik misschien ook een keep zag en ja hoor, dat was het geval, er zaten er zelfs twee tussen de vinken; mooie oranje vogels met lichte snavels. Tot slot nog een winterkoninkje en tevreden liep ik terug naar huis.

21 februari 2016

Nogmaals de genealogische krochten ingedoken.

Had Anneke bij mijn laatste ontmoeting met Gerti al uit oude documenten kunnen concluderen dat Roelof Landman en Artje Ariese de verbinding vormden tussen onze families, daar konden we nu dankzij het genealogisch document dat ik van Karel de V had verkregen concluderen dat Adriana Bömer-Landman, de overgrootmoeder van Gerti en Hendrika Landman, mijn overgrootmoeder, zusters waren. Ook een naam die ik wel eens had gehoord uit het verleden, "tante Billa" kwam uit de mist van het verleden naar voren; zij was de echtgenote van Tinus, broer van Adriana en heette Sybille en werd Billa genoemd, in mijn ogen een hilarische naam.
Het is wel grappig al dat gesnuffel naar namen uit het verleden en wat zegt het je nou allemaal bij elkaar?! toch vooral dat je tot het uiterste doorgeredeneerd allemaal familie van elkaar bent. Tegen die achtergrond krijgt de weerstand tegen vreemden, met name de vluchtelingen uit verre oorden toch wel een merkwaardig perspectief.
Tot het uiterste doorgetrokken kom ik dan toch weer terecht op mijn stokpaardje; het ontstaan van het leven in het overgangsstadium van de gloeiende plasmawolk via het afgekoelde stadium naar de uiteindelijke door de zon verwarmde en op gang gehouden situatie deed evolueren. Kortom, de algehele verwantschap van de biologische soorten, inclusief de mens.
'sAvonds hebben we nog fijn gestept d.w.z. op de computer van de NBB gebridged met onbekende, maar leuke tegenstanders.

20 februari 2016

Song Dong en Füchschen in Düsseldorf

Ontbijten met nicht Gerti in het gezellige eethoekje in de keuken
Bij mijn tripje met vriend Peter C. naar Hamburg en Bremen hebben mij de bezoeken aan de Kunsthallen aldaar zeer aangenaam verrast; prachtige Duitse kunst bij uitstek. Met gespannen verwachting keek ik dan ook uit naar het bezoek aan de Kunsthalle in Düsseldorf. Bij naspeuring op Internet tevoren had ik al zo mijn twijfels; een zekere Song Dong had een tentoonstelling aldaar. Nou ja, er zal toch ook nog wel een vaste collectie zijn met kunstwerken. Nou, niet dus.
Niet te vroeg opgestaan en na een gezellig ontbijt in het zo echt duitse, gezellige hoekje van de keuken gingen we de stad in, op weg naar de Kunsthalle. Eerst bij een Libanese Konditorei lekker koffie gedronken met Libanese "Süssigkeiten" , wat verder door de stad gewandeld en tot slot naar de Kunsthalle. En die Song Dong tentoonstelling was nog belachelijker dan ik mij in mijn stoutste dromen kon voorstellen; een soort gesorteerde vuilnisbelt en verder een opstelling van stenen met zitbankjes; te zot om nog een tentoonstelling te noemen. We waren dan ook heel snel uitgekeken op die waanzin. En van een vaste collectie was helemaal geen sprake. Weggegooid geld dus, maar daarom niet getreurd.
Bij een ontzettend leuke Brauerei opnieuw bier gedronken, nu was het Füchschen Alt bier; iets lichter dan het Uerige, maar nog lekkerder. In het ontzettend, maar wel gezellig kabaal van de grote ruimte zaten we aan de "Lügen Tisch". Naast mij zat een alleraardigste leeftijdsgenoot waar ik genoeglijk mee heb zitten klönen, oftewel kletsen. Ook hij had familie in Nederland; er zijn kennelijk veel gemengde Nederlands-Duitse families. Ik heb het bij 3 heerlijke altbiertjes gelaten; dat Duitse bier is toch wel heel erg lekker!
En 'savonds had Gerti ons uitgenodigd voor een etentje bij een Chinees restaurant; buffet van prima kwaliteit en een drukte van jewelste. Het restaurant was in een voormalige plantenkas gevestigd; een enorme ruimte en heel veel klandizie; de mensen stonden in een rij te wachten op een plek. Wij hadden geluk want we kwamen eigenlijk net voor een golf van nieuwe klanten. Maar het liep allemaal als een speer; de bediening liep heen en weer en kon het voedsel maar nauwelijks aanslepen. Was heerlijk.
Thuis gekomen nog een glaasje wijn en vroeg slapen. We hadden aanvankelijk gepland om zondag verder te gaan reizen met de Flixbus naar Trier en dan een paar dagen Luxemburg; de weersverwachting was helaas erg slecht en daarom hadden we voor vertrek al afgezien van deze verdere reis en het hotel in Trier gecancelled. Dus lekker uitslapen.

19 februari 2016

Nach Gerti, meine deutsche cousine

Onze grootmoeders waren nichten van elkaar, onze moeders achternichten en Gerti en ik dus achter-achter nicht en neef en niet eens meer familie maar toch hebben we over die vele generaties heen nog contact. Niet zo heel frequent; het is toch vooral vriendschap die bijeen wordt gehouden door  "the glue of a postage stamp", zoals Jan Wolkers dat eens benoemde in Turks fruit meen ik, maar toch.
Gerti stuurde mij afgelopen kerst een uitgebreide kerstwens met daarin ook de wens om elkaar binnenkort weer eens te ontmoeten. En daarom zaten Roos en ik vanmorgen al om half zeven in de trein op weg naar Venlo en aldaar verder met de internationale boemeltrein naar Düsseldorf. En dan is het alsof al die jaren wegvallen. De laatste keer dat we elkaar ontmoetten was zo'n tien jaar geleden.
'sMiddags kwam haar zoon Bernd met zijn vrouw en zoontje Clemens langs. Destijds bleek dat Gerti en ik vrijwel tegelijkertijd grootouders waren geworden; Clemens en Gijs zijn beiden in december 2010 geboren; daarvan heb ik nog verslag gedaan in deze Blog.
Leuk, bijdehand menneke die inmiddels grote Clemens. Hij wilde "der Ferry" begroeten en dat deed hij met de "high five". In de loop van dit weekend raakte grootmoeder Gerti niet uitgepraat; haar kleinzoon betekent vrijwel alles voor haar in deze wereld; leuk hoor.
Met veel Kaffee und Kuchen brachten wij de dag door en we raakten weer helemaal bijgepraat. 'sAvonds gingen we gezellig uit eten bij een restaurant - op mijn voorstel -  waar we tien jaar geleden ook hadden gegeten; een soort uitgebreid huiskamer restaurant waar de familie de keuken en het restaurant bestiert. Dietrich, de LAT-partner van Gerti was ook van de partij; we hebben ons het Huerige bier goed laten smaken. De avond nog afgemaakt bij Gerti thuis met een voortreffelijk glas Médoc en daarna geslapen als een Roos. Het is flink vermoeiend om de hele dag Duits te praten en dat, overgoten met heerlijk Duits bier doet een mens goed slapen.

18 februari 2016

De droom van de Ier

In het tweede deel van "de Bruggenbouwers" met de naam "Dandy uit het Noorden" komt nogal wat aan de orde op het gebied van politiek en oorlogvoering maar ook de houding jegens homosexualiteit. In het boek kwam de mij tot die tijd onbekende figuur Roger Casement naar voren. Natuurlijk vond ik op internet in de wikipedia een overzicht over wat deze omstreden figuur allemaal had gedaan. Een drietal zaken springen naar voren, zaken die allen draaien om onrecht dat een bepaalde bevolking wordt aangedaan. Hij heeft namens de regering van Engeland onderzoek gedaan naar de toestand in Congo, naar de ellende die de inheemse mensen werd aangedaan in het enorme gebied dat aan België was toegezegd en door Leopold II als privé bezit maar volstrekt zonder juridisch toezicht werd leeggezogen. Later werd hij voor een vergelijkbare missie uitgezonden naar Peru. En tot slot speelde hij een merkwaardige rol in de opstand van de Ieren tegen de Engelse overheersing, een activiteit die hem uiteindelijk op het schavot deed belanden.
Maar wat ook in de Wikipedia pagina werd genoemd was het bestaan van het hier genoemde boek, van de pen van Mario Vargas Llosa, niet voor niets Nobelprijswinnaar Literatuur 2010. In mijn Blog worden meer boeken van hem genoemd.
Het boek gaat vooral over wreedheid in die omstandigheden dat sprake is van een absolute macht, in dit geval niet van een Romeinse keizer of een andere despoot , maar van een groep Europeanen, voorzien van vuurwapens tegenover de oorsprokelijke inwoners, d.w.z. negerstammen, die nog nooit met onze "beschaving" in aanraking waren gekomen en Indianen, dus volkomen weerloze mensen. Uitbuiting, hebzucht en ongebreidelde wreedheid scheppen een onvoorstelbare hel; het heeft mij diep geraakt toen ik dit las. Vargas Llosa beschrijft het leven van Roger Casement op een indringende wijze en levensgetrouw, zij het in de vorm van een roman.
Uiteindelijk eindigt Casement aan de galg waarbij zijn geheime dagboek waarin hij zijn homosexuele activiteiten nogal expliciet heeft beschreven een rol heeft gespeeld. Homosexualiteit werd in die tijd nog als een misdrijf gezien.
Boeken van Vargas Llosa hebben eigenlijk geen leesadvies nodig; zijn alle zeer het lezen waard, maar ik wil het toch benoemen. 

17 februari 2016

Muziek kan zo ontroeren

Het boek "De droom van de Ier" over het leven van Roger Casement van de pen van Mario Vargas Llosa, gebaseerd op waargebeurde zaken heeft er keihard ingehakt bij mij. Wreedheid, natuurlijk niet op de enorme fabrieksmatige schaal als in het "Dritte Reich", maar van een wreedheid die dat nog overtrof; hoe kunnen mensen dat andere mensen aandoen. Het boek heeft mij ernstig geraakt en misschien verklaart dat deels wat mij vanmorgen overkwam toen ik achter de vleugel bij Roos kroop. Ik speelde van de Goldberg Variationen nr. 25, de diep emotionele variant die leed op een muzikale wijze vorm geeft. Voor het eerst speelde ik niet alleen de eerste helft, maar ook het tweede deel. Ging niet foutloos natuurlijk; vooral met die lastige syncopische en ritmisch lastige delen ging het bepaald niet vlekkeloos, maar ik kwam een heel eind en in tweede instantie klonk het zelfs een beetje zoals het hoort. Daarna speelde ik de finale, de laatste variatione met de bijna triomfantelijke maar toch ook heel bedachtzame climax en geheel buiten mijn wil om liepen de tranen over mijn wangen. Ik sloot af met het thema zoals het hoort.

16 februari 2016

Van Passewaaij naar Buren

De waag in Buren
De weersvoorspelling gaf een 10! en we hadden al gepland om vandaag weer een étappe van het Maarten van Rossumpad te gaan lopen. We wilden verder vanuit de plaats waar we de vorige keer waren gebleven, Heesselt; die vorige keer was het ook zulk prachtig weer. We zouden de buurtbus nemen in Tiel, echter door een "bijna-aanrijding" tussen Cuulemborg en Geldermalsen liepen we met de trein een zodanige vertraging op dat we niet meer konden hopen op een aansluiting met de buurtbus. Gelukkig wist ik dat je vanuit Tiel Passewaaij ook kon aansluiten op het Maarten van Rossumpad en dat hebben we gedaan. Daarmee werd het een wat korte wandeling naar Buren, maar wel een hele fraaie met name door het schitterende weer; rijp op de velden, lekker in de zon op een bankje gezeten en een boterhammetje geknaagd.
Standbeeld van het jonge gezin
van Willem de Zwijger en Anna van Buren
Buren kenden we allebei wel van eerdere bezoeken; erg vaak was ik hier niet maar ik wist nog dat het een fraai stadje was; het overtrof nog mijn verwachtingen. Vanuit de verte zag je al de toren boven de stadswal uitsteken. De binnenstad trad je binnen via een poort; een rustige stad, vrijwel zonder verkeer. Wat zou het mooi zijn als er helemaal geen auto's zouden worden toegelaten overpeinsde ik hardop. De waag met haar weegschalen nog intakt; een standbeeld van het jonge gezin van onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje met zijn jong gestorven eerste vrouw, Anna van Buren en hun twee kleine kinderen.
We liepen door het stadje heen, langs het voormalig weeshuis, nu Marechausse museum en lunchten op een bankje.
Met de bus terug naar Tiel en met de trein naar huis. Was een fijne wandeldag.
'sAvonds hebben we nog heel succesvol gebridged; op de derde plaats met 57%; we kunnen het nog! Roos speelde een paar spellen wonderbaarlijk goed af en met tegenspel vonden we elkaar ook goed; doet een mens goed.

15 februari 2016

Op stap met broer Henk

Bij het graf van onze ouders
Gezellig een daggie met m'n jongste broer op stap. We hadden afgesproken in Hoorn op het station. Ik stelde voor om even langs "het graf" te gaan; dat is natuurlijk het graf van onze ouders. Vaak wil ik als ik met een van mijn broers afspreek daar even langs; ze liggen tussen Hoorn en ENkhuizen, in Westwoud op een heel klein en intiem begraafplaatsje. We reden er al pratend heen en hoewel Henk een bijzonder geroutineerde chauffeur is rijdt hij steevast verkeerd wanneer hij door mijn gepraat wordt afgeleid. Maar uiteindelijk kwamen we er wel natuurlijk.
Het doet me toch zeker wat wanneer ik die gang naar dat plekje weer ga; ruim twaalf jaar geleden toen vader werd begraven en ik als laatste met mijn blote handen wat grond pakte en die op de kist wierp; later bij de teraarde bestelling van de urn met de resten van moeder.
Als ik zo'n dag met broer doorbreng is het ook geen wonder dat we praten over vroeger, over ons ouderlijk huis, over wat je voor elkaar hebt betekend, hoe je je hebt ontwikkeld, hoe verschillend je bent geworden ook al kom je uit het zelfde nest. Over de grootouders en hoe je e.e.a. hebt beleefd. En je weet elkaar ook weer te verrassen met een nieuwe verhaal dat de ander dan niet wist zoals dat Henk en onze andere broer Jan samen bij oma ten Brink gingen eten en dat ze dan een half witbrood met dik roomboter en suiker op zaten te nassen. Henk had die smaak van roomboter nooit vergeten maar vond die niet terug in de roomboter van de supermarkt. Daarom had ik op zijn verzoek een stuk van mijn boerenboter voor hem meegenomen; het haalde het toch niet bij de herinnering aan die boter van onze oma daar in de Jan Evertsenstraat.
En zo vloog de dag voorbij. We maakte een wandeling over de dijk vanuit Enkhuizen waarbij we nog een sneeuwbuitje op ons hoofd kregen. We beëindigden de dag met een broodje makreel; tja die Elverens blijven een stel vreetzakken; hebben we van onze vader, was ook zo'n snoeperd.

14 februari 2016

De witvlakvlinder in Zaandam

Het voormalig huis van mijn grootoudersanno 1975 schat ik
Czaar Peterstraat 60 in Zaandam
Een gekke samenloop van omstandigheden vandaag. Ik had Roos beloofd om vandaag chipolatepudding te maken. Belangrijk ingrediënt van dit smakelijk nagerecht zijn walnoten en aangezien ik slechts ongepelde walnoten, nog uit Schin op Geul in huis heb moest ik de waterpomptant zoeken; een notenkraker bij uitstek! Onlangs hebben Roos en ik enige ordening in mijn huishouding aangebracht - vooral Roos nam de ordening op zich - en daarbij was mijn "gereedschap", bestaande uit een schroevendraaier en de bewuste waterpomptang voor mij niet direct vindbaar geworden. Bij mijn zoektoch stiet ik wel op een schoenendoos met memorabiliae, foto's uit vroeger tijden, brieven en dergelijke nog van mijn moeder en anderen. Zo kwam ik ook een oude foto tegen van het huis van mijn grootouders in de Czaar Peterstraat in Zaandam. En toen zonk ik in gepeins en dacht aan mijn kindertijd dat ik daar een in mijn ogen bijzondere rups had gevonden op een struikje dat door mijn grootouders "bloeiend hout" werd genoemd, een rups met grappige borsteltjes op zijn rug; hoe zou die heten? Nu beschik ik over een insectengids en ik heb de naam van het vlindertje dat bij het rupsje hoort opgezocht; de witvlakvlinder; helemaal niet zeldzaam ook al heb ik hem later nooit meer terug gezien.
Rups van de witvlakvlinder
En nu het merkwaardige toeval. 'sAvonds was ik op bezoek bij een kennis van me die ik ken vanwege onze belangstelling voor mieren en andere insecten. We kwamen te spreken over "vroeger" en zo vertelde Rudolf mij dat hij als kind eitjes van vlinders had uitgekweekt en dat er rupsjes uitkwamen van, u raadt het al, de witvlakvlinder.
Niet te geloven; had nog nooit van dat beest gehoord en dan op de zelfde dag twee keer?!
Foto van de rups van de witvlakvlinder is van deze site
Overigens heb ik de waterpomptang gevonden door logisch na te denken waar Roos deze opgeborgen zou hebben: op een logische plek natuurlijk en dat is niet in een schoenendoos met allerlei rommeltjes. Nee, in de meterkast natuurlijk en inderdaad, daar lag hij. De chipolatapudding is ook prima gelukt weer.