02 januari 2015

Je moet je lerend opstellen

Roos beweert dat ik me altijd lerend opstel; altijd gevoelig voor een goed advies en daarbij ook gedragsveranderend. Dat is waar; ik maak graag gebruik van de expertise van anderen; vind het ook nogal stom wanneer je uit eigenwijzigheid niets van andermans advies zou aantrekken, kortom voor mij spreekt het vanzelf. En zo heb ik vandaag mijn wijze van quiche Lorraine maken eens op z'n kop gezet naar aanleiding van opmerkingen op internet omtrent receptuur maar vooral omtrent het maken van het deeg. Morgen met Ab op stap en die wil wel eens iets anders dan gebakken kippenvleugeltjes.
Ik maakte de quiche eigenlijk altijd zo'n beetje zoals Wina Born dat had aangegeven in haar boekje: 125 gram bloem met 60 gram boter, snufje zout en twee eiwitten en dat kneedde ik grondig in de keramieken taartvorm en dan verdeelde ik het deeg uit over bodem en rand. Het spek sneed ik in kleine stukjes en verspreidde dat over de deegbodem. Daaroverheen deed ik een mengsel van 4 eidooiers, een heel ei, 250 ml room, ongeveer een ons geraspte oude kaas van AH en wat vers geraspte peper.
En dat dan 20 minuten in de oven bij 200 graden en dan nog 10 minuten bij 160 (Wina zei "op wat lagere temperatuur").
Maar vandaag heb ik het mezelf een stuk makkelijker gemaakt door eerst 75 gram boter zacht te smelten, daar dan 150 gram bloem bij te doen en te roeren, 2 eiwitten (gooi je anders weg), goed mengen en in de koelkast zetten. Na een uurtje grondig kneden en weer in de koelkast.
In die tussentijd had ik bij "Kooklust", ons leuke kookwinkeltje op de Hessenweg in De Bilt een nieuwe metalen vorm gekocht. Dat geeft vast een beter resultaat omdat dan de korst veel beter verhit wordt van het begin af aan. Het deeg heb ik nogmaals met de hand gekneed zodat het wat warmer en soepel werd en vervolgens op het aanrecht met de deegrol uitgerold. De nieuwe bakvorm voorzien van een laagje deeg, het licht uitgebakken spek erop en daaroverheen het kaasmengsel als boven beschreven. Deze bereidingswijze bevalt me beter. En dan zit ik nu op het resultaat te wachten. Ben benieuwd. Eerst 20 minuten bij 200 graden en dan nog 10 minuten bij 180 volgens de procedure van internet.

01 januari 2015

Collega Asimov

De zeer bekende science fiction schrijver Isaac Asimov was net als ik biochemicus, vandaar mijn grappig bedoelde titel van deze eerste Blog van het jaar 2015. Afgelopen oktober heb ik op de jaarlijkse bazar van de WVT voor enkele euro's en het goede doel een boek van hem gekocht met de omineuze titel: "Fatale wereldrampen". Echte lectuur om even voor het slapen gaan een paar bladzijden te lezen; niet alle hoofdstukken even interessant, maar toch ....
Het is niet zo verrassend dat vrijwel alles wat in dit boek wordt genoemd voor mij bekend was; de toekomst van de wereld is al sinds de zeventiger jaren een interessegebied van mij; milieuproblematiek, bevolkingsproblematiek, de dreiging van een nucleaire oorlog, maar ook (on)mogelijke bedreigingen vanuit het heelal zijn mij niet vreemd.
Maar de wereldklimaatcycli, zoals die ook worden beschreven in het boek van Westbroek door de stand van de aardas en de wisselende afstand van de aarde tot de zon, vormen deel van de oorzaak van de ijstijden. Nieuw voor mij was dat ook de positie van de aardschollen daarin waarschijnlijk een belangrijke rol spelen. Binnen 50.000 jaar mogen we een ijstijd verwachten; dat is nog een aanzienlijke tijd en die zou nog niet eens tot een ramp leiden aldus Isaac.
Maar de belangrijkste bedreiging die Asimov noemt is toch wel de overbevolking; de tijd dat de aarde niet meer in staat is, hoe "wij" haar ook uitbuiten om alle mensen te voeden. De vergelijking met een bacteriecultuur dringt zich bij mij op; die groeit maar door tot er geen voedsel meer is en stert dan af. Of zo'n geëutrofieerde sloot zoals je die in de zestiger jaren vaak zag; een stinkende groene - of zelfs blauwe drab waarin nauwelijks meer iets kon leven. Dat moeten we als denkende soort toch niet laten gebeuren.
In China hebben de machthebbers o.l.v. de partijsecretaris Deng destijds het bevolkingsroer krachtig omgegooid: de éénkindspolitiek die energiek en onder dwang werd doorgevoerd. Heeft het enorme land van de ondergang behoed en heeft geleid tot een bloeiende economie i.p.v. hongersnood. Het werd en wordt beschouwd als een draconische maatregel, maar wie weet iets beters of denken we collectief: "après moi le déluge".

31 december 2014

De vergelding

Gedenkteken te Rhoon
Even een boekbespreking tussen al die Blogs over mijn werkzaam leven door. Van vriend Dick kreeg ik dit leesadvies, het boek "De vergelding" van schrijver Jan Brokken, handelend over een oorlogsmisdaad, begaan in het dorpje Rhoon bij Rotterdam. Je krijgt het er gewoon benauwd van als je het relaas leest van een heel gewoon Hollands dorpje in oorlogstijd. Door het onheil van een oorlog komt er zo veel negatieve energie vrij in zo'n geordend sociaal systeem dat het uiteindelijk eindigt in een explosie van haat en wat eufemistisch wordt genoemd als vergelding. Ook de betorkken Duitse soldaten en commandanten worden getroffen door het waanzinnige onheil dat door de mallemolen van de hel wordt veroorzaakt.
Ondanks dat ik me had voorgenomen om voorlopig geen oorlogsboeken meer te lezen heb ik na het boek "Oorlog en terpentijn" nu ook dit boek weer in één adem uitgelezen. Het blijft toch wel een huiveringwekkend maar ook fascinerend onderwerp.
Het boek heeft veel weg van "De aanslag" van Harry Mülisch. Dat laatste boek is wel beter geschreven maar duidelijk fictie terwijl Jan Brokken over de realiteit schrijft. Hij doet dat vaak wel zo uitgebreid en met zo veel overbodige détails dat ik me weer heb overgeleverd aan het alinea lezen, oftewel het lezen van iedere eerste zin van een alinea totdat de clue van het verhaal je niet meer duidelijk is. Bij Jan Brokken kun je dat hoofdstukken lang volhouden zonder probleem met de verhaallijn voor zover die er al is. Ik beschreef Jan Brokken dan ook al eens eerder als een exponent van "het nieuwe schrijven".

30 december 2014

Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans

Dit boek van Stefan Hertmans heeft mij diep aangegrepen; hoeveel tegenspoed, gecompenseerd door persoonlijke moed kan een mens verdragen? Het boek is geschreven op basis van een verslag, een aantal schriften met tekst die om die reden waren volgeschreven en nagelaten door de grootvader van Stefan: zijn eigen levensverhaal en dat van zijn ouders. Schrijnend de armoedige jeugd rond de eeuwwisseling van 19e en 20e eeuw; roerend het verhaal hoe de overgrootouders elkaar hebben gevonden en hartverscheurend hoe ze elkaar door het ingrijpen van de dood ook weer moesten los laten. Dan WO I. Mijn vriend Dick had terecht geaarzeld om mij dit boek ter lezing aan te raden, gezien mijn oververzadiging met oorlogsboeken, maar het thema is zo overweldigend dat ik er niet aan schijn te kunnen ontkomen.
De grootvader is zonder meer te beschrijven als een held zoals hij zich door het leven slaat maar zeker zoals hij moed vertoont tijdens deze walgelijke loopgravenoorlog, maar ook in de liefde.
Alles lijkt hem wel te moeten worden afgenomen en toch verliest deze man niet de levensmoed. Ronduit roerend vind ik verschillende passages in het boek vooral wanneer de liefde wordt beschreven, de liefde die deze stoere man zo bijzonder weinig heeft mogen savoureren. De schrijver Hertmans verpakt het levensverhaal van zijn grootvader op onnavolgbare wijze: een heel bijzondere romanschrijver ben ik van mening.
Ik moet Dick bedanken voor zijn leesadvies. Een aanrader!

29 december 2014

Eerst maar eens inwerken

De afdeling van Henk B. was enorm, het was de afdeling plasma producten. Bloedplasma werd verzameld door campagne teams, deels bestaand uit personeelsleden van het CLB die dat naast hun normale dagelijkse werkzaamheden deden. Overal in het land werd op die manier bloed verzameld. Dat werd dan verwerkt en getest op de afdeling van Henk. De flessen bloed werden gecentrifugeerd, het bloedplasma werd gescheiden van de bloedcellen. Uit dat plasma werden allerlei eiwitten geïsoleerd: stollingsfactoren voor haemofiliepatiënten, een esterase remmer voor weer andere patiënten, gamma-globuline voor (passieve) immunisatie en albumine voor algemeen transfusiegebruik.
Voordat dit hele fractioneringsproces in werking werd gezet moest het plasma van al die afnames getest worden, o.a. op Hepatitis B. Dat gebeurde op het lab. waar ik was gedétacheerd. De daarvoor gebruikte test was ontwikkeld op het CLB door mijn voorganger Pim. Aardige kerel die mij in het begin van alles vertelde en mij altijd met raad en daad heeft bijgestaan. Nog een gedétacheerde van de "ouwe hap" werkte daar ook nog, Emar, een persoon die forse invloed op mij heeft gehad; hij was al in die jaren lid van D'66 en was sterk geïnteresseerd in voeding, met name in het belang van mineralen in de voeding, iets dat mij ook nooit meer heeft los gelaten.
Wekelijks, op de vrijdagmorgen hadden we werkbespreking met de wetenschappelijke staf op de kamer van Henk. Resultaten werden gepresenteerd en onderling besproken; ontzettend inspirerend. Dit had ik gemist aan de VU; een staf van collegae waar je wat van op kon steken en die mede leiding aan je onderzoek gaf. Zo raakte ik snel ingewerkt; praktische en leiding gevende ervaring had ik natuurlijk al behoorlijk opgebouwd aan de VU.

28 december 2014

Een vaccin tegen Hepatitis B

Mijn détachering als dienstplichtig militair aan het CLB zou anderhalf jaar beslaan, enkele maanden langer dan de dienstplicht van een gewoon soldaat: prima toch! Van mijn eerste gesprekken met mijn chef, Henk B. een echte Twent met accent en veel rokend; ik kon het goed met hem vinden. "Als ik hier wegga over anderhalf jaar dan wil ik dat er een vaccin is tegen Hepatitis B", fantaseerde ik vrijwel van het begin af aan. Nogal hoogmoedig vind ik achteraf, maar ik heb het inderdaad voor elkaar gekregen en het werkte ook nog, maar daarover later meer.
Ik kreeg een kantoorruimte in een houten barak met uitzicht op de tuin met daarin prominent het beeldje van Jan Wolkers waarvan de onthulling tijdens de opening van het CLB zo treffend wordt besproken in "Turks fruit", het beeldje van een gestileerde moeder met kind, waarvan wel lijkt of de moeder het kind terug wil stoppen in de aarde. Tegenwoordig staat het beeldje ergens in een hoekje van het gebouwencomplex verdekt opgesteld.
Er waren nog twee gedétacheerde militairen op de afdeling van Henk B, toevallig beiden Kees geheten. Aan welk onderzoek zij gingen werken heb ik tot mijn schande helemaal vergeten. Eén van de Kezen had altijd het hoogste woord bij werkbesprekingen en gedurende de koffie die we op de afdeling dronken. Was een gezellige boel.
Verder kreeg ik de leiding over het routinelab. Hepatitis B, het Au-lab geheten, eveneens ondergebracht in een houten barak in de tuin van het instituut, over de diagnostiek en over het onderzoeksgebeuren. Het ging om een behoorlijke groep analisten en laboranten waaraan ik leiding moest geven. Gelukkig was dat niet nieuw voor me, wel een uitdaging. De hoofdanaliste van Henk B. was een enorme steun in het geheel. Mijn eigen hoofdanaliste was nog jong en moest ook nog ervaring opbouwen; ik kon het goed met haar vinden; ze had helaas wel een hoog ziekteverzuim het geen het werk geen goed deed. Op het routinelab werkte een heel stel analistes en laborantes om het transfusiebloed te screenen op Hepatitis B.

27 december 2014

Op naar het CLB

Die 8 weken "op de hei" zoals ik mijn militaire opleiding destijds in Appingedam graag benoem, is mij ontzettend goed bevallen; het was net een herhaling van mijn dispuutstijd; lekker met studenten, zij het dat we wel allemaal waren afgestudeerd, maar het sfeertje was puur studentikoos. De avonden brachten we door met een biertje en vaak gingen we lekker zingen. En natuurlijk prettige gesprekken en niet alleen maar over de oefeningen van de dag tevoren. Het was soms wel afzien, maar in het algemeen viel het best mee.
Eind februari was het afgelopen en gingen we ieder onze détacheringsplek opzoeken. Ik geloof niet dat ik één van de boys later ooit nog ben tegen gekomen. Afgezien van Thijs uit Rotterdam zou ik ook geen namen meer kennen. Bij die Thijs zijn Lien en ik nog op bezoek geweest daar in Rotterdam; leuke vent.
In de voorafgaande jaren, van zomer 1971 tot eind 1973, dus pakweg tweeënhalf jaar had ik het wisselend naar mijn zin gehad daar op de VU, afdeling medische microbiologie. Die heuristische zoektocht naar specificiteit in de Herpes Simplex Virussen had me veel experimentele kennis gebracht; het zonder serieuze begeleiding werking was natuurlijk best aardig, maar brengt je niet zo gek veel verder; ik miste dat. En dan dat geruzie van de staf tegen de hooggeleerde had mij veel onrust gegeven; ik snapte daar niets van en werd vaak gedwongen iets te vinden van zaken die me geen zier interesseerden of aangingen: Bah! Ik was dan ook opgelucht toen ik naar het CLB ging voor onderzoek aan Hepatitis B.

26 december 2014

De "Coopertest" voor minder validen

In die diensttijd van veertig jaar geleden moesten wij recruten ook een lichamelijke vaardigheidstest afleggen. Zo moesten we tonen dat we een beapaalde afstand konden zwemmen; daartoe werden we met een militair voertuig naar het zwembad van de wereldplaats Delfzijl gebracht. Dat was tot voor kort de enige keer dat ik op deze afgelegen plaats was. Nog niet zo lang geleden voelde ik de behoefte om nog eens te gaan kijken; het zag er nu uit als iedere kleinere plaats in NL, inclusief winkelcentrum.
We moesten ook touwklimmen en een stuk door een kleiveld hollen waarvan ik nog herinner hoe zwaar het was om door die vette klei te hollen. We moesten kunnen schieten met UZI, punt nog wat en met pistool. Maar het ergste was toch wel die Coopertest. Je moest met een geweer in je handen en misschien zelfs wel zo'n ransel op je rug een bepaalde afstand, ik meen 1600 meter binnen een bepaalde tijd (veel te kort voor mij met m'n slechte conditie ) afleggen. Halverwege kon ik gewoon niet meer, maar toch doorzetten. En toen gebeurde het ongelooflijk leuke; twee jonge beroeps-sergeants holden naast me en hielden me bij m'n bovenarmen vast en tilden me enigszins op zodat ik bijna zweefde. Tja, ik had het binnen de tijd gehaald. Zo gaat het in het eggie ook onder zware omstandigheden zo heb ik gelezen in al die oorlogsboeken van de laatste jaren; je staat elkaar bij zoals ik ook deed met die mede-recruut die vast was komen te zitten in de klei. Ik denk nog met heel veel warmte terug aan die twee maanden in Appingedam.
Ik zag dat ik nog een foto had met daarop o.a. een van deze sergeants. Die zal ik hier binnenkort bij plaatsen.

25 december 2014

Nacht oefeningen

Oefening met tentjes voor de "nachtrust".
Januari en februari 1974 waren opmerkelijk mild; gelukkig wel mag ik wel zeggen. Een mede gedétacheerde bij het CLB, Kees vG had in november en december 1973 zijn opleiding gedaan in Appingedam en toen had het hevig gevroren. Dat was verschrikkelijk afzien geweest; slapen in een grote tent met een benzinebrander als verwarming. Wij niet, wij sliepen enkele nachten, althans wij hadden onze tentjes opgeslagen in het buitengebied van Drenthe en moesten - vooral 'snachts - oefeningen doen. Dat viel niet altijd mee. Geen GPS, maar kompas en kaarten en dan in het donker. Zelfs met een "vijand" die je dan op kon pakken en enkele kilometers terug zette. Allemachtig wat was ik moe; mijn conditie was veel minder dan tegenwoordig ook al ben ik inmiddels 40 jaar ouder.
We hadden ook een nacht oefening waarvoor vrijwilligers gevraagd werden om te posten, niet in beweging te hoeven zijn dus. Dat leek me wel wat; ik had dat lopen in de nacht wel gezien. Maar het was koud en ik kreeg van alle passerende collegae een slokje van het een of ander om warm te worden. Van die tijd weet ik mij nog dat drankje met die merkwaardige naam, "schelvispekel" te herinneren. Nou, dat heb ik geweten; mijn darmen waren door de koude en al die wisselende drankjes zo verschrikkelijk van slag dat ik de latrine niet eens meer kon halen; ik heb mij achter een boom moeten ontlasten. Ik dacht toen nog: "wat voel je je nu beroerd, maar wat zul je hier later om moeten lachen". Ik heb er vaak aan terug moeten denken, maar had toen niet kunnen vermoeden dat ik er nog eens een bloggie over zou schrijven. 

24 december 2014

Opleiding in Appingedam

Wij mochten in de onderofficiersmess ons biertje drinken
Dat vond ik wat zeg; een Amsterdamse jongen die zelden Noord Holland verliet moest helemaal naar Appingedam. Het was 7 januari, de eerste maandag van januari 1974. Wij recruten moesten per eerste gelegenheid met de trein naar Appingedam; daar zouden we van het station worden gehaald. Nu leek mij de eerste trein wat overdreven, dus ik ging relaxed op weg. Was ook geen enkel probleem. Ik herinner me nog dat er een jongen uit Groningen was die wel de eerste gelegenheid had genomen en al om een uur of zeven op station Appingedam stond te kleumen. Hij werd pas om 10 uur opgehaald; zo vroeg hadden ze nog niemand verwacht. Hoe suf kun je zijn.
En daar zat ik in de trein op weg naar Appingedam; zo boven Zwolle kreeg ik het gevoel dat ik het eind van de wereld benaderde; het stuk van Groningen richting Delfzijl vreesde ik in het moeras te verzinken met trein en al. Verschrikkelijk, wat een uithoek?!
De eerste dag kregen we militaire kleding waarin we ons nummer moesten aanbrengen; ik was AG 74-1, oftewel Academisch Gevormd, 1974 nr. 1. Ik was destijds de eerst gemelde voor deze lichting geweest vanwege het CLB en de geplande aanmeldingsdatum.
De opleiding vond ik overigens ontzettend leuk; allemaal academici; het was net een studentenvereniging. We waren natuurlijk allen wat ouder en werden met egards behandeld door de beroeps die ons de militaire aangelegenheden moesten bijbrengen; wij aten en werden bediend in de onderofficiersmess. Appingedam stond bekend om zijn goede keuken; ik heb er 8 weken lang dan ook ontzettend lekker gegeten; woensdags' "blauwe hap". Soldaten van een ander peloton zeiden "u" tegen ons vanwege het leeftijdsverschil. De eerste week kregen we vooral binnen les. De weken daarna begonnen de praktische oefeningen als de schietbaan en sport.
En op de vrijdag weer naar huis. Allemachtig wat een opluchting. En kwam ik dan zo tegen acht uur aan op de Jan Hanzenstraat waar Lien en ik toen nog woonden, wisten we niet hoe snel we het evangelie van Habakuk moesten doornemen. En daarna lekker ergens gaan eten, meestal bij Chez Ferro. En dan zondagavond moest ik weer terug naar Appingedam; viel niet mee, hoe leuk ik die opleiding ook vond.

23 december 2014

Keuring voor militaire dienst

Oplettende hond
De eerste keuring voor militaire dienst kan ik me ook nog wel herinneren. Eerst lichamelijk waarbij je een plasje moest inleveren. Ik ben, zoals m'n jongste broer dat noemt een "schaamzeiker", d.w.z. dat ik niet kan plassen in aanwezigheid van mij onbekenden. Kennelijk een familiekwaal want broer Jan heeft dat nog veel erger en verzekerde mij een keer: "ik kan niet eens pissen als m'n hond zit te kijken".
Vervolgens een test op cognitieve vermogens. Ik zat helemaal vooraan. Daarom was het me ook niet opgevallen dat ik tegen het einde van de test nagenoeg in m'n uppie in de zaal zat. Iedereen was ermee klaar, d.w.z. ze kwamen niet verder want de opgaven waren in oplopende moeilijkheid gepresenteerd en ik was wel de enige academicus van het gezelschap realiseerde ik me later. Er waren sommen bij met integralen en differentiaalrekening; kennelijk om de potentiële officieren eruit te pikken. Maar dat weet ik ook niet; was wel een merkwaardige ervaring.
Voorselectie in Amersfoort
Later moest ik nog een keer naar een kazerne in Amersfoort meen ik; daar heb ik zelfs nog foto's van die ik hier bij zal plaatsen. Daar werden we getest op bepaalde vaardigheden. Het enige dat ik me nog weet te herinneren was dat we met net iets te korte planken iets moesten bedenken om een virtuele sloot over te steken. Was leuk. Kennelijk had ik dat ook goed gedaan want ik mocht toen de verkorte officiersopleiding voor academici gaan doen in Appingedam.

22 december 2014

Naar het ministerie van defensie

Het was 1973, ik was dus 25 jaar oud en toen had je nog diensplicht. Omdat ik onderzoekswerk aan de VU deed had ik uitstel van opkomstplicht verkregen. Maar op een bepaald moment was kennelijk de maat vol en kreeg ik een oproep om me bij de een of andere kazerne te melden voor eerste oefening. Dat was nog wat te vroeg voor mijn détachering aan het CLB waarmee ik tot overeenstemming was gekomen om daar mijn dienstplicht door te gaan brengen op de militaire bloedtransfusiedienst in het kader van onderzoek naar Hepatitis B. Ik had nog enkele maanden uitstel nodig om e.e.a. aan te doen sluiten. Via het bureau van de decaan van de VU werd dat uitstel aangevraagd: "komt wel goed" zo werd mij verzekerd door degene die dit soort zaken kennelijk afhandelde. Maar ik kreeg weer een oproep. "Wacht nog maar even af, dat komt wel goed", aldus degene die zelf niet in dienst hoefde en daar heerlijk op het ambtelijk pluche zat. Tot de donderdag of vrijdag voordat ik op had moeten komen bleef hij me dat verzekeren. Ik weet niet meer precies hoe we het toen geregeld hebben alleen weet ik nog dat ik in m'n 2CV-tje naar den Haag ben gereden en op het laatste moment daar op een of ander bureau mijn verzoek tot uitstel aan iemand overhandigde. Met een korte blik, een stempel en een handtekening was de zaak geregeld. Kordaat optreden, wat natuurlijk van zeer grote invloed op mijn verdere loopbaan is geweest. Want nu was de weg vrij naar de détacheringsplaats aan het CLB. Maar eerst nog de officierskeuring en - opleiding.

21 december 2014

Lidl weet wat lekker is

Afgelopen week had Roos gezien dat je bij de Lidl een Iberico gedroogde varkenspoot kon bestellen. Ze had dat niet alleen gezien maar er tevens eentje besteld en inmiddels in huis. Eerlijk gezegd had ik die advertentie ook zien hangen, maar er niet bij stil gestaan dat ik dat eigenlijk ook wel wilde. Ik heb er vervolgens direct twee besteld, want ik ben dol op die Jamon Iberico en het bederft toch niet snel (die tijd krijgt het ook niet bij mij). Terwijl we gisteren in de trein zaten op weg naar Groningen kreeg ik een telefoontje van de Lidl dat m'n twee varkenspoten opgehaald konden worden. De zaak was nog open tot 20.00 uur dus ik gisteravond om half acht met de fiets naar de Lidl en m'n twee poten opgehaald. Dat viel nog niet mee; twee enorme dozen en ze wogen allebei bijna 8 kilogram. Gelukkig hielp iemand me om m'n kantelende fiets even vast te houden. Wel vroeg hij zich af of die ham lekker was en wat ik er wel mee dacht te gaan doen: "gaat u ze verkopen of bent u handelaar?". Dat ik ze misschien zelf op zou eten was niet bij hem opgekomen.
Eerst het vet eraf snijden
Roos had overigens ontdekt dat AH ook Iberico hammen had voor de kerst en een stuk goedkoper en nog met een houder met snijmes erbij op de koop toe! Maar het stuitte mij tegen de borst om de bestelde hammen af te zeggen en het prijsverschil was me te groot; dan ga ik toch aan de kwaliteit twijfelen. Roos had er voor de zekerheid ook maar eentje bij AH meegenomen.
Tot mijn verbazing was Roos net zo laat bij mijn flat als ik: "waar kom jij vandaan", vroeg ik. Ze was bij AH geweest om de gekochte ham terug te brengen: "hij was helemaal groen beschimmeld". Wel mocht ze het plankje en het mes houden. Om die reden had ze het pak uitgepakt; ze wilde de houder meenemen voor mij.
Het eerste plakje
Vanmorgen kon ik niet wachten met het bekijken van mijn eerste varkensbout. Eerst uit het plastic pakken, vervolgens in de houder klemmen en het vet verwijderen zodat je de ham kunt aansnijden. De heerlijke lucht kwam me al tegemoet. Het eerst plakje voor de foto was nog wat vet; heb ik zelf opgesmikkeld, maar het volgende plakje was natuurlijk voor Roos die het met smaak heeft verorberd.
Het lijkt wel erg veel zo'n poot van 7-8 kilogram, maar die ham is zo verschrikkelijk lekker dat ik vrees dat die twee hammen in evenveel maanden verdwenen zijn.
Mijn eerste kennismaking met Jamon Iberico was in Galaroza, Andalucia, Espagna, het middelpunt van de hamindustrie. In het hotel waar we toen zaten bestelde ik keer op keer en tot verbazing van de hotelier telkens van die heerlijke ham. Voor de mensen daar was het kennelijk een kostbare lekkernij die je mondjesmaat tot je nam; ik was er dol op en naar de aard nogal onmatig en op vakantie natuurlijk.
Later heb ik steeds besteld bij Rafael, mijn amigo kruidenier in Cortegana eveneens in de het Parco de Aracena. Tot mijn grote spijt gaat het daar de laatste jaren economisch zo ontzettend slecht dat de mensen zelf daar zich geen ham meer kunnen permitteren; de pakhuizen liggen stampvol met die poten. De slachterijen worden gesloten; de varkens worden niet meer gekweekt. Die hele industrie is in elkaar gestort. Kennelijk heeft de Lidl inkoop zich dat gerealiseerd en heeft deze fabelachtige lekkernij op de markt gebracht. Nu maar hopen dat het positieve gevolgen heeft voor Andalucia. Het is de mensen daar gegund!

20 december 2014

Zo veel stijlen?!

Een schilderij van Watteau uit Dresden. Vond ik de mooiste.
Vandaag met Roos naar het museum in Groningen geweest, naar de tentoonstelling van schilderijen uit de Gemälde Galerie van Dresden. Knap hoor zoals dit museum elke keer weer exposities weet te organiseren die het zeer de moeite waard maken om de reis naar het noorden te maken. Nu doen wij dit gemakkelijk, zeker wanneer we een goed boek te lezen hebben en het somber, regenachtig weer is zoals vandaag.
Laat opgestaan, maar tegen half elf zei Roos: "laten we de trein van 12.00 uur nemen en naar Groningen gaan". Eerlijk gezegd dacht ik dat het haar vooral om een etentje bij de volgende toko van ons lijstje zou gaan, maar nee, het primaat lag bij het boek dat ze wilde uitlezen en de tentoonstelling in het Groninger museum.
We haden ruim de tijd; ik heb eerst maar eens de afwas gedaan; was hard nodig. Toen naar het station. In de stoptrein naar Zwolle zat vrijwel geen mens; de Intercity naar Groningen was iets drukker, maar ik heb in die tijd heerlijk zitten lezen in de biografie over Hélène Kröller-Müller. Fascinerend hoe de samenstelster van deze biografie het leven en het denken van deze grande dame heeft geanalyseerd en beschreven; het boeit me geweldig. Die Kröllers zijn enorm invloedrijk geweest in het begin van de vorige eeuw en niet alleen op het gebied van de beeldende kunst, maar vooral ook politiek; had ik mij niet eerder gerealiseerd.
Een modern object
Maar het boek geeft mij vooral inzicht in de complexiteit van al die stijlen, al die exegeses van de betekenis van de kunst voor de beschouwer. Het is niet alleen de intrinsieke schoonheid van een kunstvoorwerp maar vooral wat het met de beschouwer doet.
De TT in Groningen vond ik fijn om te zien; niet spectaculair maar mooi. Gedegen werk, een Titiaan, een Rembrandt, een Rubens, een bijzonder fraaie Lievens. Een aantal stadsgezichten van Dresden en van Venetië. Het schilderij dat mij het meeste aansprak was van Watteau in de rococo stijl, "anders" dan Rotko zal ik maar zeggen.
Verderop in het gebouw was een uitgebreide TT van zeer moderne kunst die wij vol aandacht hebben bekeken en tot ons door hebben laten dringen. Een TT van schilderijen en porselein van een oud VOC handelaar die een onwaarschijnlijk kapitaal verdiende in de Oost.
Ook was er een uitgebreide expositie van de vaste collectie van het Groninger museum en die vond ik zeer de moeite waard. Veel strenge gezichten, portretten van Groningers met prachtige voornamen en afhankelijk van de tijdgeest schitterende haardossen. Maar ook verstilde beelden van de Groninger steden uit vervlogen tijden.
Het kleine poortje
Ik was erg onder de indruk van een klein schilderijtje, "het kleine poortje" geheten. Ik realiseerde me vanwege het boek van Hélène Kröller dat het toch vooral gaat om wat een kunstvoorwerp met je doet; dan merk ik dat ik vooral geniet van de schoonheid uit vervlogen tijden en dat ik geniet van het nostalgische gevoel, tegen licht verdriet aanschurkend gevoel van vergane schoonheid, althans waar het mijn genieten van de oude, figuratieve kunst betreft.
Het Groninger museum blijft de moeite waard; het is een verrassend en dynamisch podium voor de kunst.
Toen we het museum verlieten - het was inmiddels al 17.00 uur - waaide het verschrikkelijk en het regende pijpenstelen; snel naar huis dus. De volgende keer gaan we naar de toko. Nu eerst maar eens de vriezer leeg eten.

19 december 2014

Toch nog voor de kerst!

Bij mijn wandeling met Dick in Limburg heb ik
al wat sneeuw gezien; mocht geen naam hebben
Het wil maar geen winter worden. Hebt u al ijs of sneeuw gezien? Ja, op een ochtend lag er een filmpje ijs op het water en ik heb in Limburg bij mijn wandeling met Dick zelfs wat sneeuw gezien, maar het mocht allemaal geen naam hebben. De bladeren zijn nu zo langzamerhand wel van de bomen, maar het is niet koud, regelmatig zelfs nog 12 of meer graden.
Al een paar weken kom ik bij zuivelboerderij Boom en Bosch en kijk dan even of de koeien al op stal zijn. Dat hoeft niet zo zeer vanwege de koude, maar vanwege het gras. Dat wil beneden een bepaalde temperatuur en met te weinig licht gewoon niet meer groeien. Maar boer Dirk was er zelf verbaasd over dat het gras nog gewoon groeide. Zelfs op de weilanden waar hij het gras had gemaaid voor de winter hooivoorraad daar groeide het nu weer volop zodat hij de koeien er weer op had gelaten.
"Dat wordt nog na de kerst voordat je ze binnen zet!", grapte ik onlangs nog. Maar vandaag was het toch zover; ik zag de staldeur op een kier staan en gluurde even naar binnen en daar lagen ze weer lekker in het stro.
Angelina in het winkeltje vertelde dat ze vanmorgen op stal was en dat de koeien heerlijk relaxed lagen te slapen op hun bedje van stro. Het is een gotspe dat die ouderwetse ligstallen volgens de huidige normen niet meer zouden "mogen" of "kunnen". De dieren kunnen niet vrij lopen gedurende de tijd dat ze op stal zijn; ze zijn gefixeerd met hun kop in een halster. Als je de rust en de kalmte in de stal meemaakt zoals ik gisteren, hooguit enkele dagen nadat ze weer binnen staan, dan durf ik rustig te stellen dat het voor de dieren uiterst gerieflijk is in zo'n stal en dat ze het er prima naar hun zin hebben, Ik acht het ook een veel betere huisvesting dan in zo'n zogenaamde loopstal waar de stront en de urine door het raster op de bodem ergens terecht komt zodat het enorm stinkt. Die gescheiden opvang van stront en gier zoals in een ouderwetse grupstal ruikt daarentegen heerlijk; dat is toch voor die dieren ook veel aangenamer! En iedere dag vers stro om op te liggen.

18 december 2014

Ter ere van Hélène

Silhouet van een museumzaal van buiten af gefotografeerd. Levenswerk van Hélène Kröller-Müller
Prachtige sculptuur van Schlemmer
In de Elsevier las ik iets over de soldaat van Oranje, Eric Hazelhof. Ik wilde wel eens wat meer weten over deze meneer en scharrelde wat met Google. Hij was intiem bevriend geweest met de schavuit van Oranje, beter bekend als "de prins", vlijmscherp gefileerd door onze Annejet. Maar er is een prijs naar Hazelhof genoemd, een prijs voor de beste biografie per twee jaar. En die prijs was uitgereikt voor een biografie over Hélène Kröller-Müller, de mecenas die ons het museum pareltje op de Veluwe heeft geschonken. Natuurlijk had ik deze biografie direct bij de bieb besteld en woensdag kon ik hem al ophalen. Gisteravond in bed direct begonnen met er iets in te lezen; geweldige vrouw! Daarom kon ik het niet laten om vandaag haar collectie te gaan bekijken op de Veluwe. Eigenlijk was ik wat laat van huis gegaan. Met de trein van 10.43 naar Utrecht, Intercity naar Ede-Wageningen, bus 108 en bus 106. Om ongeveer 12.00 uur was ik op plek van bestemming; dat rustieke museum temidden van de prachtige natuur van het nationaal park de hoge Veluwe, ooit ook bezit van de heer en mevrouw Kröller-Müller. Fijn dat het zo behouden is gebleven. Dankzij de hoge toegangsprijzen van het park kan het goed onderhouden worden; het bezoekersaantal wordt vast flink opgedreven door de aanwezigheid van het museum, hoewel er mensen zijn die wel naar het park, maar niet naar het museum gaan! "Zonde van de tijd", zei Ab bij een eerder bezoek dit jaar aan het park.
Prachtig sculptuur in de tuin, een toreador in actie
Het was vandaag een regenachtige dag; er waren maar heel weinig bezoekers; ik kon zo lang ik maar wilde ongestoord naar "De aardappeleters" kijken; een schilderij waar altijd mensen voor staan. Ook de zonnebloemen en welk ander schilderij dan ook kon ik rustig bekijken; dat was toch wel genieten hoor. Die prachtige Monets en Renoirs, Seurats; wat heb ik genoten vandaag. Er hing ook 1 Manet; van Toulouse Lautrec heb ik niets gevonden en ook het schilderij met de stoomtrein in het verstilde landschap kon ik niet vinden. Op de plek waar het normaal hangt, hing nu iets anders. Een daarnaar gevraagde suppoost liep mee en kon ook niet anders concluderen dan dat het waarschijnlijk op reis was of in het depot lag of anderzins.
Ook hier weer enkele zalen met hypermoderne kunst, "minimal art" geheten. Ik moet bekennen dat ik daar toch steeds meer waardering voor op kan brengen; het hoeft allemaal niet naturalistisch-figuratief te zijn, dat zijn de impressionisten ook niet altijd; een innerlijke schoonheid kan ook uitgaan van een sculptuur zonder direct herkenbare vorm, zelfs van gerangschikte vormen in een grote zaal. Ook daar stond ik in m'n eentje voor een enorm grote expositie in een grote zaal. Toch wel genieten hoor op zo'n rustig moment.
Op de terugweg weer geboeid in de biografie zitten lezen. Die Anton Kröller was een geweldige zakenman die keihard werkend het fundament bij elkaar heeft gebracht om deze verzameling aan te leggen. Ik ga nu weer snel verder lezen!
En natuurlijk meneer Jacques van Wenckebach

17 december 2014

Nogmaals de Toxoplasmose diagnostiek

Gisteravond heb ik ingevallen in de bridgeclub. Roos' partner Agnes was plotseling ziek geworden. Het leek wel een sociaal warm bad waarin ik terecht kwam; ik was duidelijk welkom in m'n ouwe kluppie. Ik heb ook met erg veel plezier gespeeld en we eindigden helemaal niet zo gek met een kleine 51%. Natuurlijk heb ik de voorzitter Joost R. en mijn oude bekende van het RIVM, toen nog RIV geheten de hand geschud. Daarbij realiseerde ik mij dat ik daar de Toxoplasmose diagnostiek heb geleerd, althans de Complement Bindings Reaktie. De immunofluorescentietechniek had ik bij het CDI, het Centraal Diergeneeskundig Laboratorium geleerd. De analiste die het mij daar had geleerd vroeg mij al na twee dagen of ik geen baan voor haar had aan de VU; zij wilde niet mee naar Lelystad waar het CDI heen zou verhuizen. Nou graag, dat was snel voor elkaar.

De toxoplasmose parasiet, en dat had ik vergeten die betrok ik van een parasitologisch laboratorium in Amsterdam; ik kreeg daar dan een geïnfecteerde muis waar de parasieten dan uit het peritoneaal exsudaat geoogst konden worden. Aan dat lab had men ontdekt dat de kat tussengastheer was van de Toxoplasmose parasiet. Mevrouw de Roever zwaaide daar de scepter als ik het goed onthouden heb; zij heeft mij een keer de kat gewezen waarmee men dit ontdekt had; die liep daar rond op het lab.

Ik heb lang geëxperimenteerd om te proberen de parasieten met het een of ander preservans in te vriezen en weer tot leven te brengen, maar dat is me nooit gelukt. Kon ik ook niet in de literatuur achterhalen. Dus je moest het twee keer per week overenten op levende muizen; een heel gedoe in vakantietijd. Slechts af en toe gebruikte ik het exsudaat om drie weken oude muisjes intracerebraal in te spuiten met 0,03 ml van het exsudaat. Na enkele dagen kon je dan de hersentjes oogsten en invriezen. Dat inspuiten was best een linke klus die ik dan ook altijd zelf heb uitgevoerd; niet omdat ik zo goed was, maar omdat ik het niet veratnwoord vond om dat door een ander te laten doen; ik nam zelf het risico. Je moest met een vlijmscherp naaldje dit uiterst infectieuze parasieten houdend exsudaat hanteren; een laboratorium infectie was beschreven in de literatuur, met dodelijke afloop!
Ik zou het nu niet meer durven, maar met 23 jaar durf je kennelijk alles.
Daar moest ik gisteravond aan denken

16 december 2014

Gortepap zelf maken

Al enige tijd geleden had ik een liter echte boerenkarnemelk gekocht bij zuivelboerderij Boom en Bosch. Ik wilde gortepap koken, is best moeilijk, klontert snel en karnemelk kan schiften als je het opkookt. Maar dankzij mijn kookbijbel van professor Harold McGee weet ik hoe het probleem van het schiften kan worden opgelost en weet ik ook dat je de gort eerst moet weken.
Zo gezegd zo gedaan en terwijl ik dit zit te schrijven knort mijn ingewand van tevredenheid.

I
Eerst de gort, een paar handjes 24 uur voorweken in water. Vervolgens in ruim water aan de kook brengen en op zeer laag vuur 1 uur laten garen. Afkoelen en het resterend water afgieten.

II
2 forse eetlepels bloem in een pannetje. Doe daar van de karnemelk een klein scheutje bij en roer dat, herhaal het met nog een scheutje. Er ontstaat een samenhangend deeg zonder klontjes. Nu gewoon een scheut en blijven roeren en als alle bloem goed is opgelost in de karnemelk doe je de rest van de liter erbij. Nu op redelijk vuur opwarmen terwijl je blijft roeren totdat het kookt. Je laat het even doorkoken. Nu doe je de gort erdoorheen en roert eventjes. Klaar is Kees.

III
Je vult een diep bord met deze heerlijke gortepap, 2 scheppen suiker en een forse lepel Friese stroop erdoorheen roeren. Smullen en eventueel nog een tweede bord. Leuke variant die ik nog ken van mijn grootouders is dat je de stroop van je lepel laat stromen en probeert een hartje te maken of je naam te schrijven. Smaakt er nog beter van!
Heerlijk gewoon en ouderwets. Wel veel werk har har, net als zelf je brood bakken. Maar ook een stuk smakelijker hoor.

15 december 2014

Die verrekte Herpes Virussen

EM foto van Herpes Virus
Ook waterpokken is een Herpesvirus; onschuldig. Anneke ging altijd expres op visite bij mensen met kinderen die de waterpokken hadden. Hoe jonger ze het kregen hoe minder last ze er van leken te hebben. Arja, onze nummer 3 kreeg al met enkele maanden waterpokken; heel licht, maar duidelijk waterpokken; ze had natuurlijk nog antistoffen van haar moeder. Zij heeft het later nog een keer gekregen, opnieuw heel mild; ze had inmiddels natuurlijk ook zelf antistoffen ontwikkeld maar kennelijk niet voldoende om de infectie te voorkomen. En de andere kinderen waren er ook niet echt ziek van. Mijn broer Jan kreeg de waterpokken toen hij al een jaar of veertien was; dat was toch andere koek; hij leek wel een krentenbrood; hij zat van boven tot onder onder de korstjes en had er veel last van. Ik had destijds foto's van hem gemaakt, maar die moest ik van m'n moeder uit het fotoboek halen zo vreselijk zag hij er uit. Het virus dat dit veroorzaakt heet: Herpes Zoster. Het verstopt zich ook in de zenuwen, net als Herpes Simplex en het kan decennia later weer manifest worden, en nu minder onschuldig: gordelroos. Vertoont allemaal blaasjes en als je die zou bekijken met het electronenmicroscoop dan zie je weer die karakteristieke vorm van een Herpes Virus. Het treedt op vooral bij ouderen, wanneer de patiënt om de een of andere reden verzwakt; een griepje, een verkoudheid of iets ernstigs. Is een heel pijnlijke aandoening. Dus zo onschuldig zijn die herpesjes niet.
Foto gecopieerd uit dit artikel.

14 december 2014

Relevant of prematuur

Destijds, ik spreek over de jaren 1971-1973, was ik eigenlijk maar een eenvoudige Amsterdamse jongen die toevallig goed kon leren. Ik sprak ongetwijfeld behoorlijk (plat) Amsterdams; ik had wel ontzettend veel gelezen en kende wel veel woorden, maar er waren er toch ook wel veel die mij ontgingen. Zo had ik bij het eindexamen van de HBS geen idee wat het woord "adequate" in het Engels betekende, laat staan in het NLs. Ook in het eerste jaar van m'n studie hoorde ik woorden die ik niet in het woordenboek kon vinden en waarvan ik geen idee had wat die betekenden: hydrofoob en hydrofiel weet ik nog.
En toen kwam ik aan die VU, temidden van oudere collegae die woorden gebruikten die volstrekt nieuw voor me waren: relevant en prematuur. Vooral mijn collega Hans, zijn achternaam zou ik niet meer weten maar volgens mij is hij later ook hoogleraar geworden (wie niet eigenlijk van vroeger?), gebruikte van die woorden tijdens de werkbespreking. Na verloop van tijd dacht ik toch wel te begrijpen wat die woorden betekenden en ik zou ze ook een keer gebruiken. Ik zie nog die verbaasde blik van Hans toen ik ze verkeerd om gebruikte, dus relevant ipv prematuur. Nu kan ik er geweldig om lachen en verbaas ik me hoe ik zo stom kon zijn; zoek het eerst op en gebruik ze pas als het echt van pas komt.
Jaren later heb ik een collega gehad die ook probeerde om woorden te gebruiken waarvan ze echt de betekenis niet goed kende; zij haalde consternatie en constipatie door elkaar en deed ook vaak iets op het juiste momentum. Op dat eerste heb ik haar gecorrigeerd; dat kan echt niet.
Hans niet, die keek slechts verbaasd, en terecht! Ik kan er nu om glimlachen.