31 maart 2013

De gouden korenaren

De gouden korenaren
We lagen nog ons ontbijt te verorberen toen zoon Peter belde: of het goed was dat hij langs zou komen met z'n nieuwe vriendin. Snel opgestaan, huis aan kant gemaakt; had er nu geen twee dagen voor zoals toen Hugo met zijn nieuwe geliefde langs zou komen, maar dankzij de inzet van Roos zag het er toch "keurig" uit. Gezellige kennismaking; ze komt uit Twente, een plek die mij zeer lief is en die ik al vanouds redelijk goed ken. Het Trekvogelpad en het Marskramerpad beginnen in Twente; het Twentepad heb ik gelopen; ik ken de streek behoorlijk goed inmiddels.
De eerste kennismaking met Twente was vanwege een collega aan het CLB; Ton, een echte Twentenaar die 'smaandagsmorgens in alle vroegte vanuit Denekamp naar Amsterdam reed en vrijdags, na de lab-borrel weer zo snel mogelijk terug ging naar Denekamp. Anneke en ik zijn twee keer mee geweest naar Denekamp en wel in het paasweekend, althans dat staat me bij. Gezellige weekenden waarin we warm werden ontvangen binnen de vriendenkring van Ton. En wat me vooral ook is bij gebleven is de onmatige zuip-partijen aldaar. Ik was toch wel wat gewend, maar het echte zuipen heb ik daar toch wel gezien; overigens in alle harmonie en zonder kotspartijen. Het fenomeen van "een meter bier" heb ik daar voor het eerst gezien. Reuze gezellig allemaal, maar het viel me zwaar want de volgende morgen gingen we in alle vroegte kievitseieren zoeken met een kater en hoofdpijn van hier tot Jeruzalem.
De Twentse vrienden kwamen ook een keer een weekend naar Amsterdam en daar hebben Anneke en ik hen e.e.a. van laten zien. Was ontzettend leuk om elkaar op die manier te leren kennen; ze vonden ons alleszins meevallen voor "mensen uit het westen". Kennelijk hadden ze iets anders verwacht gezien het beeld dat Twentenaren van westerse lui voor ogen hadden; een mij niet eerder bekend gedichtje van Twentse bodem luidde:

Uit de gouden korenaren
schiep God de Twentenaren,
en uit het kaf en de resten
de mensen uit het Westen


Ach, dat speelt nu allemaal niet meer realiseerde ik me; NL is in die tijd relatief zo veel kleiner geworden dat regionale gevoelens niet echt meer spelen. Peter en z'n vriendin hebben elkaar via Internet gevonden; dat je misschien een beetje verschillend praat is nog het enige. Zij kende natuurlijk slager Lammertinck uit Enter, het dorp waar zij vandaan komt. Was leuk om haar te ontmoeten en met elkaar over tal van onderwerpen van gedachten te wisselen. En 'savonds naar de Mattheus; was fijne dag; een dag met een gouden randje!

30 maart 2013

Romeo en Julia

Vanavond hebben we genoten van het ballet "Romeo en Julia", het eerste NLse avondvullende ballet, met de choreografie van Rudi van Dantzig en op muziek van Sergej Prokofjeff. Schitterend geheel; de voortreffelijke dansers van het Nationale Ballet, muziek, choreografie en niet te vergeten de imposante decors en de prachtige kostumering maakten de uitvoering tot een groot cultureel genoegen.
Het overbekende verhaal van William Shakespeare was boeiend uitgewerkt.
De avond begon voor de liefhebbers met een inleiding over dit ballet; een waardevolle aanvulling die het begrip voor dit ballet verdiepte, althans voor mij. Erg indrukwekkend vond ik de inleiding voor de omslag van de stemming; daar waar Julia gaat kiezen voor Romeo. De onheilspellende muziek die dan de rampspoed aankondigt ondersteunt enorm. Overigens was dit het enige deel van de muziek dat we kenden; de ballet muziek van Tchaikovsky ken ik een stuk beter.
Misschien verbeelding maar ik zag in de choreografie één keer een knipoog naar de film West Side Story, eveneens een bewerking van het verhaal van Shakespeare, zij het dat de hoofdrolspelers daar Toni en Maria heten. Maar ik hoorde ook een strofe in de muziek die misschien door Leonard Bernstein als knipoog is bedoeld naar Prokofjeff. Dat deden de klassieke componisten ook vaak als eerbewijs naar elkaar. Maar misschien heb ik het me verbeeld hoor.
In ieder geval hebben we genoten van een heerlijke avond uit! Gaan we vaker doen.

Deze weblog moest ik schrijven voordat we morgen naar de Mattheus Passion gaan. Dat wordt waarschijnlijk zo'n immense ervaring dat alles erdoor wordt weggedrukt. En dat wil ik voorkomen.

29 maart 2013

Noordpolderzijl

Het Zielhoes te Noordpolderzijl
M'n volkorenmeel was nagenoeg op; alle reden om weer naar Groningen te gaan, naar mulder Pot in Kropswolde. En dat combineer ik dan met een wandeling in het Noord Groningse land, waar ik zo langzamerhand erg aan verknocht begin te raken; die stilte, die wijdsheid, die stoere kleigrond die een hele winter heeft liggen wachten.
Dus weer om half zes uit de veren en om kwart voor negen in stad Groningen. Eerst naar de Groninger markt; koffie drinken en meteen maar noten en rozijnen ingeslagen; die waren ook op en ik kon natuurlijk niet naar de vrijdagmarkt in Bilthoven. Kopje koffie met een hazelnootgebakje en dan is het leven weer heel draagbaar voor een pensionado. Met het boemeltje naar Warffum, verrekijker omgegord en op naar Noordpolderzijl, het noordelijkste haventje van ons land. Stelt niet zo gek veel voor, maar ik wilde er weer eens heen. In het wandelboekje van het wad- en wierdenpad, dat door Noord Groningen loopt stond dat je bij het Zielhoes, het voormalig polderhuis en al enkele decennia een horeca gelegenheid, mocht kamperen.
En dat heb ik jaren geleden ook een keer gedaan. Met m'n kleine trekkerstentje, m'n bultrugje zoals ik het altijd liefkozend duidde, op een verder geheel verlaten grasveldje; het waaide stevig om niet te zeggen hard zodat het tentdoek 'snachts op m'n neus landde. De volgende ochtend in het Zielhoes koffie gedronken en een heel wonderlijk verhaal gehoord. Het ging over een voormalig dienstmeisje dat naar ik meen op haar sterfbed iets had verteld dat haar van het hart moest. Zij had gewerkt bij zo'n rijke herenboer; de boerderij beschikte over een grafkelder, althans de kist/sarcofaag van de jong overleden echtgenote van de boer was voor het dienstmeisje toegankelijk. En dwaas als ze was had ze een keer de kist een stukje open geschoven, zo ging het spannende verhaal terwijl ik een broodje garnaal verorberde en koffie slobberde zo'n 25 jaar geleden. Tot verbazing van het dienstmeisje zag de al lang geleden overleden vrouw er gaaf uit, tot een heel licht briesje of andere beweging de schijn deed verdwijnen; het gezicht stortte helemaal in elkaar; er resteerde slechts een doodshoofd. Het dienstmeisje was zich natuurlijk helemaal wild geschrokken en had het nooit eerder durven vertellen. Nu zij al met één voet in het graf stond moest ze het toch van zich af praten kennelijk.
De mens heeft natuurlijk een skelet voor de algehele stevigheid en de aanhechting van de spieren. Daarnaast heeft het nog een ragfijn skelet, een soort matrix, dat stevigheid en onderling verband geeft aan de weefsels en de cellen in de weefsels; de naam daarvan weet ik niet meer helaas. Die matrix blijft kennelijk staan als een lichaam onder bewegingloze omstandigheden verteert. Ik heb een dergelijk verhaal ook gelezen in een boek van Gabriel Garcia Marquez of Isabel Allende en die hebben dat ook vast niet zelf verzonnen maar weten het uit verhalen.
Daar moest ik aan denken toen ik vanmiddag stil mijn boterhammetje zat te kanen op een bankje voor het Zielhoes; dat was helaas gesloten; ik had me zo verheugd op het weerzien van het interieur na zoveel jaar en natuurlijk op het broodje garnalen.
Vervolgens terug gelopen naar Usquert en onderweg lekker vogels gespot met de verrekijker. Leuke combinatie van hobbies dat wandelen en vogels kijken. Van Usquert naar Kropswolde en toen via Groningen weer terug naar huis. Had geen zin meer om de Nordic Art voor de vierde keer te gaan bekijken hoe mooi die tentoonstelling ook is. Is er overigens nog tot half mei.

28 maart 2013

Danki opa Mooooiiiii"

Gijs op z'n nieuwe fiets
Moooooiiii! Opa krege Hiets. Dochter Arja, moeder van m'n kleinzoon Gijs had deze cryptische tekst gisteren op "mijn tijdlijn" (facebook) geplaatst samen met de hier getoonde foto. De laatste keer dat ik bij haar was had ik geld gegeven om een driewielertje voor Gijs te kopen. Die had hij dus van opa gekregen. Dat liet ik niet op mij zitten dus vandaag gezellig naar dochter en kleinkinderen. Ik ben nog altijd verbaasd hoe snel die ontwikkeling gaat en over het feit dat Gijs, ondanks dat hij me maar weinig ziet, weet dat ik één van z'n vele opa's ben. Leuk hoor. En die kleine Evi heeft natuurlijk weer uitgebreid bij me op schoot gezeten. Die gesloten tere oogleden vind ik altijd zo aandoenlijk bij een klein babietje, want dat is ze met haar twee maanden toch nog steeds. Met Gijs gezellig boekjes zitten lezen en natuurlijk uitgebreid damespaard/herenpaard/boerenpaard gedaan bij mij op schoot. Hij springt er zelf steeds hoger bij en ik kreeg het er helemaal warm van; hij kan er niet genoeg van krijgen en vraagt telkens met z'n liefste snuitje: "noggekeer¨. En dat kan ik niet weerstaan.
Het doet me zo sterk denken aan het voorbij trekken van de generaties; als klein joch zat ik ook bij m'n opa op schoot en deden we boven genoemd spelletje. Ook maakte mijn opa ons kleinkinderen wijs dat er een vogeltje in z'n binnenzak zat en probeerde te ontsnappen. Dat flauwe spelletje heb ik niet gedaan en ga ik ook niet doen met Gijs.
Heerlijke middag gehad nadat ik de ochtend met Huib had gewandeld van Den Haag, via de duinen naar Hoek van Holland; we hebben de "zandmotor" bekeken. Fijne dag geweest.

26 maart 2013

Bontmuts laten liggen

Bij de kookcursus. Foto Melle G.
Eerlijk gezegd zag ik een beetje boel op tegen deze dag. Waren we zondag ontzettend moe terug gekomen van een weekend heel hard werken op Texel (ik heb nog een dag pijn in m'n armpezen gevoeld) daar hda ik voor de maandagavond afgesproken om deel te nemen aan een smaakbelevings- annex kookavond bij Koken bij de Molen in Laren. Een jaar of twee eerder had ik daar al eens aan deelgenomen en had bij die gelegenheid een aantal kooktechnieken af kunnen kijken. Zo rond de kerst kwam ik Melle G. toevallig tegen; hij is één van de drijvende krachten achter Soil Amersfoort, een initiatief om ecologisch verantwoord koken te stimuleren. Soil werkt nauw samen met Koken bij de Molen, vandaar mijn aanwezigheid aldaar. Gelukkig kon ik met Melle mee terug rijden; hij bracht me tot bij station Bilthoven waar mijn fiets stond. Maar de volgende morgen had ik alweer zeer vroeg afgesproken met Adriaan V. om vogels te gaan kijken bij de Oostvaardersplassen net als enkele weken geleden. Dus om 5.30 weer opgestaan; ik was hoogst verbaasd dat m'n wekker ging en moest m'n kop schudden om te realiseren waarom ik op moest staan. Maar daar had ik geen spijt van; ondanks de ijzige koude hebben we de excursie gemaakt en weer heel wat gezien. Nieuwe soorten voor mij waren de kramsvogel, de watersnip en het volle zicht op een heggemus. Een scharrelende vos konden we dankzij de telescoop van Adriaan goed observeren. Helaas had ik in de trein mijn prachtige bontmuts van Coby Dogger laten liggen. Het  gebeurt mij als ervaren treinreiziger eigenlijk nooit dat ik iets vergeet, maar nu wel door het slaapgebrek denk ik. 'sMiddags heb ik even een uurtje geslapen en opnieuw de verbazing waarom de wekker ging; we gingen bridgen; de paasdrive, net als vorig jaar. We werden vijfde; helemaal geen slecht resultaat! Van de weeromstuit hebben we tot half twee lekker zitten pimpelen alvorens de koets in te duiken. Heerlijk geslapen en moeten constateren dat het allemaal best meeviel. 

25 maart 2013

Difrax

Jaren lang dagelijks mogen aanschouwen. Binnenkort verdwenen
Al sinds jaar en dag bekijk ik 'smorgens deze achtergevel; vanuit het perron van station Bilthoven heb je weinig keuze; de gevel van dit gebouw beslaat zo'n beetje de hele lengte van het perron voor de trein richting Utrecht.
Toch wist ik niet waar degene die ik sprak het over had toen hij mij vertelde over een firma Difrax. Ergens luidde er wel een belletje, maar de associatie met het gebouw waar ik al zoveel jaren vrijwel dagelijks tegenaan had gekeken kwam niet naar boven. Merkwaardig hoe het geheugen in elkaar zit en ook een teken dat, althans bij mij, reclame niet altijd binnen komt. Interessant voor marketing mensen?!

24 maart 2013

De Wezenputten en versteend hout

De Wezenputten in vroeger eeuwen
Vrijdag belde Ab vanaf de boot naar Texel; we zouden met een stel vogelaars op onderzoek gaan. Roos ging aan de wandel; via de slufter naar De Koog en ik ging met de bus naar Den Burg om op vogeltocht te gaan met de mannen. Het waaide stevig en het was akelig koud; ik was nogal met Roos begaan vanwege de kou.
Eerst met de auto langs "De Zandkuil" en de Wezenputten; historisch interessant omdat de meest VOC schepen aldaar hun drinkwater innamen; het Texelse water bevatte relatief veel ijzer en kon daardoor langer (in vaten) bewaard worden. De schepen konden pas bij Kaap de goede hoop vers water innemen. De putten kwamen aan hun naam omdat zij eigendom waren van het weeshuis en via het water kwam deze instelling aan haar inkomen.
Vervolgens gingen we naar de mokbaai; er zat geen hond en ook geen vogels. Mijn medelijden met Roos nam verder toe; ik zag haar in mijn gedachten al verkleumd tegen de wind in tornen. Verder met de auto naar de slufter; zelfde laken een pak; wij "helden van de wilde vogels" wisten niet hoe snel we weer in de auto moesten kruipen. Via Prins Hendrik naar Utopia, een vogelreservaat van Natuurmonumenten waar ik de vorige dag slechts meerkoeten had zien dobberen. Toen maar in arren moede naar de Stayokay in Den Burg, ons onderkomen voor de rest van het weekend. En daar zat Roos in volle tevredenheid achter een Skuumkoppe, het voortreffelijke bier van Texel. En ze had niet alleen een heerlijke wandeling gehad, met als cultureel dieptepunt een bezoek aan De Koog, maar ze had tevens in Den Burg een blouse gescoord en een prachtig stuk versteend hout uit de Filippijnen.
Zaterdag was het zo mogelijk nog kouder; we gingen een stuk tuunwal herstellen. Het was zo koud dat Ben er gewoon beroerd van werd en even in de verrijdbare keet moest opwarmen en bijkomen. Geen foto's meer maken en doorwerken om warm te blijven was het devies. We waren maar met weinig man; door de harde Oosten wind kon de boot niet varen; bij eb stond het water te laag; daardoor was de ploeg niet compleet; we misten een stel krachtpatsers. Maar stevig op de tanden bijten en tegen de middag stond de tuunwal er weer mooi bij. Terug naar de Stayokay om te werken aan een insectenhotel; een noviteit voor Texel. Doorgewerkt tot het avondeten. Terwijl ik dit maandagmorgen zit te typen voel ik nog de pezen in m'n polsen vanwege het gesjouw van de plaggen bij het maken van de tuunwal.
Zondag hebben we met de helft van de ploeg gewerkt aan "De Zandkuil". De andere helft maakte het insectenhotel verder klaar. Het maaisel konden we met behulp van de wind afvoeren naar het naastgelegen weiland waar de paarden er wel raad mee wisten. Nog een paar stijlrandjes gemaakt voor de zandbijen en een paar bomen geringd voor de hout minnende insecten en toen waren we weer klaar voor het nieuwe seizoen. Terug naar Den Burg en het fraaie insectenhotel bekeken. Werd Beeokay genoemd, bijenherberg.
Moe maar voldaan met boot en trein naar huis terug. Loempiaatje gescoord en geslapen als twee ossen!

23 maart 2013

Siberische kou op Texel

Dit weekend stond in het teken van de tuunwallen en de Zandkuil van Texel; net als voorgaande jaren het afscheidsmoment van het beheerseizoen van de natuurwerkgroep Kwadijkse Vlot. Roos en ik waren een dag eerder gegaan; donderdagmorgen waren we vertrokken met een buzzer (een dagkaart voor twee personen, geldig op iedere buslijn van Connexion). Lekker rondgecrossed met de bus over Texel; eerst koffie gedronken in Den Hoorn en een paar haltes gelopen; verder met bus 29 naar Oudeschild om een vissie te scoren. Terug naar Den Burg omdat Roos daar wilde kijken voor wat spulletjes en op de valreep slaagde voor een broek. En toen door naar hotel Prins Hendrik bij de schorren, aan de waddenkust. Het hotel ligt daar prachtig; we waren er al eerder afgelopen herfst vanwege een excursie van Natuurmonumenten op de schorren aldaar.
Nadat we ons hadden geïnstalleerd nam ik de volgende bus naar de Cocksdorp en wandelde terug naar het hotel, langs de waddendijk. De wind was behoorlijk aangetrokken en voelde bitterkoud aan; ik was op vogelkijktocht, met de verrekijker en werd beloond. Ik stapte uit de bus en nam de verrekijker en te midden van een troep zwarte kraaien zag ik "mijn eerste" wulp. Even verderop een tweetal baltsende futen; leuk gezicht zo dat gezwaai met hun koppen en die opstaande "oortjes". Aan de waddenkant, in een snijdend koude wind zag ik bergeenden en vluchten rotganzen te midden van strandlopers, scholeksters, wilde eenden en andere soorten. In de landerijen veel grauwe ganzen en tot mijn grote genoegen veel hazen, groot als honden. Ik moet bekennen dat bij het zien van die hazen het water in m'n mond liep ondanks dat ik het betreur dat de hazen het niet goed doen; hier op Texel zo te zien wel; volgens Ab komt dat vooral omdat er geen vossen zijn op Texel.
Door de kijker leek het hotel vlakbij te zijn, edoch ik moest nog heel wat koude doorstaan voordat ik kon aanschuiven achter m'n eerste skuumkoppe, het bier van Texel.

22 maart 2013

Station Amsterdam Zuid en wilde bramen

Het stationsplein voor Station Amsterdam Zuid WTC
Zo'n stadsplanning maken is natuurlijk geen sinecure. Amsterdam zuidas staat er nu als een mastodont van vele hoogbouwelementen. Het station ligt er als vanzelfsprekend; de economische activiteiten zijn enorm. En dat is allemaal gepland en gestart zo in de jaren zeventig. Lien en ik hadden vrienden die in de rivierenbuurt woonden en in de omgeving waar nu de Zuidas ligt gingen wandelen en in de herfst bramen plukken. Daar maakten ze jam van en gaven een groot deel aan mij om bramenwijn van te maken. We gingen ook wel mee en verwonderden ons erover dat er in de enorme zanddijk zo'n groot gat was uitgespaard. We hadden geen flauw idee wat er allemaal zou gaan gebeuren op dit zo verlaten plekje, ver van de stad.
Daar moest ik aan denken toen ik in het zonnetje zat, op de rand van een plantenbak met daarin een boompje, lekker knagend aan een bijzonder smakelijk saucijzenbroodje dat ik daar bij een bakker had gekocht. Onwillekeurig moest ik aan m'n grootvader denken die het er op mijn leeftijd ook altijd over had dat alles zo veranderd was. Bij hem betrof het al die nieuwe wegen rond Amsterdam; hij wist er geen end meer aan. En hij beschreef de landerijen waarop Amsterdam-Slotermeer was verrezen waar ik mijn kinderjaren doorbracht. In de beginjaren dat we daar woonden rende er regelmatig een angstige haas door de straten; die wist er ook geen raad mee, net als mijn grootvader.
Ik wel hoor, daar bij station Amsterdam Zuid WTC; lekker in het zonnetje, terugdenkend in tevredenheid.

21 maart 2013

Vliegveld Soesterberg

Oud waarschuwingsbord bij voormalig vliegveld Soesterberg
Inmiddels gesloten; na de val van het communisme is de verdediging van het Westen tegen Rusland wat minder intensief geworden; de noodzaak was verdwenen en daarmee militair vliegveld Soesterberg. Vliegveld Soesterberg bestond al vanaf mijn prille jeugd. Mijn grootouders hadden daar familie wonen en zodoende wist ik van het bestaan; ik had geen idee waar dat was trouwens. Toen we in 1980 in Bilthoven gingen wonen hoorden we ook regelmatig en zeer intensief van het bestaan van Soesterberg; allemachtig wat konden die startende en stijgende gevechtsstraaljagers een doordringende kolereherrie maken. De kippen vluchtten het nachthok in; de kinderen vluchtten van de tuin het huis binnen. Als ik Anneke aan de lijn had dan konden we elkaar absoluut niet meer verstaan.
Het vliegveld lag vlakbij Bilthoven; even voorbij Den Dolder, langs de spoorbaan kwam je er langs wanneer je een fietstochtje maakte naar wat we noemden "het grote zand", oftewel de Soester Duinen. Ook wandelde ik wel eens vanuit Austerlitz naar huis en dan kwam ik langs de Amerikaanse "nederzetting" die daar in de buurt was. Een keer zag ik wat kinderen die zich merkwaardig gedroegen; ze stonden met elkaar te overleggen en bewogen daarbij hun armen op vreemde wijze. Ze gesticuleerden zeer overdreven; dat waren Amerikaanse kinderen zoals ik al snel begreep, met gebaren van de TV reclame neem ik aan. Je ziet dit overdreven gedrag tegenwoordig ook wel in NL.
Vorige week, met dat mooie weer liep ik van Amersfoort naar Den Dolder en daarbij kwam ik langs het hek van voormalig vliegveld Soesterberg. Aan het hek hingen nog de waarschuwingsborden. Ik kon het niet laten om er een foto van te maken. Overigens heb ik daar nog nooit een hond zien lopen; zal ook wel naar binnen zijn gevlucht vanwege het kabaal.

20 maart 2013

Anatevka en Csaar Peter de Grote

Dankzij mijn museumjaarkaart, mijn Dalvrij Abonnement van de NS en de informatiehonger van Roos en info op Internet ben ik druk met reizen, wandelen en cultuur snuiven. Daarbij onderneem ik dan zo veel verschillende dingen die ik ook in m'n dagelijkse Weblog aan anderen kenbaar wil maken, dat ik soms van gekkigheid niet weet hoe ik het allemaal van dag tot dag in kan passen. Toen ik dit gisteren (dinsdag) schreef kwam ik net binnen van een bezoek aan Amsterdam; heb een lunchconcert in het muziekcentrum meegemaakt en heb de tentoonstelling over Czaar Peter de Grote in de Hermitage bezocht.
Toen ik dinsdagmorgen na de koffie bij Roos wilde vertrekken zag ik op haar tafel een folder liggen met lunchconcerten in het muziekcentrum. En laat dat nou net op de dinsdag zijn. En zo zat ik om 12.30 uur naar een piano begeleide Anatevka te luisteren; een roerend verhaal over een arme joodse familie met drie huwbare dochters. Het lied "If a were a rich man", werd zo schitterend vertolkt; ik moest weer aan "onze" Lex Goudsmit denken, die de rol van Tevje zo prachtig speelde (1100 keer?!) met z'n donkere stem. Het geheel werd door Myra Kroeze (mezzo sopraan, die tevens op onnavolgbare wijze twee mannenrollen voor haar rekening nam) en Bas Kuijlenburg (bas), concertante, maar met enige kostumering gezongen. Het greep mij aan; live uitgevoerde muziek en vooral zang komt toch wel veel beter binnen dan de door mij altijd zo geprezen mp3-tjes met koptelefoon, al wandelend genoten.
En na het concert, twee honderd meter verder naar de Hermitage, naar de expositie over Czaar Peter; een naam die ik al m'n hele leven ken; mijn grootouders woonden in Zaandam (Czaar Peterstraat 60), en ondanks het feit dat de grote Czaar hier slechts enkele dagen vertoefde omdat hij geen moment met rust werd gelaten door de opgewonden Zaanse bevolking, is zijn naam in Zaandam gekoesterd; een groot monument siert het centrale plein van de oude binnenstad en een hele wijk is naar de Czaar genoemd. Bij de tentoonstelling stond een maquette van het Czaar Peter huisje zoals het er destijds uit had gezien; een roerend monumentje vond ik.
De tijd drong en daarom ben ik vrij kort in de hermitage gebleven, maar de lunchconcerten zal ik regelmatig gaan bezoeken en dan ga ik nog wel een paar keer naar Peter de Grote's parafernalia kijken.

19 maart 2013

Gedichten van Heinrich Heine

Heinrich Heine
Zondagmiddag zijn Roos en ik naar een huisconcert van de Vereniging Vrienden van het Lied in Heemskerk geweest. Tom Sol, bas-bariton zong liederen van Schumann en Schubert op teksten van Heinrich Heine. Hij werd daarbij, heel verrassend voor mij begeleid door Martin Kaaij op guitaar.
Erg verrijkend vond ik de toelichting die Tom gaf over de tekstdichter, Heinrich Heine. Deze poëet heeft het destijds in zijn vaderland Duitsland kennelijk te bont gemaakt, althans hem werd de toegang tot Duitsland verboden vanwege zijn politiek radicale uitlatingen; hij werd verbannen en leefde vanaf die tijd in Frankrijk. Zijn gedichten zijn dan ook vaak, en in de liederen cyclus "Dichterliebe" van Robert Schumann heel prominent, doordrenkt van verdriet, verlangen, als van een verloren liefde of zelfs direct over een verloren liefde maar dan als metafoor voor het verlies van zijn vaderland, zoals in de liederen van Schubert die Tom ten gehore zou brengen; de zes liederen uit "Schwanegesang" op teksten van Heine.
Tom zong met veel expressie en met een geweldige stembeheersing; een stem die in de vrijwel als zaal te beschouwen muziekkamer van de gastheer en -vrouwe prima uitkwam. We hebben na afloop van het concert nog gesproken met deze en gene. Heerlijke middag gehad en toen nog lekker gaan eten in den Haag; wat een genoegen is toch dat vrij reizen dat we in het weekend beiden kunnen genieten.
Huib heeft mij het Haagse wat beter doen leren kennen; ik wilde graag een keer in die Chinese buurt met die oranje lampionnen eten, en dat hebben we gedaan. Het was geweldig druk in het door ons gekozen restaurant en er stond een rij wachtenden voor een tafeltje. Maar wij waren slechts met z'n tweetjes en er was direct een tafeltje voor twee beschikbaar. Lekker knapperige babi pangang gegeten en Roos een "vogelnestje" met garnalen. De dag was helemaal "af"!
Thuis ben ik nog tot half twaalf bezig gewest met de was en de laatste erwtensoep van het jaar. En de volgende ochtend weer om half zes op voor het Marskramerpad?!

Een paar links naar Youtube opnames van de liederen die Tom heeft gezongen en die ik de lezers van dit Blog graag wil aanbieden:

Dichterliebe (zanger Fritz Wunderlich, de hele cyclus Dichterliebe van Schumann)

Uit de nalatenschap van Schubert, Schwanegesang, de liederen op tekst van Heinrich Heine
Der Atlas
Ihr Bild
Die Stadt
Das Fishermädchen
Am Meer
Der Doppelgänger (technisch niet perfect, wel zeer expressief!)
Uitvoerenden nogal divers.


18 maart 2013

Etappe 1 van het Marskramerpad

Schloss Bentheim 
In december heb ik het boekje van het Marskramerpad aangeschaft. Het loopt van Bad Bentheim, net over de grens in Duitsland, via Oldenzaal, Deventer, de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug, plassengebied, Breukelen, via de Zuidhollandse Veenweide gebieden naar Leiden en Den Haag. De delen hier in de buurt van Bilthoven hebben we natuurlijk al vele malen gelopen, maar die oostelijke gebieden wat minder. En zo zat ik vanmorgen om half zeven op het station te wachten op de stoptrein die maar niet wilde komen. Alweer iemand die het leven niet meer zag zitten; het begint akelige vormen aan te nemen hier in Bilthoven; al het derde geval in een paar weken. Forensen op het station gaven onterecht de NS al de schuld; zal wel weer ondeugdelijk materiaal zijn. Het valt ook niet mee om om half zeven al gedonder met de trein te hebben. Op het station kwam ik nog een oude kennis van de trein tegen; lang niet gezien. De stoptrein uit Zwolle ging weer terug, dus even later dan gepland was ik toch op weg naar m'n overstap in Amersfoort.
En zo liep ik dan even voor negenen in Oldenzaal; er was op maandagmorgen uiteraard niets te doen en ik moest ook weer snel terug om de internationale boemel van 9.42 naar Bad Bentheim te halen. Was er lang niet geweest op dat imposante kasteel. De eerste keer was met collega Ton R. van het CLB, een echte tukker, zo'n 35 jaar geleden met Pasen. Ik was er later nog een keer met Roos. En dan nu weer; imposant slot, maar eerst ........ en daar had ik echt naar uitgekeken: een stuk Duitse taart, stachelbeerentorte mit eine Tasse Kaffee. Ik heb ervan genoten. Om half elf definitief op weg; sjaal en trui opgeborgen; het werd al snel zonnig en warm en vooruit met de geit.
Eigenlijk was ik van plan om het heel rustig aan te doen en pas om half zeven weer terug te keren vanaf Oldenzaal. Maar ik maakte flink tempo; het was schitterend weer en voor ik het wist was ik eigenlijk daar waar ik een bus kon nemen. Die kwam binnen vijf minuten en ik zat om drie uur op het station Oldenzaal. Van de treinreis terug heb ik verdraaid weinig meegekregen; in de Intercity van Hengelo naar Amersfoort heb ik het slaaptekort van de nacht volledig ingehaald.
Kopje thee gedronken bij de verraste Roos; ze had me nog niet terug verwacht zo vroeg. Heerlijke dag gehad. Het marskramerpad wil ik dit seizoen voor een belangrijk deel gaan doen, althans de onbekende stukken waaronder een oversteek van de Veluwe van Hoensbroek naar Stroe.

17 maart 2013

De biografie als literair genre

Richard en Cosima Wagner, vrienden van Nietzsche
Eerlijk gezegd heb ik maar zelden een biografie ter hand genomen. De mij door Peter C. geadviseerde biografie van Frank Lloyd Wright is eigenlijk de enige die mij bijstaat. Maar het is, indien goed geschreven natuurlijk, vast een heel boeiend genre. Zo doet mij althans de tweede biografie die ik lees, die van Friedrich Nietzsche, van de hand van Curt Paul Janz mij vermoeden. Het boek leest als de Odysseia; de intellectuele en fysieke zwerftocht van Nietzsche waarbij hij tal van buitengewoon interessante mensen ontmoet, waaronder Richard Wagner en Cosima; deze beïnvloeden hem in zijn denken.
Vooral ook het tijdsbeeld dat wordt geschetst is zo'n verhelderend ingrediënt van dit genre; de negentiende eeuw met de hand geschreven brief als communicatievorm, met de moderne transportmogelijkheden van die tijd, de trein, de intellectuele overwegingen; ik smul er van. Maar ook de veelvuldige ziekten die mensen in die tijd op relatief jonge leeftijd ondergingen; infectieziekten als TBC en syphilis die onbestrijdbaar waren. Geen honger, wel oorlogsdreiging, revolutionaire momenten. En de sterke aandacht voor muziek en theater. Het was een wereld zonder vastgelegd geluid en bewegend beeld. Waar je nu via Youtube op ieder moment vrijwel alle muziek kunt benaderen daar ging men in die tijd naar de concertzaal. Geen auto's maar paard en wagen, koetsjes.
Net als "Oorlog en Vrede" en "Anna Karenina" van Tolstoj kan ik ontzettend genieten wanneer ik als het ware van binnenuit over die tijd lees.

16 maart 2013

De nieuwe religie

Atropos knipt uiteindelijk de
levensdraad door
Uit een behoefte aan zingeving, gevoed door een onontkoombare gedachte dat ons leven toch niet "zomaar",  zonder doel kan zijn, hebben veel gemeenschappen een magisch filosofisch construct ingebouwd: religie. Althans, dat is toch wat ik opmaak uit de geschriften van filosofen als Spinoza, Schopenhauer en de besnorde 19e eeuwse filosoof Nietzsche, die ik momenteel probeer enigszins te doorgronden.
Maar die behoefte aan "eeuwig leven" speelt natuurlijk toch, ondanks wat daarover wordt gedacht en gefilosofeerd. Op de laatste pagina van de Volkskrant staat een rubriek van mensen, doodgewone mensen, geen BN'ers, die in het laatste stadium van hun leven zijn gekomen en stervende zijn. In die rubriek zie je die vraag "het kan toch niet helemaal afgelopen zijn?" steeds terugkeren.
Eeuwig leven was ook voor keizer Qin een belangrijk item. Hij liet een graftombe maken met daarin en omheen alle voorzieningen die hij nodig dacht te hebben; hij nam als eeuwigheids-elixer mengsels met gemalen jade en paddenstoelen uit de eeuwige bergen tot zich. Desondanks stierf hij voor zijn vijftigste, omringd door zijn terracotta soldaten. Na de teraarde bestelling werden de grafwerkers  levend en wel in de tombe opgesloten om te sterven; zijn concubines die hem geen zoon hadden geschonken werden gewurgd en meebegraven. Hun levens telden kennelijk niet.
Ons moderne westerse mensen wordt in zekere zin ook een "eeuwig leven hier op aarde" beloofd en wel door de medische industrie. De reconstructieve geneeskunde bereikt ongekende hoogtes. "Binnenkort" zullen meer en meer kunstmatige organen ter beschikking komen. De geneeskunde lijkt wel een nieuwe religie te worden. Dat sommige behandelingen meer weg hebben van inquisitorische martelingen neemt men voor lief.
Maar sterven hoort erbij, net als het leven zelf, dat je dan ook heel bewust moet doorleven, althans dat acht ik van belang: Houd van je leven. Nietzsche legt dat zo mooi vast in zijn uitdrukking: Amor fati: houd van je Lot. En daarbij hoort ook de knip van de levensdraad die Atropos je toedient.

15 maart 2013

Chaconne van Bach

Partituur van de Chaconne (de eerste paar maten)
In één van de partita's voor viool komt de voor kenners overbekende chaconne voor; een weergaloos mooi stuk muziek voor viool solo waarin Johann Sebastian alle fase's van het leven heeft getoonzet. Van een rustig begin, vragend naar een bruisend middenstuk waarin alle mogelijke stemmingen elkaar afwisselen en dan weer rustig, overpeinzend afrondend. Het duurt zo'n twintig minuten. Maarten 't Hart heeft er ergens inspirerend over geschreven. Hij is net zo'n Bach liefhebber als ik. Roos en ik hebben het stuk een keer gehoord toen we in Wenen waren; we zijn s'avonds speciaal naar een uitvoering geweest en waren sterk onder de indruk ook al was het geen topuitvoering.
Dit in tegenstelling tot de straatmuzikanten, meestal voorzien van een accordeon en vaak bijzonder weinig talent, uitzonderingen daargelaten. Maanden achtereen zat er een jonge vrouw op de trap bij het station in Utrecht met één hand wat te rommelen op haar accordeon; ze kon noch de melodie spelen, noch de maat houden. Ze keek steeds droefgeestiger naarmate de maanden vorderden. Later zag ik haar in den Haag; zelfde laken een pak. Bij onze AH op de Kwinkelier zit een knul al maanden achter elkaar het zelfde melodieloze muziekje te produceren; ik zou er helemaal dol van worden als ik daar in de buurt zou moeten vertoeven. Maar soms kom je ook echte muzikanten tegen. Dat overkwam ons nog bij de kerstreis naar Berlijn. Op de markt van Potsdam zong een Russisch mannenkoor weergaloos. Ondanks dat de bus op ons moest wachten hebben we geluisterd, vrijwel als enigen en hebben we de muzikanten ruimschoots beloond voor hun emotievolle en prachtig uitgevoerd koorwerk. En ook bij een paleis stond een in stijl verklede fluitist heel verdienstelijk te spelen. Op ons verzoek speelde hij iets van Bach in plaats van die afgezaagde kerstliedjes. Ook hem hebben we beloond terwijl de meeste voorbijgangers hem negeerden.
Maar het toppunt vind ik toch wel het experiment dat in de metro van New York is gedaan. Joshua Bell, een topviolist met een topinstrument hebben ze de boven genoemde chaconne, waarschijnlijk het meest bekende stuk voor viool solo in de hal van het metro station laten spelen. Een uitvoering waarvoor in de concertzaal minstens honderd dollar moet worden betaald. Vrijwel niemand nam zich de moeite om te gaan luisteren. Beschamend, of kenmerkend voor het algemeen publiek? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat je veel mist wanneer de klassieke muziek je ontgaat; ik zou dat intense plezier eenieder gunnen.

14 maart 2013

De Bilt 900 jaar

Het is vandaag 900 jaar geleden dat de Duitse keizerin Mathilde, gehuwd met Keizer Hendrik V, een stuk grond schonk aan Abt Ludolf; het klooster Oostbroek kon gesticht worden en De Bilt was een feit. Abt Ludolf, naamgever van de straat waarin ik woon! Hoe het verder precies precies in elkaar zit weet ik eerlijk gezegd niet, maar het is aanleiding voor groot feest. Bakker Top's edelgebak komt met een speciaal Mathilde taartje en het komend jaar staat in het teken van de viering. Allerlei verenigingen zijn opgeroepen tot het organiseren van gemeentebrede activiteiten. Alle zes de kernen waaruit de Bilt inmiddels bestaat doen mee!
Wel grappig allemaal want het zegt natuurlijk niemand wat. Klooster Oostbroek bestaat al lang niet meer. Zo hebben we ook nog een kapelweg; het kapelletje is al lang verdwenen. Maar in onze gemeente hebben we een zeer actieve historische kring die ook regelmatig exposeert in de bibliotheek. Zij weten hier ongetwijfeld alles van en zullen de gemeenteraad en het gemeentebestuur wel gesouffleerd hebben.

13 maart 2013

De smartphone en de prehistorie

Gisteren was ik even naar de bieb om het boek "1984" van George Orwell te lenen. Peter C. had het genoemd en ik bedacht mij dat ik zo veel over dit boek heb gehoord dat ik niet eens meer weet of ik het ooit wel eens heb gelezen. En dan grijp ik de gelegenheid direct aan om even de krant te lezen. Dit keer lag de Trouw in het rek; de andere kranten had al een lezer gevonden; aan de leestafel zaten heel wat mensen in stilte te lezen. Het belangrijkste dat ik in de Trouw las was dat het in Duitsland  economisch heel goed gaat; techniek geniet daar aanzienlijk meer belangstelling bij studenten dan in ons land; fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek vindt daar veel meer plaats. Het gevolg is een innovatie gedreven economie. In ons land met z'n hoog opgeleide beroepsbevolking is dat helaas minder het geval; techniek en fundamenteel onderzoek staan hier aanzienlijk minder hoog aangeschreven.
Naast mij zat een middelbare scholier met een open geslagen boek voor zich, druk bezig te "duimen" met zo'n ielepiele apparaatje, omringd door grijze koppen (zoals ik) die aandachtig en stil aan het lezen waren. Ik fluisterde: "zo schiet je niet erg op hè". Schuldbewust legde zij haar smartphone naast het boek en ging zitten lezen. Erg lang hield ze het niet vol; haar "vrienden" vroegen natuurlijk alle aandacht en "stiekem" zat ze weer te communiceren met het apparaatje. Het valt ook niet mee om je te concentreren wanneer je voortdurend het gevoel hebt dat je eigenlijk belangrijker dingen als communiceren moet doen. Die "verslaving" ken ik ook nog wel uit de begintijd van de e-mail; telkens kijken of er weer een mailtje voor je was; en dat was nog niet eens privé.
Jean Auel beschrijft in het derde boek van haar serie "de stam van de holenbeer" het leven van het prehistorische volk van de mammoetjagers. Die zitten in de winter voor een belangrijk deel van de tijd in hun onderkomen en communiceren. Naar mijn vermoeden is dit groepsproces van communicatie binnen onze soort van levensbelang. In die 400.000 jaar dat wij als soort gevormd zijn tot wat we nu zijn heeft het vermogen tot overleg, groeps-communicatie, een essentiële rol gespeeld. De overdracht van kennis, ervaring, strategie vond volledig mondeling plaats. Dat is natuurlijk sterk veranderd nadat het schrift werd uitgevonden en die rol voor een belangrijk deel overnam. Ervaring werd vastgelegd en overgedragen in de vorm van boeken. Maar die ingeboren behoefte aan persoonlijke communicatie is van nature gebleven en daar kan met de moderne techniek op iedere plek en op ieder tijdstip aan worden voldaan. En net zo min als in die prehistorische tijden in die grotten wil je buiten de groep vallen; dus stel je je voortdurend stoorbaar en communicatief op; zelfs in de bibliotheek: die instelling voor boeken bij uitstek.

12 maart 2013

Actueel nieuws uit het Zuiden des lands

Uitzicht op de rotonde van Vaals,
12 maart 2013?!
Gisteren in Eindhoven sneeuwde het een beetje; de NS berichtte gisteravond dat er in het Zuiden van het land een winterdienstregeling zou worden gehanteerd. En van mijn vriend Dick ontving ik twee foto's van een ingesneeuwd Vaals met het bericht dat de busdienst gaat worden stil gelegd. Het is noodweer in Limburg! Snel de collectebussen, helicopters en warme dekens verzamelen!

Zo'n 25 jaar geleden was er sprake van een dergelijke situatie met alleen sneeuw in Limburg en een verder onbesneeuwd NL. Dick en ik hebben toen een dag vrij genomen en zijn gaan langlaufen; van Schin op Geul naar Gulpen. We dachten dat we al een enorme afstand hadden afgelegd en al ergens halverwege Duitsland zaten (althans ik dacht dat) maar we zaten nog maar in Gulpen. Dat vond ik ver genoeg. Ik heb niks met ski'en en langlaufen. Wandelen door de sneeuw vind ik heerlijk. Maar er ligt nu al zo'n halve meter in Limburg, dus dat moeten we maar even vergeten.
Dit is m'n eerste Blog die inspeelt op de actualiteit en dat komt toch echt door de Chromebook PC; je pakt hem zo en hupsakee je kunt aan de gang. Ik ben zeer tevreden met deze aankoop. Zal Roos vragen om een fotootje te maken van mij, met m'n bijziende ogen, PC op m'n buik, benen opgetrokken en schrijvend. Lekker toetsenbordje. Echt een aanradertje voor 269 euro, thuisgestuurd door Coolblue. En verder geen software nodig; echt iets voor mij dus.

Een tas van Coolblue

Dit is de eerste Weblog die ik op m'n nieuwe Acer Chromebook heb geschreven. Dat is een wens die ik al heel lang koester: een computer zonder software maar gewoon alles op Internet; in the cloud zoals dat in het jargon wordt genoemd; geen gedonder meer met virussen, automatische updates, geen software  onderhoud meer, direct opstarten. Zo'n computer werd geanonceerd als de Pixel van Google. Dus vroeg ik vriend Dick wat hij daar van vond. Echter, Dick, goed op de hoogte van alle computerontwikkelingen, wist mij te vertellen dat Acer al lang een Chromebook computer op de markt had gezet en nog veel goedkoper ook. En daar heb ik er nu eentje van aangeschaft bij Coolblue, een mij voorheen onbekende firma die Dick me had doorgegeven; en daar heb ik geen spijt van.
Toevallig las ik een interview met de oprichter van Coolblue, de heer Pieter Zwart. Prominent in het interview was zijn service-beleid. En dat heb ik gemerkt. Het eerste exemplaar ontving ik per post; keurig begeleid met mailtjes hoever het bestelproces was gevorderd. Een leuke doos met een paar grappen erin (voorbeeld: deze bodem smaakt wel naar karton! kent u die reclame van Mario nog over die Pizzabodem) en natuurlijk de Chromebook. Die bleek echter een technisch mankement te vertonen. Dus ik de volgende dag met lood in m'n schoenen bellen. Tot m'n verbazing en grote genoegen kreeg ik binnen de kortst mogelijke tijd iemand aan de lijn. Probleem zou worden behandeld. Ik kreeg een mailtje met een suggestie om het probleem op te lossen maar dat werkte niet. Heb ik een mailtje teruggestuurd en toen kreeg ik het devies om de hele zaak terug te sturen of het langs te brengen naar één van de drie zaken van Coolblue. Dat heb ik gedaan; door de kou naar Eindhoven en daar kreeg ik vrijwel direct een nieuw exemplaar, met een prachtige boodschappentas met logo van Coolblue; ben ik net zo'n reclamezuil (har har). Ter plekke getest op mijn verzoek en prima. En nu zit ik dit Bloggie te schrijven. Daar heb ik hem o.a. ook voor aangeschaft want echt nodig had ik hem niet. Kan ik naar ik hoop ook in de trein Bloggies schrijven. In sommige intercities is Wifi aanwezig. 

11 maart 2013

Jimmy Hendrix in Zaltbommel

Ik zal de treinrit van Utrecht naar het Zuiden wat keertjes gemaakt hebben. Vriend Dick en ik gingen vroeger al vaak in Limburg wandelen en dan namen we uiteraard de trein. Later ging Dick in Limburg wonen en nam ik die zelfde trein. Maar ook tegenwoordig kom ik vaak langs Zaltbommel met z'n karakteristieke stompe toren; u weet wel van dat liedje dat beschrijft dat de torenspits temidden van de rommel drijft.
Ergens in die stad, bij de rivier was destijds een voortreffelijk restaurant waar ik ongeveer een decennium geleden heerlijk heb gegeten met Anneke. Dat was op aanwijzing van een recensie in de Volkskrant. Daarin stond ook dat de eigenaar een man van weinig woorden was. Toen wij met hem kennis maakten bleek ook waarom; de man had forse stotterproblemen, hetgeen hem er overigens terecht niet van weerhield om ons het historische pand uitvoerig te laten zien. Later heb ik er nog eens zakelijk zitten eten: heerlijk. Of hij er nu nog een restaurant drijft weet ik echter niet.
Jaren later heb ik mijn werkend Waterloo in Zaltbommel gevonden; in mijn laatste werkkring aldaar ben ik zeer zwaar overspannen geraakt; daar denk ik niet met genoegen aan terug. Daarna ben ik nooit meer de oude geworden helaas; vooral mijn creativiteit heeft er sterk onder geleden.
Maar bij al dat voortrazen langs Zaltbommel viel mij een schuurtje op; duizenden reizigers moeten het kennen; het karakteristieke hoofd van Jimmy Hendrix, meer dan natuurgroot afgebeeld op de vanuit de trein  goed zichtbare muur. Ik heb mij voorgenomen om een keer naar het schuurtje toe te lopen om het portret te fotograferen; vanuit de trein lukt dat niet.

10 maart 2013

Romeinse salade

Vergilius is vooral bekend om zijn heldendicht Aeneïs, het verhaal van de ontsnapping van de Trojaanse held Aeneas na het verlies van Troje. Met zijn vader Anchises op z'n rug en z'n zoontje Ascanius aan de hand verliet hij zijn vaderland. Een prachtig en spannend verhaal van een tocht waarbij uiteindelijk Rome wordt bereikt. Oponthoud bij de koningin van Carthago, Dido met een tragisch afscheid waarbij Dido zichzelf om het leven brengt. Deze afscheids scène is prachtig getoonzet door Purcell in zijn opera "Dido en Aeneas". Maar daar gaat het nu niet om.
Vergilius heeft ook een leerboek geschreven over de landbouw en de bijenteelt: de Georgica. Een heel verschillend genre. Hieruit heb ik ooit zijn klacht gelezen dat de Romeinen geen kool meer wilden eten, althans minder kool dan volgens Vergilius gezond was. Kennelijk ging men liever iets anders eten als groente. Voor mij was dat een aanleiding om de koolsalade eens te gaan verkennen.

En zo ontstond het recept van de "Romeinse salade". Basis vormt een saus van volle kwark (van boerderij Boom en Bosch uiteraard), een ferme scheut goede kwaliteit olijfolie, citroensap, fijn gesneden fèta, snuf zout en een flinke hand amandelen. Daarbij gaat de fijn gesneden spitskool of witte kool. Roeren, stevig kauwen en het lijkt mij heel gezond. Ik vind het heerlijk. Roos doet er nog rauwe knoflook doorheen. Natuurlijk kun je er verder op variëren, maar de kwark, amandelen en de kool zijn toch wel de vaste ingrediënten.

09 maart 2013

De terracotta soldaten in Leiden

Drie originele terracotta soldaten uit
het graf van keizer Qin
Ergens in de zeventiger jaren, ik herinner me het nog goed, werd bekend gemaakt dat er in China een archeologische vondst was gedaan van ongekende grootte: een heel leger van enkele duizenden terracotta soldaten was ondergronds gevonden. En die waren allemaal verschillend. Inmiddels zal iedereen die ook maar enigszins is geïnteresseerd in dergelijke zaken wel foto's hebben gezien van die rijen antieke Chinese soldaten en de China-toeristen zullen daar ongetwijfeld door de reisorganisaties langs zijn gevoerd.
Eigenlijk zou ik vandaag wilgen gaan knotten met de werkgroep Kwadijkse Vlot, maar door een gelukkig toeval ging dat niet door. Roos stelde voor dat ik mee zou gaan naar het Volkenkundig museum in Leiden alwaar een expositie was van enkele Terracotta soldaten uit China. En dat hebben we gedaan. Fascinerend; niet alleen de 3 aanwezige beelden maar vooral ook de BBC documentaire die werd getoond.
Dit leger bewaakte de tombe van de eerste Chinese keizer: Qin. Leuk om te weten is dat deze keizer de naamgever is geweest van China. Veroveringszucht maakte hem tot heerser van heel China. En hoe hij het voor elkaar heeft gekregen is mij een raadsel maar tijdens zijn leven werd die enorme tombe voor hem gemaakt maar eveneens de Chinese muur van enkele duizenden kilometers lengte die diende om de barbaren buiten het rijk te houden.
De wreedheid van deze keizer is niet te beschrijven en laat ik hier ook verder buiten. De tentoonstelling was dit weekend voor het laatst. Ik ben blij dat ik hem gezien heb.

08 maart 2013

Gymnasium of HBS?

Een paar dagen geleden ben ik begonnen met een biografie van Nietzsche, de bekende filosoof uit de negentiende eeuw. Een bijzondere man die al op jeugdige leeftijd "de klassieken" doorgrondde. Zijn vader stierf toen de kleine Fritz nog maar een jongen was. Doordat hij excelleerde op school kreeg hij een beurs om zijn middelbare schooltijd door te brengen aan een zeer gerenommeerd gymnasium (Pforta). De jongens (tja, van emancipatie was halverwege de negentiende eeuw nog niet zo'n sprake) waren intern en werden op intensieve wijze onderwezen. De genoemde klassieke auteurs speelden een belangrijke rol; de jonge Nietzsche ontwikkelde zich heel snel op dit gebied en schreef al tractaten op het gebied van de filologie; een voor mij niet te doorgronden vakgebied dat slechts is weggelegd voor lieden die zijn opgegroeid met de Griekse wijsgeren en derhalve het Grieks en het Latijn grondig moeten beheersen.
Destijds op de middelbare school (ik ging naar het Hervormd Lyceum West (HLW) in Slotervaart-Amsterdam) kon je kiezen of je naar de HBS wilde of naar het gymnasium. Belangrijk verschil was het Grieks en Latijn dat je slechts op het gymnasium gedoceerd kreeg. Daarnaast duurde het Gym een jaar langer. Op het Gym kon je later nog kiezen tussen Gym-Alfa en Gym-Bèta. Gym-alfa was de klassieke vooropleiding bij uitstek. Ook de HBS kende een splitsing vanaf de derde klas in HBS-A, een vooral economisch en moderne talen gerichte opleiding en HBS-B, een op de natuurwetenschappen, wiskunde en minder op de moderne talen gerichte opleiding. Gymnasium-Bèta was kort door de bocht een sommatie van Gym-Alfa en HBS-B.
Het moment van keuze is toch wel heel belangrijk voor me geweest want het staat nog stevig in m'n geheugen gegrift; ik had er lang over nagedacht en vertelde het toen aan m'n ouders, die overigens de keuze geheel aan mij lieten. Ik stond naast hun bed en vertelde hen dat ik naar de HBS wilde en later naar HBS-B. Ik had sterk getwijfeld of ik niet liever Gymnasium-Bèta zou willen gaan doen; dat weet ik nog heel goed.
Pas heel veel later in m'n leven, eigenlijk pas tien jaar geleden, ben ik me gaan verdiepen in die klassieken en ik ben dol op de historische verhalen. Homeros, Thucydides, Livius, Appolonios van Rhodos, Xenofon; hun bekende boeken staan op het rijtje van boeken die ik nooit uitleen.
Nu ik Nietzsches levensgeschiedenis bestudeer, en ik zit nu nog in z'n jonge jaren dan realiseer ik mij dat die twijfel of ik naar het Gym zou gaan destijds terecht was. En zeker wanneer ik de diepgang op vele onderwerpen bespeur die Roos als Gymnasium-Bèta afgestudeerde kenmerkt dan word ik in die twijfel gesterkt. Overigens lig ik er niet echt wakker van en kwelt deze jeugddwaling mij allerminst.
Met Nietzsche en zijn "Amor fati", Houd van je Lot, kan ik volmondig verklaren dat ik geen spijt heb van die keuze van destijds. Wel ben ik blij dat ik tien jaar geleden die zwaai naar de klassieken alsnog heb kunnen maken dankzij de uitstekende vertalingen die ruimschoots voorhanden zijn. Zo heb ik vorige maand de hele Ab urbe condita (over de stichting van de stad), althans wat er nog van rest na 2000 jaar van Livius in vertaling aangeschaft. Deze beschrijft de geschiedenis van het Romeinse rijk in de tijd van de koningen en van de republiek. Schitterende verhalen; ik moet er niet aan denken dat ik dat allemaal in het Latijn had moeten lezen (har har).

07 maart 2013

Morgengruss in een LAT relatie

Ergens op de Edesche heide, enkele weken
geleden.
Roos en ik hebben een LAT-relatie, d.w.z. we hebben zo ons eigen huishouden, eigen huis en veel eigen bezigheden. Zo schrijf ik mijn dagelijkse Blog. Vaak gebeurt het dan dat dan "het groene lichtje" brandt, dat wil zeggen dat je kunt zien in de Google Gmail account dat de ander ook on-line is. En modern als we zijn, dan groeten we elkaar via de "tsjet": "Môge", is mijn openingsgroet veelal. En dan natuurlijk wederzijds informeren naar hoe er geslapen is. Roos geeft dan haar commentaar op de Blog van de vorige dag die ik overigens vaak pas een dagje later formuleer, maar oms ook "in de vooruit" als ik veel te vertellen heb. En we babbelen wat en spreken af voor een wandeling, een kop koffie of wat dan ook verder.
Vanmorgen was dat ook weer het geval en toen moest ik denken aan één van de liederen (hoe kan het anders) uit "Die schöne Müllerin", Morgengruss. Daar houdt de vergelijking dan ook wel een beetje mee op, want in Morgengruss van Schubert (tekst van Müller) is de liefde, helaas voor de molenaarsknecht slechts eenzijdig; het meisje heeft meer op met de "Jägermann".
Dat is bij ons gelukkig niet het geval. Overigens is het in deze levensfase heerlijk om elkaar niet voortdurend op de lip te zitten; het is altijd weer fijn om elkaar weer te zien na een dag van eigen bezigheden; je kunt elkaar zo in de weg zitten als je altijd maar om elkaar heen verkeert zonder dat je feitelijke verplichtingen hebt zoals dagelijks werk. Mijn schrikbeeld is die mannen met een boodschappentas die achter hun vrouw aansjokken bij AH. Ik hoor Roos al zeggen: "ga je mee Eef, gezellig boodschappen doen?", jich; niks voor mij. Verder moet ik bekennen dat ik het alleen zijn, d.w.z. alleen met je gedachten, met je muziek, met boeken of in je eentje, genietend van een museum ook bijzonder kan waarderen om niet te zeggen gewoon nodig heb. En dan heb je elkaar ook weer wat te vertellen als je samen een borrel drinkt of samen iets anders onderneemt; want een relatie blijft het, ondanks het Living Apart!

06 maart 2013

Het boek "Job", van Joseph Roth

De schrijver Joseph Roth
Meestal lees ik enkele boeken naast elkaar. Zo heb ik afgelopen week naast een biografie over de filosoof Nietzsche het boek "Job" van de hand van Joseph Roth gelezen. En omdat beide boeken dan als een tweestroom in je gedachten vloeien zie je overeenkomsten of verschillen. In dit geval gaat het om nogal uitgesproken boeken. In het boek Job speelt een zekere Mendel Singer de hoofdrol; een vrome, zeer arme Jood, wiens God voortdurend in hem aanwezig is. Hij houdt zijn gezin boven water met het les geven van kleine jongetjes in, hoe kan het anders, het lezen van de "heilige geschriften". Voortdurend is hij aan het bidden of zingt hij psalmen. Dat het leven voor hem louter ellende in petto heeft wijt hij aan zichzelf en niet aan zijn goedertieren God, totdat het hem te erg wordt doordat hij werkelijk alles verliest wat hem ook maar enig spoor van waardigheid verleent: zijn vrouw en zonen sterven en zijn dochter wordt krankzinnig; hij is afhankelijk van de goedertierenheid van zijn vrienden en buren. Dan verloochent hij zijn God en staat zelfs op het punt om al zijn vertrouwde, heilige, met gebed verbonden voorwerpen te vernietigen en in het vuur te werpen. Als ultieme godsverloochening gaat hij zelfs varkensvlees eten; ja, ja, je moet maar durven. Uiteindelijk geschiedt er een "wonder" en keert het geloof terug in de arme donder. Het boek is geschreven met de literaire kwaliteit die ik gewend ben van Joseph Roth (die ik ooit door de war haalde met de vuilbekkerij van Philip Roth), kortom indringend en van grote kwaliteit.
En dan Nietzsche, degene die God en religie al op zeer jeugdige leeftijd afdeed als bijgeloof en volksverlakkerij. Van hem is de uitdrukking "Amor fati", (oorspronkelijk van Marcus Aurelius), houd van je Lot. Kortom, neem je Lot zoals het komt en sterk je aan de gebeurtenissen die je overkomen; beschouw deze als positief en beschouw die niet als veroorzaakt door de een of andere duistere macht die je God noemt.

05 maart 2013

Voorheen Coen van Loo

De resten van het tuincentrum annex
diervoedingszaak in Bilthoven
Eigenlijk vanaf het moment dat we in Bilthoven woonden kende ik deze plek. We woonden nog maar net op de Hoflaan of ik had al tropische vogels op zolder; die had ik ook in Amstelveen waar ik met Lien woonde en die hobby heb ik toen voortgezet. Via de Vogelclub "Onze Vogels" leerde ik een klein, rommelig achteraf zaakje kennen, eigenlijk niet meer dan een schuur, waar een al wat oudere man (zo van mijn huidige leeftijd denk ik har har), Coen van Loo vogelzaad verkocht. Leuke hobby, maar helaas, toen ik ging forensen naar Delft en we ook kleine kinderen hadden kwam de klad in die vogelhobby. De verzorging liet veel te wensen over en ik heb de hele zaak weggedaan. Weer later namen we kippen. En het voer voor de kippen kocht ik ook daar bij Coen. Hij heeft die zaak overgedaan aan een zoon van de firma Hak; aardige rustige kerel die de zaak wel opknapte maar wel klein hield. Ook hij deed de zaak over aan iemand anders; daarna werd de zaak steeds groter en professioneler. Er werden ook kleine huisdieren verkocht, ik geloof zelfs vogels en tropische vissen en allerlei attributen voor die dieren. En natuurlijk voer en zaagsel, stro voor paarden, tuinplanten en plantgoed voor in de moestuin. Het werd een stevige negotie, gehuisvest in een voor Bilthoven forse hal. En die is enkele weken geleden helaas in de hens gegaan. Roos en ik waren op een zondag op weg naar het station. Een hele drukte met brandweerwagens. We hadden niks in de gaten maar er was brand uitgebroken. Eenmaal op het station zagen we de rookwolken van de plek drijven. En het heeft nog een paar dagen wat gerookt en gestonken en nu ligt het daar maar; een geweldige troep van (half)verbrande zooi.
De zaak is gelukkig heropend in Maartensdijk. 

04 maart 2013

Negenenzestig plus?!

Gezellig aan de prosecco met Jaap in het midden
Zondag waren we op het verjaardagsfeestje van een makker van me uit een "vorig leven", Jaap B. huisarts te Delft. Hij vierde zijn 69 plus verjaardag, oftewel hij was zeventig geworden en dat was hem eerlijk gezegd niet aan te zien. Nog steeds werkzaam, geen rimpels en hij heeft het duidelijk ontzettend naar z'n zin.
Regelmatig organiseert Jaap partijen met vrienden en familie; soms zomaar, soms om iets te vieren, maar altijd gezellig. En zo ook nu, in de Koperen Pan te Delft. Geanimeerde gesprekken onderling tussen de gasten, waarbij "de opera" een hoofdonderwerp bleek. Maar Jaap en ik hadden ook nog even de gelegenheid om wat terug te kijken op de tijd dat we in de Delftse huisartsenwereld pionierden met electronische communicatie en automatisering. We behoorden tot de absolute voorlopersprojecten in NL. En Jaap, helemaal niet technisch ingesteld deed daar vrolijk en intensief aan mee samen met drie andere huisartsen. En we hadden succes. En daar waar ik me soms wel eens afvraag of de zorg daar nou zo veel beter van is geworden, was er voor Jaap geen spoor van twijfel: "we zouden niet meer zonder kunnen". Heb ik me destijds niet voor niets sterk gemaakt en m'n nek uitgestoken om het SSDZ/DSW project tot een goed einde te brengen. Dankzij de inzet van velen, niet te vergeten mijn goede vriend Dick O., het management van SSDZ, zorgverzekeraar DSW en die vier Delftse huisartsen was het heel succesvol. Maar alles is relatief; afgezien van Jaap en ik weet niemand meer van die moeizame eerste stappen in de tachtiger jaren, zonder internet en professionele software. Leuk om er even bij stil te staan.

03 maart 2013

Van Cliburn

Van Cliburn tijdens het Tsjaikovski concours in
Moskou 1958
Was mijn duizendste Blog, gisteren een ode aan de muziek die zo'n belangrijke rol in mijn bestaan speelt, daar is de Blog van vandaag een blijk van waardering aan één van degenen die mij daartoe hebben geïnspireerd: Van Cliburn, Amerikaans pianist en deze week overleden op 78-jarige leeftijd.
In de eerste klas van de middelbare school deed ik mee aan een muziekconcours op de culturele avond. Daarbij won ik de tweede prijs: een LP (voor de jongeren onder de lezers, een langspeelplaat, aan beide zijden bespeelbaar en bekrasbaar helaas) met het vioolconcert van Beethoven, met Yehudi Menuhin als solist. Mijn ouders moesten speciaal vanwege deze gelegenheid een pick-up kopen; een apparaat om platen te kunnen afspelen. Daarbij schaften zij ook een LP aan van het vijfde piano concert van Beethoven, met, u raadt het al, Van Cliburn als solist. Die twee concerten hebben mijn voorkeur voor de klassieke muziek sterk bepaald. Later kwam daar de grote liefde van mijn moeder voor Chopin nog bij en Schubert vanwege "Der Erlkönig" die ik zo weergaloos vond tijdens de muziekles (bestaat dat nog in het middelbaar onderwijs?) van de heer Barbé.
Interessante carriëre van Van Cliburn; hij won tijdens de koude oorlog een internationaal pianoconcours en werd vanaf die tijd een soort ambassadeur tussen de VS en de Sovjet Unie. Zijn "vijfde" hoor ik in mijn hoofd nu ik er weer aan denk. Ergens middenin het concert die opzwepende linkerhand: schitterend!

02 maart 2013

M'n duizendste Weblog

Jaren geleden ben ik begonnen met deze Weblog. In het begin schreef ik wel eens wat, maar soms ook jaren helemaal niets. Mijn bedoeling was om de uitwerking van mijn hypothese over het ontstaan van het leven uit afkoelend sterrenstof uitgebreid te behandelen. Daarover had ik enthousiast verteld aan Peter C. en hij stimuleerde me om dat ook daadwerkelijk te doen. Ik heb dat ook wel geprobeerd, maar het verzandde alras. Totdat ik het artikel van Jérôme Heldring las in de NRC; vanaf dat moment ben ik niet aflatend bezig geweest met een dagelijkse Weblog. Vaak over m'n "passies" (een overdreven woord vind ik eigenlijk): de natuur, lekker bewegen, voeding, filosofie, muziek, schilderkunst en zingeving. Maar soms ook gewoon over m'n dagelijkse belevingen of invallen.
Sinds de formulering van deze duizendste Weblog naderbij kwam vroeg ik mij af waar ik die nu over zou schrijven; er zijn zo veel dingen die mij bezig houden en waar ik van houd. Een belangrijke doordeseming van alles wat ik doe is toch wel de muziek. In zo ontzettend veel situaties schiet mij de muziek te binnen en zo vaak hoor ik muziek spelen in m'n hoofd. Johann Sebastian Bach, Richard Strauss, Schumann en Schubert zijn wel m'n favorieten. Natuurlijk hoor ik altijd de liederen van Schubert als ik aan het wandelen ben. Das Wandern ist des Müllers Lust, ik schreef er al eens een Blog over. Maar ook het voorjaar met Erstes Grün van Schumann. M'n vriend Dick zong dat lied vaak als we wandelden; ik kende het verder niet. Maar toen Roos en ik Schumann gingen zingen herkende ik het direct van de partituur en hebben we het jaren in ons repertoire gehouden; ik mocht het altijd graag wat opgewekt en snel spelen. "Frühlingsglaube" van Schubert vond ik ook altijd zo'n aansprekend lied; ik kreeg vaak kippenvel als ik het begeleidde bij de zin: "nun muss sich alles wenden".
In de tijd dat Roos en ik zongen beëindigden we onze oefenavond steeds met "An die Musik", een danklied aan de muziek van de hand van Schubert. En met een verwijzing naar dat lied wil ik deze Weblog eindigen. En morgen, deo volente ............. gewoon de 1001ste zoals de sprookjes uit de 1001 nacht. 

01 maart 2013

Dwars door de randstad

Profiel van Rotterdam uit de verre verte.
De "Randstad" kwam ooit aan deze naam toen Albert Plesman, luchtvaartpionier, het Westen van het land vanuit een vliegtuig eens als zodanig beschreef: een groen middengebied en daaromheen stedelijke bebouwing of anders gezegd: een ringvormige groep steden in het westen van Nederland met als belangrijkste centra Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.
Nu heb ik in de decennia dat ik forenste dat groene midden behoorlijk zien afbrokkelen; steden als Woerden, Gouda en Alphen aan de Rijn zijn qua omvang verveelvoudigd; Gouda heeft er zelfs een station bijgekregen en Woerden een enorm industrieterrein. Maar nog steeds kenmerkt dit gebied zich door grote arealen groen boerenland.
Ook vandaag had Huib een wandeling uitgezocht die door groene gebieden van de randstad voerde; we kwamen zelfs de geel-rode markering van het groene hartpad tegen. En als je de ene kant opkeek dan zag je de hoogbouw van Delft en aan de andere kant het nieuwe profiel van Rotterdam. Was vroeger de Euromast iets heel bijzonders en het hoogste punt van Rotterdam, daar is deze nu, ondanks de enorme mast die er nog eens bovenop gebouwd is niet meer het hoogste punt en feitelijk een lullig torentje vanuit de verte.
Maar waar wij liepen, zo in de buurt van Berkel-Rodenrijs was het verkwikkend rustig. Maar ik zou er toch niet echt willen wonen hoor. Huib en ik gaan een volgende keer wandelen in de kroondomeinen op de Veluwe zo hebben we afgesproken.